Ga naar de inhoud

1919: Einde Hoegaards dagboek (Louise Vander Velpen) en de Canadezen te Hoegaarden 

Vrijdag 15.11.1918. Deze namiddag hebben we een deel van de wol en een partij koper uit de schuilplaatsen gehaald. Er wordt verteld dat morgen alle Moffen moeten weg zijn uit Brussel en dat volgende dinsdag onze koning zijn blijde intrede zal doen. ( wel de 22ste te Brussel, wat later dan het gerucht, … of ‘fake news’?) 

Vrijdag 20.12.1918: De koning heeft zijn triomfantelijke intocht in Tienen gehouden samen met prins Leopold. We zijn gaan kijken. Het weer was niet schitterend en dat was spijtig (dagboek Louise Vander Velpen)

Zondag 05.01.1918: Op twee januari zijn de Franse troepen uit Hoegaarden vertrokken.

Zondag 23.02.1919: Sinds de zesde van deze maand is een Canadese transportcompagnie, de ‘Canadian Engineering M.T.Coy’ te Hoegaarden gelegerd. Wij hadden een sergeant en een sergeant-majoor [footnote]2 ingekwartierd bij de familie Vander Velpen, huidige H. Dotremonttraat 6[/footnote]; de sergeant is na een week vertrokken naar Branchon tegen Ramillies en vorige vrijdag is onze sergeant-majoor Alex Greig van Winipeg ook weggegaan, hij verblijft nog altijd in Hoegaarden, maar hij heeft ten huize Nijs de kamer van de zijn adjudant genomen, die met permissie vertrokken is. Als ze nog hier zijn wanneer de adjudant terug is, zal hij terug bij ons komen logeren. Ik voeg erbij: ‘Pet êt, pe’t êt’ pas’ [footnote]Sic, ‘misschien, misschien ook niet’[/footnote], zoals zij zich uitdrukken. Al die Canadezen zijn eigenaardige types, men zou beweren dat zij maar half beschaafd zijn. Wat het ‘savoir vivre’ aangaat verschillen zij als dag en nacht met de Fransen. En of het officieren of soldaten zijn, ze zijn allemaal hetzelfde op dat vlak. Bij Loriers maken ze het eten klaar voor de officieren, de kapitein gaat aan het venster kijken terwijl ze bij Loriers aan het eten zijn. De officier die bij Goidts logeert [footnote] Doelstraat, wijnhandel Goidts; was getrouwd met een Vander Velpen; nu appartementen Huon[/footnote] blijft tot 3 uur ’s nachts weg zonder verwittigen en dan komt hij binnen langs het raam of zoals enige dagen geleden, dan hadden ze een ruit ingeslagen. De sergeant-majoor die wij de eerste dag hadden zei papa en mama en ons sprak hij aan met onze naam. Twee keer heeft hij een tolk meegebracht uit de Verenigde Staten, die heel zijn jeugd in het college en de universiteit had doorgebracht, hij is ingenieur; voor de oorlog was hij vier jaar in Frankrijk en meer dan een jaar in België en toch heeft hij nog altijd die ongemanierdheid van de Amerikaan. Maar het meest waren we verbaasd over hun opvatting over de familie. Ze trekken allemaal zeer jong het huis uit en vragen nooit meer naar hun broers en zussen en zelfs niet meer naar hun ouders.

Terwijl de Canadezen hier waren hebben wij ook tweemaal Fransen gelogeerd.

The six of …no 10 / Soldats canadiens 1919 (uit de verzameling Lodewijckx)

Maandag 12.05.1919: Sinds de 2de mei zijn de Canadezen vertrokken. Sinds die dag is het eindelijk rustig te Hoegaarden.

Dinsdag 27.05.1919: De soldaten die in verlof zijn hebben vorige zaterdag bevel gekregen om hun regiment te vervoegen. De studenten milicien moeten hun eenheid morgen (woensdag) vervoegen. Gaat de oorlog herbeginnen?

De 28ste juni is de vrede getekend. Binnenkort zullen al onze militairen terug thuis zijn! Met deze grote overwinning van de geallieerden sluit ik mijn dagboek af.

Emile [footnote]5 Bedoeld wordt Emile Rosier, die het diploma behaalde in handels- en consulaire wetenschappen aan de Leuvense universiteit en als diplomaat o.a. ambassadeur zal worden in Washington[/footnote] heeft zijn diploma van licentiaat behaald op 29 juli. De andere neven zijn gedemobiliseerd op 14 ‘St’. [footnote]14 september[/footnote]

Souvenir of some happy days in Hougaerde

s/sgt Donis Johnny

Hoegaerde Belgium, March, 7th, 1919.

Dear Florence,
This is a view of the main square with the band stand and the church at the top of
the street. We have a parade every morning on this square. It’s an awful place, dear, will tell you later of it.

Yours Alex

Dokter Jules Lodewijckx (Hoeg. 1862) en Clemence Vanhagendoren (Hoeg. 1866) Met vermoedelijk dochter Louise (Hoeg. 1898) en meid Josephine Hobin (ZL 1897)

Muziekuitvoering op de kiosk

Achteraan rechts : ‘A la Métropole Café Billard (appartementen Bams nu)

Staand: (Links naar rechts): Ida Caroyer – Irma Ausloos – Emma Dotremont – Julia Ausloos – Raymond Ausloos

Zittend: Arthur Haer (Canadees soldaat) – Achille Ausloos – Elisa Ausloos – Robinson(Canadees soldaat)

‘Arrivée’ van de koers (voor beroepsrenners) aan de Cerkel op de Doelstraat (kermis – september – jaar???)

Achtereenvolgens: Café A. De Vos, Zaal en Café de Cerkel, beenhouwerij Gilis en Wijn- en sigarenhandel Goidts (nu appartementen Huon)

Over Sint-Gorgonius en onze Sint-Gorgoniuskerk in de Feestbundel Jaak Ockeley (2018) [footnote] Jelle Lisson, Heer Sulpitius, ontferm u over ons. Zuid-Hageland (8ste-13de eeuw), – Feestbundel Jaak Ockeley, Uitgave Koninklijke Heemkring Ascania, Asse, 2018, p. 584-93.[/footnote]

Sinds de viering van 250 jaar nieuwe kerk is er heel wat onderzoek gebeurd over de heilige Gorgonius enerzijds en de positie van Hoegaarden als Luiks bezit. Vanaf het volgend nummer zullen we daarover berichten, nu de aandacht hierop is getrokken in verband met de heilige Sulpitius en Zoutleeuw.

Jelle Lisson poneert onder meer het volgende:
‘Het bisdom Luik vormde samen met de bisdommen Metz, Toul en Verdun een intellectuele eenheid, in die zin dat er onder de elite een drukke uitwisseling bestond van kennis en personen. Ook op politiek vlak waren de gebieden verenigd, als deel van het keizerrijk der Ottonen. Een extra argument voor deze hypothese is de ontstaansgeschiedenis van de kerk ter ere van Sint-Gorgonius te Hoegaarden op 15 km van Zoutleeuw en 20 van Sint-Truiden. De cultus van Gorgonius werd volgens de Vita Chrodegangi episcopi Mettensis gestimuleerd door bisschop Chrodegang van Metz [footnote]8 G.H. Pertz, Monumentae Germaniae Historica, Scriptores, 10, Hannover, 1853, 552-572[/footnote]. In 765 liet Chrodegang het lichaam van Sint-Gorgonius overbrengen naar de abdij van Gorze, in de buurt van Metz zelf, vanwaar de cultus zich verder zou verspreiden. Het heiligenleven werd omstreeks het midden van de tiende eeuw geschreven door een monnik in de abdij van Gorze [footnote]9 Goullet, M., e.a., Sources hagiographiques de l’histoire de Gorze (X° siècle): Vie de Saint Cjrodegang, Panégyrique et Miracles de saint Gorgon, Parijs, 2010; Jacobsen, P.C., Miracula s. Gorgonii. Studien und texte zur Gorgonius-Verehrung im 10. Jahrhundert, – Monumenta Germaniae Historica-Studien und Texte 46, Hannover, 2009[/footnote], het lijkt dus waarschijnlijk dat de Hoegaardse Sint Gorgoniuskerk werd opgericht onder invloed van de bisschoppen van Metz vóórdat deze tekst verscheen. Ook deze kerk zou uiteindelijk geïncorporeerd worden door de bisschoppen van Luik.
Volgens een inscriptie in de kerk van het Luikse Sint-Pauluskapittel – waar de Sint Gorgoniuskerk volgens latere bronnen afhankelijk van was – verbouwde een zeker gravin Alpaidis van Hoegaarden haar castrum tot een kerk. Diezelfde Alpaidis zou in 987 ook het graafschap Brunengeruuz aan de bisschoppen van Luik hebben geschonken, waar Hoegaarden en dus de kerk deel van uitmaakten. [footnote] Despy, G., Franchises urbaines et rurales: les ducs de Brabant et l’ancien comté de Brugeron aux XIIe et XIIIe siècles, – J.M. Duvosquel en E. Thoen, red., Peasants & townsmen i medieval Europe. Studia in honorem Adriaan Verhulst, gent, 1995, 631-650.[/footnote] Volgens de Luikse traditie werd de Sint-Gorgoniuskerk dus gesticht door Alpaidis, alweer een spoor om de link met Metz te verdoezelen.’

Meer dan stof genoeg om te bestuderen, onze kerk en Gorgonius te ere!

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-213-54ste-jaargang-4-2018