Ga naar de inhoud

De jaren 1637 en 1668 waren Pestjaren te Meldert

Pestjaar 1636 te Hoegaarden.(3)

(3)[1]

Over de pestepidemie van Leuven en Tienen voor de periode 1634-1636 is reeds meer gepubliceerd.
Recent verscheen er nog een werk over de pest te Leuven. “De pest te Leuven, 1634-1636: de kapucijnen en de zorg om de mens”. Voor de gemeente Meldert vinden we in het begraafboek, voor het jaar 1637, een afzonderlijke lijst, opgesteld door de pastoor, van personen die overleden waren aan deze ziekte. (A° 1637 obierunt peste ; begraafboek 1635- 1701 folio 5)

Maar voor Hoegaarden was het onduidelijk . Het begraafboek van Hoegaarden begint pas in 1647 zodat we hier geen gegevens kunnen uit halen. Echter via de rekening van borgemeester Willem Nijs voor de tweede helft van 1636 weten we dat Hoegaarden niet gespaard is gebleven van deze ziekte. Deze rekeningen beginnen op 24 juni ( Sint-Jansmis) en eindigen op 25 december van het zelfde jaar . “Vuijtgeve Willem Nijs als borg(he)m(eeste)r van(den) halve jare beginnende van Sint-Jansmisse 1636 tot kerssmisse des selfts jaers” (4)[2]

In het begin werd blijkbaar beroep gedaan op een pestmeester uit Leuven” aen den p(est)meester van die salicheijt comende sestmael van loven” maar tevens vinden we verwijzingen naar minstens 2 pestmeesters die genoemd werden met hun naam, namelijk meester Jan de Meijer en meester Pieter. Een pestmeester werd door de plaatselijke overheid aangesteld voor het verzorgen van de pestlijders ten tijde van een epidemie. In het begin is er sprake van de “salicheit” wat toch sterk doet vermoeden dat er een pestepidemie heerste . Het Woordenboek der Nederlandse taal geeft onder andere als verklaring : “opgegeven beteekenis van salicheyd, “ellende, beklagenswaardige of deerniswaardige toestand”, en “pestziekte”, zie bij salich, I, 6).”
In de besmette huizen mocht men geen vreemden huisvesten (wat een probleem gaf in deze oorlogsjaren). Zo vonden we rekeningen terug die hier naar verwijzen. “ 12 stuivers aen ienen italiander die om die salichheijt sijn huijs heeft moeten verlaten”
We vinden ook vermeldingen van diensten die aan de pestmeester werden verleend.” noch gelevert een sargie met een paer slapelaken”, “gecocht een voeder wishoudt voor den pestmeester” enz.

Tenslotte vinden op de rollen van Hoegaarden jaren 1635-1637een klacht op datum van 5 november 1636 van pestmeester Jan de Meijer.
Hierin richt hij zich tot de schepenen met zijn klacht omdat hij voor twee termijnen trouwe dienst nog geen betalingen had bekomen van de borgemeester

“Meester Jan de Meijer pestmeester aenveert van dese ghemeijnte voor twee termijnen claecht aen scepenen hoe hij qualijc betalinghe con becomen vuijt handen vanden borghem(eeste)r nietteghestaend sijnen getrouwen dienst , enz.”

Navolgend de verschillende vermeldingen in de burgemeester rekening voor tweede helft 1636

  • folio 1 v. Item gegeven 12 stuivers aen ienen italiander (5)[3] die om die salichheijt sijn huijs heeft moeten verlaten.
  • folio 2 r. Item bijden borgemeester (6)[4] noch gegeven xxiiij st(uivers) aen ienen italiander voor vier daghen dat hij sijn huijs hadde moeten verlaten om die salicheijt.
  • folio 2 v. Item gegeven eenen pattacon aen den p(est)meester van die salicheijt comende sestmael van loven ij R(insgulden) viij st(uivers).
    item noch gegeven aen m(eeste)r Jan pestm(eeste)r ix R(insgulden).
    Item voor die selve claer affgetapt in twee reijsen 90 cannen bier maeckt ix R(insgulden)
  • folio 3 r. Item gevuert 47 mitzarden voorden selven pestmeester tegen twee stuijvers den mitzarde facit iiij R(insgulden) xiiij St(uivers)
    Item voordie selve noch gelevert een sargie met een paer slapelaken daer voor v R(insgulden) iij St(uivers)
    Item noch gevuert een ame goede bier voor die selve daer voor viij R(insgulden) Item betaelt in alles aendie pestm(eeste)rs te weten Pieter LVJ R(insgulden) ij St(uivers). folio 3 v. Item getapt een vaetken groot 32 kannen biers voor Fran. Fernand als hij vuijt den borg(e)m(eeste)r huijs trock om die salighijt daer voor iij R(insgulde iiij St(uivers).
  • folio 4 r. Item een dach gevaceert naer eenen pestmeester te voet daer voor iij R(insgulden).
  • folio 6 v. Item noch gecocht een stuck biers aen Sacharias van Montenaken t’selve gevuert aen die pestm(eeste)rs tot overlaer daer voor xviij R(insgulden).
    Item gegeven aendie meester te weten meester Jan de Meijer en(de) sijnen swager voor drij termijnen van he.. dienst achtervolgens die quittancie die somme van drij hondert vijfftich rinsg(ulden)
  • folio 7 r. Item gelevert aen m(eeste)r Jan de Meijer pestm(eeste)r voor xv rinsg(ulden) houdt (7)[5] gecocht aen Adriaen Pieters xv R(insgulden).
  • folio 8 v.Item noch gecocht een voeder wishoudt voor den pestmeester daer voor betaelt vj R(insgulden).
  • folio 9 r. Item noch gecocht een stuck goedt (8)[6] bier aen Goossen van Mol, t’selve gelevert aen(den) pestmeester daer voor xviij R(insgulden).
  • folio 10 r. Item noch gecocht twee amen goedt biers aen Jacques Nijs t’selve heef gehadt den pestmeester daer voor xiiij R(insgulden) viij St(uivers).
  • folio 12 r. Item heeft den selven gegeven aen Pieter pestmeester voor eenen weerdel alsmen hen huerde in het huijs Marten van Duijck iij R(insgulden).
  • folio 13 v. Item noch gegeven de somme van vierenveertich rinsg(ulden) makende met een andere somme hondert rinsg(ulden) ende dat aenden pater van die bogarde thienen in voldoeninghe t’ gheven m(eeste)r P(iete)r den pestmeester hier moet hebben XLIIIJ R(insgulden.
    Item betaelt voor die costen van den voors(chreven) meester Pieter te huijse Sebastiaen Bollin XLVIIJ R 48 R
  • folio 15 r. item den selven noch gelevert sesse stucken biers soo tot Loven Brussel als elders ende die vaten achtergebleven ende in die rekeninghe Jan Nijs door die in sijne wed(uw)e in die salicgeijt was ergo voor die vaten x ½. R
    folio 15 v. Den selven noch gegeven aen m(eeste)r Jan de Meijer pestm(eeste)r die somme van xj R(insgulden) xij st(uivers) Nihil
  • folio 18 r. Item noch gelevert inden name als boven aen die pestmeesters voor drij rinsgulde en vier stijvers bier iij R(insgulden) iiij st(uivers).Item bijden selven gelevert aendie pestmeesters een pondt keerssen , den 15° nob(..)is daer voor viij st  Item noch gelevert aendie voors(chreven) meesters een pondt keerssen viij st(uivers).
  • folio 18 v Item bijden selven noch gelevert twee pondt keerssen aenden voors(schreven) pestmeesters daer voor xiij ½. St(uivers). Jooris Ghijs heeft gelevert voor die pestmeester in kerssen houdt ende nit t’gelijke die selve t’sijnen huijse hebben verteert alsnoch hen aenveerden ij R(insgulden) xvj st(uivers)
  • folio 21 v. Gonis vanden Brouck heeft gevaceert voor die ghemeinte vier daghen ende voorts voor sijne gaen tot thienen ende hier ontrent ten tijde vandie pestmeester ende soldaten daer voor viij R(insgulden)
  • folio 22 r. Cornelis Lambeets heeft noch gelevert ende verschoten om …. te coopen voor den pestmeester, t’selve gecocht bij Gonis van(den) Brouck de som(m)e van ix rinsg(ulden).
  • folio 22 v. Item gegeven aendie wed(uw)e Bartel de Juijper voor het gebruijck van haer huijs ende houdt bij die pestmeesters gebruijckt de som(m)e van xij R(insgulden).

Meldert 1637 Nomina eorum qui obijerunt peste

De namen van degenen die door de pest overleden zijn

Meldert werd in het midden van de 17° eeuw tweemaal geteisterd door een pestepidemie namelijk in 1637 en in 1668. Dit kunnen we afleiden uit het begraafboek van Meldert want de pastoor maakte hiervoor een aparte lijst.

We vinden tevens een status animarum of lijst van de parochianen opgemaakt na deze pestepidemies namelijk in 1639 en 1672. Mogelijks vond de pastoor het belangrijk om nog eens een lijst op te maken van zijn parochianen na deze twee rampen. In 1637 telde men meer dan 46 doden en in het jaar 1668 waren er 42 slachtoffers te betreuren. Ter vergelijking tussen de jaren 1635 en 1680 telde men gemiddeld 4.5 begrafenissen per jaar met als uitschieters 1653 met 13 begrafenissen en 1641 en 1675 zonder begrafenissen .

Meldert telde nog 57 gezinnen in 1639 volgens de status animarum en in 1672 waren er nog slechts 30 gezinnen over.
Vermoedelijk stopte de epidemie van 1668 op het einde van het jaar want we vinden een overlijden van Natalis Dockir op 25 dec 1668 die niet in deze lijst werd opgenomen . Men spreekt van een epidemie indien en ziekte in een grotere frequentie dan normaal voorkomt.

A°.1637 obierunt peste (de namen van de overledenen aan de pest, anno 1637) 

Op het kasteel:

 Paulus Sweerts

Rond de feestdag van de H. Benedictu, vroeger 21 maart tegenwoordig 11 juli:

 Cornelius van(de) Poel en zijn echtgenote Anna en 3 of 4 van hun kinderen 

Kort na Pasen (12 april 1637):

Lambert Renard, echtgenote Paschasia, 3 kinderen, en meid Hubert NN.

Op de woensdag van de Quatertemperdagen:

 Joannes de timmerman ‘(of schrijnwerker)

Kort na pinksteren (31 mei 1637):

 Catharina Du Mont en twee van haar jongste kinderen

Na sacramentsdag (2de donderdag na pinksteren = 11 juni 1637):

  • Everaerts Franciscus , Adrianus , Nicolaus , Elisabeth , Maria en ook de kleine Elisabeth
  • Joannes Del Glissiere en zijn kindje
  • Ermelindis Nollet en Henricus Nollet
  • Adilia, Joanna en Gerard Du Pont/Dupont
  • Guilielmus (Willem) Le Page overleed ten gevolge van koorts)
  • Guilielmus van(den) Bosche en zijn enige zoon
  • Maria Simon en Joannes Simon
  • Alle kinderen van Karel/Charles Bourguignon
  • Maria Notelaer
  • Henricus Goffaert en zijn echtgenote Elisabeth en hun kinderen Gertrudis, Joannes, Ermelinde
  • Franciscus Houbaije
  • Renerus van(de) Poel
  • NN. Van(den) bosch; Maria Tromli
  • Catharina del Chappelle; Anna Meulemans
  • De laatste die bezweek aan de pest ca. november, was Joannes Landewijck

Meldert 1668 Namen van de slachtoffers in 1668 

  • Ten eerste Gertrudis Neutelaers
  • E.H. Lambertus a Filia, de pastoor
  • Adrianus Persoons en zijn moeder Maria Langendonck
  • Franciscus Nullekens
  • Joannes Moos en zijn echtgenote Gertrudis Neutelaers
  • Petrus Goffaers
  • Joannes Waers
  • Elisabeteth Mariels de echtgenote van Deni
  • Maria Delsau, echtgenote van Hieronimus Everaers
  • Guilelmus de Pus/Depus, hun knecht
  • Paulus vanden Neis en echtgenote Catharina Panhuys
  • Nicolaus Neutelers et Maria Swel(len), zijn echtgenote en dochter Anna
  • Martinus vanden Bos
  • Ermelindis Delsau, echtgenote van Petrus Jade
  • Barbara Jade °30 juli 1651 dr van Petrus Jadet en Ermelindis Delsaux)
  • Maria Jade (° 5 aug 1654 dr Petrus Jaddet en Emelindis Delsaux)
  • Carolus Jade ( 15 oct 1658 zn Petrus Jaddet en Ermelindis Delsaulx)
  • Joanna Dissie, echtgenote van Guilielmus/Willem Milot
  • Maria Chapelle
  • Petronella vandenbos, weduwe
  • Godefridus Sutaer en Guilielmus Sutaer
  • Matthias Pirot
  • Henricus Nullekens en zijn zoon Hieronimus
  • Joannes Cans, de meier van Meldert
  • Renerius Cans , zoon van Joannes Cans en Anna de Bra (°3 feb 1654)
  • Barbara Neutelaers, weduwe
  • Guilhelma Faes, de echtgenote van Gerard Gilson
  • Anna Gilson, dochter van Gerard Gilson en Guilielma Faes (°19 maart 1654)
  • Anna del Piere ; Maria de Page ; Maria Dumon ; Matthias Missaert en Anna Piereton
  • Adriana Gilson en Anna Beeck haar dochter ( dochter van Beeck en Adriana Gilson)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-209-53ste-jaargang-4-2017

Bronnen en citaten[+]