Ga naar de inhoud

“Hun liefde voor het oude Hoegaardse bier”

Gaston Durnez

Een mens is maar een wandelaar

Auteur Gaston Durnez brengt in zijn jongste boek “Een mens is maar een wandelaar” (Davidsfonds, 2018) een huldiging van wijlen Pierre Celis in herinnering

Jozef Weyns

Durnez beschrijft leven en werk van wijlen Jozef Weyns, oprichter van het openluchtmuseum van Bokrijk. De auteur nam deel aan de jaarlijkse meifeesten ten huize van Weyns. Daar werd het Joachim De Beuckelaer Eremerk uitgereikt aan “verdienstelijke chefs, bakkers, brouwers of gelijkgezinde mensenvrienden”.

Een huldiging van wijlen Pierre Celis in herinnering

Hij vernoemt één winnaar: “Een van de laureaten was de eenmansbrouwerij die in Hoegaarden de oude traditie van het witbier weer opnam. Het netwerk steunde dat geestdriftig. Wij abonneerden ons op een maandelijks aantal flessen en die werden door de brouwer zelf thuisgebracht. Men weet welke grote vlucht die onderneming sindsdien heeft gekend.” [1]

Het was 1972 toen het zevende eremerk werd uitgereikt aan Pieter Celis voor het opnieuw brouwen van het Hoegaards witbier.

Andere laureaten zijn onder andere Georges Fryns (jenever), Modest Van den Bogaert (Brouwerij De Koninck), Biscuiterie Jules Destrooper, maar ook de maatschappij Honger en Dorst (voor haar rosbief met seizoensgroenten en aardappelen) of Elza Guyssens (voor haar Katrienspekken). Het Joachim Beuckelaer Eremerk werd sinds 1966 op de jaarlijkse heemdag uitgereikt aan een persoon of vereniging die zich inzette voor de Vlaamse gastronomie en de streekgebonden traditie. Het is vanaf 2013 niet meer toegekend. Het stimuleren van de gastronomie behoort niet (meer) tot de kernopdracht van Heemkunde Vlaanderen. Het was genoemd naar een zestiende-eeuwse Antwerpse schilder van keukentaferelen. Het opzet was niet vrij van humor. Durnez herinnert eraan dat zijn groep De Memlingen heette. Naar de troostende uitspraak ‘Memmen niet veel, maar memmen veel gelachen’.  [2] 

Waarde vriend
J. Weyns : Waarde vriend
J. Weyns : Waarde vriend

Waarde Vriend!

Kunt gij het bijgevoegde eens bezorgen aan de overmoedige “Getegalmers”?
Stel u voor, dat ik vorige zaterdagavond met Pierre Celis 42 bakken bier heb helpen uitvoeren voor mijn vrienden in het Antwerpse (en voor mijzelf natuurlijk ook!) en Pierre had mij iets verklapt van die groep.

Ik had gezegd: “Laat ze maar wat plezier maken!” Als ’t Nieuwsblad er nog eens op ingaat kan dat Pierre Celis in Hoegaarden én Bokrijk maar ten goede komen

Hartelijke groet! J. Weyns

Oorkonde van ” Het Verbond voor Heemkunde” 
De Oorkonde ‘Joachim Beuckelaer Eremerk’ 1972 aan Pierre Celis toegekend

OORKONDE
Het Verbond voor Heemkunde


Overwegend dat de Vlaamse gastronomie dient in ere hersteld als een sieraad van eigen aard en kultuur heeft ingesteld het

Joachim Beuckelaer Eremerk

genoemd naar de 15 eeuwse schilder die te Antwerpen , “de stad van de Vlaamse levenssier”. De meester van vlees en vrucht, van keuken en koken is geweest , en voorbehouden aan diegene die de Vlaamse gastronomie op bijzondere wijze doet kennen , waarderen of haar beoefent:
heeft besloten het eremerk 1972 toe te kennen aan

Pieter Celis

de brouwer uit Hoegaarden, het historisch belangrijkste brouwersdorp van het land, die zelf de roerstok ter hand heeft genomen om het vermaarde witte Hoegaardse bier in ere te herstellen en daarmee de verloren Hoegaardse brouwererij traditie te doen herleven.

Aldus gedaan op het meifeest te ter speelbergen te Beerzel op ” een en twintig bloeimaand duizend negenhonderd twee en zeventig (21 mei 1972)

De gastronomische konsulent
Jan Lambic 
 De voorzitter
Dr Jozef Weys
Hoegaarden en Bokrijk beslechten een bieroorlog
De eerste bladzijde van de brief van Dr. Jozef Weyns

Genk-Bokrijk, 18 augustus 1972
Aan de Heer Hoofdredakteur van het Nieuwsblad,
Emiel Jacquemainlaan, 127
1000 Brussel

Mijnheer de Hoofdredakteur,

Men heeft mij, vanzelfsprekend, vandaag het plezierige artikel onder de neus geduwd dat heden, vrijdag 18 augustus 1972, bladzijde 5 in uw blad is verschenen onder de titel “Hoegaarden wil naam in Bokrijk”;
“Jeugdkring: Brouwerij is van ons – niet uit Diepenbeek”.

Wie zou geen zin hebben voor een dergelijke studentengrap? Maar de meisjes en jongens van de “Getegalm” hebben zich toch wel een beetje vergist.
Waar zij zouden beweren, zoals in het artikel staat, dat “om de een of andere reden men echter heeft gemeend er beter aan te doen de bezoekers van het museum wijs te maken dat het “Paenhuys”, met zijn unieke installaties waarmee de vooroorlogse “Hoegaards” word gebrouwen afkomstig is van Diepenbeek”.
Ik voeg hierbij een fotokopie uit de Omstandige en uit de Beknopte Museumgids, waarin duidelijk wordt verteld, hoe de toedracht van de zaak is.
Daar staat te lezen dat het gebouw komt uit Diepenbeek, de inrichting uit Hoegaarden en de pomp uit Leuven.
Het jonge volk van de “Getegalm” mag dus gerust zijn: in ons museum wordt de waarheid niet verdraaid en krijgt elk zijn recht.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om een paar zaken te verklappen die de sympathieke jongelui van Hoegaarden misschien niet weten. Ten eerst heb ik zelf een zeer grote bewondering voor het dorp Hoegaarden dat, dat bouwkundig en heemkundig gezien, misschien het rijkste van het Vlaamse Land is.
Daarom heb ik mij, als lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, er erg voor ingespannen om de belangrijke boerderijen en huizen van Hoegaarden voor te stellen ter rangschikking tot monument. Dat weet de gemeente Secretaris maar al te goed.
Ten tweede heb ik, als voorzitter van het Verbond voor Heemkunde, er voor gezorgd, dat de Hoegaards brouwer Pieter Celis , die erin geslaagd is het uitstekende oud-Hocgaardse bier terug te brouwen, onderscheiden is geworden met het “Joachim Beuckelacr-Eremerk 1972.

Hoegaarden en Bokrijk beslechten Bieroorlog

„Met de pint in de hand……>>
Hoegaarden en Bokrijk beslechten bieroorlog

Met de pint in de hand schept men vriendschappelijke banden in het hele land», dat zei Keizer Karel op de plechtige inhuldiging van ‘t Paenhuys in het Domein van Bokrijk.

Dat Paenhuys (brouwerij) was vorig jaar oorzaak van een rel op hoog diplomatiek niveau tussen Hoegaarden en Bokrijk, waar men nagelaten had om bij het Paenhuys van Diepenbeek te vermelden dat het hele brouwersinterieur van Hoegaardse oorsprong was.

Het pennetwisten en de manifestatie ter plaatse, werd nu besloten met de introduktie van het folkloristische «Oud Hoegaards bier», in het heemkundig hart van Limburg, een verzoening die: werd bewerkstelligd door Keizer Karel die, zo vertelt: Dr. Weyns, indertijd het Hoegaards bier veelvuldig liet vloeien aan het hof.
De manifestatie in Bokrijk werd opgezet door dr. Weyns en de leden van de kring Getegalm, die zich in Hoegaarden op heemkundig verant woorde wijze uitleeft in een eigen Paenhuys. Tussen de beide Paenhuysen werd nu een onverbrekelijk pakt gesloten.

De eis van de Hoegardiers wordt ingewilligd. Hun naam wordt vermeld op het gebouw en wat meer is, het Hoegaards Bier wordt er nu geschonken.
Want,- zo zei dr. Weyns bij de introduktie, anders zou het gebouw geen ziel hebben. Om aan de bezoekers te tonen dat er voortaan bier wordt geschonken hangt er naar oude gewoonte een kruik aan de gevel.

Keizer Karel sprak met recht en rede, de lof over dit initiatief dat zijn inzet kreeg op de meest zonnige dag van het jaar. Zijne hoogheid beaamde ook de huldewoorden aan het adres van Pieter Celis, de Hoegardier die op zijn eentje het Hoegaardse bier opnieuw is gaan brouwen.

Nadat Getealm een meiboom had geplant en voordat de Tirelantijntjes “hun dansen opvoerden, kreeg de Keizer van een boer van Olen (!) de eerste pint Hoegaards aangeboden. Ik weiger! » zei de Keizer en hij haalde zijn eigen pot boven, de echte met de drie oren!

Bezoek

Ongeveer op hetzelfde ogenblik moet men «In ‘t Hofke, bij Vetters, in Olen gekonstateerd hebben dat het weer was gebeurd. Hun pot van Keizer Karel, de échte, was weer verwenen.

Vooraleer naar Bokrijk te rijden waren de Getegalmers van Hoegaarden op bezoek geweest in Olen. De pót werd er zaterdag al teruggebracht maar dan wel met een herdenkingsinskriptie. .

Keizer Karel toonde zich ook op de hoogte van de territoriale verzuchtingen die nu in de belangstelling staan. Hij verklaarde dat noch de hertog van Brabant noch de prins bisschop van Luik, noch de regentie raad van Tienen enige aanspraak op de oude enclave Hoegaarden mag doen gelden.

Integendeel, op zijn gezag wordt Hoegaarden tot het einde der tijden onafhankelijkheid toegekend, meer zelfs, de twee heerlijkhe den Meldert en Outgaarden zullen voortaan mee van de Hoegaardse geneugten genieten.
Nadat de aanwezige Bestendige Deputatie moest aanhoren dat Bokrijk de hoofdplaats van Limburg zal worden en nadat ze dat hadden verwerkt met een slok uit de pot van de keizer, plaatste deze laatste zijn signatuur in het gulden boek van het openluchtmuseum. Het prijkt, geflankeerd door een pot met drie oren -(!), in de buurt van dat van Kennedy en prinses Paola.

Nog vele prominenten zullen volgen en samen met alle bezoekers zullen ze voor het eerst in het oude Paenhuys het bier aangeboden krijgen dat nog volgens het oude recept wordt gebrouwd.

De strijd met leuzen als Hoegaarden laat zijn Paenhuys niet los en <> is niet voor niets gestreden. “Nee”, zegt Keizer Karel, er bestaat voortaan een broederband tussen de Paenhuysen Bokrijk en Hoegaardens, en hij dronk. (rb)

Aan de verzuchtingen van de Hoegardiers werd voldaan. In Bokrijk werd hun gemeente uitgeroepen tot bierdorp van de Nederlanden, omdat een paar eeuwen geleden 2/3 van de bierexport vandaar vertrok. Men erkent dat een deel van het Bokrijks Paenhuys Hoegaards is en Keizer Karel dronk er Oud Hoegaards uit zijn eigen tinnen pot. (rb)



Ubrt : Hubert Mannaerts 

Stripverhaal  1984

Ubrt Mannaerts maakte in 1984 een stripverhaal voor vijftien jaar brouwactiviteit van Pierre Celis. Ook hij maakte toen terecht plaats voor het eremerk van 1972. Pierre was er echt fier op!
Wasily Pedjko redde de tekening, voor het archief van de Heemkundige Kring.

Detail stripverhaal Ubrt

In de strip gaat Ubrt terug tot de middeleeuwen (1318). Hij ziet dat de brouwers een (beschonken) toren op de kerk zetten en beleeft hoe Louis Tomsin de laatste kranen dichtdraait in 1957.

Pierre Celis toont fier zijn eerste brouwmateriaal in de ouderlijke hoeve op de Vroente; dit erfgoed is na het overlijden van Pierre verhuisd naar de USA

Pierre Celis hervat de productie van de Hoegaard in 1965 samen met ingenieur Thomas. In 1984 wordt Celis daarvoor geslagen tot Ridder van den Roerstock. Op de feestaffiche staat “Vijftien
jaar brouwen” (Pierre startte in 1965, maar schonk officieel zijn eerste pint in ’t Nieuwhuys in 1966[3]

En vanwaar bent U ergens . Van Diest ? Ben je dan de zoon van ... ?

Het verhaal leidt van Vroente naar Stoopkensstraat en vermeldt de duizenden bezoekers. Op dat punt komt Frans Huon (nadien burgemeester) in het spel: “En van waar zijt gij? Van Nicaragua? Kent ge daar Yvan Janssens niet?”

Naast veel andere soorten werd in 1981 Kluizenaar gebrouwen, om het Millennium van Hoegaarden te vieren. Bij de ereprijzen wordt vermeld dat brouwer Celis in 1981 in Nederland ‘t Zilveren Fritje ontving als beste Europese brouwer. Hij begint te exporteren en belandt in de VS op de set van Dallas. 

Alsof hij erbij was verhaalt Ubrt de ontmoeting met Pamela Barnes Ewing (de actrice Victoria Principal): “Hallo, I’m Pamela“. De Hoegaardier antwoordt: “Hoho! I’am Pierlala.

Gelagzaal

Ubrt Mannaerts beschilderde in 1982 ook wanden van de gelagzaal (toen in de brouwtoren) van De Kluis. Freddy Mannaerts (Freman) vulde er een paar andere muren.

Bierviltjes

Ubrt ontwierp ook een reeks bierviltjes. Andere tekeningen van zijn hand illustreerden acties voor het Jaar van het Dorp, de Palmzondagvieringen, enz.
In zijn humoristische, cartooneske, stijl beeldde hij ook vijftien jaar brouwgeschiedenis uit, ter gelegenheid van de Brouwersfeesten van 15 september 1984.  

Nadien kon iedereen een leuk bierviltje ontwerpen  … 

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-215-56ste-jaargang-2-2020

Bronnen en citaten[+]