Ga naar de inhoud

202. Duitse zusters bleven heel de oorlog

De Duitse zusters in de congregatie in augustus 1914 bleven heel de oorlog te Hoegaarden en verhinderden veel leed (deel 2)

Het ministerieel besluit van 28 mei 1914 erkende definitief de Normaalschool, door de zusters opgericht in 1910. De eerste gediplomeerde onderwijzeressen studeerden af eind juli. Alle kandidaten behaalden hun diploma. Wat een heuglijke gebeurtenis had moeten zijn voor het Hoegaardse klooster werd nu overschaduwd door de geruchten over oorlog. De eerste augustus vertrokken de Duitse pensionairs, teruggeroepen naar huis door hun familie en onze andere leerlingen werden ook vlug met vakantie gestuurd. Vanaf 8 augustus kwamen er Belgische soldaten toe …

De winter van 1914 – 15 was vol verontrustende momenten. Een Duitse leerlinge van Sainte Anne was niet direct naar huis kunnen vertrekken bij het begin van het oorlogsgeweld. Ze was zo ongewild getuige van onze verontwaardiging over de schending van de Belgische neutraliteit en de horror veroorzaakt door de Duitse wreedheden. Bij haar vertrek uit ons klooster ging ze klacht neerleggen op de Kommandantur te Tienen. 

Een woedende commandant kwam de zusters bedreigen met de bezetting van het klooster door 300 soldaten. Onze Duitse zusters Emma en Ignace slaagden erin hem voor een stuk te kalmeren. Maar de aanklacht was daarmee niet vernietigd en stak in het archief van de Duitse bezetter te Tienen. Bij elke machtswisseling vond de nieuwe commandant dit bezwarend stuk en de moeilijkheden herbegonnen telkens weer. Een van deze bevelhebbers kwam zelfs op een dag ostentatief paraderen voor het klooster met 300 soldaten. Deze plagerijen hielden aan tot de commandant van de Kommandantur van Kontich, een goede kennis van de familie van zuster Emma Vogelsang, er zich mee moeide. Hij ging persoonlijk naar de Tiense Kommandantur en liet de aanklacht vernietigen. Gedaan met deze pesterijen en herademing in het klooster.

Uittreksels uit beknopte biografieën bij het overlijden van een zuster

De houding van de Duitse zusters kan getoetst worden aan uittreksels uit de beknopte biografieën die sinds 1914 geschreven werden bij het overlijden van een zuster:

Anne Elisabeth Bomert

‘De oorlog was voor haar een grote beproeving, maar ze bleef haar medezusters trouw.’ (1917, voor zuster Marie Françoise, alias Anne Elisabeth Bomert)

Catherine Pfeiffer

‘Haar voortdurende inzet voor haar geloof ging hand in hand met haar vaderlandsliefde ; elk Belgisch vaderlands feest heeft ze met zorg voorbereid, …’ (1934, voor zuster Angeline, alias Catherine Pfeiffer)’

Elisabeth Pichon

‘Tijdens de eerste wereldoorlog was heer inzet voor de communauteit onbetaalbaar in de relaties met het Duitse leger …’ (1955, voor zuster Hildegarde, alias Elisabeth Pichon)

Emma Vogelsang

En dan was er nog Emma Vogelsang, dochter uit een vooraanstaande familie uit Pruisen. Niet alleen bleef ze ondanks haar afkomst heer Hoegaardse communauteit verdedigen onder de oorlog, maar zorgde ze er ook voor dat een nichtje de redster werd van pastoor Van Winkel, geboren Hoegaardier (zie Alpaidis, nr. 177).

‘Zij hield zielsveel van haar vaderland en van haar familie, daar bestaat geen twijfel over; maar zij hield ook aan haar communauteit, aan haar nieuwe vaderland België dat haar had geadopteerd, toen al een halve eeuw! Wat heeft ze geleden onder dat pijnlijke conflict dat de wereldoorlog was en geleid heeft tot de uiteindelijke ondergang van haar vaderland! …’ (1926, uit de necrologie voor zuster Emma, alias Emma Vogelsang)

Pastoor Karel Van Winkel

Op 27 augustus 1914 tegen de avond heeft pastoor Van Winkel zijn pastorij en zijn parochie verlaten; zo werd hij op 28 augustus door de Duitsers aangehouden. Na een lange weg, samen met een aantal andere burgers en geestelijken, kwam deze groep uiteindelijk, als krijgsgevangenen, terecht in Münster. Van 11 september tot 19 december heeft de groep geestelijken onderdak gekregen in het seminarie van de stad Münster. Op 20 december tegen de middag reed hij terug zijn parochie Tremelo binnen met een tweespan.

Dat Karel Van Winkel terecht kwam in Münster was een geluk bij een ongeluk! Om dat uit eerste hand mee te delen laten wij hem zelf aan het woord:
E.H. Van Winkel
Z. Emma met nichtjes; links Erna

‘In het klooster te Hoegaarden verblijft zuster Emma, een Duitse die ik zeer goed ken, reeds van tijdens mijn kinderjaren. Een nicht van deze zuster verblijft in Münster. Toen mijn familie te weten kwam dat ik in Münster opgehouden werd, schreef zuster Emma aan haar nicht en verzocht ze mij een bezoek te brengen en mij te verschaffen wat ik nodig mocht hebben. Ik ontving dus het bezoek van het echtpaar Wildt-Vogelsang [10][1]

Er werd natuurlijk gesproken over wat in België gebeurd was. De mensen waren immers benieuwd om ook eens een andere dan een Duitse klok te horen. Doch geloven konden zij mij niet, zodanig dat mevrouw Wildt zelf zegde: ‘Wij zullen best over de oorlog niet meer spreken, want daarover kunnen wij toch niet akkoord gaan.’ Ik antwoordde: ‘Mevrouw, dat is wijs gesproken, laat het ons liever over andere zaken hebben!

De dag van mijn vertrek heb ik, samen met mijn onderpastoor, deze mensen een bezoek gebracht en we werden er zeer hartelijk ontvangen. Mijnheer Wildt vergezelde ons naar het station. Ook zijn echtgenote was afscheid komen nemen en voorzag mij van sigaren.

De familie Vogelsang schonk twee glasramen aan de kapel van het klooster in 1903 (achteraan links en rechts).
Ter zalige gedachtenis van de familie Vogelsang-Sonnensc

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]