Ga naar de inhoud

De bisschoppen van Luik 

Wat te denken over deze Luikse prinsbisschop die tenslotte ook heerste over Hoegaarden? en wat over de nauwkeurigheid van auteurs?

‘De Bisschop van Luik Hendrik van Gelre, een broer van de Gelderse Graaf Otto die de bijnaam van „de Paardevoet” had, was een merkwaardig, om niet te zeggen hoogst merkwaardig man.

Het bisdom Luik vertegenwoordigde in de tijd van deze Hendrik — dat was in de tweede helft van de dertiende eeuw — ook een belangrijke staatkundige macht, want het was een zelfstandig prinsbisdom waarvan de oppervlakte aanzienlijk groter was dan het tegenwoordige bisdom. Deze samenkoppeling van het wereldlijk en geestelijk gezag had noodlottige gevolgen. Het prinsbisdom, dat een begerenswaardige bondgenoot in de machtsstrijd uit die dagen was, was doorlopend in beroering door politieke intriges. En de prins-bisschoppen die het bestuurden, waren dikwijls meer werelds gezagdrager dan geestelijk herder en gedroegen zich allesbehalve als een bisschop.

Hendrik van Gelre maakte het echter meer dan bont. De kanunniken van het bisdom, die blijkbaar reeds enig denkbeeld hadden wat hun te wachten stond als deze Gelderse gravenzoon hun bisschop werd, hadden lang geaarzeld met hun keuze. Maar Hendrik had machtige vrienden, onder andere de roomse koning Willem II van Holland, de enige graaf uit het Hollandse Huis die kandidaat-keizer van het Heilige Roomse Rijk is geweest. En na een aantal woelige kapittelvergaderingen werd hij op 10 oktober 1247 toch tot bisschop van Luik gekozen….

Het voorgevoel had de kanunniken niet bedrogen. Hendriks bestuur van het bisdom werd een dictatuur van willekeur en zijn persoonlijke levenswijze werd een publiek schandaal. Desondanks heeft hij zich nog zevenentwintig jaar weten te handhaven, tot hij in 1274 op het Concilie van Lyon door de Paus van de bisschoppelijke waardigheid vervallen werd verklaard. 

Hendrik was gedwongen Luik te verlaten, maar hij zette de strijd tegen de Luikenaren voort. Gebrandmerkt door de pauselijke banvloek leefde hij verder het leven van een adellijke vagebond. Hij wist op een nacht zijn opvolger op de bisschopszetel, bisschop Jean d’Enghien te ontvoeren. De volgende morgen werd deze bisschop stervende aangetroffen bij de poort van een klooster bij het dorpje Hoegaarden, ten zuiden van Tienen in de Kempen [1]

De Luikse edelen zwoeren wraak. En op een van zijn strooptochten in het Luikse werd Hendrik in de omgeving van Franchimont, ten noorden van Spa, overrompeld en vermoord. Zijn stoffelijk overschot werd begraven in het bos te Montfort bij Roermond. Het is later, nadat de pauselijke banvloek was opgeheven, in de Roermondse Munsterkerk, waar het praalgraf van de ouders van Hendrik van Gelre was, bijgezet. Toen de grafelijke graftombe tijdens de kerkrestauratie in 1876 geopend werd, werd daarin een schedel aangetroffen met aan de achterkant een gat, dat volgens het onderzoek door deskundigen tijdens ‘t leven ontstaan moet zijn door een slag of stoot met een hard voorwerp. Aangenomen wordt nu, dat dit de schedel van de tragische prins bisschop Hendrik van Gelre is geweest.

Er zou geen aanleiding bestaan om over het weinig appetijtelijke leven van deze dolle Hendrik te praten als hij niet de stichter van het Huys van Montfort, het oud middeleeuwse kasteel bij het dorp Montfort tussen Echt en St. Odiliënberg, was. Daarom is op hem het „van de doden niets dan goed” niet van toepassing. 

Over deze Hendrik, die zich zelf eerst na zijn afzetting als bisschop niet meer graaf van Gelre maar Hendrik van Montfort ging noemen, wordt uitvoerig verteld in nummer 18 van de Gulden reeks van Limburgse Monumenten — het boekje „Het Huys van Montfort”, geschreven door A. H. Simonis uit Sittard. We hebben al meermalen de aandacht gevraagd voor het voortreffelijke werk, dat door de Stichting tot instandhouding van voortbrengselen der gewestelijke bouwkunst in Limburg (Restauratiestichting Limburg) door het uitgeven van deze fraaie boekjes over Limburgse kerken, kastelen, oude dorpen en steden enz. wordt verricht. Dit nieuwe boekje is stellig een van de beste — en dat is dan niet als een vriendelijke gemeenplaats bedoeld — uit de tot nu toe in de Gulden Reeks verschenen korte kronieken. Er is in een klein bestek een aanzienlijke hoeveelheid historisch materiaal verwerkt en dat is grondig en met zorg gebeurd, zoals het boekje ook met zorg en aangenaam leesbaar is geschreven.

De burcht van Montfort vervulde in Hendriks tijd de rol van een grensvesting, want het lag aan de zuidgrens van het Overkwartier van het graafschap Gelre als een bolwerk tegen de expansiedrang der hertogen van Brabant Het kasteel Montfort en het Limburgse dorp van die naam, dat ongeveer 2600 inwoners telt, zouden genoemd zijn naar een andere bezitting van Hendrik, het vestinkje Montfort (Sterke Berg) in het Luikse. En hij zou het kasteel gebouwd hebben met bouwmateriaal dat hij te Maastricht gestolen had.
De kroniek van Hocsemius [2]  , die uit de dertiende eeuw dateert en dus in de tijd van Hendrik is geschreven, verhaalt hoe deze Gelderse gravenzoon, toen hij als prins-bisschop van Luik oorlog voerde tegen de hertog van Brabant, in Maastricht een verdedigingstoren der Brabanders op de rechteroever van de Maas zou hebben gesloopt. Hij liet het bouwmateriaal, dat de toren hem opleverde, over de Maas naar Linne en van daar naar Montfort brengen, ter afwerking van de hoektorens en de zware schildmuur van zijn nieuwe kasteel.
En na het lezen van Hendriks ruige heldendaden klinkt dit bijzonder geloofwaardig. Het zou een duistere grap zijn, die precies bij zijn levenspatroon past. Maar ge kunt het allemaal veel beter zelf lezen in het boekje van Simonis, dat echt de moeite waard is en een aantrekkelijk bezit vormt.’

Bisschop Hendrik III

Hendrik III van Gelre (gestorven in de buurt van Theux, 23 april 1285) was de 44e bisschop van Luik van 1247 tot 1274. Hendrik was zoon van Gerard III, graaf van Gelre, en van Margaretha van Brabant.
Hij was Domproost te Utrecht en proost te Xanten voordat hij in 1247 tot bisschop van Luik werd benoemd.
Zijn ambtstermijn werd gekenmerkt door verschillende burgeroorlogen waardoor hij tegenover de burgerij van de steden kwam te staan. In 1267 belegerde hij Maastricht.
Hij verwoestte er de Maasbrug en een grote verdedigingstoren in Wyck, die door Dirk II van Valkenburg met driehonderd man werd verdedigd. Met de stenen van de verdedigingstoren zou hij kasteel Montfort hebben gebouwd Hij werd afgezet door het concilie van Lyon in 1274. Hij stierf in 1285 aan de voet van het Kasteel van Franchimont aan het hoofd van een bende plunderaars waarvan hij de aanvoerder was geworden

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-215-56ste-jaargang-2-2020

Bronnen en citaten[+]