Ga naar de inhoud

Inhoudstafel

Een nieuwe Steenweg naar Tienen.

De welvarende brouwindustrie zorgde ervoor dat Hoegaarden vanaf het tweede kwart van de 18de eeuw geld kon vrijmaken om straten te kasseien. Daarvoor was er te Hoegaarden, zoals elders op het platteland, quasi geen echte verharde bestrating. Dit betekende veel stof, maar redelijk verkeer met beladen wagens als het een droge zomer was. In de winter bij serieuze vrieskou waren de karresporen een moeilijk te omzeilen handicap en bij dooi en overvloedige regenval zakten de wagens tot hun assen in het slijk.

Tegen 1750 waren er twee straten gekasseid. De eerste was de Pastorijstraat, waar de ‘Regentie’ zichzelf bediende, maar ook de verbinding tussen de Grote Molen en de gehuchten Nerm en Aalst gemakkelijker werd. De oude ‘heerweg’, dé grote straat, nu ouden we voor de gemakkelijkheid zeggen, de Doelstraat, was de andere. Eigenlijk wou Hoegaarden maar één straat laten kasseien, om het biertransport te vergemakkelijken richting Leuven, langs de gehuchten Nerm/Aalst. Maar de heroïsche dorpsruzie over het ‘stratenplan’ maakte dat de brouwers en andere Hoegaardiers nu konden beschikken over twee degelijke wegen, zonder eerste te moten kijken naar seizoen en/of de weersomstandigheden van de laatste week.

Diezelfde rijkdom, vergaard door de ligging, de politieke gunstige omstandigheden en de drang naar profilering van een rijke elite, maakte dat de kerk moest heropgebouwd in de jaren 1750. Er moest wat gebeuren, gezien de bouwvalligheid en het lang laten verkrotten van het gebouw. En daarbij… de ‘Regentie’ slaagde erin de heren kanunniken van het kapittel, zij het ook weer na lange processen, te dwingen hun rijkelijke tienden te investeren in de bouw! Zo werd de mooie en grote Sint-Gorgoniuskerk ingehuldigd in 1759.

En dan werd er in 1771, een nieuw groot werk aangepakt, nl. de aanleg van een gekasseide steenweg naar Tienen. Ten gevolge van de zeer drukke bierhandel, was het verkeer der zwaarbeladen bierwagens zeer druk en hadden onze oude straten en wegen het erg te verduren. De afstand te verrijden op Hoegaards grondgebied was gering in vergelijking met de lange reizen die moesten ondernomen worden; waarom dan die hoge kosten? Ook hier heeft de pronkzucht en wat reclamegeest meegespeeld, zoals bij de heropbouw van de kerk al het geval was geweest; de talrijke vreemde bierhandelaars die Hoegaarden aandeden om hun waren af te halen, moesten toch een goede indruk meedragen van die bloeiende Gemeente waar de ‘Hoged’ werd gefabriceerd. Ten andere, Leuven had in 1750, zijn kanaal Leuven Mechelen aangelegd om zijn handel uit te breiden; daar kon Hoegaarden niet tegenop en zou het met wat minder stellen: een goede verbinding met Tienen, waar de grote steenweg Luik Brussel werd vervoegd. We zijn trouwens volop in de Oostenrijkse periode, waar keizerin Maria Theresia niets onverlet liet om handel en industrie te bevorderen. Ook Luik, waar wij afhankelijk van waren, stapte mee op de kar van de ‘Verlichting’.

Op 15-11-1770 werd aan de Gemeente de nodige toelating verleend om dit groot werk uit te voeren. De nieuwe bestrating zou 31.641 florijnen kosten. De graaf d’ Oultremont zou dit beginkapitaal voorschieten: het zou nadien afgelost worden door een speciale heffing op de brouwerijen en door inning van bareelgelden.

Om die Steenweg naar behoren te leggen, dienden twee bruggen gebouwd te worden: één te Groot-Overlaar en één te Klein-Overlaar.

Enorm veel zand en kassei was ook vereist: juist geteld moesten 280.248 kasseien gekapt en aangebracht worden. De “slaegers” (de steenkappers) zouden de steen wel kappen en 43 boeren van Hoegaarden zouden met hun “bottelkarren” de kasseien en de zavel wel ter plaatse brengen. Alle kasseien en 7.000 voet borduurstenen kwamen uit de steenkuilen van Overlaar en Rommersom. Er waren toen 7 steenkuilen in uitbating, groeven die toebehoorden: één aan de Gemeente en de overige aan eigenaars van Hoegaarden.

 

De 7 steengroeven die toen in uitbating waren:

      1. De steengroeve van de “gemeynteberch
      2. De steengroeve van ‘s “meyerslandt (Rommersom)
      3. De steengroeve van de Reugelstraat (straat tegenover het kasteeltje van Overlaar.
      4. De steengroeve van het land van Damsein.
      5. De steengroeve van de Oorbeekse Straat.
      6. De steengroeve van het Sweertsland (te Rommersom).
      7. De steengroeve van Orbaen en Botsonland.)

1771 – 1856 De steenweg naar Tienen en de bareelrechten

(Maurice Dodion en Wasily Pedjko)

(Procès de la chaussée) Ensuite un procès, relatif à la chaussée d’Hougaerde à Tirlemont, jugé en 1re instance à Louvain défavorablement à la commune; est modifié devant la cour d’appel de Bruxelles: le gouvernement est condamné à payer à la commune les frais de construction de la route depuis chez Michiels jusqu’aux portes de Tirlemont, et plus le prolongement jusqu’à Altenaecken. Cependant la commune reste toujours débitaire vis-à-vis de la famille D’Oultremont pour les sommes levées et affectées à la dite construction.
(Procès de l’église)
Le procès relatif à l’église avait été de même terminé en faveur d’Hougaerde dans le courant de 1855. (Van Nerum J.B., Mémoires personnels, jaar 1856)

(Uittreksel Ferrariskaart)

1 Begin van de steenweg aan de ‘Beek’
2 Rommersom
3 Groot Overlaar (Kerk) en de molen van Bellicom
4 De Tiensepoort

Porte de Hougaerde (Hoegaardse poort),luidt de bijgeschreven tekst
Concentratie woonsten/hoeven aan de Tiense omwalling
De stippellijn is de grens tussen Luiks en Brabants grondgebied
Bemerk ook de weiden en landpercelen binnen de omwalling van Tienen

Moerassig Hoegaarden:
Vijvers bogaarden (nu Mariadal)
Vijvers/moerasgebied aan het begin van de Stoopkensstraat
Vierkant binnen Tiensestraat, Ourystraat en Vroente één moerassige weide
(de straatnamen klonken wel anders in de 18de eeuw)

In een volgend nummer proberen we de zgn. villaretkaart te presenteren, gemaakt door Franse ingenieurs-geografen 1745-1748, toen er nog geen sprake was van de steenweg!

(Het proces betreffende de steenweg)
Vervolgens werd het proces over de steenweg van Hoegaarden naar Tienen, dat ten nadele van onze gemeente was uitgesproken te Leuven, veranderd bij uitspraak van het Hof van Beroep te Brussel : de staat is veroordeeld tot het betalen van de constructiekosten van de weg, van aan Michiels tot aan de poorten van Tienen. Ondertussen blijft de gemeente in het krijt staan bij de familie d’ Oultremont voor de lening die aangegaan werd voor de aanleg van de steenweg
(Het proces betreffende de kerk). Het proces over de kerk is op dezelfde manier gunstig afgelopen voor Hoegaarden in de loop van 1855)

Eens de steenweg klaar, werden er boompjes naast geplant, die kwamen uit de eigen kwekerijen van de gemeente.

En dan, om beschadiging en misbruik allerhande te voorkomen werd er een reglement opgesteld. De boompjes werden als eens afgekapt of beschadigd. Het malse gras dat weelderig langs de kanten groeide was verlokkelijk voor de kleine kolenboertjes; sommige lieden wilden die ellendige bareelgelden niet betalen en zochten er aan te ontsnappen. Het werd broodnodig dat de Gemeente de puntjes eens op de i zette en een wegreglement opstelde.

de “conditiën wegens de Steenwegen”.

Degene die het bareelgeld weigeren te betalen of het zoeken te ontwijken met langs omwegen te gaan, zullen een boete betalen van 20 gulden.

Men zal geen bomen of zware balken over de steenweg mogen slepen (“slijpen”) op straffe van confiscatie ervan.

De voerlieden mogen hun karren niet zwaarder beladen dan 4.000 pond tijdens de zomer en 2.500 pond des winters, op straffe van 10 gulden.

Het is eenieder verboden aan de Steenwegen “die gemaeckt sijn tot commoditeit van het publiek ende tot voordeel van de commercie” enige schade aan te brengen: jonge bomen of plantsoen af te kappen, uit te trekken, af te rijden: of de doornen die er rond gestrengeld zijn tot “bevrijdenisse” weg te nemen; of enkel maar in de boompjes kappen om ze te doen verdrogen. Het is insgelijks verboden de “grubben ofte riolen” aan de steenweg aangelegd, toe te stoppen. Dit alles wordt gestraft met 20 gulden voor de 1ste overtreding, het dubbel voor de 2de overtreding en “arbitralijck” voor de 3de

Het is verboden varkens, koeien, schapen en andere “bestialen” te hoeden op de steenweg of langs de kanten, evenals wissen en takken van de bomen te snijden. Straf: 10 gulden. Het is verboden de paalstenen uit te doen, te verzetten ofte beschadigen; hout, mest en andere “vuiligheid” te laten liggen “op de bedde van de Steenwegh” voor hunne huizen, leem en zavel te delven uit de kanten. Boete: 10 gulden.

Het is verboden de opgestelde hindernissen (barelen) open te breken, of er door te gaan. Boete: 25 gulden.

Alle voerlieden die bevonden worden de steenweg te “costoyeren” (langs rijden), of daar nevens te voeren een ½ mijl ver, zullen onmiddellijk mogen gearresteerd worden.

Opdat niemand hierover onwetendheid zou kunnen voorwenden, werden deze verordeningen in openbare vergaderingen voorgelezen en werden ze “gepubliceert in de duytsche tale” [1] en ter griffie van het gemeentehuis gelegd ter inzage van het publiek.

De Steenweg naar Altenaken.

Een twintigtal jaren later, werd ook de Steenweg naar Altenaken verlengd. Met de nieuwe steenweg Hoegaarden-Tienen had men een goede verbinding met Leuven, Brussel en het noorden van Brabant en Limburg; de baan naar het land van Luik over Outgaarden en Goetsenhoven was even belangrijk. Langs daar reikten de grenzen van Hoegaarden maar tot aan de brug van Altenaken; tot daar heeft men dan een nieuwe bestrating gelegd.

Men heeft zich al eens afgevraagd hoe het komt dat de steenweg Tienen-Geldenaken-Namen in Hoegaarden zo’n grote zwenking maakt in plaats van rechtdoor te lopen langs de Tommestraat.
Dat is heel eenvoudig: Men heeft geprofiteerd van de al bestaande wegen die Hoegaarden had aangelegd. Onder het bewind van Napoleon, in 1810, werd besloten de steenweg van Leuven op Namen te verbinden met Tienen. Vanaf Thorembais les Béguines, op de Naamse Steenweg, zocht men dan aansluiting met Tienen over Jodoigne, Zétrud-Lumay en Hoegaarden. Vanaf Lumay liep de normale weg over de Gete en dan langs de Tommestraat naar het centrum van Hoegaarden. Vermits echter de Hoegaardiers een goede steenweg hadden aangelegd tot Altenaken en dat men langs die kant, sneller en voordeliger een al aangelegde steenweg kon bereiken, heeft men de slijkerige Tommestraat links laten liggen en de verbinding langs Altenaken gemaakt. Trouwens niet alleen de Tommestraat, mar heel het centrum van Hoegaarden lag in moerassig gebied, wat verkeer, eker na lange regenval en bij dooi quasi onmogelijk maakte als men er door moest met zwaar geladen bierkarren.

Door die nieuwe grote verbindingsbaan Tienen-Namen, werden de twee door Hoegaarden zelf aangelegde steenwegen nu staatswegen; dat zal later nog een staartje krijgen en Hoegaarden zal zich doen vergoeden.

Door het octrooi van 18 mei 1771 had Hoegaarden van de prinsbisschop toestemming gekregen om de steenweg van Hoegaarden aan de beek op de Tiensestraat tot aan de poorten van Tienen aan te leggen.
Om de renten op de aangegane leningen te kunnen te kunnen voldoen en mettertijd het kapitaal af te lossen werden er barelen geplaatst, bareelrechten aanbesteed aan een pachter, en een tarief opgesteld en geheven:

Maar zoals hierboven al aangeduid zal met de komst van de Fransen ook de steenweg ‘genationaliseerd’ worden, in naam van de vrijheid de barelen afgeschaft en ….zal Hoegaarden na veel dispuut en advocaterij uiteindelijk de lening kunnen afschuiven op de staat (gemeenschap), zie verder waar wij het hebben over het dagboek van Dokter Van Nerum, jaar 1856

Het tarief dat werd goedgekeurd door Luik eind 1772 [2]
Voor 100  lammeren, schapen of varkens (minder, naar verhouding)12 sous 2 liards [3]
Voor elk kalf of varken aan een touw of op de schouders gedragen 2 liards
Grote dieren als koeien, ossen, (on)beladen paarden of rijpaard 1 sous
Landbouwwagens bespannen met één paard en met kolen, hout of andere producten van dien aard geladen 3 sous
met twee paarden4 sous
Marskramers of handelswagens bespannen met één paard bespannen3 sous
met twee paarden4 sous
met drie paarden7 sous
met 4 paarden11 sous
meer paarden inspannen is ten strengste verboden ! 
wagens bespannen met twee paarden 4 sous
met drie paarden5 sous
met 4 paarden6 sous
met 5 paarden8 sous
met 6 paarden10 sous

 

Koetsen, gelijkaardige wagens, diligences (goed geveerde postkoets voor personenvervoer) bespannen met 2 paarden 4 sous
met drie paarden6 sous
met 4 paarden 8 sous
met 6 paarden 12 sous

 

een cabriolet (open rijtuig) bespannen met 1 paard

3 sous

met 2 paarden4 sous

Iedereen moet betalen, ook de officieren en er moet over gewaakt worden met de gewone en buitengewone middelen dat de rechten betaald worden, maar de inwoners van de gehuchten klein en Groot-Overlaar en Beullecom mogen niet overbelast worden; zo ook moeten de inwoners van aan de Tiense poort maar de helft betalen van de rechten en de andere helft bij het binnenkomen van Hoegaarden.

Een diligence is een goed geveerde postkoets

Een kar verschilt van een wagen door het feit dat hij slechts één as met twee wielen heeft in plaats van twee assen met vier wielen zoals een wagen of een koets

 

Voorwaarden voor het gebruik van de steenweg :

Artikel 1
De landbouwers die naar hun velden gaan met hun wagens en landbouwwerktuigen, in één woord, met alles wat noodzakelijk is voor de cultuur en de oogst, moeten niet betalen, evenmin wanneer zij hun vee, van welke aard ook, naar de weiden doen om te grazen

Artikel 2
de inwoners van Groot Overlaar die nabij de Tiense Poort wonen betalen niets als ze naar Tienen gaan; maar als ze naar Hoegaarden komen moeten ze de volle pot van het voorziene tarief betalen

Artikel 3
De andere inwoners van Groot-Overlaar met inbegrip van de molenaar van Beullecom, die rond de kerk wonen zullen de helft van het tarief betalen als ze naar Tienen gaan en ook de helft als ze naar Hoegaarden gaan

Artikel 4
De vermelde inwoners, die van Hoegaarden met inbegrip van die van Rommersom zullen niets hoeven te betalen voor hun lading moutmeel naar de plaatselijke molens; wie daarmee naar Tienen gaat zal moeten betalen alsof ie koopwaar geladen heeft Als het zou gebeuren dat er zo’n grote droogte zou optreden dat de drie molens het werk niet aankunnen, wat maar zeer uitzonderlijk gebeurt, mag de bareel zonder betalen gepasseerd worden mits de pachter een toelating heeft gekregen van de burgemeester op advies van de gemeenteraad, om te Tienen of elders te laten malen

Artikel 5
Militairen en gendarmes zijn alleen vrijgesteld als ze voorzien zijn van een marsbevel

Artikel 6
De bareelrechten worden aanbesteed per jaar en toegewezen aan het laatste bod bij het uitdoven van de kaars volgens de formaliteiten en de plaatselijke gebruiken, conform aan de wet

Artikel 7
De pachter zal een waarborg in pand geven met de waarde van zijn onderneming (met bewijzen dat de goederen vrij van hypotheek zijn)
De bareel mag op de weg geplaatst worden daar waar de heffer het best geschikt acht

Artikel 8
Om fraude en dispuut te vermijden mag de burgemeester twee barelen plaatsen, één te Groot Overlaar en één te Hoegaarden en die elk uitbesteden, maar dan moet bij elke bareel de helft betaald worden van het tarief; trouwens vroeger waren er twee barelen (vanaf 1773, vóór de Franse Tijd)

Artikel 9
De pachter moet alle drie maanden één vierde betalen van de pachtprijs en storten in de kas van de gemeenteontvanger en in de kas van de ontvanger der armen

Artikel 10
De pachter mag niet meer doen betalen dan het officiële tarief

Artikel 11
Fraude en inbreuken op dit reglement zullen vervolgd worden volgens de wetgeving over de doorgangsrechten over de grote wegen

De Franse en Hollandse Tijd (1795-1814/5-1830)

Maar met de komst van de Fransen werden in naam van de vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid ook de barelen afgeschaft en kon (of wou?) Hoegaarden zijn renten op de leningen voor de steenweg niet meer betalen! Regelmatig, zoals bij de opstelling van de begroting voor het jaar 1801

Wanneer onder de Hollandse periode de situatie zo blijft (koning Willem deed er alles aan om de industrie en de handel te bevorderen), vraagt Hoegaarden regelmatig, bij de jaarlijkse opmaak van de begroting om terug een bareel te mogen plaatsen op de steenweg en tolrechten te vragen om de steeds maar verder oplopende renten te kunnen betalen op de aanzienlijke kapitaallening voor de aanleg van de steenweg naar Tienen.

Daarvoor werd het bovenvermelde tarief van 1772 in de voorstellen terug gebruikt en alleen de bedragen werden aangepast aan de veranderde tijd en uitgedrukt in de Francs en centimes van de Franse Tijd en nog niet in guldens en centen.

Tijdens het Hollandse bewind (1815-1830) zal in tegenstelling met onze noorderburen het bij ons tot 1825 duren vooraleer wij de Franse francs en centimes zullen vervangen door de Hollandse florijnen of guldens en centen

De wereldoorlog bleef leven bij onze bevolking  ..….

Op zondag 5 februari 1922 werd te Zétrud-Lumay Henri Marteau begraven om 3 uur in de namiddag, dit werd aangekondigd tijdens de misvieringen in de kerk van Hoegaarden: ‘Er wordt ook een gebed gevaagd voor Hendrik Marteau van Zittaerd-Lummen, voor ’t vaderland gesneuveld in de laatste dagen des oorlogs; heden namiddag te 3 uur begraven te Lummen’.

(Op het oorlogsmonument te Zétrud staat zijn naam, plaats en datum van overlijden)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-203-52ste-jaargang-2-2016

Bronnen en citaten[+]