Ga naar de inhoud

Publicaties Alpaidis

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-186-48ste-jaargang-1-2012

Publicaties Alpaidis

De Amerikaanse parachutist George Parramore (Virginia, 1921) kwam op 1 december 1943 om het leven bij de crash van zijn vliegtuig in Hauthem.
Over zijn begrafenis ontstaat een rel omdat het collaborerende bestuur aanvankelijk niet het nodige eerbetoon in acht nam. Onbekenden legden bloemen op het graf. De oorlogsburgemeester organiseerde daarop een herbegraving. In december 1989 werd het monument in Hauthem opgericht. (Tekst van Raymond Billen, 2012)

De foto’s tonen de inhuldiging van het monument in november 1989 in aanwezigheid van de zus, schoonboer en de twee broers Van Georges Parramore; ere-ambassaduer Georges Puttevils, burgemeester Roger Kerrijn, schepen Frans Huon, schepen Cyril Vandermolen zijn duidelijk herkenbaar op de foto; aanwezig waren verder afgevaardigden van het Belgische leger, het Amerikaanse leger, de USA-ambassade, bestuur en leden van heemkring ’t Nieuwhuys, ….

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Publicaties Alpaidis

Het kruis aan de ‘spoorwegbrug’ te Rommersom

Uit de geheime geschiedenis van Hoegaarden: het kruis aan de ‘spoorwegbrug’ te Rommersom
herinnert aan een gesneuvelde uit de tweede wereldoorlog ?

Het kruis te Rommersom, is het niet een herinnering aan deze gevallen soldaat?

Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1940, nr. 31 en rechtzetting 1941, nr. 8 Aangifte op 24.06.1940 om 11 uur voormiddag voor Jules Peeters, oudste raadslid in dienst, dienstdoende burgemeester, door Joseph Ausloos, schrijnwerker en Charles Ausloos, voerman. verklaren wat volgt:

‘Dat zij op 12 mei 1940 rond 3 uur namiddag op de plaats genaamd ‘Kleine Molen’ onder Hoegaarden, het levenloos lichaam gevonden hebben van een onbekende persoon, van het mannelijk geslacht, ongeveer dertig jaren oud, groot van gestalte, en sterke lichaamsbouw, schijnende ongeveer dertig jaren oud en dragende het uniform van Belgisch soldaat, met doorschoten helm op het hoofd. De volgende voorwerpen werden door ons op het lichaam gevonden: een agenda 1940 waarop de naam en voornaam staat van Montuir Roger, eonder meer, uitgegeven door Le Home de l’art Maison Ed. Patron Schoonheyt 43 Rue de Dampremy, Charleroi, tel. 13666. Een soldatenmuts met gel zijden kwispel, dragende het cijfer nr. 2 zonder stamnummer erin; een buikriem met twee patronentassen waarvan één gevuld met munitie en doorschoten, de andere ledig met opschrift 2ch ct 5 – A35; een buikriem zonder enig kenteken; kappen (been dekking) van stijf zwart leder; een bajonet met nummer 1012 ch.ch; een plat blikken doosje inhoudend een veiligheidsspeld waaraan enkele medailles gehecht, heiligen voorstellend, een klein vierkant leren zakje vaan een centimeter vierkant, waarschijnlijk een
relikwie inhoudende,; verder een paternoster met glazen roze bollen, niet geheel; twee zakdoeken waarvan een geruit met kleine vierkantjes, blauwe streepjes op witte grond, de andere groot met zuiver geel vierkanten, en klein-rood gestreept op witte grond en klein blauw gestreept op witte grond; een pijp met recht benen mondstuk met merk FC: twee boekjes sigarettenpapier zwart kaft gemerkt Job; een half pakje tabak merk Fleur de Roisin; een stuk celluloïde kam; een plat stuk gom waarvan een deel voor inkt en een ander voor potlood; een ijzeren zwikboor; een klein zakmesje, waarvan het hecht in paarlemoer, met lichtbeeld een toren voorstellende, daaronder Liège, gevolgd van onleesbare namen en het jaartal 1914-18, een kluwentje kaki garen; een potlood van geringe waarde genre
everscharp. Het lichaam werd door ons op het gemeentekerkhof van Hoegaarden begraven dezelfde dag, zijnde twaalf mei 1940’

Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1941 nr. 8, rechtzetting als gevolg van vonnis van rechtbank te Leuven

‘Het gaat om soldaat Montuir Roger (Senzeilles 17.07.1919), soldaat bij het 2de regiment Jagers te Voet, zoon van Arsèneen van Delpire Mélina, landbouwers, wonend te Senzeilles; hij is echter niet overleden op 12 mei, maar op 13 mei 1940, omdat bewezen is dat de militaire eenheid tot dewelke hij behoorde slechts na 12 mei in de gemeente Hoegaarden aangekomen is’.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Publicaties Alpaidis

Uit Nederlandse dagbladen 1989-1994

Verlekkerd op onze Hoegaarden na een aanloop van 5 jaren (tot 1989) en dan opeens weer rekening moeten houden met Heineken; Pierre Celis vond de Nederlanders goed brouwen … hij was immers 65 geworden in 1989, was niet bepaald Interbrew minded en was druk bezig aan de overkant van de oceaan, waar in 1992 ‘zijn brouwerij’ opende.

Lesje leren (Het Vrije Volk, 06-04-1989)

Lesje leren (of: is het Hoegaarden of Pierre Celis, of de combinatie die het doet?!)

In nood leer je je vrienden kennen, en dat geldt ook in België. Concurrerende biermerken wisten niet hoe snel ze de brand (14)[1] als geschenk uit de hemel moesten aannemen.

Binnen enkele weken kwamen zij met eigen witbieren op de markt om van het plotselinge gat in de markt te kunnen profiteren en het vleugellamme Hoegaarden een lesje te leren… „Welja, de andere merken kwamen met namaak, iets anders kun je dat toch niet noemen,” zegt Mattheus (15)[2]. Hij noemt enkele profiteurs bij naam: “Dentergem, Haacht, de ‘Dolle Witte’ uit Honzenbroek, het Brugs Tarwebier, Clarisse uit Oudenaarden. De andere witbieren zijn altijd namaak want wij zijn het oudste merk.” 

 Bang is De Kluis dus niet, maar de concurrentie heeft de brouwerij toch tot een bijzondere actie gedwongen. Op elk bierviltje van Hoegaarden staat in de frivole huisstijl het zinnetje ‘hoed u voor namaak’. Ook op papieren ringetjes voor de biervaten is deze slagzin gedrukt. Klanten worden er overigens meteen op gewezen dat het bier ‘natuurlijk troebel’ is. Debutanten denken kennelijk vaak dat het Hoegaarden bier bedorven is en daarom zo ondoorzichtig is. De concurrentie heeft Hoegaarden niet genekt. 

Tijdens de bouw van de nieuwe bottelarij, nog altijd niets vergeleken met wat de moderne (Hollandse) bierbrouwers gebruiken, werd het bier door een hulpvaardige collega in de flesjes gestopt. De afgelopen twee jaar is de afzet alleen maar gegroeid en als de vooruitzichten niet liegen, zal die groei nog wel enige tijd doorgaan, voor zover de Belgen het kunnen bijhouden. 

Ondanks het angstvallig vasthouden, aan oude tradities, staat in Hoegaarden de tijd niet helemaal stil. ‘Aan de andere kant van het dorp’ gaat over enkele maanden de eerste paal de grond in van een nieuw stukje Kluis. Pieter Celis, inmiddels 65 jaar en de brouwmeester van “De Kluis”, is in de Amerikaanse staat Texas bezig om een brouwerij a la ‘De Kluis’ uit de grond te stampen. Helemaal echt zal het Texaanse ‘white’ nooit worden: brouwerij De Kluis staat namelijk recht op de waterbron waaruit één van de natuurzuivere grondstoffen voor Hoegaarden opwelt. Alleen met dat water is de onvervalste witte te brouwen. Ander water, andere smaak, dus de ‘red-necks’ in Texas kunnen het wel vergeten. 

Op dit moment gaat trouwens al een summier deel van de productie naar de Verenigde Staten. De Kluis exporteert draagpakketjes met vier flesjes van vier merken die in Europa weer niet te koop zijn. In Nederland is het witbier Hoegaarden zoals gezegd de beste troef voor de Kluis. 

Op dit moment gaat trouwens al een summier deel van de productie naar de Verenigde Staten. De Kluis exporteert draagpakketjes met vier flesjes van vier merken die in Europa weer niet te koop zijn. In Nederland is het witbier Hoegaarden zoals gezegd de beste troef voor de Kluis. In het rijtje Duvel en De Koninck (overigens totaal verschillende soorten bier) heeft ook Hoegaarden zich zo langzamerhand een plekje veroverd. „Het is opvallend dat je tegenwoordig Hoegaarden kunt krijgen in veel ‘normale’ cafés, dus niet alleen in trendy gelegenheden,” zegt Arie Radder, telg uit een Rotterdamse drankenfamilie. „Er is kennelijk toch een behoefte aan iets meer luxe. De mensen willen een beter biertje.”

(Het Vrije Volk, 06-04-1989)(16)[3]

Bier voor de happers (Nieuwsblad van het Noorden ( 20-10-1990))

Bier voor de happers (of: Hoegaarden heeft meer dan één troef!)

Troebel bier: het was wel even wennen. Vijf jaar duurde het voordat de Nederlander zijn wantrouwen had overwonnen. Maar nu is het – veelal uit België afkomstige – witbier niet meer weg te denken. Een béétje café heeft het op de tap. ‘Pint’ (17)[4]) , het lijfblad van de gelijknamige bierconsumentenvereniging, heeft in de tien jaar van zijn bestaan het komen en gaan van bieren en brouwerijen gevolgd. 

Het duidelijkst is de opkomst van de speciaal bieren, wat meer een kwestie van trend is dan van cultuur. Het gaat erom je te onderscheiden. Al blijft de Nederlander een pils drinker; het snelle doordrinken is hier een vrijwel niet uit te bannen gewoonte.

Piet de Jongh van het Bredase café De Beyerd doet al twintig jaar in speciale bieren. Een bierpionier kun je hem noemen. Witbier is het best verkochte bier in zijn etablissement. Dat was twintig jaar geleden wel anders toen hij voor Nederland Hoegaarden ontdekte. 

Een beste Belgische brouwerij, die in ons kikkerland meer en meer wordt geassocieerd met genoemd troebel bier, maar heel wat meer speciaals te bieden heeft (de Grand Cru is indrukwekkend). Zelfs in De Beyerd wordt voor 65 procent pils gedronken (twee tappilsen en Christoffel van het vat). Toch gaat er aanzienlijk meer speciaal bier over de toog dan in een doorsnee café. 

“Bier voor de happers, niet voor de zuipers”, zegt Piet en in die trant licht hij zijn klanten voor.

(Nieuwsblad van het Noorden (18)[5], 20-10-1990)

Witbier in trek (Nieuwsblad van het Noorden ( 16-01-1991))

Witbier in trek (of: het gevolg van voorgaande artikel, maar Hoegaarden blijft eerst!)

Na een fikse promotiecampagne door Dentergems, twee jaar geleden in de Belgische Week, lijkt witbier nauwelijks meer van de Groninger tap weg te denken. Een telefonisch rondje langs een paar cafés in de binnenstad leert ons echter dat vooral het Belgische Hoegaarden zich een vaste plaats onder de bierpomp heeft weten te verwerven.

In Café Wolthoorn wordt wel Dentergems geschonken en tot grote tevredenheid: “Het is mooi bier met een goede schuimkraag. Het loopt fantastisch, vooral in de zomer, want het is lekker fris van smaak.” Om de frisheid te verhogen wordt in de Wolthoorn standaard een schijfje citroen bijgeleverd; dat hoort zo, vindt men daar.

Niet iedereen blijkt daar zo over te denken. Kees, van café de Grote Griet op de Grote Markt, tapt al zo’n zes jaar Hoegaarden, maar gruwt van het beruchte schijfje: “Die mensen die er zo nodig citroen in moeten, stampen het bier kapot. Dat is zeker in Hoegaarden helemaal niet nodig, omdat er ‘van nature’ al citrus in het bier zit. 

Maar het is populair, men heeft dat ergens gezien en denkt dan dat het er bij hoort.” Ook Kees is van mening dat het bier zijn populariteit aan de frisse smaak te danken heeft: “Vooral vrouwen vinden de bittere smaak van gewoon bier niet zo lekker.” 

Het witbier verkoopt zó goed in de Grote Griet, dat binnenkort de witte Leeuw zijn intreden doet: “We willen ook wel een Nederlands witbier, maar eerst alleen in de fles. Als hij goed loopt, doen we hem ook op de tap.” Peter ten Hoove, eigenaar van café-billard De Burcht, had niet verwacht dat de Hoegaarden, die hij dit jaar voor het eerst tapt, ook in de winter nog zo goed zou lopen: “We hadden het voor de zomer gepland, maar het verkoopt nog steeds prima. Volgende maand gaan we ook het witbier van De Ridder proberen.” 

(Nieuwsblad van het Noorden, 16-01-1991) 

Hoegaardenbier (Nieuwsblad van het Noorden ( 16-01-1991))

Hoegaardenbier ( of: de concurrerende biergiganten!)

BRUSSEL – De opvallende groei van de verkoop in Nederland van het Belgische witbier Hoegaarden is vorig jaar een halt toegeroepen. Dat komt doordat de Nederlandse concurrent Heineken paal en perk heeft gesteld aan de distributie van het speciale bier van de Leuvense multinational Interbrew. Nederland is een van de sleutelmarkten van de grootste Belgische bier- en frisdrankenproducent.

(Nederlands dagblad (19)[6], 23-03-1994)

Peetvader  (Nieuwsblad van het Noorden ( 24-09-1994)

Peetvader (of: zo hebben de Hoegaardiers Pierre Celis altijd gekend!)

Met een anekdote toont Moonen aan dat het de brouwers vooral te doen is om de liefde voor het bier, jaloezie speelt volgens hem geen rol.

Twee jaar geleden, toen De Ridder net Wieckse Witte had uitgebracht, belde op een mooie zomerdag Pierre Celis aan bij de Maastrichtse stadsbrouwer. Dat was die Vlaamse brouwmeester die een kwart eeuw geleden in het plaatsje Hoegaarden het eeuwenoude recept nieuw leven inblies.

Diezelfde ‘peetvader van het witbier’ stond nu bij De Ridder aan de poort om te vertellen dat hij op het Onze Lieve Vrouwenplein bij toeval hun witbier had ontdekt en het zo lekker vond. Bij De Ridder vond men het een hele eer dat Celis even aankwam om een compliment uit te delen. 

In het geweld van Interbrew en Heineken/De Ridder zou je bijna vergeten dat je in Nederland nog zo’n vijftien andere witbieren kunt kopen. Zoals Valkenburgs Wit van Brouwerij De Leeuw. Ruim drie jaar geleden kwam het op de markt. Directeur P. Janssen had niet durven dromen dat het zo’n succes zou worden. Valkenburgs Wit heeft volgens Janssen een kleine tien procent van de markt in handen. Tot zijn eigen verbazing wordt het ook in de winter nog goed verkocht. Omdat het iets milder en zoeter is dan concurrerende bieren, is het bij opvallend veel dames populair.

(Limburgsch dagblad (20)[7] , 24-09-1994)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Bronnen en citaten[+]

Publicaties Alpaidis

Voorlopige lijst van de Hoegaardse oorlogsslachtoffers WOII

Opdat ook zij nooit worden vergeten: Voorlopige lijst van de Hoegaardse oorlogsslachtoffers van de tweede wereldoorlog (eerste deel)

Ook het leed meegebracht door de tweede wereldoorlog heeft onze mensen diep getekend. Daarbij komt dat heel wat Hoegaardiers de twee wereldoorlogen hebben moeten zien door te komen. Daarom vinden wij het gepast om samen met de grootse herdenking van 1914-1918, ook aandacht te besteden aan hen die omgekomen zijn in de wereldbrand van 1940-1944/45

Over de meeste van deze oorlogsslachtoffers kregen wij graag nog zoveel als mogelijk uitleg en documentatie, getuigenissen van familieleden, kennissen en dorpsgenoten; nu kan het nog, maar binnen afzienbare tijd is dat niet meer mogelijk, want 1944 ligt al 70 jaren achter ons!

De gegevens waarover wij beschikken zijn viervoudig en geven we op de volgende pagina’s

1 De slachtoffers die de vermelding kregen: ‘Stierf voor België’
2 De lijst van diegenen die in de kerk zijn herdacht op 11.11.1945
3 De fotocollage op karton, zonder datum, uit het archief van de V Geslachten
4 De overlijdens opgetekend in het gemeentelijk register

‘Stierf voor België’

Kregen de vermelding ‘Stierf voor België’, bijgeschreven in het Register Overlijdens van de Burgerlijke stand van Hoegaarden

  • Bosman Isidore
  • Busschots Maurice
  • Kestermans Henri
  • Peeters Henri
  • Schoensetters Oscar
  • Stockmans Michel
  • Smets Urbain
  • Vandermolen J.J.Ferdinand
  • Vanderstukken Vic

Waarom de anderen niet ?

Herdenking van 11 november 1945 in de S.-Gorgoniuskerk te Hoegaarden

Over het ganse land werd ook zoals elk jaar 11 november 1945 gevierd als herdenkingsdag, dag van hulde en nationale dankbaarheid aan de gedachtenis van slachtoffers van de oorlog. Zondag 11 november om 10.30 uur werd ook te Hoegaarden een plechtige dienst opgedragen, speciaal voor en met de vermelding van de slachtoffers van de tweede wereldoorlog

Volgende mededeling plaatste pastoor Heuysdens in het parochieblad:

Namen van de parochianen, gevallen voor het vaderland of gestorven ten gevolge van den oorlog, aan wie we ’n vroom aandenken zullen wijden:

  • Maurice Merckx, gesneuveld 12 mei 1940 te Villers-les-Peupliers
  • Maurice Busschots, overleden te Kortrijk 28.05.1940
  • Jos. Truyens , gebombardeerd te Tienen, 10 mei 1940
  • Charles Vangrambesen, gestorven op de vlucht Frankrijk 1940
  • Albert Peeters, gestorven in Frankrijk 1940
  • Marcel Mans, gestorven 24.01.1941
  • Michel Stockmans, gefusilleerd 19.05.1944
  • Philibert Depus, gefusilleerd 19.05.1944
  • Gust. Taverniers, gefusilleerd 06.09.1944
  • Fer. Vandermolen, gefusilleert 06.09.1944
  • Alf. Bonjean, overleden 01.05.1945

Aan die lijst voegen we de namen toe van hen wier overlijden ons nog niet officieel werd bevestigd, of die nog altijd afwezig blijven.

  • Bosman Isidore
  • Kestermans Henri
  • Peeters Henri
  • Vanderstukken Victor
  • Vaes Florimond
  • Schoensetters Oscar
  • Troost Emile
  • Casseau Alfons
  • Maes Joseph

De Heer schenke hun de eeuwige rust of brenge hen spoedig weer bij hen die met ongeduld hun komst verbeiden. Hun aandenken blijve in ere!

Gesneuveld
  • Merckx Maurice ( + Villers-le-Peuplier 12.05.1940)
Overleden
  • Busschots Maurice ( + Lendelede 28.05.1940)
  • Bonjean Alfred (+ Hoeg. 01.05.1945)
  • Mans Marcel (+ Leuven 24.01.1941)
  • Peeters Albert (+ Alès (Gard)/Frankrijk 29.06.1940)
Gebombardeerd

Gebombardeerd : Truyens Jos. (+ Tienen 10.05.1940)

Overleden op vlucht
  • Overleden op vlucht: Vangrambesen Charles (+ Mericourt/Frankrijk 17.06.1940 
Gefusilleerd
  • Depus Philibert (19.05.1944), wanneer bevestigd ?
  • Stockmans Michel (+ Breendonk 19.05.1944)
  • Taverniers Gustaaf (+ Hoeg. 06.09.1944)
  • Vandermolen Ferdinand (+ Hoeg.06.09.1944)
Nog afwezig of overlijden nog niet officieel
  • Bosman Isidore (+ Belsen 21.04.1945), 1946 bevestigd
  • Casseau Alfons, verhuist in 1937 naar Tienen, wanneer overleden?
  • Kestermans Henri (+ Orcho eind februari 1945), 1947 bevestigd
  • Maes Joseph niet in registers Hoegaarden (overlijden/bevolking)
  • Peeters Henri (+ Ellrich/Duitsland 27.12.1944), 1946 bevestigd
  • Schoensetters Oscar (+ Ellrich 05.02.1945), 1946 bevestigd
  • Troost Emile, verhuist naar Kumtich op 16.02.1944
  • Vaes Florimond (+ Ellrich 05.10.1944), 1946 bevestigd
  • Vanderstukken Victor (+ Weimar 09.02.1945) 1946 bevestigd

Totaal 20 namen van slachtoffers, waarvan een aantal op dat moment nog onzeker, of waarvan het overlijden alleszins nog niet officieel was bevestigd op 11 november 1945.

De Hoegaardse slachtoffers van de tweede wereldoorlog Herdacht op een fotocollage

(karton en foto’s, zonder jaartal, Archief V Geslachten Hoegaarden)

  1. Busschots Maurice
  2. Mans Marcel
  3. Bonjean Alfred
  4. Depus Philibert
  5. Stockmans Michel
  6. Troost Emile
  7. Schoensetters Oscar
  8. Vaes Florimond
  9. Bosman Isidore
  10. Kestermans H
  11. Smets Urbain
  12. Merckx Maurice
  13. Vangrambesen Charles

Overleden ten gevolge van de oorlog en herdacht te Hoegaarden

Wat de burgerlijke Stand ons leert.
Bonjean Alphonse

1.  Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1945, nr. 28

Bonjean Alphonse (Hoeg. 03.07.1918-01.05.1945), rond 8 uur ‘s morgens, soldaat beroepsvrijwilliger, gehuisvest te Brussel, Longchamplaan 159, verblijvend te Hoegaarden, Klein Overlaar 8, ongehuwd, zoon van Bonjean Isidore, briefdrager, en Stockmans Marie Marthe

Zijn ouders
Isidore Bonjean (Hoeg. 14.12.1884-20.01.1966), briefdrager X Marthe Stockmans (Hoeg. 31.07.1885-06.05.1969

Zijn zus
Virginie Bonjean (Hoeg.1907-1984), x Boni Peeters (Hoeg.1900-1992) 

  • Jozef (Jos) Peeters ( + 1988)
  • Clement Peeters (Hoeg. 22.10.1931)
  • Charles Peeters (+)
  • Mariette Peeters (Hoeg. 17.10.1944)

Zijn broer
Charles Bonjean (+) x Palmyre VERMEULEN (+)

  • Maria Bonjean,
  • Alfons Bonjean,
  • Johnny Bonjean,

Alfons Bonjean
Alfons Bonjean (Hoeg. 3 juli 1918-01.05.1945) oorlogsverminkte (was een been kwijt), ongehuwd 

Bosman Isidore

2. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1945, nr. 26 bis, 1946, nr. 42 (uitspraak rechtbank eerste aanleg Leuven, te Hoegaarden ingeschreven in het Overlijdensregister op 19.07.1946)

Zijn ouders
Bosman Isidore (Landen 12.01.1912-Belsen/Duitsland 21.04.1945), dagloner, zoon van Bosman Georges (Attenhoven 03.04.1887), timmerman en herbergier, Doelstraat 34 en De Brier Maria Cordelie (+ Leuven 10.02.1912); vader Georges hertrouwt te Jodoigne 01.07.1916 Willemaers Marie Jeannette (Hoeg. 30.04.1893), dochter van Jean Baptiste en Koekelberg Marie Virginie

Zijn echtgenoot
Bosman Isidore is echtgenoot van Bottu Bertha Maria Armandina (Roosbeek 08.06.1908) en gehuwd te Roosbeek op 04.06.1938, wonend Pastorijstraat 4

Zijn twee kinderen

  • Bosman Marie Josée Jeanne (Leuven 04.09.1939)
  • Bosman Emile Jean Roger (Tienen 29.09.1942)

Zijn broer
Isidore heeft één broer: Bosman Jean Joseph Alexis (Jodoigne 16.04.1915) x Enines 11.09.1945 Fontaine Marcelle; zij hebben zeker één dochter: Claudine (Tienen 17.06.1946) Op verzoek van de minister van Landsverdediging in data van 24.05.1951 en, ingevolge de wet van 28.07.1948 hebben wij de volgende kantlijn aangebracht ‘Stierf voor België (01.06.1951, A. Hettich)

Busschots Théophile Maurice

3. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1940, nr. 47
(overlijdensakte stad Kortrijk, opgesteld op 13 augustus in bijzijn van de vader (55 jaar) en van familielid Lerminiaux Edouard, 45 j., schoolhoofd wonend te Anderlecht; te Hoegaarden ingeschreven op 12 september 1940) 

en overlijdensakte 1943, nr. 60 (vonnis rechtbank eerste aanleg Kortrijk, ontvangen langs gemeentebestuur Lendelede/West-Vlaanderen), ingeschreven 26 november 1943 te Hoegaarden en in marge van de akte van 1940 correctie aangebracht door Celis Jules, ambtenaar van de Burgerlijke Stand

Zijn ouders
Busschots Théophile Maurice (Tienen 10.06.1914-Lendelede 27/28.05.1940), onderwijzer, enig kind en ongehuwde zoon van Busschots Charles François (Tienen 09.04.1885), paswerker x Tienen 24.12.1910 Vandenbergh Pauline (Tienen 09.10.1880-Hoeg. 04.02.1932), wonend te Hoegaarden, Nieuwstraat 45, xx Schaarbeek 29.02.1936 Tollet Clemence (Hoeg. 29.03.1903), dochter van Tollet Frans en Mertens Cecile, gescheiden van Hardiquest Louis Jules Julien zou overleden zijn te Kortrijk op 25 mei 1940; dat echter blijkt uit verklaringen van zijn makkers en oversten dat hij den 26ste mei 1940 tussen Rumbeke en Kachtem door een obusscherf heel ernstig gekwetst werd en overgebracht werd, nadat hij door de Duitsers krijgsgevangen werd genomen naar een ‘Feldlazarett’ dat moet gelegen geweest zijn te Lendelede, en dat hij overleden is de 27ste of de 28ste mei 1940 te Lendelede en dus niet op 25 mei te Kortrijk.

Op verzoek van Minister van Landsverdediging in data van 20.06.1951 en ingevolge de artikels 1 en 3 van de wet van 28 juli 1948 hebben wij de volgende kanttekening aangebracht: ‘Stierf voor België (21.06.1951, A. Hettich)

Casseau Alphonse

4. Casseau Alphonse (Hoeg. 09.03.1916), bakkersgast, x Tienen 25.09.1937 Wilmaerts Marie Sidonie (en verhuist naar Tienen, Driemolenstraat)

Zijn ouders
Casseau Josué (Zétrud-Lumay 05.11.1880), suikerfabriekarbeider x Hoeg. 25.02.1907 Bullens Marie Colette (Hoeg. 13.04.1886-20.04.1947)

Zijn broer
Casseau Oscar Joseph (Zétrud-Lumay 05.07.1907), suikerfabriek arbeider

Zijn zus
Casseau Berthe Thérèse (Hoeg. 18.03.1910) x Hoeg. 04.10.1939 Guelluy Cesar Corneille (Hoeg. 01.11.1905), blikslager Casseau Marie (Hoeg. 22.03.1920-27.06.1920)

Onbekend
Waar is hij overleden en in welke omstandigheden?

Depus Philibert

5. Depus Philibert (Hoeg. 19.08.1907), rijkswachter (02.06.1930, Elsene)

Zijn ouders
Depus Joseph André (Racour 14.09.1874), landbouwer x Hoeg. 15.09.1901 Vandenbempt Cecile (Hoeg. 30.10.1873); 

Zijn zus
Depus Melanie (Hoeg. 09.12.1901) x Hoeg. 03.04.1926 Uyttebroeck Oscar

 In welke omastandigheden is Philibert Depus overleden?

Kestermans Henri César

6. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1945, nr. 15 bis, 1947, nr. 11 (uitspraak rechtbank eerste aanleg Leuven, ingeschreven te Hoegaarden in het register van de Overlijdens op 02.03.1947)

Kestermans Henri César (Hoeg. 15.06.1920-Orcho/Duitsland eind februari 1945), schoenmaker, zoon van Kestermans Arthur en Suet Marie Anatolie; echtgenoot van Vanroelen Jeanne Marie en wonend pastorijstraat 17.

Op verzoek van de Minister van Wederopbouw in data van 09.04.1952 en ingevolge artikel 2 van de wet van 28.07.1948 hebben wij de volgende kanttekening aangebracht: ‘Stierf voor België’ (17.04.1952, A. Hettich)

Zijn ouders
Kestermans Arthur (Hoeg. 22.04.1889), werkman suikerfabriek, zoon van Jean Constant en Maes M. C.Clemence x Hoeg. 22.02.1913 Suet Marie Anatolie (Hoeg. 06.11.1889)

Zijn broers en zuster en kinderen

  • Kestermans Emelie (Hoeg. 22.10.1913) x Hoeg. 10.05.1936 Goffin Raymond (Hoeg. 28.06.1913), zoon van Goffin Hubert en Bullens M.T.
  • Kestermans Mathilde (Hoeg. 07.11.1915) x Hoeg. 24.04.1943 Hermans Jozef Alexander
  • Kestermans Leon (Hoeg. 27.07.1917) x Willebringen 28.08.1943 Serré Louise Martha
  • Kestermans Henri César (Hoeg. 15.06.1920-Orcho/Duitsland eind feb. 1945), schoenmakersgast x Tienen 10.04.1941 Vanroelen Jeanne (Tienen 18.02.1917)
        • Kestermans Arthur Auguste (Tienen 11.10.1941)
        • Kestermans Marie Rose (Tienen 19.04.1944)
  • Kestermans Hortense Rosalie (Hoeg. 10.05.1922),
Maes Joseph 

7. Over Maes Joseph werd niets teruggevonden bij de Burgerlijke stand

Mans Marcel

8. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1941, nr. 9, (afschrift van gemeentebestuur van Leuven, op 20.02.1941, om 5 uur namiddag ingeschreven :

Mans Marcel (Drieslinter 10.06.1918-Leuven 24.01.1941), overleden om 16 uur, in ziekenhuis, onderwijzer, ongehuwd, wonend Koningin Astridlaan 28, zoon van Mans Carolus, dagloner en Gijsens Antoinette, wonend te Hoegaarden;

Zijn ouders
Mans Carolus (Neerlinter 01.03.1892), mijnwerker, dagloner, x 19.09.1922 Gijsens Antoinette (Neerlinter 02.04.1893)

Zijn broer
Mans François (Hoeg. 04.05.1923) x Hoeg. 09.08.1946 Peeters Clemence

Merckx Maurice Joseph

9. Hoegaarden, Burgerlijke Stand, Overlijdens, 1940, nr. 40 (ingeschreven op 19 augustus) Merckx Maurice Joseph (Hoeg. 03.09.1918-Villers-le-Peuplier 12.05.1940), overleden om 8 uur ‘s morgens ingevolge oorlogsgebeurtenissen (zie deze bijschrijving in Bevolkingsregister Hoegaarden, 1931, dl. 6/1009, Hauthem 48)

Zijn ouders
ongehuwde zoon van Merckx Louis (Kumtich 15.09.1886) x Hoeg. 10.12.1913 met Goossens Marie Josephine (Hoeg. 06.04.1885)

Zijn zus en broer

  • Merckx Madeleine (Hoeg. 17.06.1914) x Hoeg. 10.07.1943 Tits Raymond (verhuizen maart 1944 naar Meldert)
  • Merckx Albert (Hoeg. 22.04.1917), landbouwer
Peeters Albert

10. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1941, nr. 7, (afschrift overlijden ontvangen van het ministerie van Binnenlandse Zaken)

Peeters Albert (Hoeg. 02.03.1915-Alès (Gard)/Frankrijk 29.06.1940), Belgisch soldaat van het opleidingscentrum Ardenner-Jagers, stamboeknummer 2898562,

Zijn ouders

Peeters Joseph (Hoeg. 14.06.1881), landbouwer x Hoeg. 30.06.1909 Collaert Marie Barbe Hélène (Hoeg. 27.09.1874)

Zijn broer en zuster

  • Peeters Guillaume (Hoeg. 02.08.1913) x Outgaarden 03.05.1933 Lebegge Philomène
  • Peeters Mathilde (Hoeg. 09.07.1916)
Peeters Henri

11. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1944, nr. 80 bis, 1946, nr. 43 (uitspraak rechtbank eerste aanleg Leuven, ingeschreven te Hoegaarden op 19.07.1946) 

Overleden te Ellrich/Duitsland op 27 december 1944 Peeters Henri (Hoeg. 04.10.1904- Ellrich/Duitsland 27.12.1944), fabriekswerken

Zijn ouders
Peeters Victor en Hermans Marie Palmyre; echtgescheiden van Vermeulen Marie; zij woonden Vroentestraat 27
Peeters Victor (Rillaar 11.01.1870) x Hermans Marie Palmyre (+ voor 19 )

Zijn broers en zus

  • Peeters Louis (Hoeg. 01.12.1897) x Laurent Marie Josephine
  • Peeters Josephine (Hoeg. 30.08.1901) x Brussel 22.07.1922 Vanderstukken Louis Corneille (Hoeg. 26.04.1889) Hun zoon: Vanderstukken Victor (Hoeg. 19.07.1925-Weimar 09.02.1945)
Schoensetters Oscar Emile

12. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1945, nr. 12 bis, 1946, nr. 44 (uitspraak rechtbank eerste aanleg Leuven, eveneens ingeschreven op 19.07.1946 te Hoegaarden in het register van de Overlijdens)

Schoensetters Oscar Emile (Hoeg. 31.07.1904 -Ellrich 05.02.1945), zoon van Schoensetters François en Rems Marie Blandine; echtgescheiden van Bullens Jeanne Françoise

Op verzoek van de minister van Volksgezondheid en van het Gezin, in data van 26.02.1954 en ingevolge artikel 2 van de wet van 28.07.1948 hebben wij de kanttekening aangebracht: ‘Stierf voor België (12.03.1954, Hettich A.)

Ouders, kinderen, broers en zussen

Zijn ouders
Schoensetters François (1867-1946) en Rems Marie Blandine (1870-1958) x Hoegaarden 16.06.1928 Bullens Jeanne Françoise (1909-1995)

Zijn kinderen:

  • Schoensetters Marguerite Marthe
  • Schoensetters Clara Blandine
  • Schoensetters Liliane Felicie
  • Schoensetters Jacqueline

Lid van Geheim Leger, opgepakt door Gestapo en gemarteld in Breendonk op 6 januari 1944 en gedeporteerd naar Duitsland, Buchenwald op 8 mei 1944.

Zijn broers en zussen:

  • Marie Schoensetters
  • Cesar Schoensetters
  • Julie Schoensetters
  • Georges Benjamin Schoensetters
  • Palmyre Marie Schoensetters
  • Jeanne Schoensetters
  • Alphonsine Schoensetters
Stockmans Michel François

13. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1944, nr. 23 bis, 1945, nr. 24 (vonnis van de Procureur des Konings van 14 maart 1945 te Leuven), ingeschreven op 3 april te Hoegaarden Stockmans Michel François (Hoeg. 12.01.1898-Breendonk 07.03.1944, uur onbepaald), bierhandelaar, echtgenoot van Steenweghe (sic) Aline Léocadie, wonende Nermstraat 97 

‘Dat de werkelijkheid van dit overlijden bewezen wordt door een bericht van de O.FKG 72 te Brussel in dato 13 maart 1944 waaruit blijkt dat betrokken terechtgesteld werd tengevolge van vergeldingsmaatregelen door de Bezettene Overheid getroffen; dat desbetreffend geen overlijdensakte kan worden opgesteld om reden de bijzondere omstandigheden van het overlijden, buiten alle tusschenkomst van bevoegde nationale ambtenaren of overheden.’

Op verzoek van de Minister van Volksgezondheid en van het Gezin in data van 29.09.1953 en ingevolge artikel 2 van de wet van 28.07.1948, hebben wij de volgende kanttekening aangebracht; ‘Stierf voor België’ (03.10.1953, A. Hettich, de ambtenaar)

Zijn Ouders:
Stockmans Benjamin Adolph (Hoeg. 18.11.1869-Leuven 07.12.1923) x Hoeg. 26.01.1895 Rems Virginie Cornelie (Hoeg. 14.12.1872)

Zijn zussen en broer

  • Stockmans Auguste (Hoeg. 30.07.1895) x Hoeg. 11.05.1918 Vermeulen Irma
  • Stockmans Michel François (Hoeg. 12.01.1898-03.1944), steenbakker en dan bierhandelaar van de bieren van Haacht en cafébaas x Zétrud-Lumay 28.06.1924 Steenwegen Aline Léocadie (Zétrud-Lumay 18.07.1904)
  • Stockmans Elvire Cornélie (Hoeg. 23.03.1904) x Hoeg. 22.05.1926 Rega Joseph

Stockmans Michel François (Hoeg. 12.01.1898), steenbakker en dan bierhandelaar van de bieren van Haacht en cafébaas x Zétrud-Lumay 28.06.1924 Steenwegen Aline Léocadie (Zétrud-Lumay 18.07.1904) zij hadden geen kinderen (de mededeling in ‘Het vrije Hageland…’ daaromtrent is foutief)

Smets Urbain Sylvain Corneille

14. Hoegaarden Burgerlijke Stand, Overlijdens, 1940, nr. 42 (overlijdensakte ontvangen van het 2de geneeskundig korps van het leger, zware heelkundige ambulance, ingeschreven te Hoegaarden op 2 september 1940 door A.Hettich, afgev. schepen)

Smets Urbain Sylvain Corneille (Hoeg. 29.12.1912-Torhout 26.05.1940), de 26ste binnengebracht in de ambulance en dezelfde dag overleden om 17 uur aan zijn verwondingen en te Torhout begraven op 27 mei, soldaat milicien 15de regiment artillerie 16de batterij

Zijn ouders:
Smets Pierre Henri Corneille (Hoeg. 19.07.1875), landbouwer, weduwnaar van Goossens Henriette Emilienne (+ Hoeg. 15.08.1918), Hoksemstraat 7, x Hoeg. 01.02.1939 Truyens Anne Marie en wonend te Hoegaarden.

Zijn broers:

  • Smets Achille (Hoeg. 03.10.1911)
  • Smets Eugène (Hoeg. 29.08.1915)
  • Smets Georges (Hoeg. 20.02.1918)

Op verzoek van de Minister van Landsverdediging in data van 07.08.1953 en ingevolge artikels 1 en 3 van de wet van 28.07.1948 hebben wij volgende kanttekening aangebracht: ‘Stierf voor België’ (10.08.1953, de ambtenaar, A. Hettich)

Taverniers Gustaaf

15. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1944, nr. 64

Taverniers Gustaaf (Kumtich 07.06.1912-Hoeg. 06.09.1944), dagloner, x Hoeg. 27.01.1934 Sevenants Emerence (Hoeg. 03.10.1916)

Zijn ouders: 
Taverniers Louis Vital en Bogaerts Clementia; echtgenoot van Sevenants Emerence Taverniers Louis Vital (Hoeg. 25.08.1885), herbergier, landbouwer, suikerfabriek arbeider, Pastorijstraat 8, zoon van Taverniers Adolf en Jubin Josephine x Bogaerts Clementia (Kumtich 05.02.1887)

Zijn zussen: 

  • Taverniers Lucie (Hoeg. 13.02.1914)
  • Taverniers Marie Hortense (Hoeg. 22.10.1918)
  • Taverniers Rosa (Hoeg. 26.12.1920)

Zijn kinderen: 

  • Taverniers Georgette (Hoeg. 06.05.1934)
  • Taverniers Pierre (Hoeg. 17.01.1937)
  • Taverniers Rosa (Hoeg. 15.12.1937-07.02.1938)
Troost Auguste Emile

16. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1944, nr. 80 bis, 1946, nr. 43 (uitspraak  rechtbank eerste aanleg Leuven)

Troost Auguste Emile (Hoeg. 31.01.1920), bediende van de bevoorradingsdiensten

Zijn ouders
Troost Joseph en Mottie Marie Blandine Stéphanie x Kumtich 17.10.1942 Kempeneers Bertha (Hoeg. 20.12.1913) wonen Stoopkensstraat 34 en dan Gemeenteplaats 1; vorig verblijf: Kumtich, Hoxem tot 08.11.1943; verhuizen naar Kumtich op 16.02.1944

Troost Joseph (Zétrud-Lumay 02.12.1877) x Zétrud-Lumay 13.02.1913 Mottie Marie Claire Alphonse (Goetsenhoven 10.12.1890)

Zijn zussen

  • Troost Clemence Marguerite (Hoeg. 22.05.1913) x Hoeg. Vanderwaeren Henri (Hoeg. 20.04.1910)
  • Troost Germaine (Hoeg. 22.11.1926)
Vaes Florimond

17. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1944, nr. 68 bis, 1946, nr. 45 (uitspraak rechtbank eerste aanleg Leuven, ingeschreven te Hoegaarden op 19.07.1946)

Vaes Florimond (Hoeg. 07.06.1904-Ellrich/Duitsland 05.10.1944), huidenvettersgast, fabriekswerken, zoon van Vaes Alphonse en Oliviers Marie Elisabeth; echtgenoot van Lebegge Jeanne; wonend Nerm 11 x Hoeg. 13.07.1929 Lebegge Jeanne (Hoeg. 14.10.1910), dochter van Lebegge Hubert Oscar (Hoeg. 19.07.1874) en Mertens Pauline (+ Hoeg. 05.02.1928)

Hun kinderen

  • Vaes Marie Elisabeth (Hoeg. 09.08.1931-21.12.1931)
  • Vaes Jacqueline Aline (Hoeg. 07.10.1939)
  • Vaes Suzanne Denise (Hoeg. 28.08.1940)
  • Vaes Clemence (Hoeg. 05.07.1942)

Ze verhuizen (met inwonende schoonvader Lebegge Hubert Oscar) in december 1955 naar Kumtich

Vandermolen Julien Joseph Ferdinand

18. Hoegaarden Burgerlijke Stand, Overlijdens, 1944, nr. 63, opgemaakt op 7 september, 9 uur voormiddag door A. Hettich

Vandermolen Julien Joseph Ferdinand (Zétrud-Lumay 06.07.1917-Hoeg. 06.09.1944), overleden rond 19 uur, zoon van Vandermolen Théophile en Coenen Flore; echtgenoot van Olemans Rosa; monteerder-ajusteur, Koffiestraat 19 (nu A. Putzeysstraat) x S.-Jean-Geest 13.03.1937 Olemans Rosa (S.-Jean-Geest 31.10.1916), dochter van Olemans Octave en Peeter Marie Dominique

Hun kinderen:

  • Vandermolen Joseph (S.-Remy-Geest 17.06.1937)
  • Vandermolen Stephane (Zétrud-Lumay 01.10.1939)

De familie komt in mei 1942 vanuit Jodoigne naar Hoegaarden en verhuist in februari 1948 naar Zétrud-Lumay, Rue d’Elgy.

Op verzoek van de Minister van Landsverdediging in data van 16.11.1953 en ingevolge artikels 1 en 3 van de wet van 28.07.1948 hebben wij volgende kanttekening aangebracht ‘Stierf voor België’ (28.11.1953, de ambtenaar, A. Hettich)

Vanderstukken Victor

19. Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1945, nr. 13 bis, 1946, nr. 46 (uitspraak rechtbank eerste aanleg Leuven, ingeschreven te Hoegaarden op 19.07.1946)/ zie afstamming onder Peeters Henri

Vanderstukken Victor (Hoeg. 19.07.1925-Weimar/Duitsland 09.02.1945) 

Op verzoek van de minister van Volksgezondheid en van het Gezin in data van 22.09.1953 en ingevolge artikel 2 van de wet van 28.07.1948, hebben wij volgende kanttekening aangebracht ‘Stierf voor België’

Vangrambesen Charles

20.Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1942, nr. 24 (overlijdensbericht verkregen door tussenkomst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid, ingeschreven op 05.05.1942 te Hoegaarden in het register van Overlijdens)
Vangrambesen Charles (Hoeg. 21.03.1870-Mericourt/Frankrijk 17.06.1940) ‘Département du Pas de Calais, Arrondissement d’Aras, Canton de Vimy FC4768, Commune de Mericourt. Extrait du registre aux actes de décès pour l’année mil neuf cent quarante. Le dix sept juin mil neuf cent quarante à cinq heures est décédé Place du Maroc Vangrambesen Charles, né le vingt et un mars mil huit cent soixante-dix à Hougaerde (Belgique, y domicilié sans autres renseignements.’ (kopie afgeleverd te Mericourt op 22.02.1942); ingeschreven te Hoegaarden onder het nr. 24 (1942) op 5 mei.
Vangrambesen Charles (Hoeg. 21.03.1870), spoorwegarbeider, zoon van Vangrambesen Jean Baptiste en Kestens Josephine, in januari 1934 te Hoegaarden komen wonen vanuit Zétrud Lumay
weduwnaar van Lintermans Marie Mélanie Bina, waarmee hij gehuwd was op 28.12.1895 kinderen waren o.a.; Vangrambesen Jean Baptiste ( Hoeg. 16.06.1902), spoorwegbediende, x Goetsenhoven 09.08.1924 Vanderlinden Marie Hortense (Goetsenhoven 07.11.1899-Hoeg. 27.04.1945), waren vanuit Goetsenhoven in 1939 te Hoegaarden komen wonen
Vangrambesen Angèle (Hoeg. 03.09.1914) x Hoeg. 12.04.1941 Maes Georges (Goetsenhoven 29.02.1912), beroepsvrijwilliger

Vanmol Louis

21.Hoegaarden, Burgerlijke stand, Overlijdens, 1944 nr. 38
Overschrijving van de overlijdensakte ontvangen van het gemeentebestuur van Charleroi, 1944, nr. 205: Vanmol Louis (Hoeg. 03.07.1919-Charleroi 12.04.1944), schrijnwerker, overleden op 12 april 1944 om 19h30 in het ‘district quatre, section de Roux, gare de formation de Monceau, domicilié à Hougaerde, Rue du Couvent n° 3, ongehuwde zoon van Vanmol Petrus, schrijnwerker en Elvire Pelagie Bessemans, dit alles volgens de verklaring van de vader voornoemd, 47 jaar oud, en van Peeters Joseph, schrijnwerker, 52 jaar oud, en buurman van de plaats van overlijden en wonend te Turnhout.
Vanmol Petrus (Hoeg. 01.01.1897), schrijnwerker, zoon van Vanmol Louis en Vandiest x Bessemans Elvire Pelagie (Hoeg. 08.03.1898)
Hun kinderen: Vanmol Louis (Hoeg. 03.07.1919-Charleroi 12.04.1944) Vanmol Maria (Hoeg. 05.11.1922) x Hoeg. 02.12.1944 Vanex Maurice
Vanmol Henri (Hoeg. 21.03.1927)
En tot slot nog volgend overlijden:
Is Joséphine Bollen op de vlucht overleden?
Hoegaarden, Burgerlijke Stand, Overlijdens, 1940 nr. 45 (afschrift op 09.09.1940 door A. Hettich van overlijdensakte gemeente Wulpen
Bollen Joséphine (Hoeg. 17.10.1900-Wulpen 28.05.1940), overleden te Wulpen wijk Westhoek wonend Oorbeeksesteenweg 4, dochter van Bollen Servaas (Hoeg. 11.06.1864- 29.08.1947) en Vandermeulen Marie Thérèse; echtgenoot van Grootjans Alfons Jozef (Tienen 01.02.1902), metser en dan diamantbewerker, verhuist naar Tienen met de 2 kinderen in juli 1940; de kinderen zijn Grootjans Servais Marcel (Hoeg. 30.11.1927) en Grootjans Henri Louis (Hoeg. 24.07.1931)
23

Truyens Jos

22. Truyens Jos.  Op de burgerlijke stand, Overlijdens is hiervan niets terug te vinden.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Publicaties Alpaidis

De bevrijding van Hoegaarden en Tienen (1944)

De bevrijding van Hoegaarden en Tienen(9)

[1]

Op 6 en 7 September 1944 

De spooroverweg te Hoegaarden kant Stationsstraat op 6 september 1944 De eerste bevrijders wordt de rug toegekeerd om in de lens van de gelegenheidsfotograaf (wie?) te kijken;
Alleszins blije bevolking: de jeugd al bij de soldaten en het voertuig, de vrouwen onverdeeld lachend en bij de mannen blijheid en hier en daar gereserveerdheid.(10)[2]

Maandag 28 augustus 1944

Van nu af aan spreekt men reeds van de Engelsen en de Amerikanen die de grenzen van België naderen. (11)[3]

Zaterdag 2 september 1944

Het regende, een vloed van uit Frankrijk afgezakte Duitse vracht- en personenwagens, karren en fietsen, trokken af door Tienen, in de richting van Diest en St.-Truiden. ’t Volk sliep niet meer, want de geallieerden hadden bij Doornik de Belgische grens bereikt.

Zondag 3 september 1944

Van gister reeds onrust in de stad. Soms is er gedonder van geschut. Er is iets op hand. In de nacht hadden de Duitsers de stad verlaten en slechts een 400-tal soldaten in achterhoede geplaatst. De hakenkruisvlaggen waren verdwenen en aan de legerplaatsen waren barricades opgericht.

Het 30ste Britse korps had Bergen en Aalst bevrijd en was tot Brussel doorgedrongen, met op kop Belgische eenheden van de brigade Piron.

Het vliegveld van Beauvechain was ondermijnd en kon elk ogenblik worden opgeblazen, maar de stootploegen van de Weerstand konden dit verhinderen.

Maandag 4 september 1944

Zelfde stemming. Ongeval en granaat in het Café Simons Nieuwstraat.

De Britse garde had de poorten van Leuven bereikt en Ath en Givet waren al bevrijd. Te Leuven was de weerstand in hevig gevecht gewikkeld om de Dijlebrug te vrijwaren waarlangs de oprukkende troepen vanuit Tervuren de stad wilden binnenkomen.

Het oorlogsgeweld naderde Tienen en Hoegaarden.

In de nacht stelde von Manteufel een 80-tal pantsers in halve cirkel op ten westen van de stad, van Vissenaken over Kumtich tot Oorbeek. Ze behoorden tot de 5de Pantzer Armee. Hij wilde de opmars uit Leuven stuiten en zich rond Tienen vastklampen om de Duitse aftocht te dekken. Een veldslag tussen tankeenheden viel te vrezen en kon de vernietiging van de stad betekenen.

Te Hoegaarden zijn er 55 soldaten, die in de gemeenteschool een lanceer installatie in de lucht willen laten vliegen. Enkele inwoners en ‘het Verzet’ krijgen het gedaan dat de installatie naar de ‘konijnenpijp’ wordt gevoerd, waar het boeltje dan wordt vernietigd.

Rond die tijd bestookt een vliegtuig van de 9th USAF, dat het oprukkend Amerikaanse leger ondersteund, te Zétrud-Lumay een aftrekkende kolom Duitsers met karren en paarden. De dode dieren blijven op de weg liggen en een aantal mensen snijden zich een stuk vers paardenvlees.

Een paar Hoegaardiers, Gustaaf Taverniers en Ferdinand Vandermolen, lopen te Elst toevallig op een burger, in wie zij een Duitse overste van Beauvechain herkennen, waar zij gewerkt hebben; zij nemen zijn revolver en brieventas af en geen hem een pak slaag. Geen van deze twee Hoegaardiers behoorde nochtans tot een Verzetsbeweging.

Hun handeling zulle ze met hun leven bekopen. De Duitse militair loopt naar de suikerfabriek, waar nog Duitsers zijn en men gaat onmiddellijk op zoek naar de twee aanranders. Zij worden gevangen genomen, naar de fabriek gebracht en op de koer terechtgesteld!

De andere oorlogsslachtoffers van de tweede wereldoorlog en die van Meldert en Outgaarden behandelen staan behandelen we in ons volgend nummer.

Te Hoegaarden den zesden september duizend negen honderd vier en veertig rond negentien ure overleden is: Julien Joseph Fernand Vandermolen geboren te Zétrud-Lumay den zesden juli duizend negenhonderd zeventien zoon van Théophile Vandermolen en van Flore Coenen, echtgenoot van Rosa Olemans, monteerder, wonende te Hoegaarden

(Registers Burgerlijke Stand Hoegaarden, Overlijdens, 1944)
‘… den zesden september…rond negentien ure…: Gustaaf Taverniers geboren te Kumptich den zevenden juni duizend negen honderd en twaalf, zoon van Louis Vital Taverniers en van Clementia Bogaerts, echtgenoot van Emerence Sevenants, dagloner, wonende te Hoegaarden’

Dinsdag 5 september 1944

De afgelopen nacht is beroerd geweest. Vanaf de lijn Torsinplaats, Lombaardstraat, Capucijnenplaats, Kapelstraat naar het zuiden der stad heeft men van 11u tot 1u30 vele troepenpassage gehoord met mitraillegeschut (sic). Vele huizen beschadigd en ruiten verbrijzeld. De onrust is groot. Duitse soldaat is geschoten bij het atheneum dat in de lucht geblazen wordt door de Duitsers. Twee withemden sneuvelen. Diefstallen door Duitsers gepleegd.

De Engelsen zijn tot Antwerpen genaderd en de Amerikanen hebben Charleroi en Namen van de laatste vijand bevrijd.

‘Een meisje met gipsverband, trok door de Duitse stellingen en droeg een geheime boodschap naar de geallieerden bij Leuven. Tussen Linden en Pellenberg kwam zij in contact met de Intelligence Officier van de Britse tankdivisie en stelde hem op de hoogte van het Duitse plan. Ondertussen was vanuit Hoegaarden een man vertrokken in de richting van Waver om de Amerikanen van het 19de Korps in te lichten, wijl een persoon uit Tienen zich naar von Manteufel begaf, hem smekend de stad te redden, de kinderen en vrouwen van een gewisse dood te sparen, maar de Duitser greep naar zijn wapen en dreigde hem te doden.’ (12)[4]

Te Hoegaarden heeft het GL Jean Sterckx samen met 2 helpers uitgestuurd om voeling te nemen met het 2nd Armoured Division en hen tot gids te dienen. Vanaf het kruispunt Melin-Lathuy op de baan Jodoigne-Beauvechain, moesten zij de troepen langs Melin, Gobertange, St.-Remy Geest en Mont à Lumay naar Hoegaarden leiden, gezien de Getebruggen bij Jodoigne waren opgeblazen. Hij leidt de Amerikanen tot Lumay. Daar zijn ook al verscheidene Hoegaardiers om de bevrijders al te zien, alhoewel er nog 6 pantsers zijn in het dorp. Sterckx verwittigd de Amerikanen ervan dat ook de Getebrug te Hoegaarden is ondermijnd.

Een jeep van het 82nd Armoured Recn Battalion kwam vanuit Mont à Lumay, ten Westen van Hoegaarden, verkenningen uitvoeren tot Hauthem, maar werd door de Duitsers in brand geschoten. De inzittenden kunnen zich redden en worden door Georges Sweerts en Marcel Delmel terug in de goede richting gewezen.

Gesteund door een drietal Amerikanen wordt getracht de ondermijnde Grote Brug over de Gete te redden. De ontstekers bevinden zich in de boomgaard achter de haag van het goed van notaris Heuninckx (Villa des Roses). Bij de hoeve Vandermolen (11.000 Maagden) aan de Konijnenpijp opent een pantser het vuur, de ‘ontmijners’ kunnen ontkomen, maar de brug vliegt in de lucht.

De Duitsers verlaten Hoegaarden nu en er wordt door verzetsmensen en andere hulp een noodbrug aangelegd met materiaal uit de suikerfabriek.

Woensdag 6 september 1944

Woensdag 6 september 1944, Hoegaarden bevrijd!

Redelijk kalme nacht. Het volk is vol verwachtingen.

Op 6 september wacht het volk aan het station van Hoegaarden op de eerste Amerikaanse tanks Hoegaarden is bevrijd, nu nog Tienen:

Het 19de USA Legerkorps had vanuit Waver voorposten uitgestuurd die tot Beauvechain doordrongen, waar het vliegveld ongedeerd werd ingenomen.
In de namiddag van diezelfde dag rukten voorspitsen tot Oorbeek en, Jodoigne en drongen zelfs door tot aan Hoegaarden en hadden Opheylissem bevrijd. Ten Noorden van Tienen waren Britse verkenners tot aan de Velpe geraakt.

Maar tot een open aanval op Tienen kwam het niet. Ingelicht over het Duitse plan hadden de geallieerden hun strategie gewijzigd en besloten Tienen langs Noord en Zuid te overvleugelen. 48 Pantsers trachten naar St.-Joris-Winge door te breken, om de Garde aan te vallen, doch een geheim agent van Clarence verijdelde tijdig hun opzet door de Britten te verwittigen, waardoor von Manteufel verplicht was zijn Pantsers terug te trekken en tot de aftocht te besluiten langs de enige opengebleven baan naar St.-Truiden.

‘Ondertussen was ook de gewapende Weerstand in actie getreden en verloor zijn eerste slachtoffer. Zij vielen het garnizoen aan en namen 37 krijgsgevangenen.’

’ De avond viel en Tienen was nog steeds niet bevrijd.

‘Een agent van ‘Athos’ nam in de nacht contact op met de Amerikanen te Hoegaarden en lichtten hun in dat von Manteufel bezig was zijn pantsers terug te trekken en stelde hen op de hoogte van de kracht van de vijand, nog 250 manschappen en een vijftiental pantserwagens.’

Donderdag 7 september 1944

Donderdag 7 september 1944, Tienen bevrijd!

Redelijk kalme nacht. Geen Duitsers meer te bespeuren. Rond 10u15 voormiddag volksgejuich. Amerikanen doen hun intrede, de beiaard speelt, vlaggen aan alle huizen en op de toren. ’t Is feest. Zwarthemden worden opgeleid. Er is een raad die op het stadhuis zetelt om te oordelen die met de Duits handelden en zwartgezind waren. Van dat soort zijn er velen op de vlucht. Heel de dag gejuich.

Tienen was nu langs alle kanten omsingeld. In de nacht hadden de Duitsers de stad verlaten en vluchtten naar St.-Truiden, maar vanuit Landen en Geetbets dreigden vooruitgeschoven eenheden hun aftocht te belemmeren.

In de vroege ochtend maakten de geallieerden zich klaar om vanuit vier richtingen tegelijk Oorbeek, Hoegaarden, Opheylissem en Vissenaken, de stad binnen te trekken. Het Duitse plan was mislukt en Tienen en omliggende van een gewisse ondergang gered.

‘De Weerstand had de stad van de laatste Duitser gezuiverd, 6 gedood, 17 gekwetst en 64 gevangen genomen. In hun eigen rangen vielen 6 slachtoffers te betreuren en waren er een tiental gekwetsten.’

Ondertussen waren de Britten langs het Noorden en de Amerikanen langs het Zuiden tot in het zicht van St.-Truiden genaderd, terwijl Tienen, dat door de Weerstand was bezet, op de komst van de geallieerden wachtte.

10.00 uur.

10.00 uur, een verkenningsvliegtuig vliegt over de stad; de bevolking stroomt samen, de bevrijders tegemoet;

10.10 uur.

10.10 uur, de eerste tanks rollen aan, geleid door gidsen van het verzet; uitbundig van vreugde worden de bevrijders onthaald en hun gevechtswagens met bloemen bedekt. De mensen geven na vier jaar van onderdrukking, angst en ontbering uitbundig uiting aan hun vreugde. Overal worden de vlaggen uitgehangen en op de beiaard weerklinkt het vaderlands lied. Op de kerktoeren hangt nu ook de driekleur.

‘Het was net alsof uit de blik van die bestofte wezens der soldaten, een balsem vloeide in het hart van het volk. Het was de balsem van de herwonnen vrijheid.’(13)[5]

De Duitsers waren weg, Tienen en de omliggende dorpen waren ontzet. Het 19de Korps van het 1ste Leger van Hodges, behorend tot de 12de USA Legerkorps onder het bevel van generaal Bradley, had de stad bevrijd.
Diezelfde dag werden ook Diest, St.-Truiden en Hoei ingenomen en rukten de geallieerden verder op naar Hasselt en Luik.

Vrijdag 8 september

’s Nachts feestviering en gaat nu voort. Oud stadsbestuur terug aan ’t bewind. Om 3 uur namiddag feeststoet met muziek.

Zaterdag 9 september

Men hangt affiches uit voor orde en rust. Men leidt nog gevangenen op. Er komen reeds nieuwe dagbladen.

Maandag 11 september

Slierten vliegeniers trekken over de stad naar richting Duitsland. Om 10 uur begrafenis van luitenant Smets gevallen bij vernieling van het atheneum.

Woensdag 19 september

Opleiding van verraders gaat voort, de gevangenen zitten in afwachting opgesloten in de kazerne. Om 8u30 hevige ontploffing naar de kant van Wulmersom. Men zegt ‘een vlieger gevallen’(?)

Vrijdag 15 september

Om 10u begrafenis Gelpkens, gevallen bij vernieling van het atheneum.

Zondag 17 september

Men verzet het uur met nog een uur achteruit.

Donderdag 21 september

Ontploffing gehoord rond 3u ’s nachts; volk opgeschrikt. Tuchtraad zetelt voor ’t stadhuis.

Maandag 16 oktober

Men beweert dat Duitsland vliegende bommen zendt V1 over België.

Vrijdag 20 oktober

Men beweert een vliegenbom (sic) gezien te hebben die over Tienen voortbromde naar ’t Leuvense.

Zaterdag 28 oktober

Ik heb deze nacht rond 4 uur een vliegende bom persoonlijk zien schuiven over Tienen. Afweergeschut staat rond Tienen opgesteld.

Woensdag 8 november

’t Volk heeft schrik van de vliegende bommen en velen stappen terug in hunne kelders.

Zaterdag 11 november

Ter herdenking van de wapenstilstand van 11 november 1918 is er ook te Hoegaarden op deze zaterdag 11 november 1944 een grote stoet.

Dag 30 januari 1945

Het volk is enigszins ontgoocheld. Ze hadden van de bevrijding meer verwacht. De ravitaillering … niets. Wij lijden onder de zwarte markt: 10 frank voor een ei, 450 fr. Voor een kilo boter, enz. Strenge winter met veel sneeuw en geen kolen genoeg. Onze bevrijders hadden met Kerstmis de doorbraak in de Ardennen. Een hoop volk bood zich in manifestatie op het stadhuis aan met een opschrift ‘Waar blijven de kolen!’ De tijd is bitter, de toestand nijpend, men snakt op verbetering.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Bronnen en citaten[+]

Publicaties Alpaidis

Brandstichting en moord

Brandstichting en moord te Hoegaarden op 18 augustus 1914 Miserie met hopen, en toch beginnen katholieken en liberalen al op mekaars vingers te kijken en te vitten

Hoe pijnlijk de eerste wereldoorlog ook was voor de Hoegaardiers, een aantal beleidsmensen hebben de tegenstellingen liberaal – katholiek, de ingewortelde tweespalt, ook tijdens die vier jaren niet kunnen laten rusten. Wij zullen daar uitvoerig op ingaan in ons volgend nummer en geven hier al een voorsmaakje van de vitterij. Pastoor Van Gucht liet overduidelijk zijn rancune tegen burgemeester Henri Dotremont vrije loop.

In september 1919 heeft de Hoegaardse gemeentesecretaris Henri Ausloos, de door de burgemeester en schepenen goedgekeurde antwoorden op de vragenlijst van de Tiense vrederechter, teruggestuurd. Het ging ondermeer over de schade op en rond 18 augustus 1914 aangericht door de Duitse overvallers. Wij lezen in zijn verslag wat volgt:

‘Het Duitse leger heeft opzettelijk en zonder enig militair nut volgende gebouwen in brand gestoken en verwoest:

Gebouwen eigendom van de Belgische Staat
  • 1 spoorwegstation
  • 2 barreelwachtershuizen
Privé gebouwen
  • 10 handelspanden, winkels en opslagplaatsen
  • 12 boerderijen en landbouwgebouwen
  • 24 woonhuizen(1)[1]

In de meeste gevallen zijn deze gebouwen in brand gestoken nadat de goederen en voor handen zijnde voorwerpen werden gestolen!
De overgrote meerderheid van de woonsten in het centrum zijn geheel of gedeeltelijk geplunderd.

Een twintigtal inwoners werden gedwongen door de 75e Duitse infanterie, om in de nacht van de 18de op de 19de augustus 1914, mee te helpen om de brug over de Gete te herstellen (op de weg Tienen – Charleroi) die door het Belgische leger was opgeblazen. Onder deze mensen o.a. Putzeys Robert, muzikant, 35 jaar en Stockmans Henri, rentenier, 70 jaar.

De meeste huizen in het centrum zijn geplunderd door de 75e en 76e Duitse infanterie

Groepen inwoners moesten vóór de Duitse troepen stappen om de wegen aan te duiden die de Belgische troepen hadden gevolgd toen ze zich terugtrokken; getuigen: Tomsin Louis en Geens Louis – Fayt Henri en Ausloos Raymond – Giroulle Hubert – Vanhulst Arthur – Stapel Constant – Dotremont Henri, burgemeester
(in de marge staat nog: D’Helft Thomas, Stockmans Arthur, Taverniers Jules, ‘Serin …’ moet zijn Jadoul Leon, hebben vóór de troepen moeten lopen tot Waterloo)

Groepen inwoners hebben vóór de Duitse troepen moeten lopen om als levend schild te dienen tegen de Belgische troepen. Het resultaat hiervan is dat er 3 mannen zijn gedood, één vrouw dodelijk gekwetst en vervolgens overleden is, een man is gewond, en twee vrouwen en een kind. Zijn gedood: Moyaerts Alphonse, Poffé Edouard, Goris Jean François; gewond en overleden: Geens-Finoulst, echtg. Louis (Flore); gewond: Putzeys, echtg. Robert, Drochmans, echtg. Pierre, Cauwberghs Robert (naderhand overleden) en het kindje Berthe Geens, dochter van Louis. – getuigen: Truyens Abel, Dedecker René, Cerulus (2)[2]Jean Baptiste (Outgaarden), Putzeys Robert.

De burgemeester is in levensgevaar geweest door de fout van de Duitsers door hem te doen meegaan, vrijwillig, om samen met hem heel de toer van de gemeente en omliggende te doen.

De kerk van het centrum is ca. 1 maand gesloten geweest.’

En zo werd het verwoord door pastoor Van Gucht in het kladje van zijn verslag aan het bisdom (februari 1915) (3)[3]; vooral zijn rancuneuze uitlaten ten opzichte van de burgemeester vallen op

‘De Parochie Hoegaarden heeft van de D.B. (= Duitse Bezetter) veel te lijden gehad. Bij de 1ste inval (18 augustus 1914) wierden 4 burgers gedood en 5 dodelijk gewond. Vermoorden – branden – en plunderen scheen hun ordewoord te zijn.
45 Brandstichtingen waaronder 9 pachthoeven, 8 handel- en renteniershuizen. De overige zijn werkmanshuizen.

Onnodig te zeggen dat hier veel armoede en ellende is. In Hoegaarden zijn rond de 400 werklie, die geenen voet labeurgrond hebben (= die geen enkel stukje landbouwgrond bezitten), en bijgevolg al hun voedsel moeten kopen; die sedert maanden zonder werk zijn (Vilvoorde, Luik Couillet, Charleroi) (4)[4] en ook zonder middelen van bestaan, en die bedroefde staat van zaken verergert nog alle dagen door de schandige (= schandalige) handelwijze van het partijdig voedingskomiteit (5)[5], waarvan niet één enkel katholiek deel maakt. Nochtans van in ‘t begin van de oorlog eèr (= vooraleer) er kwestie was van voedingskomiteit, hebben de katholieken den voorstel gedaan een gemengd hulpkomiteit (= hulpcomité) te stichten. En onze fameuze premier (bedoeld wordt de burgemeester H. Dotremont) heeft zo brutaal geweest van twee achtbare dames ( G. en O.) (6)[6]aan de deur te zetten met hun verbitterd toe te roepen: ‘que chacun fasse son devoir’ (7) [7], juist alsof hij een voorbeeldige burgervader was, hij die in ‘t begin van de oorlog zich dagenlang in zijn kelder verborg, hij die zich in d’ Anderstraat (= vorige naam voor de Valleistraat) bij zijnen vriend Rummeken (8)[8] zich ging verbergen, hij die dagenlang afwezig was, enz.
Die akelige staat van zaken is nog verergerd, omdat die D.B. zich niet geschaamd hebben de huizen, zelfs van de armste mensen uit te plunderen, plunderen, ja, scheen ook deel uit te maken van hun ordewoord. De schade aan Hoegaarden door de oorlog beloopt rond ‘t half miljoen: oogst, vee en meubelen (400.000), huizen (200.000), samen 600.000.

De schade veroorzaakt door den oorlog in de gemeente Hougaerde, worden volgens de ingediende klachten der belanghebbende geschat op omtrent 400.000 franken. Die rekening omhelst alleenlijk de schade toegebracht aan oogst, velden, vee, verbrande meubels genomen of verbrijzeld.
Daar is niet inbegrepen de vernieling en afbranden der 45 huizen. Wat de schade betreft door het Belgisch leger veroorzaakt, die kan nagenoeg op 20.000 fr. gerekend worden. 

Doch wat de ingediende klachten aangaat, deze zijn zeker voor het minst 1/3 overdreven.’

De officiële lijst van de brandhaarden en verwoestingen aangericht op 18 augustus door de Duitse troepen geeft ons wat volgt:

De officiële lijst van de brandhaarden en verwoestingen aangericht op 18 augustus door de Duitse troepen geeft ons wat volgt:

Altenaken

1 Winkel Caroyer
2 Boerderij Collaert Clement
3 Molen Geens Theodore, de molen van Bullekom
4 Dubbel woonhuis van de N.V. Sucrerie du Grand-Pont
5 Stationsgebouw

Stationstraat

6 Restaurant – winkel Putzeys- Smeyers, wed. César
7 Woonhuis van de bareelwachter van de overweg
8 Woonhuis van Gilis Achille, nr. 23
9 Twee huizen van Dodion Jules, nrs. 18 en 19 (waarvan 1 handelshuis)
10 Twee huizen van Dotremont Constant, nrs. 16 en 17
11 Drie huizen van Stockmans Alphonse, nrs. 10.11.en 12
12 Woonhuis van Vandermolen-Goossens, nr. 9
13 Woonhuis van Depus Charles, nr. 4
14 Boerderij van Gilis Blandine, nr.
15 Schuur van Finoulst Emile, nr. 6 (Hoeve Flemalia)
16 Boerderij van Collaert Amedée, nr. 1 (Zwaluwenhoeve)
17 Schuur van Vanongelegen Jean

Nieuwstraat

18 Schuur van Geens Louis
19 Woonhuis van Troost Louis, nr. 33
20 Schuur van Decoster Henri
21 Woonhuis Gilis Alphonse, nr. 32
22 Woonhuis Vervoux Arthur, nr. 31

Vroente

23 Winkel van Moonen Théophile, nr. 39
24 Woonhuis van Gilis Prosper, nr. 4
25 Woonhuis van Uyttebroek Norbert, nr. 13
26 Woonhuis van Peeters, wed. Jean, nr. 16
27 Woonhuis van Stockmans J.B., nr. 17
28 Woonhuis van Lebegge Henri, nr. 27
29 Woonhuis van Celis Théophile, nr. 32

Grand-Pont

30 Woonhuis van vandeplas, wed., nr. 2
31 Woonhuis van Logist J.B., nr. 7
32 Woonhuis van Nicolaes Ch., nr. 8
33 Woonhuis van Vangeysegom Alexis, nr. 9
34 Stal van Boets Louis, nr. 10
35 Woonhuis van Vanderwaeren Jacques, nr. 11
36 Woonhuis van Vangrambezen Auguste, nr. 12

Rommersom

37 Schuur van Vandenbussche Jacques
38 Schuur van weduwe Depus
39 Woonhuis Vandenbempt Alphonse

Gasthuisstraat

40 Handelshuis Vandermolen Alexander, nr. 9
41 Boerderij Collaert Théophile, nr. 10

Stoopkenssstraat

42 Woonhuis Vandiest Pierre, nr. 21
43 Winkel Vandenbempt J.B., nr. 22 (wordt vervolgd

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-196-50ste-jaargang-3-2014

Bronnen en citaten[+]

Publicaties Alpaidis

Publicaties Alpaidis

Stille getuigen van het dagelijks leven

Onze generatie kan zich moeilijk indenken met welke moeilijkheden dagelijks onze groot- of overgrootouders tijdens de oorlogsjaren geconfronteerd werden. Vooral in de steden was honger het dagelijks aperitief. Dit geldt zelfs voor beide wereldoorlogen. Maar beperken we ons bij deze herdenkingsjaren vooral tot Wereldoorlog I.

Muurkranten voor WOI

De affiches tijdens Wereldoorlog I waren beslist geen nieuw fenomeen. Sinds de productie van goedkoop papier waren de ‘muurkranten’ opgedoken. Het waren de gemeenten die verantwoordelijk waren voor het uithangen van de mededelingen op plaatsen die toegankelijk waren voor het grote publiek.

Daar werden ze voorgelezen en toegelicht voor de talrijke analfabete medeburgers.

Affiches tijdens WOI

Tijdens WO I werd er gewoon verder gebouwd op de bestaande gewoonte. De (Duitse) overheid communiceerde verder met de bevolking langs de talrijke affiches om.

Het zijn die affiches die ons een inkijk geven in het dagelijks leven van de burger tijdens de oorlogsjaren. Tot in het kleinste detail werd het leven van de burgers door de bezetter georganiseerd. Het voedsel werd gerantsoeneerd tot het strikte minimum, juist om massale hongersterfte te voorkomen. Dit had als neveneffect dat wie honger heeft en een dagelijks gevecht voor de calorieën moet leveren zijn politieke aspiraties naar het achterplan verdringt.

In die affiches komen vrijwel al de dagelijkse aspecten van het leven aan bod. Dat kan gaan van het verplicht heropenen van de toenmalige ASLK kantoren tot het opleggen van qouta voor het inzamelen van brandnetel stengels. Voor het eerste kwamen er maximumprijzen voor voedingswaren. Men wou immers ‘hongeropstanden’ in het achterland vermijden.

De affiche was het enige medium waarvan men verwachtte dat zij iedereen zou bereiken. De pastoors kregen de opdracht de inhoud van de affiches vanop de preekstoel nog eens extra toe te lichten.

Boodschap op de affiches

De boodschap op de affiche moest voor iedereen bereikbaar zijn. Ambtelijke taal vinden we hier nauwelijks op terug. De boodschap werd in relatief simpele termen gebracht. De tekst werd aanvankelijk in drie talen gesteld: Duits, Frans en Vlaams. 

Pas vanaf 1917 wordt de Franse tekst af en toe weggelaten. Mogelijk speelde hier de druk van de Vlaamse Activisten die in Tienen een actieve kern hadden. Maar dit zou nader moeten onderzocht worden.

Richtlijnen dieren

De richtlijnen rond dieren zijn bijzonder verhelderend in het verloop van de oorlog. Aanvankelijk gingen de Duitsers over tot het opeisen van ‘overtollige’ paarden, voor zover dit al niet gebeurd was door de Belgische militaire overheid. Eerst moesten de paarden naar een centrale plaats komen voor een ‘telling’. Dit moet weinig succes gekend hebben, want gedurende twee jaar duiken die tellingsaffiches zeer regelmatig op. De toon wordt steeds dreigender. Wie niet met zijn paarden afkomt wordt bedreigd met hoge geldboetes en inbslagname van al zijn paarden. Vanaf 1916 verlaat men de ‘telling’ en wordt er over ‘medische keuring’ door een dierenarts gesproken op de affiches.

In Tienen waren er nog slechts twee paarden beschikbaar voor het ophalen van het huisvuil. Eén daarvan werd in 1917 door de Duitsers opgeëist…

De voorraad paarden schijnt tegen 1917 toch opgebruikt te raken en nu komen honden in het vizier.

Ook in het Belgische leger werden er al ‘militaire honden gebruikt. De Mechelse scheper was een betrouwbaar ras om als trekdier gebruikt te worden. In de loopgraven aan de IJzer waren verschillende jachthonden zeer gegeerd om het aantal ratten onder controle te houden.

In de bezette gebieden verschenen er affiches waarin de bevolking te lezen kreeg dat de honden boven 40 cm schofthoogte ingeleverd moesten worden om ‘in dienst te treden in het Duitse leger’.

We mogen niet vergeten dat zulke honden voor WO I ee echte economische waarde hadden. Zij werden immers ingezet als trekdier om allerlei karretjes voort te trekken. Ook hier zullen de Duitsers drastisch ingrijpen. Affiches laten ons weten dat het voortaan verboden was op plaats te nemen in een door honden voortgetrokken kar. Voortaan zou er ook een taks geheven worden op alle honden. Gevolg was dat heel wat honden een wandeling naar de hondenhemel moesten maken, om baasje een taks te besparen. Dit kwam de bezetter goed uit want dat betekende minder eters in een periode van voedselschaarste.

Kadavers van doe honden moesten dan weer volgens een affiche in een aangeduid vilbeluik ingeleverd worden. Dat hondenvlees werd dan verwerkt tot voedsel voor de ‘Duitse Kriegshunde’ die werkzaam waren aan het front.

Zo krijgen we een overzicht van veel kommer en kwel in het dagelijkse leven tijdens WO I.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-197-50ste-jaargang-4-2014

Publicaties Alpaidis

E. Ourystraat met ‘Vijvershof van Van Autgaerden – Adams en het kapelletje van O.-L.-Vrouw

Publicaties Alpaidis

O.-L.-Vrouw Onbevlekte Ontvangenis met Kind dat kruis draagt, vertrapt de Slang, staat op wereldbol met dierenriem, O.L. Vrouwaltaar in de S. Gorgoniuskerk. (begin 18de eeuw ?, gepolychromeerd hout, ca. 150 cm B 80550’44)

O.L. Vrouw-altaar in de S. Gorgoniuskerk

In de kerk van Hoegaarden is er langs de linkerkant een zijaltaar met een O.-L-Vrouw beeld en onder het beeld een wereldbol met dierenriem (wat zeer zelden voorkomt) .  

De dierenriem

Deze dierenriem geeft niet de opeenvolgende beelden zoals wij dat gewoon zijn.

Wel: van links naar rechts: kreeft, weegschaal, vissen, waterman
Het zijn de maanden waarvan de dag van Iris op de 15 de van de maand valt. Iris is de godin van de regenboog, Iris is de goede boodschapper, de verbinding tussen de hemel en de aarde, voorgesteld door de regenboog.

Germaanse mythologie

In de Germaanse mythologie is Idis een goddelijk vrouwelijk wezen met de betekenis van ‘zeer gerespecteerde en waardige vrouw

Alpha of Alpha–Idis duidt op het begin van de goede boodschap.

Dus de naam van onze laatste wereldlijke gravin Alpaidis of Alphaidis betekent ‘Ik ben het begin van de goede boodschap’. Of beter gezegd: ‘Ik breng de goede boodschap’

De regenboog is het contact tussen hemel en aarde. Deze boog blinkt wanneer de regen ophoudt en de zon ze verlicht.

Alpaidis was ook een typische naam voor koninginnen

Alpaïdis : typische naam voor koninginnen

Alpaidis, de laatste gravin van het graafschap Brunengeruz, met te Hoegaarden haar castrum

De dierenriem op de wereldbol

Wanneer men de tekens van de dierenriem op de wereldbol in de maanden omzet krijgen we volgend resultaat:

KREEFT 
WEEGSCHAAL + SCHORPIOEN 
VISSEN 
WATERMAN 

 = Juni- Juli,
 = september- oktober
= februari-maart,
= januari-februari,

KREEFT = Geboorte van Alpaidis op 12 juli 902 om 07h29.

Gift : eerste steenlegging voor de nieuwe abdij van Chèvremont, afhangend van de abdij van Aken op 16 juli 981 om 07,45h. (ster Pollux)
2de gift voor de oprichting van het O.L. Vrouw kapittel in het stadscentrum (was een keizerlijk goed).

WEEGSCHAAL = het overlijden van Alpaidis op 28 oktober 981 (Jupiter of donderdag), om 16h31 te Waulsort.

Alpaidis werd begraven op zaterdag 30 10 981 om 10h. te Chèvremont. Ze werd begraven vóór het altaar in de kapittelzaal van St. Maurice te Chèvremont

VISSEN = Het overlijden van Eilbert van Florennes, de tweede echtgenoot van onze Alpaidis, 

VISSEN = Het overlijden van Eilbert van Florennes, de tweede echtgenoot van onze Alpaidis, op 28 maart van het jaar 997
Gift: Alpaidis schonk het dorp Rosières aan de keizerlijke abdij van Waulsort.

WATERMAN = stichting van het O.-L.-Vrouw kapittel Hoegaarden op 2 februari 979

WATERMAN = stichting van het O.-L.-Vrouw kapittel Hoegaarden op 2 februari 979 tussen 9 en 10h., afhangend van het Domkapittel van Keulen; vandaar de beeltenis van Onze Lieve vrouw boven de ingangspoort aan de kant van de Grote Plaats.
(2 februari is de feestdag van O.-L.-Vrouw Lichtmis ( Saturnus of zaterdag)

(Deze tekst is opgesteld met behulp van de geschiedenis Hoegaarden, de geschiedenis van Waulsort, en de hemelkaart 2000 met inbegrip van de dierenriem .Men vindt nog verdere gegevens in de abdij te Maredsous.)(1)[1] 

Het kapelletje van de Onbevlekte Ontvangenis

Het kapelletje van de Onbevlekte Ontvangenis, geschenk van een rijke weldoener

Ego Sum Immaculata Conceptio/Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis

Wie was deze schenker? 

Wie was deze schenker? (2)[2] 

Joseph van Autgaerden:

Joseph Van Autgaerden (L’Ecluse 21.03.1834-Hoegaarden 10.04.1914), landbouwer en eigenaar x Hoegaarden 01.02.1888 Marie Constance Adams (Hoegaarden 19.01.1856-07.12.1932), dochter van Jean Arnold Adams en Rosalia Hendrickx, rentenierster

Zij woonden in het Vijvershof; Constance was 32 jaar jonger dan haar echtgenoot; als getuigen bij dit huwelijk traden twee kozijns van de bruid op: de industrieel Alphonse Stockmans en de brouwer Arnold Cipers; Joseph Van Autgaerden had twee niet-familieleden als getuige.

De voorouders van Joseph van Autgaerden:

A. Jean-Baptiste Van Autgaerden (Hoeg. 1747-1804), notaris en landmeter, was de man die te Hoegaarden een einde maakte aan de heerschappij van de oude Regentie (Sweerts!) en het nieuwe regime van de Franse Tijd introduceerde en belichaamde; hij woonde in het huidige goed Hof ter Meersche op de Vroente

B .Zijn zoon Jean Baptiste Van Autgaerden (Hoeg. 1777-1840), was burgemeester van 1804 tot ,1808 en getrouwd met zijn rechtstreekse nicht Françoise Van Nerum; zij woonden in het Vijvershof

C. Zoon Jacques Philippe Van Autgaerden (Hoeg. 1800-1881) was getrouwd te L’Ecluse (Sluizen), maar kwam te Hoegaarden de Hoeve Flemalia aanpassen en bewonen

En had als kinderen:

  • Jean Baptiste Van Autgaerden (L’Ecluse 1828-Zétrud-lumay 1894), landbouwer te Outgaarden en getrouwd met Henriette Collart
  • Louise Henriette Van Autgaerden (L’Ecluse 1831-1872), ongehuwd
  • Joseph Van Autgaerden (L’Ecluse 1834-Hoeg. 1914)
  • Marie Clemence Van Autgaerden (Hoeg. 1836-1891), ongehuwd, woonde in de Pastorijstraat
  • Eugenie Van Autgaerden (Hoeg. 1840-1896)
De kinderen van Joseph Van Autgaerden en Marie Constance Adams:
  • Marie Van Autgaerden (Hoegaarden 17.01.1889-17.01.1889), overleed dezelfde dag
  • Marie Jeanne Roalie Alice Van Autgaerden (Hoegaarden 20.07.1890-21.05.1964), rentenierster x Hoegaarden 31.07.1920 met Corneille Constant Marin Evrard (Hoegaarden 19.11.1889-14.02.1963), zoon van Jules Evrard en M.Françoise Neefs, huidvetter
    Woonden eerst te Overlaar in het Klein Kasteel en daarna in het VijvershofHun zoon was Xavier Evrard (Hoegaarden 15.03.1922), verkoopsdirecteur x Hoegaarden 07.03.1946 met Marie Josée Similon; bewoonden het Vijvershof;


    Zij schonken in 1966 aan de kerkfabriek twee schilderijen: Een voorstelling van de ‘Aanbidding der Wijzen’ en ‘Bezoek van Jahweh aan Abraham’.
    (3)[3] Zij werden onmiddellijk gerestaureerd voor de som van 20.000 F. Een omhaling in de kerk bracht 11.000 F op en er kwam nog een gift van 5.000 F

  • Eduard Norbert Van Autgaerden (Hoegaarden 25.02.1893-24.02.1963), ongehuwd, zijn peter en meter waren Eduard Vander Velpen en Felicie Adams (4)[4](4) Schoonzus van Joseph Van Autgaerden, woonde eveneens in het Vijvershof; hetzelfde geldt voor Maria Adams, tante

  • Eugenie Marie Van Autgaerden (Hoegaarden 07.12.1896-08.11.1943), ongehuwd, haar peter en meter waren Eduard Vander Velpen en Maria Adams, tante

Joseph Van Autgaerden heeft in de loop van het jaar 1899 aan de gemeente een aanvraag gedaan om een kapel te mogen bouwen. Daarop heeft de gemeente Hoegaarden op 30 april 1899 deze vraag doorgestuurd naar hogerhand (5)[5]

De toelating is gekomen en de kapel is gebouwd ter herinnering aan het 50-jarig jubileum van de afkondiging van het dogma van d Onbevlekte Ontvangenis van Maria (1854-1904). De Mechelse aartsbisschop, kardinaal Sterckx hed daartoe opgeroepen en alle pastoors n directeurs/aalmoezeniers van de katholieke instellingen moesten naderhand verslag uitbrengen van de manier waarop deze plechtige herdenking was georganiseerd en gevierd geworden in de parochie en, zoals te Hoegaarden, in het pensionaat bij de zusters.

De verslagen ingestuurd door de pastoors van Hoegaarden, Meldert en Outgaarden zijn bewaard; ook het verslag van de zusters van Mariadal is bewaard gebleven; ze bevinden zich in het Aartsbisschoppelijk Archief te Mechelen

Tijdens de jaarlijkse grote processie in juli werd op de E. Ourystraat het kapelletje versierd en aangekleed tot een rustaltaar

De groep van de Kruistochters aan de ingang van het domein van Van Autgaerden (Evrard toen)

Op deze plakkaat staat te lezen: Voetgangers en wielrijders/ Piétons et Cyclistes (houten bord, dat de toegang verbiedt voor auto’s in de K. Albertlaan)

Een ander voorbeeld van de liefdadigheid van Joseph Van Autgaerden: steun aan het hospitaal voor de opname van een zieke en behoeftige inwoner

(Zitting Bureel van Weldadigheid 26.02.1886)

5 obligaties van 1.000 frank van de Belgische staatslening met een interest van 3% zijn door Joseph Van Autgaerden aan het Bureel van Weldadigheid geschonken tot onderhoud van de behoeftige Lambert Dupont(6)[6] in het Hoegaardse Hospitaal (de stichting Vandertaelen-Van Nerum, het vroegere rusthuis); 

De leden van het bureel stippen aan dat het hospitaal maar zeer beperkte inkomsten heeft en in haar vraag om toelating van acceptatie van deze schenking schrijft men dat Joseph Van Autgaerden een rijke ongetrouwde eigenaar is, die samenwoont met twee ongehuwde zussen en een broer weduwnaar; Joseph zal pas trouwen in 1888, zoals hoger aangegeven.
(Brief Bureel van Weldadigheid aan de Arrondissementscommissarie, 16.11.1886)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-197-50ste-jaargang-4-2014

Bronnen en citaten[+]

Publicaties Alpaidis

De Duitse zusters in de congregatie in augustus 1914 bleven heel de oorlog te Hoegaarden en verhinderden veel leed (deel 2)

Het ministerieel besluit van 28 mei 1914 erkende definitief de Normaalschool, door de zusters opgericht in 1910. De eerste gediplomeerde onderwijzeressen studeerden af eind juli. Alle kandidaten behaalden hun diploma. Wat een heuglijke gebeurtenis had moeten zijn voor het Hoegaardse klooster werd nu overschaduwd door de geruchten over oorlog. De eerste augustus vertrokken de Duitse pensionairs, teruggeroepen naar huis door hun familie en onze andere leerlingen werden ook vlug met vakantie gestuurd. Vanaf 8 augustus kwamen er Belgische soldaten toe …

De winter van 1914 – 15 was vol verontrustende momenten. Een Duitse leerlinge van Sainte Anne was niet direct naar huis kunnen vertrekken bij het begin van het oorlogsgeweld. Ze was zo ongewild getuige van onze verontwaardiging over de schending van de Belgische neutraliteit en de horror veroorzaakt door de Duitse wreedheden. Bij haar vertrek uit ons klooster ging ze klacht neerleggen op de Kommandantur te Tienen. 

Een woedende commandant kwam de zusters bedreigen met de bezetting van het klooster door 300 soldaten. Onze Duitse zusters Emma en Ignace slaagden erin hem voor een stuk te kalmeren. Maar de aanklacht was daarmee niet vernietigd en stak in het archief van de Duitse bezetter te Tienen. Bij elke machtswisseling vond de nieuwe commandant dit bezwarend stuk en de moeilijkheden herbegonnen telkens weer. Een van deze bevelhebbers kwam zelfs op een dag ostentatief paraderen voor het klooster met 300 soldaten. Deze plagerijen hielden aan tot de commandant van de Kommandantur van Kontich, een goede kennis van de familie van zuster Emma Vogelsang, er zich mee moeide. Hij ging persoonlijk naar de Tiense Kommandantur en liet de aanklacht vernietigen. Gedaan met deze pesterijen en herademing in het klooster.

Uittreksels uit beknopte biografieën bij het overlijden van een zuster

De houding van de Duitse zusters kan getoetst worden aan uittreksels uit de beknopte biografieën die sinds 1914 geschreven werden bij het overlijden van een zuster:

Anne Elisabeth Bomert

‘De oorlog was voor haar een grote beproeving, maar ze bleef haar medezusters trouw.’ (1917, voor zuster Marie Françoise, alias Anne Elisabeth Bomert)

Catherine Pfeiffer

‘Haar voortdurende inzet voor haar geloof ging hand in hand met haar vaderlandsliefde ; elk Belgisch vaderlands feest heeft ze met zorg voorbereid, …’ (1934, voor zuster Angeline, alias Catherine Pfeiffer)’

Elisabeth Pichon

‘Tijdens de eerste wereldoorlog was heer inzet voor de communauteit onbetaalbaar in de relaties met het Duitse leger …’ (1955, voor zuster Hildegarde, alias Elisabeth Pichon)

Emma Vogelsang

En dan was er nog Emma Vogelsang, dochter uit een vooraanstaande familie uit Pruisen. Niet alleen bleef ze ondanks haar afkomst heer Hoegaardse communauteit verdedigen onder de oorlog, maar zorgde ze er ook voor dat een nichtje de redster werd van pastoor Van Winkel, geboren Hoegaardier (zie Alpaidis, nr. 177).

‘Zij hield zielsveel van haar vaderland en van haar familie, daar bestaat geen twijfel over; maar zij hield ook aan haar communauteit, aan haar nieuwe vaderland België dat haar had geadopteerd, toen al een halve eeuw! Wat heeft ze geleden onder dat pijnlijke conflict dat de wereldoorlog was en geleid heeft tot de uiteindelijke ondergang van haar vaderland! …’ (1926, uit de necrologie voor zuster Emma, alias Emma Vogelsang)

Pastoor Karel Van Winkel

Op 27 augustus 1914 tegen de avond heeft pastoor Van Winkel zijn pastorij en zijn parochie verlaten; zo werd hij op 28 augustus door de Duitsers aangehouden. Na een lange weg, samen met een aantal andere burgers en geestelijken, kwam deze groep uiteindelijk, als krijgsgevangenen, terecht in Münster. Van 11 september tot 19 december heeft de groep geestelijken onderdak gekregen in het seminarie van de stad Münster. Op 20 december tegen de middag reed hij terug zijn parochie Tremelo binnen met een tweespan.

Dat Karel Van Winkel terecht kwam in Münster was een geluk bij een ongeluk! Om dat uit eerste hand mee te delen laten wij hem zelf aan het woord:
E.H. Van Winkel
Z. Emma met nichtjes; links Erna

‘In het klooster te Hoegaarden verblijft zuster Emma, een Duitse die ik zeer goed ken, reeds van tijdens mijn kinderjaren. Een nicht van deze zuster verblijft in Münster. Toen mijn familie te weten kwam dat ik in Münster opgehouden werd, schreef zuster Emma aan haar nicht en verzocht ze mij een bezoek te brengen en mij te verschaffen wat ik nodig mocht hebben. Ik ontving dus het bezoek van het echtpaar Wildt-Vogelsang [10][1]

Er werd natuurlijk gesproken over wat in België gebeurd was. De mensen waren immers benieuwd om ook eens een andere dan een Duitse klok te horen. Doch geloven konden zij mij niet, zodanig dat mevrouw Wildt zelf zegde: ‘Wij zullen best over de oorlog niet meer spreken, want daarover kunnen wij toch niet akkoord gaan.’ Ik antwoordde: ‘Mevrouw, dat is wijs gesproken, laat het ons liever over andere zaken hebben!

De dag van mijn vertrek heb ik, samen met mijn onderpastoor, deze mensen een bezoek gebracht en we werden er zeer hartelijk ontvangen. Mijnheer Wildt vergezelde ons naar het station. Ook zijn echtgenote was afscheid komen nemen en voorzag mij van sigaren.

De familie Vogelsang schonk twee glasramen aan de kapel van het klooster in 1903 (achteraan links en rechts).
Ter zalige gedachtenis van de familie Vogelsang-Sonnensc

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]