Ga naar de inhoud

 Klokkenpatrimonium Hoegaarden

Al een aantal jaren proberen wij de aandacht van de overheid en van het publiek te trekken op het ongewoon rijk patrimonium aan luidklokken dat in onze kerktorens hangt. De voortschrijdende ontkerkelijking leidt ertoe dat parochies worden samengevoegd en de betrokken kerken of kapellen gesloten. Veelal is er geen groot probleem om voor het roerend erfgoed een beschermd onderkomen te vinden, bijvoorbeeld langs het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC), dat gevestigd is in de gerestaureerde Abdij van Park te Heverlee.

Klokken die hoog en ongezien in de torens hangen zijn in principe ook roerend erfgoed maar onroerend door bestemming. Hierdoor vallen ze vaak tussen twee stoelen. Nochtans zijn klokken vaak juweeltjes van vakmanschap. Ze verwijzen in hun opschriften naar personen die hebben meegewerkt aan hun creatie (gieters, pastoors, peters, meters, weldoeners, …) en leggen daardoor een heemkundige band met de omgeving waarin de kerk gebouwd is. Praktisch geen enkele kerk heeft haar klokkenbestand over de eeuwen ongewijzigd behouden. Plunderingen en oorlogen hebben parochies gedwongen opnieuw te investeren om vernielde of geroofde klokken te vervangen. Zelfs nu worden onze klokken bedreigd door diefstal door gewetenloze koperdieven.

Wat we bij torenbezoeken doen is een aantal fysische en akoestische metingen uitvoeren, fotografische opnamen maken en noteren wat op de klokken is neergeschreven. Van elk bezoek wordt apart een rapport gemaakt waarin we ook proberen aan te vullen wat vroeger aan klokken in de bewuste torens te vinden was. Ook brengen we achtergrondinformatie aan over klokken in het algemeen, over hun gebruik en over de gieters. We verwijzen naar het werk van Luc Rombouts [4] voor een behandeling van alles wat met klokken en beiaarden te maken heeft. In [10] hebben we getracht aan te tonen waarom het aanleggen van een inventaris broodnodig is.

In een reeks bijdragen hopen we een beeld te kunnen geven van het klokkenbestand in de grote omgeving van Hoegaarden. We behandelen achtereenvolgens de klokken in Hoegaarden, Hoksem, Sint-Margriet-Houtem, Meldert en Outgaarden. Waar mogelijk incorporeren we ook de privéklokken in ons verhaal. Dit inventariswerk past in een breder kader, namelijk om alle klokken uit Oost-Brabant in kaart te brengen. Voor Groot-Leuven werd de aanzet al gegeven in 2008 in [1]. Een analoge publicatie [5] over de klokken van het dekenaat Herent werd in 2018 voorgesteld. Voor de regio rond Tienen hebben we reeds verslag uitgebracht over Glabbeek in [8] en Lubbeek [7] terwijl voor Tienen zelf in [9] een aanvang wordt gemaakt met het rijke patrimonium aldaar. De andere regio’s uit Oost-Brabant werden ook systematisch bezocht en de verslagen hierover verschijnen in de tijdschriften van de heemkundige kringen van de behandelde streek. De inschakeling van deze kringen is bijzonder verrijkend omdat op vele klokken namen staan van bewoners uit de omgeving.

Het zou onmogelijk geweest zijn om ons inventariswerk te doen als we niet konden rekenen op de hulp van velen. We hebben kunnen genieten van de persoonlijke bijdragen van een groot aantal geestesgenoten die elk op hun eigen terrein waardevolle informatie aanbrachten die we zo goed mogelijk hebben verwerkt in de tekst. Een speciale dank gaat naar Jacques Sergeys, de laatste zelfstandige klokkengieter in het land, die ons met raad en daad heeft bijgestaan bij het verwerken van de technische gegevens en door het aanbrengen van informatie uit het familiearchief. Verder hebben we meermaals beroep kunnen doen op leden van de kerkfabrieken die als eersten geplaatst zijn om ons inlichtingen te verschaffen over de gebouwen waarin de klokken hangen en over namen van personen die erop vermeld worden zoals de schenker(s), leden van de clerus, peter en meter, leden van de kerkfabriek, … Bij elk bezoek aan een locatie in de regio Hoegaarden werden we telkens warm verwelkomd en we danken onze “sintpieters” die over de magische sleutels beschikten om ons de toegang tot de klokkentorens te geven. We zijn hen allen bijzonder dankbaar en we hopen dat ook zij – samen met ons – nu met fierheid kunnen verkondigen wat we verzameld hebben over “hun klokken”. Het blijft een deugddoende ervaring om iedereen “daar beneden” mede getuige te maken van dit mooie stuk “on(t)roerend erfgoed” en op die manier een meerwaarde voor het heemkundig geïnteresseerd Hoegaardse achterland te kunnen aandragen.

We zouden de lezers van deze bijdragen bijzonder dankbaar zijn mochten ze bijkomend materiaal aanbrengen dat we kunnen gebruiken om de verslagen te verbeteren. Het ligt in de bedoeling om de uiteindelijke verslagen op te nemen in de databank van Erfgoedplus waarmee we intens samenwerken. We hebben bij het samenstellen van deze verslagen kunnen rekenen op de medewerking van de KU Leuven, Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving (KADOC), van Campanae Lovanienses en van het Centrum voor Religie, Kunst en Cultuur (CRKC).

(Kerk en Leven, 09.10.2019)

Referenties

[1] SLÉGERS, P., Il était une fonderie de cloches à Tellin, Stavelot, 2011
[2] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 1, Hoegaarden, (verschijnt binnenkort)
[3] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 2, Hoksem, (verschijnt binnenkort)
[4] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 3, Meldert, (verschijnt binnenkort)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019