Ga naar de inhoud

Hoegaards dagboek 

Zeven oktober 1918

Maandag 07.10.1918: Duitsland heeft een nota aan president Wilson overhandigd door bemiddeling van Zwitserland, om een wapenstilstand te land, ter zee en in de lucht te vragen. Zij aanvaarden het veertien punten plan van Wilson. Oostenrijk-Hongarije doet hetzelfde. De nieuwe Duitse kanselier is voor de hervorming van de Rijksdag. Iedereen hier loopt over van geluk, het is alsof de vrede al gesloten is!!

Laten we hopen dat de geallieerden willen onderhandelen, anders zal dat hier nogal een ontgoocheling worden. Het is bijna zoals bij het begin van de oorlog, mensen troepen samen, maar nu zijn ze gelukkig en toen waren ze verbijsterd. Zelf denk ik ook dat we vrede zullen hebben voor het jaar uit is, enkele weken vroeger of later zullen de dikte van de koe niet maken. Ik geloof dat weldra ook de prijzen van de koopwaren zullen kelderen. 

Twaalf oktober 1918

Zaterdag 12.10.1918: Vandaag trekken er vluchtelingen door Hoegaarden, ze zijn op weg van Jodoigne naar Tienen. Enkele dagen geleden heeft Wilson antwoord gegeven aan de Duitsers. Hij vraagt bevestiging op verschillende punten en de bezette landen moeten ontruimd zijn voor er een wapenstilstand kan komen en nu zijn het de Moffen die aan zet zijn. De bezette landen ontruimen, dat is voor hen niet mals! Hier bij ons wisselen hoop en vrees af.

Negentien oktober 1918

Zaterdag 19.10.1918: Er is nog geen vrede. Wilson weigert vrede te sluiten met Wilhelm; er moet een nieuwe regering gevormd worden in Duitsland. De geallieerden winnen sprongsgewijs terrein, Lille, Roubaix, Tourcoing, Oostende, Roeselare, Menen, enz. zijn heroverd. Sinds een week passeren er elke dag bijna 2.000 vluchtelingen, allemaal van de kanten van Douai en Cambrai. Ze doen deze reis in etappes, te voet of per kar.
De juffrouwen van de Melkdruppel, en voor deze gelegenheid hebben we allemaal de Franse en de Belgische kleuren opgespeld. [7][1]

Ze zijn allemaal heel content koffie te krijgen en ook omdat ze hun kleuren zien. Ze verblijven te Jodoigne en vandaar gaan ze naar Tienen, waar ze ook blijven logeren. Van Tienen trekken ze naar Sint-Truiden. Alle sociale klassen en leeftijden zijn vertegenwoordigd. Vandaag zijn er zelfs mannen tussen 17 en 55 jaar gepasseerd, geëvacueerd uit Doornik, Antoing, enz.

Gisteren in de namiddag hebben de zusters van het klooster bevel gekregen Mariadal zo vlug mogelijk te ontruimen. Sinds gisteren zijn de leerlingen aan het inpakken en vertrekken; de zusters hebben gevraagd om te mogen blijven! Hoe zal dat aflopen?
Sinds vorige maandag zijn de Moffen hun ronde aan het doen om wol op te halen. Maandag, dinsdag en woensdag deden ze: de Grote Plaats, de Koffiestraat, de Pastorijstraat, de Doelstraat, de Tiensestraat, de Stoopkenssstraat; bij ons thuis zijn ze nog niet geweest en het toppunt is nu dat ze woensdag overal waar ze wol gevonden hadden, gaan zeggen zijn dat die wol niet moest geleverd worden. Maar de dagen dat ze gezocht hebben, moeten ze zich goed geamuseerd hebben; dat zal ik op een andere dag vertellen! Als ik er goesting voor heb.

Zevenentwintig oktober 1918

Zondag 27.10.1918: Dinsdagavond hebben de zusters, naar het schijnt, bevel gekregen om het klooster te verlaten. Maar ze blijven toch. Zij hebben overschot van gelijk. Sinds maandag zijn de Moffen bezig met het klooster vol te stoppen met hun bagage en meubels.

Woensdag kwamen er te Hoegaarden ongeveer 500 Moffen toe, en de volgende dagen kwamen er nog altijd bij, wij hebben er sinds gisteren drie te logeren. Twee Moffen waren naar de kamers komen kijken en omdat er twee vrij waren wilden ze er vier plaatsten, toen ze weggingen was het voor 2, die een uur later toekwamen. Zodra ze buiten waren zijn we begonnen met de mooie meubels te verhuizen, en inplaats van te kunnen slapen in een ‘schöne Zimmer’ hebben ze een doodgewone kamer gekregen; een ressort zonder matras, geen dekens, zij hebben tenslotte zelf dekens. Er is zo een lange bij dat hij telkens moet bukken om in zijn kamer te gaan, het is een acteur van een Munchens theater.

De geëvacueerde Fransen trekken nog elke dag voorbij.
Vandaag heeft men in de kerk de namen van de 13 overledenen van deze week uitgehangen, en er zijn nog zoveel zieke mensen dat de dodenlijst nog niet zal kunnen afgesloten worden. Het is de epidemie, nu op het einde van de oorlog [8][2]

Eén november 1918

Vrijdag 01.11.1918: Twee van onze Moffen zijn vertrokken, zij waren hier te goed gelogeerd. Jules is de 21ste ontslagen uit de gevangenis; gisteren is hij in de loop van de namiddag te Hoegaarden toegekomen. Ik heb de indruk dat alle Moffen vertrekken. Ik heb deze morgen regimenten zien over de Grote Plaats trekken. De epidemie blijft woeden.”

Vier november 1918

Maandag 04.11.1918 : Nu moeten wij verschillende Moffen-soldaten logeren, ze zijn in het magazijn ondergebracht. Bij hun aankomst hebben ze zich eerst gewassen, dan zijn ze naar het appèl gegaan en nu zijn ze bezig hun matras te maken.

Elke dag komen er colonnes Moffen voorbij, ze nemen de richting van Tienen en Goetsenhoven. We ontvingen vandaag een brief van Emile [9][3] (Vander Velpen, broer van Louise), gedateerd op 8 oktober; de brief is langs Zwitserland gekomen. Er wordt verteld dat de geallieerden harde vredesvoorwaarden hebben gesteld. Gisteren was er hevig kanongebulder.

Emile Vander Velpen en Irma Tomsin (ca. 1930)

Acht november 1918

Vrijdag 08.11.1918: Alle dagen horen wij geweersalvo’s, machinegeweervuur en vandaag ook nog kanongebulder dichtbij. Het zijn de kleine Moffen die hier in garnizoen zijn en die zich oefenen. Er zijn vandaag ook nogal wat vliegtuigen overgevlogen. Parlementsleden van de Moffen zijn aan het westelijk front. Ik denk dat wij hier binnen enkele dagen ons leger hier gaan zien als overwinnaar.
‘Baardje’ (sic) is hier nog altijd ingekwartierd. Gisterenavond zei hij dat hij vandaag moest vertrekken, maar zijn compagnie heeft tegenbevel gekregen. Morgen zal het twee weken zijn dat hij hier is en omdat wij zijn naam niet kennen hebben we hem de bijnaam ‘Baardje’ gegeven omwille van zijn sterk geprononceerde kin.Acht

Tien november 1918

Zondag 10.11.1918: Onze Mof is op zijn Duits vertrokken. Hij heeft hier twee weken gelogeerd, natuurlijk waren wij niet extreem vriendelijk, maar wij zijn toch altijd beleefd geweest en hij heeft toch zijn kamer gehad, bed zonder matras, maar hij had onderdak, en die kleine diensten die hij vroeg hebben we toch ingewilligd, t.t.z. hij heeft dekens gekregen, soms warm water en we hebben hem elke avond binnen gelaten. Alles bijeen was dat niet veel, maar genoeg voor een beschaafd man om te danken; maar ja, een Mof is niet beschaafd, hij is alleen maar ‘kulture’ (sic). Hij is dus op zijn Mofs vertrokken, zonder trommels of trompetten, zonder afscheid of bedanking. Vaarwel dus! Georg Solinger! We zullen je vuile troep opkuisen en je brieven verbranden.

Vliegtuigen hebben gisteren Tienen en Leuven gebombardeerd, de bommen zijn op huizen gevallen in plaats van op het station. 

Onze kleine Beieren zijn ook weg. Ik zeg kleine, niet uit vriendelijkheid, maar omdat zij de indruk geven van geen 18 jaar oud te zijn en zij waren inderdaad klein van stuk. Ze zijn direct vervangen door anderen, het was maar een inkwartieringswissel.

Twaalf november 1918

Dinsdag 12.11.1918: Tienen en Leuven zijn op zondagavond nog eens gebombardeerd. Ik denk dat er deze keer veel schade is toegebracht aan de spoorweg. Gisteren had ik in de voormiddag een kleine Belgische vlag aan een struik op de koer vastgemaakt naast een Engelse en een Franse vlag, en wanneer onze Moffen arriveerden hebben ze gelachen, maar een beetje later hadden ze zelf Beierse vlaggen gemaakt en ook een rode vlag met in een hoek de Beierse kleuren (van de republiek), en om ons in verlegenheid te brengen hadden ze een Turkse vlag op onze struik geplaatst, maar ik heb hen die teruggebracht en ik heb op hun deur een Pruisische geplakt. Toen ze de Pruisische vlag zagen hebben ze haar direct afgetrokken en verscheurd.

In de namiddag is ‘Jef de garde’ (sic) in onze straat gepasseerd en hij zei dat Tienen helemaal bevlagd was, de wapenstilstandsvoorwaarden waren ondertekend. Enkele minuten later hoorde ik op de straat zeggen dat bij Goidts de Belgische vlag uithing, een beetje later zijn we op de Grote Plaats gaan kijken, heel de Koffiestraat was bevlagd, op de Grote Plaats hingen ook al wat vlaggen uit en dan zagen we dat bij Haubourdin de vlag werd uitgestoken en dan bij onderpastoor Van Eynde, op het gemeentehuis, bij Nijs, zo werd het ene huis na het andere bevlagd. Wat is dat toch prachtig! Zo aan de huizen onze kleuren zien wapperen terwijl de Moffen er nog zijn. Een beetje later begon de ‘dikke’ klok te luiden en tegen de avond wapperde de vlag aan de kerk. We zijn heel het dorp rondgewandeld met een brede tricolore strik. Wat ziet ons dorp er opgewekt uit met overal die waaiende vlaggen; de Moffen zelf zijn ook content dat ze terug naar hun land mogen en al glimlachend kijken ze naar onze kleuren.

Deze morgen zijn er al meer dan dertig vliegtuigen overgevlogen. Ik heb er tien tegelijk gezien. Gisterenavond heb ik geen bombardement meer gehoord, geen voorbijrijdende treinen, de wapenstilstand is er dus. Binnen de twee weken moeten België en Frankrijk geëvacueerd zijn.
Deze morgen zijn ‘zij’ nog komen kijken om een plaats te krijgen. De twee kamers die al bezet geweest zijn zullen terug bezet worden.
Deze namiddag is er uitverkoop. De Moffen verkopen heel hun hebben en houden, dekens, jassen, maskers, scharen, enz. enz.

Dertien november 1918

Woensdag 13.11.1918: Nu zijn we goed af! De Pruisen hebben ons 4 kamers afgepakt. Ze zijn meester in heel ons huis, we hebben schoon onze wil op te dringen, er is niets aan te doen. Hun ordonnansen moeten in een plaats op het gelijkvloers logeren. Er staan hier twee paarden die ze onderweg van een burger hebben afgenomen, deze wou wegvluchten met zijn paarden, hij heeft het tweemaal geprobeerd, maar is er niet in gelukt; de Moffen hadden het in het snuitje. [10][4]. Heel onze koer staat vol karren. Het is nogal wat! Gelukkig zal het niet voor lang zijn. Tegen de 25ste van deze maand moeten ze België verlaten hebben.

De dagen volgen mekaar op, maar het is steeds wat anders. Nu zijn ze bezig met munitie op te blazen. Wat een lawaai! Iedereen heeft zijn vlaggen terug moeten binnenhalen. Het schijnt dat onze dierbare kleuren tot oproer aanzetten.

Veertien november 1918

Donderdag 14.11.1918: Deze morgen zijn de Pruisen en de Beieren vertrokken. De goede Beieren hebben als souvenir van hun eerlijkheid deze nacht een jonge haan en twee pullen gedood en opgesmuld. Ze waren al weg toen we hun diefstal ontdekten. Na hun vertrek was heel ons huis, de koer, de gebouwen die bezet zijn geweest, in een lamentabele toestand. Alles is vuil en stinkt! Heel de voormiddag hebben we gekuist, en nog ruiken wij overal de Mof. Hoe rumoerig de dag van gisteren ook was, zo kalm is het vandaag. De Moffen zijn deze morgen zeer vroeg vertrokken en heel de dag hebben we er geen enkele gezien of gehoord. Het is de 1ste dag dat wij volledig vrij zijn sinds de 26ste oktober.

Vijfien november 1918

Vrijdag 15.10.1918: Vandaag ben ik naar het werk van de Melkdruppel geweest. Rond 11u30 kwam de burgemeester binnen met een veertigtal Engelsen. We hebben hen voorzien van soep en daarna kregen ze een koek met een biefstuk. Het was plezierig.
Deze namiddag hebben we een deel van de wol en een partij koper uit de schuilplaatsen gehaald. Er wordt verteld dat morgen alle Moffen moeten weg zijn uit Brussel en dat volgende dinsdag onze koning zijn blijde intrede zal doen.

Zestien november 1918

Zaterdag: 16.11.1918 Er logeren nu twee Engelsen bij ons, het zijn krijgsgevangenen die bevrijd zijn. Ze zijn allebei Londenaars. Het is nog al een verschil Engelsen op logies te hebben in de plaats van Moffen. Het is eraan te zien dat het vrienden zijn!
Er passeren nog weinig Moffen, we kunnen besluiten dat hun doortocht zo goed als gedaan is. 12

Tweeëntwintig november 1918

Vrijdag 22.11.1918: Verleden zondag zijn we naar het pensionaat geweest. Er waren daar nogal veel Engelsen en verschillende van het dorp waren er op bezoek. Het was hartverwarmend van hen te zien zitten rond de kachel. Er was een Schot bij in een rokje; wat is dat grappig. Ze hebben muziek gemaakt, ze zongen. ’s Avonds zijn we naar huis gebracht door een aantal Engelsen.
Maandag was een rustige dag, maar dinsdag zijn er meer Duitsers doorgetrokken dan ooit. Wij zijn op straat gaan kijken naar de aftocht van het overwonnen leger, het zal de laatste keer zijn dat wij Moffen te zien zullen krijgen. Twee groepen speelden muziek en hier en daar werd er gezongen, maar er waren er zeer veel die geen geweer meer hadden, maar een wandelstok, om gemakkelijker te kunnen stappen, wat een vreemd zicht was. Ze liepen niet meer in de pas. Veel zagen er afgemat uit. Maar de rode vlaggen waarmee hun wagens de vorige dagen waren versierd, die heb ik niet meer gezien.

De revolutie is nochtans niet afgelopen in Duitsland. Keizer, koningen en prinsen, ze zijn allen moeten vluchten. Woensdagmorgen zijn de laatste Duitse troepen voorbijgekomen en de laatste twee zijn een beetje na de middag voorbijgekomen. Die dag heb ik er geen enkele gezien.
Th. Br. was bij hem thuis tegen de avond. Er waren berichten over redelijk veel soldaten van Hoegaarden. Hij zei dat onze Emile te Brussel was. Vanaf deze dag is er begonnen met de huizen te versieren, triomfbogen op te trekken, enz. want elke dag worden de Belgische of de geallieerde troepen verwacht. Veel huizen zijn mooi
versierd, maar andere ogen belachelijk, maar uiteindelijk tonen de mensen hun goede wil, als ze geen stof of papier in de juiste kleuren konden vinden, is dat niet hun fout. Het schijnt dat Tienen zo prachtig versierd is.

Wij hebben deze week hard gewerkt, we hebben onze matrassen terug in orde gebracht, en daarna ons salon, een groot deel van het koper is bovengehaald; zo kunnen we veel beter onze soldaten verwelkomen, als ze zouden komen logeren in Hoegaarden. Zij zullen goed gelogeerd zijn, het zal nogal wat anders zijn dan voor de Moffen.
Morgenvroeg zullen we de huisgevel versieren. Ik heb een chronogram gemaakt. Gabrielle heeft vlaggen gemaakt.
Gisteren werden in Tienen de huizen van de activisten en van diegenen die tijdens de oorlog voor de Moffen hebben gewerkt geplunderd. Er wordt verteld dat vandaag Hoegaarden aan de beurt is!

De wijn- en sigarenhandel lag in de Doelstraat, links van de ‘Cerkel’, nu appartementen .

De indruk die ik nu over die oorlogsjaren heb is precies alsof het een kwade droom was; ik heb de indruk dat het dagdagelijkse leven nu verdergaat waar het voor de oorlog was blijven stilstaan. En die vier jaren schijnen als een ver verleden van een simpel slecht moment. Is het omdat toen niets natuurlijk leek? Ik weet het niet. Heel die tijd deed het onrecht zich voor bij daglicht; men ging walgen van het leven, van de mensen en de dingen. Gelukkig komen met de vrede ook de mooie dingen terug, of nog beter gezegd, die komen terug met onze soldaten en onze regering. Daar is noch hier, noch in Tienen al een regiment toegekomen en nochtans ziet men overal al Belgische soldaten; het zijn militairen die tamelijk kort bij huis gelegen zijn en van één of soms twee dagen profiteren om even dag te gaan zeggen thuis. Wanneer zullen wij Emile terugzien? We kijken er allemaal erg naar uit.
De prijzen van de levensmiddelen gaan in dalende lijn, het vlees wordt aan 4.5 of 6 F per kilo verkocht. En al de rest volgt de dalende trend. Weldra zijn we echt in vredestijd en zal het leven ongeveer hernemen zoals voor de oorlog. Ik zal dus weldra mijn dagboek kunnen afsluiten.

Bij Vander velpen: derde van links is maria Theyskens, dochter van Evrard en Anastasia Vander Velpen; zij zal trouwen met Louis Goids

Drieentwintig november 1918

Zaterdag 23.11.1918: Vandaag logeren we twee Fransen. Veertien dagen geleden waren het nog Moffen en verleden zaterdag Engelsen, vandaag Fransen, wat zal de volgende zaterdag ons brengen? Even voor het middaguur zijn Franse regimenten te Hoegaarden toegekomen. Wat een enthousiasme toen we de eersten zagen toekwamen. De ganse namiddag hebben wij er aan besteed. Er zijn er die hier 2 of 3 dagen zullen blijven. Deze voormiddag hebben we de gevel van ons huis versierd.

Vijventwintig november 1918

Maandag 25.11.1918: Al de Fransen die te Hoegaarden logeerden zijn nogal vlug vertrokken deze morgen. Het schijnt dat de Moffen Luik niet willen ontruimen en dat ze de huizen plunderen en vernielen. Vandaag nochtans moest België ontruimd zijn. De dappere Fransen moeten nog maar eens ter hulp snellen. Gisteren is de mis van 10 uur gezongen door de Franse militairen, het was de Franse aalmoezenier die celebreerde en een mooi sermoen hield. De officieren zaten in het koorgestoelte. Het was een emotioneel, imposant en mooi gebeuren.

Gisteren in de namiddag zijn we naar Tienen geweest, de stad is mooi bevlagd. We hebben er veel Belgen zien passeren per fiets of wandelend met hun familie. Zij hebben permissie.
Deze morgen zijn de Engelsen die hier nog waren moeten vertrekken.

Zesentwintig november 1918

Dinsdag 26.11.1918: Vandaag zijn Louis Loriers en Jules Gilis [11][5],waarvan men zei dat hij overleden was, teruggekeerd. Belgische regimenten zijn vandaag door Tienen getrokken, maar in Hoegaarden was alles rustig.

Negentwintig november 1918

Vrijdag 29.11.1918: Wij hebben Franse regimenten zien doortrekken. Nogal wat Fransen logeren vandaag te Hoegaarden. Henri Lodewijckx is vandaag teruggekomen en nu gaat hij terug vertrekken naar Duitsland. Van Emile hebben we nog geen nieuws. De broer van Saphyr is overleden. Emile Rosier zal volgende zondag op verlof komen. En zo komen onze soldaten de ene na de andere weer thuis. We mogen weer dichtgeplakte brieven versturen en we moeten er maar 10 ct meer opplakken. De laatste weken hadden de Moffen de taks op de brieven opgetrokken tot 20 ct.

Dertig november 1918

Zaterdag 30.11.1918: Albert Lodewijckx en Paul Goidts zijn vanaf vandaag voor een week in verlof. Deze morgen kwamen er nog Franse troepen voorbij. Zij hadden veel bootjes bij en ze hadden ook veel muilezels.

Vijf december 1918

Donderdag 05.12.1918: Emile is gisteren om zes uur kwart s’ avonds thuisgekomen! Maria was hier sinds eergisteren namiddag tot gisteren morgen. Anna was sinds zondag hier en is eergisteren morgen (dinsdag) vertrokken. Moest Emile sinds zondag terug thuis zijn, dan zou hij al heel de familie gezien hebben.

Negen december 1918

Maandag 09.12.1918: Franse troepen hebben een concert gespeeld op de kiosk, gisteren in de namiddag. Er was een massa volk. Het was bijna zoals met de kermis.

Elf december 1918

Woensdag 11.12.1918: Emile is vertrokken. Hélène, die sinds zaterdagavond hier was is sinds dinsdag in de voormiddag vertrokken. Elise is sinds vrijdag bij ons geweest tot vandaag.
De Franse troepen die sinds vrijdag hier zijn blijven nog. Sinds dan hebben we een twintigtal soldaten en een onderofficier. Het is veel aangenamer onderdak te geven aan Fransen dan aan Moffen, maar er zijn toch wel ongemakken aan. Wij kunnen onmogelijk nog naar het t… gaan. [12][6] Gisterenavond zijn we naar een goede Franse zanger gaan luisteren bij tante J.

Zeventien december 1918

Dinsdag 17.12.1918: De manschappen van het 159ste Alpin. 3me Cie, 1ère section, die een week bij ons gelogeerd hebben zijn deze middag vertrokken. Het is één bataljon van het 159ste dat van Hoegaarden vertrokken is naar Tienen. Onze officier, onderluitenant Jos. Chatard van Hennes en zijn ordonnans Jean Malet van Biarritz zijn ook vertrokken. Er zijn dus bij ons geen Fransen meer.

Achtien december 1918

Woensdag 18.12.1918: Onze Fransen zijn nog maar juist vertrokken of er zijn al anderen bij ons, en nu zijn het deugnieten. Niet verwonderlijk, want het zijn de gestraften; het oude hoofdkwartier dient nu als politiekantoor. Op de straat staat een schildwacht en op de koer aan de deur van het magazijn staat er een tweede

Twintig december 1918

Vrijdag 20.12.1918: De koning heeft zijn triomfantelijke intocht in Tienen gehouden samen met prins Leopold. We zijn gaan kijken. Het weer was niet schitterend en dat was spijtig. De koning zelf heeft verschillende Franse officieren en verschillende Belgische soldaten gedecoreerd. Na het defilé van de Franse en de Belgische troepen was er een receptie op het stadhuis en toen de koning terug in zijn auto was gestapt liep iedereen er naartoe om hem een hand te geven.

Tweeëntig december 1918

Zondag 22.12.1918: Hier bij ons is de gevangenis, maar dat is nogal een gevangenis! De gevangenen lopen bijna altijd op straat, ondanks de schildwacht, maar die gaat soms mee naar café, ofwel is één van de schildwachten of zijn ze allebei in de gevangenis terwijl de gevangenen op wandel zijn.
Het bataljon van het 159ste is naar Hoegaarden teruggekeerd en onze onderofficier is zijn oud logement terug komen opeisen.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Bronnen en citaten[+]