Ga naar de inhoud
196. Brandstichting en moord te Hoegaarden 1914

Brandstichting en moord

Brandstichting en moord te Hoegaarden op 18 augustus 1914 Miserie met hopen, en toch beginnen katholieken en liberalen al op mekaars vingers te kijken en te vitten

Hoe pijnlijk de eerste wereldoorlog ook was voor de Hoegaardiers, een aantal beleidsmensen hebben de tegenstellingen liberaal – katholiek, de ingewortelde tweespalt, ook tijdens die vier jaren niet kunnen laten rusten. Wij zullen daar uitvoerig op ingaan in ons volgend nummer en geven hier al een voorsmaakje van de vitterij. Pastoor Van Gucht liet overduidelijk zijn rancune tegen burgemeester Henri Dotremont vrije loop.

In september 1919 heeft de Hoegaardse gemeentesecretaris Henri Ausloos, de door de burgemeester en schepenen goedgekeurde antwoorden op de vragenlijst van de Tiense vrederechter, teruggestuurd. Het ging ondermeer over de schade op en rond 18 augustus 1914 aangericht door de Duitse overvallers. Wij lezen in zijn verslag wat volgt:

‘Het Duitse leger heeft opzettelijk en zonder enig militair nut volgende gebouwen in brand gestoken en verwoest:

Gebouwen eigendom van de Belgische Staat
  • 1 spoorwegstation
  • 2 barreelwachtershuizen
Privé gebouwen
  • 10 handelspanden, winkels en opslagplaatsen
  • 12 boerderijen en landbouwgebouwen
  • 24 woonhuizen(1)[1]

In de meeste gevallen zijn deze gebouwen in brand gestoken nadat de goederen en voor handen zijnde voorwerpen werden gestolen!
De overgrote meerderheid van de woonsten in het centrum zijn geheel of gedeeltelijk geplunderd.

Een twintigtal inwoners werden gedwongen door de 75e Duitse infanterie, om in de nacht van de 18de op de 19de augustus 1914, mee te helpen om de brug over de Gete te herstellen (op de weg Tienen – Charleroi) die door het Belgische leger was opgeblazen. Onder deze mensen o.a. Putzeys Robert, muzikant, 35 jaar en Stockmans Henri, rentenier, 70 jaar.

De meeste huizen in het centrum zijn geplunderd door de 75e en 76e Duitse infanterie

Groepen inwoners moesten vóór de Duitse troepen stappen om de wegen aan te duiden die de Belgische troepen hadden gevolgd toen ze zich terugtrokken; getuigen: Tomsin Louis en Geens Louis – Fayt Henri en Ausloos Raymond – Giroulle Hubert – Vanhulst Arthur – Stapel Constant – Dotremont Henri, burgemeester
(in de marge staat nog: D’Helft Thomas, Stockmans Arthur, Taverniers Jules, ‘Serin …’ moet zijn Jadoul Leon, hebben vóór de troepen moeten lopen tot Waterloo)

Groepen inwoners hebben vóór de Duitse troepen moeten lopen om als levend schild te dienen tegen de Belgische troepen. Het resultaat hiervan is dat er 3 mannen zijn gedood, één vrouw dodelijk gekwetst en vervolgens overleden is, een man is gewond, en twee vrouwen en een kind. Zijn gedood: Moyaerts Alphonse, Poffé Edouard, Goris Jean François; gewond en overleden: Geens-Finoulst, echtg. Louis (Flore); gewond: Putzeys, echtg. Robert, Drochmans, echtg. Pierre, Cauwberghs Robert (naderhand overleden) en het kindje Berthe Geens, dochter van Louis. – getuigen: Truyens Abel, Dedecker René, Cerulus (2)[2]Jean Baptiste (Outgaarden), Putzeys Robert.

De burgemeester is in levensgevaar geweest door de fout van de Duitsers door hem te doen meegaan, vrijwillig, om samen met hem heel de toer van de gemeente en omliggende te doen.

De kerk van het centrum is ca. 1 maand gesloten geweest.’

En zo werd het verwoord door pastoor Van Gucht in het kladje van zijn verslag aan het bisdom (februari 1915) (3)[3]; vooral zijn rancuneuze uitlaten ten opzichte van de burgemeester vallen op

‘De Parochie Hoegaarden heeft van de D.B. (= Duitse Bezetter) veel te lijden gehad. Bij de 1ste inval (18 augustus 1914) wierden 4 burgers gedood en 5 dodelijk gewond. Vermoorden – branden – en plunderen scheen hun ordewoord te zijn.
45 Brandstichtingen waaronder 9 pachthoeven, 8 handel- en renteniershuizen. De overige zijn werkmanshuizen.

Onnodig te zeggen dat hier veel armoede en ellende is. In Hoegaarden zijn rond de 400 werklie, die geenen voet labeurgrond hebben (= die geen enkel stukje landbouwgrond bezitten), en bijgevolg al hun voedsel moeten kopen; die sedert maanden zonder werk zijn (Vilvoorde, Luik Couillet, Charleroi) (4)[4] en ook zonder middelen van bestaan, en die bedroefde staat van zaken verergert nog alle dagen door de schandige (= schandalige) handelwijze van het partijdig voedingskomiteit (5)[5], waarvan niet één enkel katholiek deel maakt. Nochtans van in ‘t begin van de oorlog eèr (= vooraleer) er kwestie was van voedingskomiteit, hebben de katholieken den voorstel gedaan een gemengd hulpkomiteit (= hulpcomité) te stichten. En onze fameuze premier (bedoeld wordt de burgemeester H. Dotremont) heeft zo brutaal geweest van twee achtbare dames ( G. en O.) (6)[6]aan de deur te zetten met hun verbitterd toe te roepen: ‘que chacun fasse son devoir’ (7) [7], juist alsof hij een voorbeeldige burgervader was, hij die in ‘t begin van de oorlog zich dagenlang in zijn kelder verborg, hij die zich in d’ Anderstraat (= vorige naam voor de Valleistraat) bij zijnen vriend Rummeken (8)[8] zich ging verbergen, hij die dagenlang afwezig was, enz.
Die akelige staat van zaken is nog verergerd, omdat die D.B. zich niet geschaamd hebben de huizen, zelfs van de armste mensen uit te plunderen, plunderen, ja, scheen ook deel uit te maken van hun ordewoord. De schade aan Hoegaarden door de oorlog beloopt rond ‘t half miljoen: oogst, vee en meubelen (400.000), huizen (200.000), samen 600.000.

De schade veroorzaakt door den oorlog in de gemeente Hougaerde, worden volgens de ingediende klachten der belanghebbende geschat op omtrent 400.000 franken. Die rekening omhelst alleenlijk de schade toegebracht aan oogst, velden, vee, verbrande meubels genomen of verbrijzeld.
Daar is niet inbegrepen de vernieling en afbranden der 45 huizen. Wat de schade betreft door het Belgisch leger veroorzaakt, die kan nagenoeg op 20.000 fr. gerekend worden. 

Doch wat de ingediende klachten aangaat, deze zijn zeker voor het minst 1/3 overdreven.’

De officiële lijst van de brandhaarden en verwoestingen aangericht op 18 augustus door de Duitse troepen geeft ons wat volgt:

De officiële lijst van de brandhaarden en verwoestingen aangericht op 18 augustus door de Duitse troepen geeft ons wat volgt:

Altenaken

1 Winkel Caroyer
2 Boerderij Collaert Clement
3 Molen Geens Theodore, de molen van Bullekom
4 Dubbel woonhuis van de N.V. Sucrerie du Grand-Pont
5 Stationsgebouw

Stationstraat

6 Restaurant – winkel Putzeys- Smeyers, wed. César
7 Woonhuis van de bareelwachter van de overweg
8 Woonhuis van Gilis Achille, nr. 23
9 Twee huizen van Dodion Jules, nrs. 18 en 19 (waarvan 1 handelshuis)
10 Twee huizen van Dotremont Constant, nrs. 16 en 17
11 Drie huizen van Stockmans Alphonse, nrs. 10.11.en 12
12 Woonhuis van Vandermolen-Goossens, nr. 9
13 Woonhuis van Depus Charles, nr. 4
14 Boerderij van Gilis Blandine, nr.
15 Schuur van Finoulst Emile, nr. 6 (Hoeve Flemalia)
16 Boerderij van Collaert Amedée, nr. 1 (Zwaluwenhoeve)
17 Schuur van Vanongelegen Jean

Nieuwstraat

18 Schuur van Geens Louis
19 Woonhuis van Troost Louis, nr. 33
20 Schuur van Decoster Henri
21 Woonhuis Gilis Alphonse, nr. 32
22 Woonhuis Vervoux Arthur, nr. 31

Vroente

23 Winkel van Moonen Théophile, nr. 39
24 Woonhuis van Gilis Prosper, nr. 4
25 Woonhuis van Uyttebroek Norbert, nr. 13
26 Woonhuis van Peeters, wed. Jean, nr. 16
27 Woonhuis van Stockmans J.B., nr. 17
28 Woonhuis van Lebegge Henri, nr. 27
29 Woonhuis van Celis Théophile, nr. 32

Grand-Pont

30 Woonhuis van vandeplas, wed., nr. 2
31 Woonhuis van Logist J.B., nr. 7
32 Woonhuis van Nicolaes Ch., nr. 8
33 Woonhuis van Vangeysegom Alexis, nr. 9
34 Stal van Boets Louis, nr. 10
35 Woonhuis van Vanderwaeren Jacques, nr. 11
36 Woonhuis van Vangrambezen Auguste, nr. 12

Rommersom

37 Schuur van Vandenbussche Jacques
38 Schuur van weduwe Depus
39 Woonhuis Vandenbempt Alphonse

Gasthuisstraat

40 Handelshuis Vandermolen Alexander, nr. 9
41 Boerderij Collaert Théophile, nr. 10

Stoopkenssstraat

42 Woonhuis Vandiest Pierre, nr. 21
43 Winkel Vandenbempt J.B., nr. 22 (wordt vervolgd

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Bronnen en citaten[+]