Ga naar de inhoud

197. Oorlogsaffiches 1914-1918

197. Oorlogsaffiches 1914-1918

Stille getuigen van het dagelijks leven

Onze generatie kan zich moeilijk indenken met welke moeilijkheden dagelijks onze groot- of overgrootouders tijdens de oorlogsjaren geconfronteerd werden. Vooral in de steden was honger het dagelijks aperitief. Dit geldt zelfs voor beide wereldoorlogen. Maar beperken we ons bij deze herdenkingsjaren vooral tot Wereldoorlog I.

Muurkranten voor WOI

De affiches tijdens Wereldoorlog I waren beslist geen nieuw fenomeen. Sinds de productie van goedkoop papier waren de ‘muurkranten’ opgedoken. Het waren de gemeenten die verantwoordelijk waren voor het uithangen van de mededelingen op plaatsen die toegankelijk waren voor het grote publiek.

Daar werden ze voorgelezen en toegelicht voor de talrijke analfabete medeburgers.

Affiches tijdens WOI

Tijdens WO I werd er gewoon verder gebouwd op de bestaande gewoonte. De (Duitse) overheid communiceerde verder met de bevolking langs de talrijke affiches om.

Het zijn die affiches die ons een inkijk geven in het dagelijks leven van de burger tijdens de oorlogsjaren. Tot in het kleinste detail werd het leven van de burgers door de bezetter georganiseerd. Het voedsel werd gerantsoeneerd tot het strikte minimum, juist om massale hongersterfte te voorkomen. Dit had als neveneffect dat wie honger heeft en een dagelijks gevecht voor de calorieën moet leveren zijn politieke aspiraties naar het achterplan verdringt.

In die affiches komen vrijwel al de dagelijkse aspecten van het leven aan bod. Dat kan gaan van het verplicht heropenen van de toenmalige ASLK kantoren tot het opleggen van qouta voor het inzamelen van brandnetel stengels. Voor het eerste kwamen er maximumprijzen voor voedingswaren. Men wou immers ‘hongeropstanden’ in het achterland vermijden.

De affiche was het enige medium waarvan men verwachtte dat zij iedereen zou bereiken. De pastoors kregen de opdracht de inhoud van de affiches vanop de preekstoel nog eens extra toe te lichten.

Boodschap op de affiches

De boodschap op de affiche moest voor iedereen bereikbaar zijn. Ambtelijke taal vinden we hier nauwelijks op terug. De boodschap werd in relatief simpele termen gebracht. De tekst werd aanvankelijk in drie talen gesteld: Duits, Frans en Vlaams. 

Pas vanaf 1917 wordt de Franse tekst af en toe weggelaten. Mogelijk speelde hier de druk van de Vlaamse Activisten die in Tienen een actieve kern hadden. Maar dit zou nader moeten onderzocht worden.

Richtlijnen dieren

De richtlijnen rond dieren zijn bijzonder verhelderend in het verloop van de oorlog. Aanvankelijk gingen de Duitsers over tot het opeisen van ‘overtollige’ paarden, voor zover dit al niet gebeurd was door de Belgische militaire overheid. Eerst moesten de paarden naar een centrale plaats komen voor een ‘telling’. Dit moet weinig succes gekend hebben, want gedurende twee jaar duiken die tellingsaffiches zeer regelmatig op. De toon wordt steeds dreigender. Wie niet met zijn paarden afkomt wordt bedreigd met hoge geldboetes en inbslagname van al zijn paarden. Vanaf 1916 verlaat men de ‘telling’ en wordt er over ‘medische keuring’ door een dierenarts gesproken op de affiches.

In Tienen waren er nog slechts twee paarden beschikbaar voor het ophalen van het huisvuil. Eén daarvan werd in 1917 door de Duitsers opgeëist…

De voorraad paarden schijnt tegen 1917 toch opgebruikt te raken en nu komen honden in het vizier.

Ook in het Belgische leger werden er al ‘militaire honden gebruikt. De Mechelse scheper was een betrouwbaar ras om als trekdier gebruikt te worden. In de loopgraven aan de IJzer waren verschillende jachthonden zeer gegeerd om het aantal ratten onder controle te houden.

In de bezette gebieden verschenen er affiches waarin de bevolking te lezen kreeg dat de honden boven 40 cm schofthoogte ingeleverd moesten worden om ‘in dienst te treden in het Duitse leger’.

We mogen niet vergeten dat zulke honden voor WO I ee echte economische waarde hadden. Zij werden immers ingezet als trekdier om allerlei karretjes voort te trekken. Ook hier zullen de Duitsers drastisch ingrijpen. Affiches laten ons weten dat het voortaan verboden was op plaats te nemen in een door honden voortgetrokken kar. Voortaan zou er ook een taks geheven worden op alle honden. Gevolg was dat heel wat honden een wandeling naar de hondenhemel moesten maken, om baasje een taks te besparen. Dit kwam de bezetter goed uit want dat betekende minder eters in een periode van voedselschaarste.

Kadavers van doe honden moesten dan weer volgens een affiche in een aangeduid vilbeluik ingeleverd worden. Dat hondenvlees werd dan verwerkt tot voedsel voor de ‘Duitse Kriegshunde’ die werkzaam waren aan het front.

Zo krijgen we een overzicht van veel kommer en kwel in het dagelijkse leven tijdens WO I.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-197-50ste-jaargang-4-2014