Ga naar de inhoud

Sittert-Lummen en Autgaerde 1716

Overeenkomst tussen Zétrud-Lumay en Outgaarden over het grondgebied van hun respectievelijke parochie.

Grenslijn was niet nauwkeurig vastgelegd

Bij de oprichting van de nieuwe bisdommen in de 16de eeuw werden Zétrud en Lumay toegevoegd aan het bisdom Namen en Outgaarden aan het aartsbisdom Mechelen. De grenslijn tussen de twee parochies was niet erg nauwkeurig vast gelegd en de parochiekerken lagen en liggen zo kort bij elkaar dat de gelovigen naar willekeur nu eens in Outgaarden, dan weer in Zétrud de kerkelijke diensten bijwoonden [1] .

Betaling van rechten aan de parochie – Perceel Jan Rega

Omdat begrafenis- en andere rechten moesten betaald worden door de parochianen aan hun pastoor moest nauwkeurig de jurisdictie van elk van de twee pastoors afgebakend worden. Het was in de eerste jaren van de 18de eeuw al zo ver dat op een uithoek tussen Zétrud en Outgaarden aan de weg naar de Paenhuysbeek een troepje van vijf of zes huizen stond waarvan niemand met zekerheid kon zeggen tot welke van de twee parochies ze behoorden. Daarbij stonden er in 1716 twee woonsten op een grond van de erfgenamen van Jan Rega/Jan de Rega gelegen tussen Outgaarden en Zétrud. Het perceel waarop ze stonden behoorde tot het rechtsgebied van de heren van Zétrud en Lumay, maar daaruit volgde nog niet noodzakelijk dat de nieuwe woningen niet bij de parochie Outgaarden hoorden.

Betwisting tussen beide parochies

Zowel de pastoor van Outgaarden als die van Zétrud vonden dat de huizen tot hun parochie behoorden en zij brachten elk bij hun bisschop argumenten aan die zeer aanneembaar waren en vooral geschikt om de betwisting eeuwig te laten voortduren. 

 Dat was uiteraard niet stichtend voor de parochianen en de bisschoppen van Namen en Mechelen benoemden elk een afgevaardigde om ter plaatse de toestand na te gaan en een oplossing te negotië ren. Philips de Muntere, pastoor van Grimde en landdeken van het dis trict Tienen was de afgevaardigde voor de aartsbisschop van Mechelen en Frans Wilmart, secretaris van het bisdom Namen werd aangesteld als onderhandelaar voor zijn bisschop.

Oveenkomst van 29 november 1716

Zij vergaderden op 18 november 1716 in de pastorij van Outgaarden met Jan de Leeuw, de pastoor van Outgaarden en F. Lamormainij, pastoor van Zétrud-Lumay samen met twee getuigen: Petrus Gilis/Petrus Egidii, pastoor van Saint-Jean-Geest en Godgaf Tritsmans. Er werd weg en weer gepraat en men vond een oplossing.

Iedere pastoor behield de woonsten waarop hij tot dan toe het betwiste bezit had. Voor eeuwig en drie dagen hoorden de woningen van Willem-Jakob la Hamaïde, Gilbert Janssens en de weduwe van Lodewijk Floris onder de kerk van Outgaarden. Het huis van Godevaart de Latin en dat van de erfgenamen van Andries del Motte bij het wegeltje naar de Paenhuysbeek behoren tot de kerk van Lumay.

De twee huizen gebouwd op de grond van de erfgenamen van wijlen Jan Rega werden verdeeld: Outgaarden kreeg dat van Arnold vander Haeghen en Lumay dat van Marcus Sacré.

Alle huizen op het grondgebied van de Heren van Zétrud en Lumay zullen voortaan toekomen aan de parochie van Zétrud.

Alle gronden waarop die huizen gebouwd waren moeten tienden betalen aan de pastoor van de parochie die de geestelijke rechtsmacht bezit over de huizen.
Personen die in woonsten verblijven die half of deels op de grens van de twee parochies stonden moeten begrafenis- en andere pastorele rechten betalen aan de pastoor van de parochie onder wie zij hun domicilie hebben, waarbij het niet uitmaakt of ze familie (huisgenoten) of vreemden zijn.

Op 29 november 1716 bevestigde de Mechelse aartsbisschop de overeenkomst en op 2 december deed de Naamse bisschop hetzelfde. Daar mee was de twist tussen de twee pastoors geëindigd. De huizen die aan Zétrud-Lumay werden toegekend zijn altijd aanzien geweest als behorend bij die parochie tot zij in 1826 voorgoed bij de parochie Outgaarden kwamen.

Wat er vooraf ging aan de overeenkomst van 1716 is een verhaal dat in een volgend nummer zal verschijnen, een verhaal waar ook heel wat familiegeschiedenis aan verbonden is.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bronnen en citaten[+]