Ga naar de inhoud

202. Hoegaardse biersprokkels

Hoegaardse biersprokkels onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het licht van de actualiteit

  • Biertransport eist goede solide wegen.
  • Wegeninfrastructuur is één, zonder gaten is twee.
Brief van meier en gemeenteraadsleden

Brief van meier en gemeenteraadsleden aan de gedeputeerden van de Staten van Zuid Brabant op 1 juli 1818:

Nobles et honorables Seigneurs,
Des agents du Waterstaat ont dressé, l’hiver dernier, des procès-verbaux à charge de plusieurs brasseurs de cette commune, pour contreventions à la police du roulage, parce que les charrettes dont ils se servaient pour transporter leurs bierres par la route d’Hougaerde à St. Michel, étaient à jantes étroites. Cette route offrant plusieurs lacunes non-pavées, vous avez reconnu, nobles et très honorables seigneurs, l’impossibilité d’effectuer la transport des bierres avec des charrettes ayant des roues à jantes larges, attendu que pour transporter six hectolitres de bierre par un aussi mauvais chemin, on était déjà obligé d’atteler quatre et cinq chevaux à une charrette dont les roues étaient à jantes étroites.
Aujourd’hui la partie de cette route entre Jodoigne et St. Michel est sur le point d’être entièrement pavée. Il est probable que les agents du Waterstaat renouvelleront leurs instances pour empêcher sur cette route la circulation des voitures à jantes étroites. Cependant aussi longtemps que la route d’Hougaerde à Jodoigne ne sera pas achevée, il sera impossible aux Brasseurs d’Hougaerde de se servir pour transporter leurs bierres, de charrettes dont les roues sont à jantes larges.
En conséquence, pour prévenir la stagnation du commerce de bierre en cette commune pendant l’hiver prochain, et éviter aux brasseurs et au gouvernement une perte notable, nous croyons de notre devoir de vous prier de vouloir vous intéresser auprès de Son Excellence le Ministre du Waterstaat pour qu’il daigne faire paver, cette année, les deux lacunes qui existent entre Jodoigne et Hougaerde.

Ondertekend door De Zangré, burgemeester, S. Coenegras, Carolus Falla, Henri Lacourt, H. Nijs, J. Vandermolen, Arnold Adams et Groetaers

Een aantal Hoegaardse brouwers hebben de vorige winter een proces aan hun been gekregen van de agenten van de Waterstaat. Zij reden met hun geladen bierwagens, uitgerust met smalle velgen, op de weg van Hoegaarden naar St. Michel en de wegenpolitie pikte dat niet. Maar, Weledele heren, op deze weg zijn er nog stukken die niet gekasseid zijn. Zelf hebben jullie erkend dat om 6 hectoliter bier te vervoeren op zo een slechte baan, we al verplicht waren 4 à 5 paarden in te spannen in een wagen met smalle velgen. [5][1]

Ondertussen zijn we al zover dat het gedeelte tussen Jodoigne en St. Michel weldra helemaal zal gekasseid zijn. De agenten van de Waterstaat zullen er nu zeker op staan dat dat er wagens met smalle velgen zullen over rijden. [6][2]maar zolang ook de weg tussen Hoegaarden en Jodoigne niet is afgewerkt kunnen de Hoegaardse brouwers gen wagens laten rijden met brede velgen.

Om de bierhandelaar niet te laten stilvallen volgende winter en de brouwers en de staat [7][3] veel inkomsten te laten mislopen vragen wij met aandrang dat de twee nog niet gekasseide stukken tussen Hoegaarden en Jodoigne dit jaar nog worden afgewerkt.
Dat gebeurde dan ook, want één van de voordelen van het beleid van Koning Willem I was dat hij gevoelig was voor alles wat handel en nijverheid bevorderde. Hij wou echt een welvarend land realiseren!

Het Hoegaardse bier bracht veel geld op

Het Hoegaardse bier bracht veel geld op en was toen een redder in de begrotingsnood.

Zo kunnen gaten gedicht in de begroting.

Een ander stokpaardje van Koning Willem I was zijn bekommernis om de volksontwikkeling. Daarom wou hij in de eerste plaats overal lagere scholen.
Om dat te realiseren wou hij dat elke gemeente een schoolfonds had, een kas met geld dus om te kunnen besteden aan uitbouw van school, schoollokalen, uitrusting, didactisch materiaal. Wij komen er op terug, want hier willen we het nu even over de BIER hebben. Nadat Willem I al jaren door omzendbrieven had aangedrongen op een schoolfonds, was er te Hoegaarden nog altijd geen. Er was trouwens te Hoegaarden geen eigen gemeentehuis, geen eigen school, geen eigen pastorij. Er waren wel privé scholen, maar dat is een ander verhaal.

Op 14.11.1826 zal de gemeenteraad onder leiding van de burgemeester vergaderen over de ‘Circulaire van de Gouverneur van 23.09.1826 en het daarbij gevoegd ontwerp van een reglement voor de daarstelling van een schoolfonds in de gemeenten’.
Er moet ook te Hoegaarden een schoolfonds opgericht worden tot verbetering van het lager onderwijs.

Bij de rondvraag in de zetelende gemeenteraad [8][4] komen onze burgervaders tot het besluit dat de invoering van een belasting onder de naam van ‘schooltax’ zeer moeilijk zou zijn en aanleiding zou geven tot een overvloed van klachten. Dus stelt de burgemeester voor om op de opbrengst van de accijnzen op ‘de fabricatie der Bieren in deze Gemeente’ een heffing te doen van twee en halve opcenten per gulden en zo heeft men dan op een intelligente en voordelige manier in Hoegaarden een schoolfonds. De opbrengst van de accijnzen op het Hoegaards bier (in principaal en opcenten) was in 1825 goed voor de som van 21406.62 gulden.

Meer nog, dan hebben wij niet alleen een schoolfonds met geld in kas, maar kunnen we meteen ook de wedden van de onderwijzer en de ondermeester te betalen, en hebben we nog meer dan genoeg om schoolbehoeften aan te kopen, boeken etc.

Er werd direct 800 gulden begroot voor het schoolfonds op de begroting 1827!

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]