Ga naar de inhoud

Een funeraire tuin

Een funeraire tuin: Planten en hun symboliek op de begraafplaats (1)[1] 

De acacia

De acacia

De acacia (Robinia pseudoacacia L.) blijft een zeldzame verschijning op begraafplaatsen.

Nochtans was de doornenkroon van Christus uit acaciadoornen samengesteld en was de acaciahouten Ark des Verbonds overtrokken met zuiver goud.

Het harde rotbestendige hout en het doorlevende groene loof staan voor eeuwigheid en onsterfelijkheid. De acaciatak als funerair symbool wordt vooral gebruikt door de Vrijmetselaars.

De acanthus

De acanthus

De acanthus (Acanthus mollis L.) heeft zijn funeraire symboolwaarde te danken aan zijn stekelige bladeren. Een Griekse beeldhouwer zou in de 5de eeuw V.C. een kapiteel ontworpen hebben naar een bos acanthus bladeren op een meisjesgraf.

De acanthus wijst ons er op dat de beproevingen van leven en dood, gesymboliseerd door de stekels van de plant, glansrijk waren te boven gekomen.

Korinthische zuilen en lijkwagens zouden ermee getooid zijn omdat architecten en overledenen de moeilijkheden eigen aan hun taak hebben overwonnen.

De aronskelk

De aronskelk

De aronskelk (Arum maculatum L.) ‘die zijn bloem omhoog naar de hemel richt’, wordt gebruikt als symbool voor Maria.

De boom (en dan vooral eik, linde, es, olijfboom, lork, berk) waarvan de wortels in de aarde dringen en de takken naar de hemel reiken, wordt universeel aanzien als een symbool van de verhoudingen tussen hemel en aarde. Het cyclische van dood en regeneratie vindt zijn weerspiegeling in het jaarlijks afsterven en heroplevend gebladerte.

In kruisvorm en gesnoeid staat de boom symbool voor het geloof in de wederopstanding; hij vormt aldus de Christelijke tegenhanger van de veeleer vrijzinnige gebroken kolom.

De gebroken kolom, vooral vrijzinnig symbool

De gebroken kolom, vooral vrijzinnig symbool

De combinatie met een gebroken keten verwijst naar Christus die met zijn dood het kwaad heeft overwonnen en de mensheid heeft bevrijd van de ketens van de erfzonde.

De buksboom

De buksboom

De buksboom (Buxus supervirens L.) werd in de oudheid toegewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Cybele of de dodengod Hades. Omwille van zijn altijdgroen gebladerte bleef hij sindsdien symbool van onsterfelijkheid. Diezelfde groene kleur, kenmerk van de godin Aphrodite, verheft de buksboom als symbool van de liefde, vruchtbaarheid en dood tot een symbool van de levenscyclus.

In Noord-Europa verving de buksboom op Palmzondag, herdenking van de Blijde intrede van Christus in Jeruzalem, de oorspronkelijke dadelpalmtak.

De ceder van Libanon

De ceder van Libanon

De ceder van Libanon (Cedrus libani), immer groen, duurzame houtsoort, hoge ouderdom en gigantische afmetingen; staat symbool voor grootsheid, voornaamheid, onbederfelijkheid en dus onsterfelijkheid.

De chrysant

De chrysant

De chrysant (Chrysanthemum spec. L.) is het embleem van het Japanse keizerlijke hof en wordt er geassocieerd met lang leven en dus onsterfelijkheid omwille van de regelmatige, straalsgewijze inplanting van de bloembladeren, een onverbloemde verwijzing naar de zon en het leven. Hun gebruik als kerkhofbloem, thans onverbrekelijk verbonden met 1 november, het tot herdenkingsdag van de overledenen gelaïciseerde Allerzielen, vindt zijn oorsprong nochtans ten vroegste vanaf 1880.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-209-53ste-jaargang-4-2017

Bronnen en citaten[+]