Ga naar de inhoud
196. Hoegaardse bier en onze buren de Nederlanders

Uit Nederlandse dagbladen 1989-1994

Verlekkerd op onze Hoegaarden na een aanloop van 5 jaren (tot 1989) en dan opeens weer rekening moeten houden met Heineken; Pierre Celis vond de Nederlanders goed brouwen … hij was immers 65 geworden in 1989, was niet bepaald Interbrew minded en was druk bezig aan de overkant van de oceaan, waar in 1992 ‘zijn brouwerij’ opende.

Lesje leren (Het Vrije Volk, 06-04-1989)

Lesje leren (of: is het Hoegaarden of Pierre Celis, of de combinatie die het doet?!)

In nood leer je je vrienden kennen, en dat geldt ook in België. Concurrerende biermerken wisten niet hoe snel ze de brand (14)[1] als geschenk uit de hemel moesten aannemen.

Binnen enkele weken kwamen zij met eigen witbieren op de markt om van het plotselinge gat in de markt te kunnen profiteren en het vleugellamme Hoegaarden een lesje te leren… „Welja, de andere merken kwamen met namaak, iets anders kun je dat toch niet noemen,” zegt Mattheus (15)[2]. Hij noemt enkele profiteurs bij naam: “Dentergem, Haacht, de ‘Dolle Witte’ uit Honzenbroek, het Brugs Tarwebier, Clarisse uit Oudenaarden. De andere witbieren zijn altijd namaak want wij zijn het oudste merk.” 

 Bang is De Kluis dus niet, maar de concurrentie heeft de brouwerij toch tot een bijzondere actie gedwongen. Op elk bierviltje van Hoegaarden staat in de frivole huisstijl het zinnetje ‘hoed u voor namaak’. Ook op papieren ringetjes voor de biervaten is deze slagzin gedrukt. Klanten worden er overigens meteen op gewezen dat het bier ‘natuurlijk troebel’ is. Debutanten denken kennelijk vaak dat het Hoegaarden bier bedorven is en daarom zo ondoorzichtig is. De concurrentie heeft Hoegaarden niet genekt. 

Tijdens de bouw van de nieuwe bottelarij, nog altijd niets vergeleken met wat de moderne (Hollandse) bierbrouwers gebruiken, werd het bier door een hulpvaardige collega in de flesjes gestopt. De afgelopen twee jaar is de afzet alleen maar gegroeid en als de vooruitzichten niet liegen, zal die groei nog wel enige tijd doorgaan, voor zover de Belgen het kunnen bijhouden. 

Ondanks het angstvallig vasthouden, aan oude tradities, staat in Hoegaarden de tijd niet helemaal stil. ‘Aan de andere kant van het dorp’ gaat over enkele maanden de eerste paal de grond in van een nieuw stukje Kluis. Pieter Celis, inmiddels 65 jaar en de brouwmeester van “De Kluis”, is in de Amerikaanse staat Texas bezig om een brouwerij a la ‘De Kluis’ uit de grond te stampen. Helemaal echt zal het Texaanse ‘white’ nooit worden: brouwerij De Kluis staat namelijk recht op de waterbron waaruit één van de natuurzuivere grondstoffen voor Hoegaarden opwelt. Alleen met dat water is de onvervalste witte te brouwen. Ander water, andere smaak, dus de ‘red-necks’ in Texas kunnen het wel vergeten. 

Op dit moment gaat trouwens al een summier deel van de productie naar de Verenigde Staten. De Kluis exporteert draagpakketjes met vier flesjes van vier merken die in Europa weer niet te koop zijn. In Nederland is het witbier Hoegaarden zoals gezegd de beste troef voor de Kluis. 

Op dit moment gaat trouwens al een summier deel van de productie naar de Verenigde Staten. De Kluis exporteert draagpakketjes met vier flesjes van vier merken die in Europa weer niet te koop zijn. In Nederland is het witbier Hoegaarden zoals gezegd de beste troef voor de Kluis. In het rijtje Duvel en De Koninck (overigens totaal verschillende soorten bier) heeft ook Hoegaarden zich zo langzamerhand een plekje veroverd. „Het is opvallend dat je tegenwoordig Hoegaarden kunt krijgen in veel ‘normale’ cafés, dus niet alleen in trendy gelegenheden,” zegt Arie Radder, telg uit een Rotterdamse drankenfamilie. „Er is kennelijk toch een behoefte aan iets meer luxe. De mensen willen een beter biertje.”

(Het Vrije Volk, 06-04-1989)(16)[3]

Bier voor de happers (Nieuwsblad van het Noorden ( 20-10-1990))

Bier voor de happers (of: Hoegaarden heeft meer dan één troef!)

Troebel bier: het was wel even wennen. Vijf jaar duurde het voordat de Nederlander zijn wantrouwen had overwonnen. Maar nu is het – veelal uit België afkomstige – witbier niet meer weg te denken. Een béétje café heeft het op de tap. ‘Pint’ (17)[4]) , het lijfblad van de gelijknamige bierconsumentenvereniging, heeft in de tien jaar van zijn bestaan het komen en gaan van bieren en brouwerijen gevolgd. 

Het duidelijkst is de opkomst van de speciaal bieren, wat meer een kwestie van trend is dan van cultuur. Het gaat erom je te onderscheiden. Al blijft de Nederlander een pils drinker; het snelle doordrinken is hier een vrijwel niet uit te bannen gewoonte.

Piet de Jongh van het Bredase café De Beyerd doet al twintig jaar in speciale bieren. Een bierpionier kun je hem noemen. Witbier is het best verkochte bier in zijn etablissement. Dat was twintig jaar geleden wel anders toen hij voor Nederland Hoegaarden ontdekte. 

Een beste Belgische brouwerij, die in ons kikkerland meer en meer wordt geassocieerd met genoemd troebel bier, maar heel wat meer speciaals te bieden heeft (de Grand Cru is indrukwekkend). Zelfs in De Beyerd wordt voor 65 procent pils gedronken (twee tappilsen en Christoffel van het vat). Toch gaat er aanzienlijk meer speciaal bier over de toog dan in een doorsnee café. 

“Bier voor de happers, niet voor de zuipers”, zegt Piet en in die trant licht hij zijn klanten voor.

(Nieuwsblad van het Noorden (18)[5], 20-10-1990)

Witbier in trek (Nieuwsblad van het Noorden ( 16-01-1991))

Witbier in trek (of: het gevolg van voorgaande artikel, maar Hoegaarden blijft eerst!)

Na een fikse promotiecampagne door Dentergems, twee jaar geleden in de Belgische Week, lijkt witbier nauwelijks meer van de Groninger tap weg te denken. Een telefonisch rondje langs een paar cafés in de binnenstad leert ons echter dat vooral het Belgische Hoegaarden zich een vaste plaats onder de bierpomp heeft weten te verwerven.

In Café Wolthoorn wordt wel Dentergems geschonken en tot grote tevredenheid: “Het is mooi bier met een goede schuimkraag. Het loopt fantastisch, vooral in de zomer, want het is lekker fris van smaak.” Om de frisheid te verhogen wordt in de Wolthoorn standaard een schijfje citroen bijgeleverd; dat hoort zo, vindt men daar.

Niet iedereen blijkt daar zo over te denken. Kees, van café de Grote Griet op de Grote Markt, tapt al zo’n zes jaar Hoegaarden, maar gruwt van het beruchte schijfje: “Die mensen die er zo nodig citroen in moeten, stampen het bier kapot. Dat is zeker in Hoegaarden helemaal niet nodig, omdat er ‘van nature’ al citrus in het bier zit. 

Maar het is populair, men heeft dat ergens gezien en denkt dan dat het er bij hoort.” Ook Kees is van mening dat het bier zijn populariteit aan de frisse smaak te danken heeft: “Vooral vrouwen vinden de bittere smaak van gewoon bier niet zo lekker.” 

Het witbier verkoopt zó goed in de Grote Griet, dat binnenkort de witte Leeuw zijn intreden doet: “We willen ook wel een Nederlands witbier, maar eerst alleen in de fles. Als hij goed loopt, doen we hem ook op de tap.” Peter ten Hoove, eigenaar van café-billard De Burcht, had niet verwacht dat de Hoegaarden, die hij dit jaar voor het eerst tapt, ook in de winter nog zo goed zou lopen: “We hadden het voor de zomer gepland, maar het verkoopt nog steeds prima. Volgende maand gaan we ook het witbier van De Ridder proberen.” 

(Nieuwsblad van het Noorden, 16-01-1991) 

Hoegaardenbier (Nieuwsblad van het Noorden ( 16-01-1991))

Hoegaardenbier ( of: de concurrerende biergiganten!)

BRUSSEL – De opvallende groei van de verkoop in Nederland van het Belgische witbier Hoegaarden is vorig jaar een halt toegeroepen. Dat komt doordat de Nederlandse concurrent Heineken paal en perk heeft gesteld aan de distributie van het speciale bier van de Leuvense multinational Interbrew. Nederland is een van de sleutelmarkten van de grootste Belgische bier- en frisdrankenproducent.

(Nederlands dagblad (19)[6], 23-03-1994)

Peetvader  (Nieuwsblad van het Noorden ( 24-09-1994)

Peetvader (of: zo hebben de Hoegaardiers Pierre Celis altijd gekend!)

Met een anekdote toont Moonen aan dat het de brouwers vooral te doen is om de liefde voor het bier, jaloezie speelt volgens hem geen rol.

Twee jaar geleden, toen De Ridder net Wieckse Witte had uitgebracht, belde op een mooie zomerdag Pierre Celis aan bij de Maastrichtse stadsbrouwer. Dat was die Vlaamse brouwmeester die een kwart eeuw geleden in het plaatsje Hoegaarden het eeuwenoude recept nieuw leven inblies.

Diezelfde ‘peetvader van het witbier’ stond nu bij De Ridder aan de poort om te vertellen dat hij op het Onze Lieve Vrouwenplein bij toeval hun witbier had ontdekt en het zo lekker vond. Bij De Ridder vond men het een hele eer dat Celis even aankwam om een compliment uit te delen. 

In het geweld van Interbrew en Heineken/De Ridder zou je bijna vergeten dat je in Nederland nog zo’n vijftien andere witbieren kunt kopen. Zoals Valkenburgs Wit van Brouwerij De Leeuw. Ruim drie jaar geleden kwam het op de markt. Directeur P. Janssen had niet durven dromen dat het zo’n succes zou worden. Valkenburgs Wit heeft volgens Janssen een kleine tien procent van de markt in handen. Tot zijn eigen verbazing wordt het ook in de winter nog goed verkocht. Omdat het iets milder en zoeter is dan concurrerende bieren, is het bij opvallend veel dames populair.

(Limburgsch dagblad (20)[7] , 24-09-1994)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Bronnen en citaten[+]