Ga naar de inhoud

Alpaidis, de laatste wereldlijke gravin

van Hoegaarden (1 )[1]

Otto I :koning van Aken

Otto I werd pas op 7 augustus 935 tot koning gekroond te Aken. Hij was gehuwd met Edith, een Engelse prinses uit de familie Wessex. Hun drie kinderen waren Bruno, Otto II en een dochter Gerberga.

Gerberga zal trouwen met de latere Franse koning Lodewijk van Overzee en koningin van Frankrijk worden. Haar beschermeling was Gerbert d’Aurillac.

Otto I verdeelt zijn rijk 

Gerberga van Saksen
Gerberga koningin van Frankrijk ©nl.wikipedia.org

Otto verdeelde zijn rijk in graafschappen en hertogdommen met aan het hoofd een geestelijke (bisschop), zodat na het overlijden van de titularis het graafschap niet kon overgeërfd worden en de koning weer zelf een getrouwe kon benoemen.
Bruno en de latere Otto II kregen Godfried I, paltsgraaf van Julich en Rumigny als leraar. Hij was getrouwd met Alpaidis van Hoegaarden en ze kregen vier kinderen.

Volgens de hemelkaart 2000 is Alpaidis geboren op 12 juli 902 om 07h29

Vier kinderen

Die kinderen waren Godfried II, Arnold, Wirik en een dochter Ermelindis.

Wirik werd monnik in de abdij te Waulsort en Ermelindis kreeg Jodoigne als bruidsschat. Ze werd jong weduwe en verbleef aan het hof van Otto I als hofdame, zoals haar moeder trouwens.

Graf van Otto I te Maagdenburg - ©Wikiwand.com

Otto I verhuisde van Aken met zijn gevolg naar Keulen, waar zijn zoon Bruno aartsbisschop werd in 953. Hij was toen 28 jaar oud.
Daarna verhuisde het hof naar Maagdenburg, waar van het paleis niets meer overblijft.
Koning Otto I werd keizer gekroond te Rome op 2 februari 962, de keizertitel was bijna 40 jaar vacant geweest. Hij overleed te Menbelen op 7 mei 973 en werd in de kerk te Maagdenburg begraven.

Otto I na zijn overwinning op Berengarius II (Italiaanse adel) ©nl.wikipedia.org

(Tekening uit handschrift ca. 1200)

Bruno droeg de titel van hertog van Lotharingen. Hij verdeelde dit gebied in Boven- en Neder Lotharingen, waar hij vice-hertogen aan het hoofd stelde met toestemming van Otto.

Bij een gevecht in dienst van, nu keizer Otto I, in Noord Italië om de paus te helpen in zijn strijd tegen de Italiaanse adel, overleed Godfried I aan de pest op 27 september 964.
Zulke oorlogen brachten met zich mee dat hertogen en ander vazallen van de keizer 5 à 6 jaar onderweg waren, op veldtocht in dienst van hun heer. Godfried I werd begraven in Düren, stad waarvan na de wereldoorlog niets overbleef.

Bij leven was Godfried I van Rumigny door Otto beloond met het graafschap Henegouwen en Ardennen en wed hij vice-hertog van Neder-Lotharingen. De kinderen van Godfried en Alpaidis werden opgevoed bij Adarberon, aartsbisschop en broer van Godfried.

Later werd daar onderricht gegeven door Gerbert van Aurillac (de latere paus Sylvester II), Germanus van Reims die naderhand als kluizenaar in Hoegaarden kwam wonen en Gerard van Cambrai, kleinzoon van Alpaidis.

De twee laatsten waren advocaat en filosoof. Ze waren geheime raadsheren ook van de keizers. Naderhand zullen deze geleerden het graf terugvinden van Karel de Grote te Aken.

Na de dood van haar echtgenoot kwam Alpaidis naar Hoegaarden tot ze tot stichtingen overging en verdeling van haar bezittingen.
Ze overleed op 2 februari van het jaar 979, de feestdag van O.-L.-Vrouw Lichtmis tussen 9 en 10 uur. De graaf van Namen aasde namelijk op de bezittingen van Alpaidis.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-208-53ste-jaargang-3-2017

Bronnen en citaten[+]