Ga naar de inhoud

Wat maakt het Hoegaards bier zo superieur !

Het geheim van het Hoegaardse witbier uitgeklaard! De opmerkingen van de Hoegaardse brouwers aan Koning Willem I en aan de Tweede Kamer van de Staten generaal in Den Haag in 1829

Periode van de feodaliteit

In de periode van de feodaliteit hebben de belangrijkste domeinen een brouwerij vanaf de negende eeuw.

De eigenaars, de grondheren, waren de inrichters van die brouwondernemingen en gezien het kapitaal dat zij er hadden ingestoken werd er een proportionele winst verlangd.

Het gebruik van de domaniale brouwerij was verplicht, mits het betalen van het gebruiksrecht. De eerste taks was het gruitrecht. De gruit is een samenstelling van een reeks aromatische kruiden, waaronder in hoofdzaak de zaden van de gagel, een in het wild groeiende moerasheester Mirtus of gale.

Door de toevoeging van deze kruiden kreeg het brouwsel meer pit en smaak. Op de houdbaarheid van het bier had de gruit geen invloed, daarvoor zal er moeten gewacht worden op de hop. Maar met dit gruit zien we voor het eerst Hoegaarden op de voorgrond treden. In 1156 levert de Luikse bisschop een confirmatiebrief af aan de abdij van Vlierbeek waarin staat dat de abdij gruit mag gaan halen in verschillende dorpen waaronder Scora (het moerassige gehucht Schoor, met in die tijd ridders en een burcht, molen en grote vijver) en Hugardesrode (Hoegaarden).

De ‘vina Hugardica’,

Vooraleer Hoegaarden bekend was om zijn bier, was het de ‘vina Hugardica’, alias ‘de hougaerder’ één van de beste witte landwijnen

De Leuvense stadsrekeningen vermelden de invoer van Hoegaardse wijn vanaf 1420. Voor het jaar 1478 beliep die invoer 141 amen of ongeveer 20.000 liter. Schepen met wijn van Hoegaarden varen nog in het midden van de 16de eeuw vanuit Leuven en Mechelen de rivieren af naar Antwerpen en Bergen-op-Zoom.

Tussen 1509 en 1571 wordt te Leuven van 0,1tot 2,9 liter Hoegaardse wijn gedronken per hoofd van de bevolking op een totaal verbruik aan landwijnen varierend tussen 6,8 en 11,55 liter. In 1575/76 zou de inwoner van Diest zelfs 6,5 liter Hoegaardse landwijn drinken op een totaal verbruik van 6,5 liter! Ook al kost de Hoegaardse wijn 20 florijnen per aam in het begin van de 17de eeuw, de productie is sinds het laatste kwart van de 16de eeuw fel verminderd. In 1582 wordt melding gemaakt van 52 percelen lant voertijts wijngaert. Deze zes bunder en drie dagmalen vertegenwoordigen meer dan de helft van de nog bestaande wijngaarden. 

De vina Hugardica, alias de hougaerder, zoals hij in de documenten afwisselend wordt genoemd was van betere kwalitiet dan de courante zerpe, rinse landwijn, dankzij rijping op de zonnige zuidelijke hellingen en het geschikte micro-klimaat. Het was een van de beste witte landwijnen. De abdij van Averbode betrok haar wijn uit Testelt én Hoegaarden naast Franse wijn en een voorraad uit het Rijnland. Er wordt te Leuven in 1507 ook rode Hoegaardse wijn gedronken.

Inleiding over de gegeerdheid van het Hoegaardse witbier

Vanaf de 16° eeuw leert archiefonderzoek en literatuur ons dat het Hoegaardse wit tarwebier qua bekendheid en smaak niet moest onderdoen voor biersteden als Leuven en Brussel of Antwerpen, in tegendeel!

Antwerpen heft een zeer hoge taks op de Hoegaard omdat de kwaliteit veel beter is dan de plaatselijke en andere bieren. Alleen de Engelse en Duitse bieren zijn van nog betere kwaliteit in die periode. In 1513 worden 600 amen Hoegaards bier geleverd te Leuven en in 1542 drinken de Antwerpenaars 12.983 amen bier uit Hoegaarden en Zoutleeuw.

De handtekeningen van de opdrachtgevende brouwers

‘Het schoon dorp Hougarden daer seer goedt bier ghebrouwen wordt grootelyck vermaert ende alle dese landen door verbreydt ende gedroncken als eenen uytnemenden goeden dranck [1]

De grondstoffen: tarwe, gerst, haver, hop, water, hout, alles was ter plaatse aanwezig. De vruchtbare leemgrond, de overtalrijke bronnen, de ‘Houtmarkt’… Wat maakte dan dat de ‘Hougaert’ zo gegeerd was? [2]

Dat de ‘Vrijheid Hoegaarden’ een Luikse enclave was binnen Brabant bracht belastingvoordeel bij en bevorderde ongetwijfeld de smokkel; maar prijsconcurrentie alleen kan geen argument zijn om in de 18° eeuw het Hoegaards bier te schenken als een exquise specialteit op uitzonderlijke banketten aan het prins bisschoppelijke hof te Luik zoals volgend voorbeeld van een menu aantoont. [3]

Mémoire de ce qu’il faut mectre pour couvrir la table lorsqu’on vacque à preuves d’un seigneur Eschevin porveu : [4]

  • premier à hault de bout un plat de touttes sortes de rosty
  • item, une grande tarte barbanoisse
  • item, un jambon avec deux langues de boeuff, qui font trois grands plats item, quatre plats de succade
  • item, quatre porte assiete de sucre blanc garnis
  • item, deux porte assiete d’anchoix
  • item, deux porte assiete de salade au deux bout de la table
  • item, du vin rouge, blanc et deux bouteille de vin de secq
  • item, de la HOUGARD et de la bierre
  • item, des pains raspez et deux pains de froument
  • item, des chandelles
  • item, des verds à vin et à la bierre avec quatre grands verds

Wat we nog wisten of dachten te weten over het brouwen van het Hoegaards bier

Een ambtenaar van de Staten van Brabant heeft een document nagelaten van 14 november 1762 waarin misschien een gedetailleerde omschrijving van het Hoegaardse bier staat beschreven. Misschien, omdat de ambtenaar zijn beschrijving heeft laten voorafgaan door de volgende zinsnede: ‘Ik stuur u de manier van brouwen van Hoegaards bier, zonder dat men mij heeft verzekerd dat het exact zo gebeurt.’ [5]

1 Lodovico Guicciardini/Lowijs Guicciardijn (Firenze 1521-Antwerpen 1589, Beschrijvinghe van alle de Nederlanden, 1581/1612
2 De juiste samenstelling van het Hoegaardse witbier is tot nu in geen enkele archivalische bron weergevonden
3 Martine Wuyts, Het is maar een Hougaerde. Een sociaal-economisch onderzoek naar de bierindustrie van Hoegaarden in de 18de eeuw, Verhandeling KULeuven – Geschiedenis, 1992-1993
G. Lacambre, Traité complet … :’Het bier van Hoegaarden is meer pikant, scherper en minder mollig, zachter dan het Leuvense, te wijten aan het geringer gebruik van tarwe en het groter havergehalte; wellicht hebben aromatische kruiden en het soort brouwwater ook bijgedragen tot de specificiteit van beide’
4 De etiketteregels voor het feestbanket bij de aanstelling van een nieuwe schepen te Luik (in volgend nummer komt de omzetting in hedendaags Nederlands)

En dan vinden we de bedenkingen van een aantal Hoegaardse brouwers, eind 1829

Zij richten een schrijven op 28 november 1829 aan Koning Willem I, Koning der Nederlanden, etc. om hun opmerkingen over de wet op de accijnzen op de bieren te formuleren. De Hoegaardse brouwers hebben bedenkingen bij enkele artikels van het wetsvoorstel over de bieraccijnzen, vooral betreffend de artikels 19 en 23 die het brouwen van het ‘hougaerdsch Bier’, la bière connue sous la dénomination de la Hougaerde’ in de toekomst zullen onmogelijk maken.

De prachtig gerestaureerde roerkuip van de brouwerij Cipers (eigendom Rik Cipers)

De prachtig gerestaureerde roerkuip van de brouwerij Cipers (eigendom Rik Cipers)
 C.M. = Cuve Matière; V.C. = Vaisseau Collecteur

De minimuminhoud van de roerkuip moet volgens art. 9 twintig vaten zijn; binnen vier jaar zal dat een problemen scheppen voor enige Hoegaardse brouwerijen omdat door het verplicht vergroten van de roerkuip ook alle andere brouwgereedschappen zullen moeten vergroot worden. ‘En alzoo, onder de gebouwen der brouwerijen welkers roerkuipen beneden de 20 vaten zijn, er zich bevinden die niet zullen toelaten die veranderingen te doen, er uit zal volgen dat de Brouwers, welke de zaak betrekkelijk is, verpligt zullen zijn van nieuwe brouwerijen te doen oprigten, of hunnen stiel te staken. Deze beschikkingen schijnen ons een beletsel te zijn voor wijnig bemiddelde persoonen om voordeel uit hunne niverheid te kunnen trekken, om brouwers te worden, en eene mededinging in dien handel bij te brengen.

Identificatieplaat uit brouwerij Loriers (gewezen verzameling A. Guilluy)

Uit de brouwerij van Oscar Van Hagendoren (voormalige verzameling A. Guilluy), die brouwde tot 1925, waarna zijn installatie werd overgenomen door Loriers

Het Art. 23/2 van gezegd voorwerp luid als volgt: ‘allen de bijvoeging in den ketel, tijdens de koking van het Bier, zal gestraft worden met eenen boete van 200 guldens. Het hougaerdsch bier word gekookt in eenen ketel bij middel van twee kokingen (6). Voor eerst word den ketel gevuld op 200 a 250 kannen na bij.’

5 Martine Wuytsn p. 19: Staten van Brabant, car. 428, dat. 14 nov. 1762
6 ‘La bière d’hougaerde est cuite dans une seule chaudière au moyen de deux ébullitions’

De eerste koking voortkomend van de 1° en 2° aftreksels van het beslag, word geklaard in den ketel zelf met er bij te voegen, als hij in koking is, een deel van het nat voortkomend van het 3° aftreksel.

Het Art. 19, laatste paragraaf, schrijft voor: ‘het is verboden van weg te nemen het draf of overblijfsel van meel, uit de meel ketel of klarings kuip, het zij in ’t geheel of ten deele, gedurende de werken in gemelde vaten op wat voorwendsel het zoude kunnen zijn.’

En dat kan nu eenmaal niet bij het brouwen van de ‘Hoegaard’, want:

Tijdens de 2° koking van het bier bestaande uit het overblijfsel van het 3° aftreksel in warm water, als ook uit het koud nat getrokken uit het eerste aftreksel, moet het draf uit de Roerkuip weggenomen en in eene andere kuip gesteld worden, om den loosen bodem van de roerkuip te kunnen zuiveren en op te nemen het witagtig slijk die zich daar geplaatst heeft, het welk zoodanig nadeelig is aan de bewaring van het bier dat de nalating dezer werkzaamheid het Bier op den tijd van vier en twintig uren zou doen gisten en zuur worden. Naar dat den loosen bodem van de Roerkuip gezuivert is, word het draf daar terug ingedaan, en om het Bier der tweede koking te klaren word het zelve op het draf in de roerkuip gegoten.

Het is dus klaarblijkend, Sire, dat om het Hougaerdsch Bier te maken, het noodig is, om den ketel te mogen bij laden of alimenteren en het draf uit de roerkuip te nemen; indien dit vermogen aan de Brouwers van Hougaerden niet toegelaten word, is het hun onmogelijk blijven te brouwen, en hunnen handel zal geheel vernietigd zijn. Eene lange ondervinding en verscheide onvrugtbare pogingen hebben bewesen dat men alhier het oud gebruik van brouwen niet kan veranderen, zonder aan het bier te doen verliezen den aangenamen smaak welken het zelve van andere witte bieren doet onderscheiden, welke het doet zoeken en neêring bijbrengt.

Ter ondersteuning van het gene hier boven gezegd is, aanroepen wij hier, Sire, de verklaringen van de beambten der administratie welke dikwils tegenwoordig zijn geweest aan allen de werkzaamheden welke vóór het brouwen van Hougaerdsch Bier vereischt worden. De wijze van Brouwen te Hougaerden is zoondanig verschillig aan de gene elders gevolgt, dat Mijnheer Vanhamme, in den tijd inspecteur der accijnsen voor het District Leuven, eindelijk overtuigt zijnde dat de bepalingen der wet van 2 Augusty 1822, betrekkelijk het bier brouwen, niet konden gevolgt worden in het Brouwen van het Hougaerdsch Bier, noodig geoordeeld heeft van te matigen en te veranderen de verklaring welke de Brouwers moeten doen voor ider brouwsel, gelijk zulks bewesen is door de hiernevens gaande copy sub n° 1° van zijnen brief in dato 10 7ber 1825, en van het nieuw Model van declaratie daar aan gevoegd.

Het nefaste gevolg van de accijnsverhoging op onze ‘nationale drank’

Wij vermeenen, Sire, aan uwe Majesteit te mogen onderwerpen onze eerbiedige opmerkingen over het voorwerp van verhooging van den accijns op de Bieren. In 1829 van den 1 January tot 25 9ber heeft men slechts 760 Brouwsels bier gemaakt, terwijl in 1828, gedurende den zelven tijd, men gemaakt heeft 859 brouwsels, gelijk het blijkt uit de verklaring van den ontvanger hier bijgevoegd sub n° 2°.
Wij hebben redenen om te gelooven dat de verhooging van den accijns nog zal verminderen de vertiering van dezen Nationalen drank, en gevolgendlijk het product van den accijns op de Bieren.

Onze brouwerijen dag én nacht open laten staan kan niet

‘Wij vermeenen ons ook te mogen beklagen over de beschikking die draagt dat als wanneer de Brouwerijen, volgens de verklaringen der Brouwers, in werking zullen zijn, zij gehouden zijn van de zelve zoodanig open te houden, dat de ambtenaren daar binnen kunnen komen zonder het minste beletzel, zoo bij nagt als bij dag. Deze beschikking kan onze zekerheid gedurende den nagt in gevaar stellen, en den toegang geven in onze Brouwerijen aan kwaadwillige persoonen, welke onze bieren zouden kunnen bederven met in de kuipen schadelijke zelfstandigheden te werpen. Wij verlangen dat de woorden in werking alleenlijk betrekking zijn aan den tijd dat men bezig is met het bier te Brouwen, zonder daar in te begrijpen den genen noodig voor het tonnen, andersints zouden onze brouwerijen dikwils drie dagen en drie nagten moeten open blijven, alhoewel wij in eenen dag eindigen met het brouwen. De Brouwers van hougaerden vermeenen des te meer eenen gunstige beschikking daar omtrent te mogen inroepen dat er in deze gemeente nog nooit eene sluiting in het brouwen plaats gehad heeft.
Dus geheel betrouwende op de vaderlijke bezorgdheid Uwer Majesteit voor het welzijn onzer brouwerijen, hebben wij de eer van, te zijn met alle mogelijke eerbiedigheid van Uwe Majesteit,
Sire
De ootmoedigste en Onderdanigste Dienaers.’

De brouwzaal Tomsin

In de brouwzaal Tomsin herkennen wij van. links naar rechts:
Louis Tomsin, “Mil Koekel” met koperen emmer, Henri Finoulst (met een moutstok of roerriek), Pierre Celis (met de stuikmand), Jef Homblé (met moutstok ook) De roerkuip of ‘Cuve Matières’ in het midden van de afbeelding met iedereen errond! Hier werd de uitzonderlijke en superieure kwaliteit van het Hoegaardse witbier gebrouwen

In de periode van het Hollandse bewind werd de officiële correspondentie met de Vertegenwoordigers in Den Haag meestal in het Frans gevoerd; wij laten de bewuste passage over wat het Hoegaards bier superieur maakt volgen in de Franse tekst van de brief, de versie die naar Den Haag werd gestuurd

Uittreksel uit de officieel verstuurde tekst

L’article 23/2 du susdit projet porte ‘toute alimentation de la chaudière, pendant l’ébullition de la Bière, sera punie d’une amende de 200 florins.’

La bière d’Hougaerde [7] est cuite dans une seule chaudière au moyen de deux ébullitions. On ne remplit d’abord la chaudière qu’à 200 ou 250 litrons8 près.
On clarifie dans la chaudière même la première ébullition, provenant de la 1° et de la 2° trempe, en alimentant la dite chaudière du liquide provenant de la 3° trempe. Il est dit à l’art. 19, dernier paragraphe : ‘il est défendu d’ôter le mare ou le résidu de la farine de la cuve matière, de la chaudière à farine ou cuve de clarification, soit en tout, soit en partie, pendant les travaux dans les dits vaisseaux, sous quelque prétexte que ce puisse être.’
Pendant la 2° ébullition de la bière qui contient le restant de la 3° trempe à l’eau chaude, ainsi que le liquide qui a été extrait de la 1° trempe à l’eau froide, il faut ôter la drêche de la cuve matière, et la déposer dans la cuve guilloire, pour pouvoir nettoyer le faux fond de la dite cuve matière, en ôter la matière blanchâtre qui s’y est déposée et qui est tellement nuisible à la conservation de la bière qui si l’on négligeait cet opération, elle ferait fermenter et aigrir la bière en vingt quatre heures. Après que le faux fond de la cuve matière est nettoyé, on y remet la drêche, et on y transvase la bière de la susdite seconde ébullition pour la clarifier sur la drêche.
Il est donc évident, Nobles et Puissants Seigneurs, que pour fabriquer la hougaerde il est nécessaire de pouvoir alimenter la chaudière et ôter la drèche de la cuve matière. Si cette faculté venait à être interdite aux Brasseurs d’Hougaerde, il leur deviendrait impossible de continuer de brasser, et leur commerce serait totalement anéanti.
Une longue expérience et plusieurs tentatives infructueuses ont démontré qu’on ne peut pas ici changer l’ancien usage de brasser, et qu’en y faisant des changements, on fait perdre à la bière le goût agréable qui la distingue des autres bières blanches, qui la fait rechercher et lui donner du débit.

La manière de brasser à Hougaerde est tellement différente de celle suivie ailleurs, que Monsieur Vanhamme, dans le temps inspecteur des accises pour le District de Louvain, étant enfin convaincu que les dispositions de la loi du 2 Août 1822, … ne pouvaient être observées dans celle de la Bière d’Hougaerde, ….’

De ondertekenaars in 1829 waren de volgende 16 Hoegaardse brouwers:

J. Dumont, H. Vannerum9, Paillet, H. Hans, H. Falla, J.B. Van Nerum, H. Homble, H. Stockmans, J.B. Fourie, Vandenbempt W., B. Homblé, S. Nijs, Vanhagendoren, H. Vandermolen, S. Coenegras en G. Decoster

Identificatieplaat uit brouwerij Loriers (gewezen verzameling A. Guilluy)
Links de roerkuip van de eerste brouwerij
Celis (1966) op de Vroente
(nu overgebracht naar Celis – VSA)
9
Hieronder de brouwerij op een bierviltje
getekend door Hubert-Charles Mannaerts
voor Pieter Celis (1986), helemaal
vooraan de roerkuip

 

Op 17 december 1765 wordt de inhoud van ketels en kuipen van alle Hoegaardse brouwerijen geregistreerd.

Er worden niet minder dan 39 brouwerijen gemeten, het grootste aantal dat Hoegaarden ooit gehad heeft. Wij geven dan ook, omgezet in liters de capaciteit van deze brouwerijen. Naast de eigenaar van de brouwerij plaatsen wij telkens de ketelinhoud en de inhoud van de kuip.

Eigenaar  KetelinhoudKuipinhoud
1 JanssensGuilliam Janssens900 liter2250 liter
2 DelgréJacobus Delgré1000 liter1150 liter
 3 E.H. Pastoor van Overlaar 750 liter1150 liter
4 Vandermolen Nicolaas Van der Molen950 liter2400 liter
5 Dumont Everard du Mont1150 liter2700 liter
6 Vandermolen Wed Bernaert Van der Molen1575 liter3000 liter
 7 DumontJan Baptist Dumont1950 liter4000 liter
8 VanexJan Baptist Van Ex den Jongen2000 liter4075 liter
9 Servaes Nijs 1925 liter4300 liter
10 Jacobus Philippus Cypers 1875 liters4250 liter
11 Sieur Hendrick Coenegras 1725 liter3900 liter
12 Weduwe Hendrick Nijs 1250 liter3225 liter
13 Weduwe Marcelis Geerts 2500 liter4800 liter
14 Weduwe Jan Doutremont 2100 liter4375 liter
 15 Weduwe Louis Doutremont 1400 liter2150 liter
16 Peeter Calu 1500 liter2825 liter
17 Bernaert Prinsmel 1425 liter2200 liter
18 Bartholomeus Bukens 2275 liter4125 liter
19 Jan Baptist Van Ex den ouden 2225 liter3775 liter
20 Jacobus Doutremont 2775 liter4425 liter
21 Sieur Servaes Sweerts, secretaris, 1950 liter3850 liter
22 Sieur Hendrick Struys 2500 liter4425 liter
23 Weduwe Carolus Van Nerum 3325 liter5450 liter
24 Francis Van Autgaerden 2075 liter3825 liter
25 Sieur Hubertus Sweerts 2975 liter4750 liter
26 Sieur Anthoen Collaert, meyer 2700 liter5550 liter
27 Anthoen Stockmans 2000 liter4000 liter
28 Peeter Taverniers 1550 liter3100 liter
29 Jouf. die wed Jan Francis Schepers 2150 liter2700 liter
30 Francis Labours 1275 liter3100 liter
31 Jouf. die weduwe Croes 1825 liter2750 liter
32 Gilbert Tossyn 1775 liter2975 liter
33 Sieur Jacobus Nijs 2275 liter3925 liter
34 Anthoen Loos 1725 liter2325 liter
35 Lamber Dems 1050 liter1525 liter
36 Sieur Servaes Sweerts,  secretaris (in Bost)2025 liter2875 liter
37 Servaes Van Haegendoren 925 liter1950 liter
 38 Christiaen Groetaers 725 liter1800 liter
39 Sieur Hendrick Struys (in Hauthem)1700 liter2800 liter

 

Tot aan de Franse Revolutie zal het aantal brouwsels ook alle records breken

16 Brouwers ondertekenen een akte in 1654 

16 Brouwers, allen ingezetenen van Hoegaarden ondertekenen een akte in 1654

Op 24 november 1654 geven volgende 16 brouwers in hun eigen naam en in naam van alle andere Hoegaardse brouwers aan Mr. Vincent Renson opdracht om te Brussel bij de Staten van Brabant te gaan onderhandelen in verband met een uitgeschreven taks op hun bieruitvoer.

Jan van Lammens, Hendrick van Herbergen, Jan van Aerschot, mr Hendrick Mertens, Lambrecht Duijnhoven, Jan (.van) Molen, Joachim Kenis, Hendrick Schoolmeesters, Lambrecht Le Becq (Lebegge), Merten Taverniers, Adriaen Bauterle, Daniel Bormans, Willem Bietens, Anthone Stockmans, Willem Nijs en Jan Bousmans

De handtekeningen van de opdrachtgevende brouwers
i b = Jan Bousmans; + = H. Van Herberghen; + = Jan Van Lammens

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-210-54ste-jaargang-1-2018