Ga naar de inhoud

De crash van Canadese piloot Chadwick

De crash van Canadese piloot Chadwick
De eerste wereldoorlog herdacht

‘De 2de oktober 1916 ten 8 uren ‘s morgens is een vlieger van Toronto (Canada) met name Arnold Chadwick neergekomen te Hoxem-Cumptich op een uur afstand van Meldert; hij had bommen geworpen te Schaarbeek (Brussel) zegde hij. Daar moet ook zijn motor door een kogel getroffen geweest zijn, zodanig dat hij gedwongen was te dalen. Op een hoogte van 4 meters was hij uit zijn vliegtuig gesprongen en vluchtte dan in volle spoed naar Meldert waar hij op de pastorij aanlandde rond 9 uren ‘s morgens. Te 10 uren was de pastorij reeds omsingeld van Duitse soldaten die hem vruchtloos hebben opgezocht, zelfs met speurhonden; de vlieger werd verkleed in slechte burgerklederen en heeft zich schuil gehouden eerst op de pastorij, dan bij den Heer August Cloets, dan 20 dagen op het kasteel van Mr. de Lantsheere, waar nochtans de Kommandant der Duitsers gedurig verbleef en den 28ste oktober is hij vertrokken naar het front, vermomd in vrouwpersoon, waar hij goed is aangekomen; aan zijn geleiden vroegen de Duitse hun paspoort, maar aan den vlieger vergenoegden zij zich met te zeggen ‘Wat schoon vrouwmens!!’
Gedurende 6 maanden hebben zich op de pastorij verborgen gehouden, ten 1ste een spioen van Antwerpen met name John De Beuckeleer, die bij verstek ter dood was veroordeeld en nu bewaard is gebleven; en ten 2de een jongeling van Luik die het ‘Meldenambt’ was ontvlucht, maar jammerlijk, later de grens willende overtrekken, in de handen der Duitsers is gevallen en tot 6 maanden gevang is veroordeeld.’ (2)[1]

(Foto met dank aan Marc Fuchs)

(Foto met dank aan Marc Fuchs)

Louise Vander Velpen geeft het relaas als volgt in haar oorlogsdagboek:

‘Vorige woensdag ben ik met mama naar Brussel geweest, waar die dag een geallieerd vliegtuig op bezoek is gekomen. Ze gooiden een bom op de kazerne van Schaarbeek, maar we weten niet of de Moffen schade hebben geleden. Ze zeggen er niets over en ze verbieden de plaats van de ramp te naderen. Ongelukkiglijk zijn een tiental burgers gedood en vielen er een vijftigtal gewonden. Dit schijnt het gevolg te zijn van de schrapnels van de moffen die niet ontploft zijn in de lucht, maar ontploften op het moment dat ze de grond raakten. De Moffen hadden foute obussen mee. We zagen het vliegtuig want we zaten nog op de trein op een redelijke afstand van Brussel. Het was 8 uur ’s morgens. Het was lang geleden dat ik nog een vliegtuig had gezien, misschien is het wel het eerste vliegtuig dat ik zag dit jaar. Vandaag vloog er hier een vliegtuig over. Een beetje later heeft mama er een tweede zien overvliegen. We horen ook al enige dagen zwaar kanonnengeschut. Vooral gisteren was het gebulder zeer hevig. Het lawaai was zeker zo luid als bij de slag rond Leuven, alleen maar klonk het geluid nu anders. Nu horen we een zeer luid gebulder dat zonder ophouden voortduurt met daartussen soms nog luidere slagen, maar we horen ook dat het van zeer ver komt. Bij de gevechten rond Leuven hoorden we meer de afzonderlijke salvo’s. (maandag 02.10.1916)

Het tweede vliegtuig dat mama zag was eigenlijk het eerste dat terugkeerde. Het schijnt dat het bommen is gaan gooien op de spoorlijn in de omgeving van Landen, maar tussen Hoksem en Kumtich heeft de piloot een noodlanding moeten maken. De piepjonge Engelsman, hij was 18 à 20 jaar, heeft zich in veiligheid kunnen brengen. Al de inwoners van Hoksem die dicht bij de landingsplaats waren wilden de piloot helpen. Gelukkig zijn diegenen die de gelegenheid hebben zo een reddingsoperatie te mogen uitvoeren! (dinsdag 03.10.1916)

Vorige zondag zagen we drie vliegtuigen overvliegen. Er wordt verteld dat het die van Hoksem is die komt kijken naar de plaats van zijn noodlanding. Er wordt nogal wat gespeculeerd!

Vorige donderdag was er de tweede opeising van paarden. Deze keer hebben de moffen er veel gestolen.

Gisteren en vandaag hoorde ik de kanonnen weeral. (zaterdag 14.10.1916)

De replica op de opening van de tentoonstelling in de zaal ‘Grand Cru’ van het gemeentehuis ( 9 november 2017),

De replica op de opening van de tentoonstelling in de zaal ‘Grand Cru’ van het gemeentehuis ( 9 november 2017), met dank aan Stefan Puttemans

Of Louise Vandervelpen het over hetzelfde vliegtuig heeft als de pastoor van Meldert is onduidelijk. Zij heeft het in elk geval van horen zeggen terwijl een aantal burgers van Meldert er met de neus opzaten. Monique Hendrickx, nakomeling van de familie Cloets, weet dat de piloot Arnold Chadwick in het veld is opgevangen door haar grootvader: Hij gaf hem zijn pet en zijn jas, opdat hij minder zou opvallen. De piloot sliep nadien bij nonkel Maurice. Zij waren even oud en raakten bevriend. Chadwick gaf hem een ring en beloofde ooit terug te komen. Dat is niet gebeurd want de man stortte in 1917 neer in Het Kanaal, spoelde aan in De Panne en is begraven in Adinkerke.”

Nog meer families raakten erbij betrokken: Gustaaf Peeters, alias Staaf Juge, zocht Oscar Vandepoel op. Die was toen 28 en chauffeur op het kasteel van Meldert. Hij overlegde met zijn verloofde Stephanie Rodeyns (toen 28, kok op het kasteel). Ze verstopten de piloot in de toren van het kasteel, zeker twintig dagen. Hun relaas: “Op zekere dag kwam meneer Storms, van het kasteel van Oorbeek, langs met een plan. Toevallig of niet? ‘Oscar, gij smokkelt hem met den tram tot aan den dreef in Oorbeek.’ In vrouwenklederen, mooi geschminkt, ging Arnold samen met Oscar op de tram tot aan het kasteel in Oorbeek. Daar wachtte een man hen op, donker gekleed, met een sjaal voor zijn gezicht. Meneer Storms was met een Engelse getrouwd. Misschien was dat het begin van een vluchtroute naar Nederland? In elk geval kwam er enkele weken later via de Engelse post een bericht: De vogel in de gouden kooi is gaan vliegen.”

Wat uitleg

De modellen hier bij de opbouw van de tentoonstelling met bouwer Guido van RCF-CNC,  de site voor de bigscale bouwer; en Noël Verlaers van Hoegaards Erfgoed

De Sopwith 1 1/2 Strutter is een Engels jachtvliegtuig uit de eerste wereldoorlog. Het maakte zijn eerste vlucht in december 1915 en het werd in april 1916 in dienst genomen. Het werd ook als bombardementsvliegtuig gebruikt.

Er zijn er in totaal een kleine 6.000 van gebouwd. Er waren twee bemanningsleden aan boord in de versie ‘bombardementsvliegtuig (1 piloot en 1 observator) met als bewapening een interne én een externe mitrailleuse, en 4 bommen van elk 25 kg.; in de jachtversie was alleen de piloot aan boord en hij beschikte over een externe mitrailleuse. Leeg woog het toestel 570 kg., uitgerust met de bewapening 975 kg. De maximumsnelheid bedroeg 164 km/h en de actieradius was 565 km.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-209-53ste-jaargang-4-2017

Bronnen en citaten[+]