Ga naar de inhoud

Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

De Duitse zusters in de congregatie in augustus 1914 bleven heel de oorlog te Hoegaarden en verhinderden veel leed (deel 2)

Het ministerieel besluit van 28 mei 1914 erkende definitief de Normaalschool, door de zusters opgericht in 1910. De eerste gediplomeerde onderwijzeressen studeerden af eind juli. Alle kandidaten behaalden hun diploma. Wat een heuglijke gebeurtenis had moeten zijn voor het Hoegaardse klooster werd nu overschaduwd door de geruchten over oorlog. De eerste augustus vertrokken de Duitse pensionairs, teruggeroepen naar huis door hun familie en onze andere leerlingen werden ook vlug met vakantie gestuurd. Vanaf 8 augustus kwamen er Belgische soldaten toe …

De winter van 1914 – 15 was vol verontrustende momenten. Een Duitse leerlinge van Sainte Anne was niet direct naar huis kunnen vertrekken bij het begin van het oorlogsgeweld. Ze was zo ongewild getuige van onze verontwaardiging over de schending van de Belgische neutraliteit en de horror veroorzaakt door de Duitse wreedheden. Bij haar vertrek uit ons klooster ging ze klacht neerleggen op de Kommandantur te Tienen. 

Een woedende commandant kwam de zusters bedreigen met de bezetting van het klooster door 300 soldaten. Onze Duitse zusters Emma en Ignace slaagden erin hem voor een stuk te kalmeren. Maar de aanklacht was daarmee niet vernietigd en stak in het archief van de Duitse bezetter te Tienen. Bij elke machtswisseling vond de nieuwe commandant dit bezwarend stuk en de moeilijkheden herbegonnen telkens weer. Een van deze bevelhebbers kwam zelfs op een dag ostentatief paraderen voor het klooster met 300 soldaten. Deze plagerijen hielden aan tot de commandant van de Kommandantur van Kontich, een goede kennis van de familie van zuster Emma Vogelsang, er zich mee moeide. Hij ging persoonlijk naar de Tiense Kommandantur en liet de aanklacht vernietigen. Gedaan met deze pesterijen en herademing in het klooster.

Uittreksels uit beknopte biografieën bij het overlijden van een zuster

De houding van de Duitse zusters kan getoetst worden aan uittreksels uit de beknopte biografieën die sinds 1914 geschreven werden bij het overlijden van een zuster:

Anne Elisabeth Bomert

‘De oorlog was voor haar een grote beproeving, maar ze bleef haar medezusters trouw.’ (1917, voor zuster Marie Françoise, alias Anne Elisabeth Bomert)

Catherine Pfeiffer

‘Haar voortdurende inzet voor haar geloof ging hand in hand met haar vaderlandsliefde ; elk Belgisch vaderlands feest heeft ze met zorg voorbereid, …’ (1934, voor zuster Angeline, alias Catherine Pfeiffer)’

Elisabeth Pichon

‘Tijdens de eerste wereldoorlog was heer inzet voor de communauteit onbetaalbaar in de relaties met het Duitse leger …’ (1955, voor zuster Hildegarde, alias Elisabeth Pichon)

Emma Vogelsang

En dan was er nog Emma Vogelsang, dochter uit een vooraanstaande familie uit Pruisen. Niet alleen bleef ze ondanks haar afkomst heer Hoegaardse communauteit verdedigen onder de oorlog, maar zorgde ze er ook voor dat een nichtje de redster werd van pastoor Van Winkel, geboren Hoegaardier (zie Alpaidis, nr. 177).

‘Zij hield zielsveel van haar vaderland en van haar familie, daar bestaat geen twijfel over; maar zij hield ook aan haar communauteit, aan haar nieuwe vaderland België dat haar had geadopteerd, toen al een halve eeuw! Wat heeft ze geleden onder dat pijnlijke conflict dat de wereldoorlog was en geleid heeft tot de uiteindelijke ondergang van haar vaderland! …’ (1926, uit de necrologie voor zuster Emma, alias Emma Vogelsang)

Pastoor Karel Van Winkel

Op 27 augustus 1914 tegen de avond heeft pastoor Van Winkel zijn pastorij en zijn parochie verlaten; zo werd hij op 28 augustus door de Duitsers aangehouden. Na een lange weg, samen met een aantal andere burgers en geestelijken, kwam deze groep uiteindelijk, als krijgsgevangenen, terecht in Münster. Van 11 september tot 19 december heeft de groep geestelijken onderdak gekregen in het seminarie van de stad Münster. Op 20 december tegen de middag reed hij terug zijn parochie Tremelo binnen met een tweespan.

Dat Karel Van Winkel terecht kwam in Münster was een geluk bij een ongeluk! Om dat uit eerste hand mee te delen laten wij hem zelf aan het woord:
E.H. Van Winkel
Z. Emma met nichtjes; links Erna

‘In het klooster te Hoegaarden verblijft zuster Emma, een Duitse die ik zeer goed ken, reeds van tijdens mijn kinderjaren. Een nicht van deze zuster verblijft in Münster. Toen mijn familie te weten kwam dat ik in Münster opgehouden werd, schreef zuster Emma aan haar nicht en verzocht ze mij een bezoek te brengen en mij te verschaffen wat ik nodig mocht hebben. Ik ontving dus het bezoek van het echtpaar Wildt-Vogelsang [10][1]

Er werd natuurlijk gesproken over wat in België gebeurd was. De mensen waren immers benieuwd om ook eens een andere dan een Duitse klok te horen. Doch geloven konden zij mij niet, zodanig dat mevrouw Wildt zelf zegde: ‘Wij zullen best over de oorlog niet meer spreken, want daarover kunnen wij toch niet akkoord gaan.’ Ik antwoordde: ‘Mevrouw, dat is wijs gesproken, laat het ons liever over andere zaken hebben!

De dag van mijn vertrek heb ik, samen met mijn onderpastoor, deze mensen een bezoek gebracht en we werden er zeer hartelijk ontvangen. Mijnheer Wildt vergezelde ons naar het station. Ook zijn echtgenote was afscheid komen nemen en voorzag mij van sigaren.

De familie Vogelsang schonk twee glasramen aan de kapel van het klooster in 1903 (achteraan links en rechts).
Ter zalige gedachtenis van de familie Vogelsang-Sonnensc

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Twee vliegen in één klap: waarom rijden we rechts?

Het tijdschrift ‘Geschiedenis’ [9][1] publiceerde in zijn zesde nummer van 2015 een artikel dat onze belangstelling wekte omdat het een poging tot antwoord bevatte over een regel die wij een hedendaagse vanzelfsprekendheid vonden. Rechts houden op de rijweg blijkt een verkeersregel te zijn die in Zweden pas in 1967 algemeen verplicht werd!

Hoe was het dan voorheen. Blijkbaar niet gemakkelijk te achterhalen, maar de auteur van het artikel toont aan dat er bewijsmateriaal is om te poneren dat de Romeinen links reden. De Grieken zouden ook alzo botsingen vermeden hebben.

Een en ander zou te maken hebben met de overheersende rechtshandigheid en de invloed hiervan op het besturen van bespannen wagens. Maar het vastleggen van verkeersregels werd maar noodzaak met de Industriële Revolutie (einde 18de eeuw). Begonnen in Engeland werd daar in 1835 de verplichting opgelegd om links te passeren. Dat jaar werd ook in België de eerste spoorverbinding gerealiseerd door Engelse ingenieurs… en jawel, onze treinen houden links. Nochtans had Napoleon toen al gedecreteerd dat dat er rechts moest gereden worden.

Maar uniformiteit was er niet in de 19de eeuw en verkeersregels konden wisselen van stad tot stad.

Affiche uit de eerste wereldoorlog

Het is de Duitse bezetter geweest die de Hoegaardiers, hun buren en alle Belgen probeerde tot rechts rijden te dwingen tijdens de eerste wereldoorlog.

Hoegaarden 04 september 1914

De reglementen op het voerwerk worden niet nagevolgd. De burgemeesters der omgeving moeten deze doen opvolgen en door plakbrieven bekend maken dat ieder voertuig de RECHTER zijde van den weg moet nemen en bijzonder letten op de automobielsignalen.
Ik zal streng optreden tegen alle overtreding en beslag leggen op de voertuigen en paarden der schuldigen

STERZEL, Major und Kommandant

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Hoegaardse biersprokkels onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het licht van de actualiteit

  • Biertransport eist goede solide wegen.
  • Wegeninfrastructuur is één, zonder gaten is twee.
Brief van meier en gemeenteraadsleden

Brief van meier en gemeenteraadsleden aan de gedeputeerden van de Staten van Zuid Brabant op 1 juli 1818:

Nobles et honorables Seigneurs,
Des agents du Waterstaat ont dressé, l’hiver dernier, des procès-verbaux à charge de plusieurs brasseurs de cette commune, pour contreventions à la police du roulage, parce que les charrettes dont ils se servaient pour transporter leurs bierres par la route d’Hougaerde à St. Michel, étaient à jantes étroites. Cette route offrant plusieurs lacunes non-pavées, vous avez reconnu, nobles et très honorables seigneurs, l’impossibilité d’effectuer la transport des bierres avec des charrettes ayant des roues à jantes larges, attendu que pour transporter six hectolitres de bierre par un aussi mauvais chemin, on était déjà obligé d’atteler quatre et cinq chevaux à une charrette dont les roues étaient à jantes étroites.
Aujourd’hui la partie de cette route entre Jodoigne et St. Michel est sur le point d’être entièrement pavée. Il est probable que les agents du Waterstaat renouvelleront leurs instances pour empêcher sur cette route la circulation des voitures à jantes étroites. Cependant aussi longtemps que la route d’Hougaerde à Jodoigne ne sera pas achevée, il sera impossible aux Brasseurs d’Hougaerde de se servir pour transporter leurs bierres, de charrettes dont les roues sont à jantes larges.
En conséquence, pour prévenir la stagnation du commerce de bierre en cette commune pendant l’hiver prochain, et éviter aux brasseurs et au gouvernement une perte notable, nous croyons de notre devoir de vous prier de vouloir vous intéresser auprès de Son Excellence le Ministre du Waterstaat pour qu’il daigne faire paver, cette année, les deux lacunes qui existent entre Jodoigne et Hougaerde.

Ondertekend door De Zangré, burgemeester, S. Coenegras, Carolus Falla, Henri Lacourt, H. Nijs, J. Vandermolen, Arnold Adams et Groetaers

Een aantal Hoegaardse brouwers hebben de vorige winter een proces aan hun been gekregen van de agenten van de Waterstaat. Zij reden met hun geladen bierwagens, uitgerust met smalle velgen, op de weg van Hoegaarden naar St. Michel en de wegenpolitie pikte dat niet. Maar, Weledele heren, op deze weg zijn er nog stukken die niet gekasseid zijn. Zelf hebben jullie erkend dat om 6 hectoliter bier te vervoeren op zo een slechte baan, we al verplicht waren 4 à 5 paarden in te spannen in een wagen met smalle velgen. [5][1]

Ondertussen zijn we al zover dat het gedeelte tussen Jodoigne en St. Michel weldra helemaal zal gekasseid zijn. De agenten van de Waterstaat zullen er nu zeker op staan dat dat er wagens met smalle velgen zullen over rijden. [6][2]maar zolang ook de weg tussen Hoegaarden en Jodoigne niet is afgewerkt kunnen de Hoegaardse brouwers gen wagens laten rijden met brede velgen.

Om de bierhandelaar niet te laten stilvallen volgende winter en de brouwers en de staat [7][3] veel inkomsten te laten mislopen vragen wij met aandrang dat de twee nog niet gekasseide stukken tussen Hoegaarden en Jodoigne dit jaar nog worden afgewerkt.
Dat gebeurde dan ook, want één van de voordelen van het beleid van Koning Willem I was dat hij gevoelig was voor alles wat handel en nijverheid bevorderde. Hij wou echt een welvarend land realiseren!

Het Hoegaardse bier bracht veel geld op

Het Hoegaardse bier bracht veel geld op en was toen een redder in de begrotingsnood.

Zo kunnen gaten gedicht in de begroting.

Een ander stokpaardje van Koning Willem I was zijn bekommernis om de volksontwikkeling. Daarom wou hij in de eerste plaats overal lagere scholen.
Om dat te realiseren wou hij dat elke gemeente een schoolfonds had, een kas met geld dus om te kunnen besteden aan uitbouw van school, schoollokalen, uitrusting, didactisch materiaal. Wij komen er op terug, want hier willen we het nu even over de BIER hebben. Nadat Willem I al jaren door omzendbrieven had aangedrongen op een schoolfonds, was er te Hoegaarden nog altijd geen. Er was trouwens te Hoegaarden geen eigen gemeentehuis, geen eigen school, geen eigen pastorij. Er waren wel privé scholen, maar dat is een ander verhaal.

Op 14.11.1826 zal de gemeenteraad onder leiding van de burgemeester vergaderen over de ‘Circulaire van de Gouverneur van 23.09.1826 en het daarbij gevoegd ontwerp van een reglement voor de daarstelling van een schoolfonds in de gemeenten’.
Er moet ook te Hoegaarden een schoolfonds opgericht worden tot verbetering van het lager onderwijs.

Bij de rondvraag in de zetelende gemeenteraad [8][4] komen onze burgervaders tot het besluit dat de invoering van een belasting onder de naam van ‘schooltax’ zeer moeilijk zou zijn en aanleiding zou geven tot een overvloed van klachten. Dus stelt de burgemeester voor om op de opbrengst van de accijnzen op ‘de fabricatie der Bieren in deze Gemeente’ een heffing te doen van twee en halve opcenten per gulden en zo heeft men dan op een intelligente en voordelige manier in Hoegaarden een schoolfonds. De opbrengst van de accijnzen op het Hoegaards bier (in principaal en opcenten) was in 1825 goed voor de som van 21406.62 gulden.

Meer nog, dan hebben wij niet alleen een schoolfonds met geld in kas, maar kunnen we meteen ook de wedden van de onderwijzer en de ondermeester te betalen, en hebben we nog meer dan genoeg om schoolbehoeften aan te kopen, boeken etc.

Er werd direct 800 gulden begroot voor het schoolfonds op de begroting 1827!

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Zondag 23 maart 1815: burgemeester De Zangré leest de verklaring aan de kerkdeur.

In 2015 is het tweehonderd jaar geleden dat Nederland en het latere België werden samengevoegd tot het Koninkrijk der Nederlanden. Het koninkrijk hield vijftien jaar stand, van 1815 tot 1830.

Korte tijd waren ‘Belgen’ en Nederlanders inwoners van dezelfde staat. Koning Willem I regeerde als een onvervalst verlicht despoot, maar zette ook sterk in op de ontwikkeling van de industrie, de infrastructuur, het onderwijs en het culturele leven.

De taalpolitiek

De taalpolitiek van Willem in het Zuiden kan Hoegaarden niet onberoerd laten.

De unificerende taalpolitiek moest de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden tot een hechte nationale eenheidsstaat samensmeden. Aan de basis van deze taalpolitiek lag een kruising van de Franse revolutionaire staatsnationalistsche taalopvattingen enerzijds en het Duits romantische volkse taalnationalisme anderzijds.

Willem I riep het Nederlands uit tot de nationale taal van het Verenigd Koninkrijk. In Vlaanderen wou hij de volledige vernederlandsing van het openbare leven. Hij richtte zich daarvoor op justitie, de administratie en het onderwijs.

Het KB van 15.09.1819 kondigde de vernederlandsing van het gerecht en de lokale administratie aan met ingang van 1 januari 1823, in de provincies Oost- en West-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg, en in Brussel en het arrondissement Leuven.

In de dorpsschooltjes was het Nederlands al lang de voornaamste onderwijstaal; in het middelbaar werd vanaf 1823 een geleidelijke vernederlandsing doorgezet (progressief, per jaar); in het hoger onderwijs bleef het Latijn’ de onderwijstaal.

In Wallonië konden vanaf 1822 gemeenten een Rijks jaarwedde krijgen als zij een ‘Nederduitsche’ ondermeester wilden aanstellen om Nederlands te geven op de plaatselijke lagere school.

Twee aartsvijanden

De twee aartsvijanden waarrond de ganse periode draaide te Hoegaarden

J. Ph. De Zangré
Burgemeester van Hoegaarden
tijdens het Hollands Bewind,
(secretaris graaf Zétrud)

Het ‘Arendsnest’ waar De Zangré in 1810 in trouwde met Dorothée Van Nerum, de weduwe van ex-griffier Sweerts;
Was ‘conservatief’ en ‘orangist’.

J. Bt. Dumont (1769-1837)
De eerste burgemeester van Hoegaarden in het onafhankelijke België, was gemeenteraadslid sinds 1818

Jean Baptist Dumont woonde in het ouderlijk huis op de Houtmarkt, het voormalige Kapittelhuis;
Was progressist en al politiek actief onder Franse Bewind

(kop van de proclamatie waarmee hij zichzelf tot koning uitriep/ doc. Kon. Bibliotheek)

Op 16 maart 1815 heeft Willem I zichzelf uitgeroepen tot koning, soeverein vorst van de Verenigde Nederlanden. Daarmee was het Koninkrijk der Nederlanden een feit. De dag erna werd hij plechtig geïnstalleerd.

En op zondag 26 maart heeft de Hoegaardse burgemeester, bij het uitgaan van de hoogmis en onder feestelijk klokkengelui, de verklaring voorgelezen, aan de deur van de kerk. Hij was daartoe aangezet door de intendant van het departement. Nadat hij de verklaring had voorgelezen werd ze opgehangen aan de kerkdeur.[1][1]

Verslag van deze gebeurtenis werd als volgt genoteerd in de verslagen van de gemeenteraad:

‘L’an mil-huit-cent-quinze, le vingt-sixième jour du mois de mars, Nous Philippe-Joseph De Zangré, Maire de la Commune d’Hougaerde, arrondissement de Louvain, Département de la Dyle, voulant en conformité de la circulaire de Monsieur L’intendant de ce Département, du
dix-sept du courant, procéder à la publication de la proclamation par laquelle Sa majesté le Roi des Pays-Bas annonce à ses nouveaux sujets le Titre et les Droits qui lui sont assignés par le consentement de toutes les Puissances, et prend possession d’une manière authentique et solennelle des Provinces soumises à Sa domination, Nous sommes transporté aujourd’hui dimanche devant l’Eglise de cette commune, et avons à la sortie de la grand’messe lu à haute voix, au son de toutes les cloches, la susdite proclamation, et l’avons ensuite fait afficher à la porte de l’Eglise. De tout quoi Nous avons dressé le présent procès verbal, les jour, mois et an que dessus ‘

De Zangré (handtekening)

Taalgebruik te Hoegaarden in het verleden.

We bezitten de fotokopieën van een 12-tal originele schepenakten gaande van 1288 tot 1681, verder originele verhandelingsakten van particulieren en van de abdijen van Park en Averbode. Hieruit blijkt dat deze akten tot het einde van de 14de eeuw (laatste in 1385) steeds in het ‘Latijn’ werden gesteld.

Een uitzondering in het Frans: – in 1342 als het ging over de overdracht van een graanmolen en 2 bunder land door Isabeau van Heverlee, weduwe van G. Couckelberghe aan de abdij van Park. In Averbode wordt het Latijn gebruikt tot 1659.

De eerste Vlaamse schepenakte van Hoegaarden dateert van 1395.

Het enkwest ‘(rondvraag)’.

Het enkwest[2][2] dat de Hertog van Brabant, Jan zonder Vrees, in 1410 kwam instellen te Hoegaarden, Bevekom en Tourinne, een zeer breedvoerig document –enkwest dat op drie verschillende dagen verliep, was in het Frans gesteld. Vele Hoegaardiers werden bij die gelegenheid ondervraagd.

Namen: Vlaams klinkend

Abraham vanden Score (70 jaar oud)
Henric Arends (67) Schepenen
Willem van den Muleke (57)
Staes van Oppem (69)
Wouter Oliviers (69) Gewezen schepenen
Messire Henri Vandenputte(67) demeurant à Zitters (=Zétrud-Lumay)
Sire Vrancke van Oxem, chanoine à Oxem [3][3]de la paroische de Hugardis (70)
Henric Peelart (70)
Goudin van Oudhugarden [4][4](70) demeurant à Hugarden
Henri Boc (70) Houthem
Regnier Cleederniders(85)
Regnier Gouvaerts (60)
Willem Deckers (60)Wout Schimax
Jehan Cartgoits
Jehan Cooimans
Jehan de Helesin
Floris van Meensel
Henric Heinreers
Hubrecht Maes
Godevort Arents
Ingelham Breevens
Arend Fredrix
Jehan Cooimans Ghoudin Opmans
Jehan de Helesin Eurad Kerstin
Floris van Meensel Sire Regnier Spetts
Henric Heinreers Jehan Arents
Hubrecht Maes Henric Jourbourdins (Franse?)
Godevort Arents Kerstune van Orsmale
allemaal rond de 60 jaar.

Namen: Frans klinkend

Abraham vanden Score was de woordvoerder van al deze getuigen. Kunnen we daaruit niet besluiten dat hij alleen- of bijna alleen- in staat was om aan die Franssprekende onderzoekers Eulard des Aubeaux en Jacques de la Tonerie, behoorlijk te antwoorden? In Bevekom en Tourinnes is er geen sprake meer van een woordvoerder. In Bevekom en Tourinne is het anders, geen enkele Vlaamsklinkende naam, maar wel Frans klinkende namen:

Bavechines:
Gossewin de la Baert Henri le Sergeant
Guilliam Moriaul Jehan le Baille
Tielhart de la Chambre Regnier Tailhart
Guilliam Bullet (variante Burlet) Gille Chans
Henri Peter Jacquemin de Monti

Thorines:
Guilliam Forain 
Jehan Regnault 
Gowart de Tournan 
Bauduin Coste 
Watt Rogant 
Jan de Jemonier
Pierre Bouvengistier
Arnoul Vierleban
Colm Pojet
Watt le Jeune
Jehan le Clerc

Vlaams

Een keizerlijk brief van oktober 1477 was in het Vlaams.
Van 1500 af hebben we overvloedige gemeentelijke archieven; cijnsboeken van de Prins bisschop, brouwregisters, dorpsrekeningen, testamenten, protocollen (overdracht van goederen en betwistingen, deylinghen, jaerdedinghen, ordannantiën, enz…) alles in de Vlaamse taal gesteld. Ook als de meier of de secretaris van adel zijn zoals Lambert de Pas en de Longueval zal alles in het Vlaams worden afgehandeld.
Van het Latijn is men voor alles praktisch overgegaan naar de spreektaal der bevolking, het Vlaams.
Er zijn uitzonderingen, als in de XVIIIde eeuw moet gecorrespondeerd worden met Franssprekende overheden, of Franssprekende ambtenaren e.a. zal de secretaris Frans spreken en schrijven. Servatius Sweerts, secretaris van ongeveer 1750 tot 1778, kan evengoed in het Latijn, in het Frans als in het Vlaams schrijven. We menen dat de grote brouwers van Hoegaarden goed Frans kenden.
Dat was nodig om hun bierhandel die veel aftrek had in de Waalse gebieden, vooral in het Luikse.

Frans

De Franse Revolutie heeft de Franse taal in de gemeentelijke administratie ingevoerd. Men kan in het huidig gemeentearchief nagaan hoe deze nieuwigheid met de tijd geëvolueerd is. We menen dat de Franse bewindslieden te Hoegaarden geen last hadden om de Franse taal in te voeren. De vooraanstaanden waren het Frans machtig. Zeker als ze gestudeerd hadden.
Maar evenmin hadden diezelfde Hoegaardse bewindslieden er moeite mee om over te schakelen naar het Nederlands toen het Hollandse Bewind het eiste.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

De Boerenbond is opgericht in 1890

De toestand van de landbouwers in gans West-Europa was tijdens de tweede helft van de 19e eeuw ongunstig beïnvloed geworden door allerlei factoren: inzinking van de graanprijzen (vanaf 1878) en van de veeteeltprodukten (vanaf 1880). Tussen 1885 en 1895 was de crisis het zwaarst. De gemengde bedrijven, akkerbouw en veeteelt, vooral in Vlaanderen hadden er het meest van te lijden.
Priester J. Ferd. Mellaerts, bekommerd om de miserie van de boeren in zijn parochie Sint Alfons-Goor (Heist-op-den-Berg) zal oplossingen zoeken en de nodige inspanningen daarvoor leveren en tenslotte de stichter van de Boerenbond worden (1890).
Het opzet van de Boerenbond is een vrije organisatie te realiseren van een ontwikkelde, welvarende en maatschappelijk mondige boerenstand én tegelijk is het een christelijke organisatie en werd het een deel van de christelijke standsorganisaties.
Plaatselijke afdelingen werden overal mettertijd opgericht, ook te Hoegaarden, Meldert en Outgaarden.

De Romereis met 500 leden was een combinatie van erkentelijkheid tegenover de paus, van een bedevaart, van ‘wij reizen om te leren …’

Erkentelijkheid tegenover de paus.

Eind 1925 besloot de Boerenbond, op wens van paus Pius XI om letterlijk met vlag en wimpel naar Rome te gaan. In het Heilig Jaar 1925 was dat natuurlijk niet meer mogelijk, begin 1926 was het groot jubileumfeest van de Belgische Boerenbond gepland en dus zou de reis doorgaan in de herfst van 1926.

Twee onverwachte gebeurtenissen verhinderden dat. De gemeenteraadsverkiezingen van dat jaar waren uitgesteld en voorzien voor enkele dagen na de gebeurlijke thuiskomst. Dat zou nog kunnen geregeld worden, maar dan stortte de Belgische munt in, met een grote onzekerheid van de wisselkoers tot gevolg. De reis zou niet alleen veel meer kosten, maar het was op dat moment ook niet mogelijk om ernstige regelingen te treffen met hotels en restaurants.

De derde poging lukte: de boeren vertrokken met 500 leden en de afdelingsvlaggen naar Rome in 1927 de dag na Beloken Pasen, maandag 25 april, met een speciale trein vanuit Brussel Noord.

Een bijdrage leverde om tot een ontwikkelde en mondige boerenstand

Het moest voor de landbouwers tegelijk een reis zijn die een bijdrage leverde om tot een ontwikkelde en mondige boerenstand te komen.

Tijdens de treinreis konden de deelnemers hun toeristische gids er op nalezen met de voornaamste bezienswaardigheden onderweg en tegelijk met aandacht voor de landbouwstreken die aan het oog voorbij rolden.

Uitstappen waren ook voorzien per bus of taxi aan steden en specifieke landbouwuitbatingen.

De reis ging over Frankrijk, met bezoek aan Parijs en Lyon, dan over Turijn en Genua naar Pisa. Na een bezoek aan deze stad, langs de Middellandse Zee naar Rome. Vier dagen te Rome. Bij de terugreis een dag te Assisi en een dag te Milaan; door de Simplontunnel naar Zwitserland met oponthoud te Spiez. Over Bern en Bazel terug naar Brussel, met een laatste oponthoud te Luxemburg.

Er waren bedrijfsbezoeken voorzien in de Agro Romano, in de omgeving van Milaan en te Spiez, in de beste veestreek van Zwitserland.

Al de deelnemers kregen vooraf een reisgids ‘Rome-Assisi’ toegestuurd met verschillende landkaarten.

Het was ook en bedevaart.

Dat wil zeggen dat er in de trein rozenhoedjes werden gebeden in de voormiddag en ’s avonds, dat er gebeden werd voor het eten; elke morgen lazen de deelnemende priesters hun dagelijkse mis in een kerk, bij de halte ter plaatse (de trein was een nachttrein).

Twee bedevaarders.

Eén Hoegaardier en één inwoner van Outgaarden bij de deelnemers: Oscar Finoulst en zijn neef Albert Maes, beiden welstellende geëngageerde landbouwers

Finoulst Oscar Fulgence (Hoegaarden 13.07.1880-16.03.1950), landbouwer op de Flemaliahoeve en gemeenteraadslid
Hij was zoon van Pierre en de dochter van brouwer August Tomsin x Leuven 01.03.1919 met Victorine Rosa Dotremont (Hoegaarden. 16.1.1896), d. van Theophile Dotremont en Julie Fourie

Foto: Voor de familiefoto is ca. 1925/1926 geposeerd

Maes Albert (Zétrud Lumay 18.04.1870-Outgaarden 10.06.1940), x Soetemans Marie Thérèse (Goetsenhoven 22.07.1872), rentenier in de hoeve Maes in de Hogestraat.
Hij was zoon van Alexander Maes (1846) en Marie Thérèse Finoulst (1831) (sic), jongste kind van Lambert Finoulst (Rommersom 1798-1861) en Marie Barbe Petit (Pellaines).

Foto: De hoeve Maes (links)

Enkele merkwaardigheden en foto’s over de reis zelf

De reis.

Tussen Brussel en Parijs was er het glooiende landschap, de verwoestingen in Noord-Frankrijk van de eerste wereldoorlog, waarvan de sporen met man en macht werden weggewerkt. Er was geen ‘Schengen-akkoord’ (!!!) en zo werd er bij het naderen van de Franse grens nog vlug een grote pijp gestopt of een heel lange sigaar opgestoken. Er was controle op de trein, bij elke grensovergang, door tolbeambten Men mocht Frankrijk maar binnen met 10 sigaren of 20 sigaretten of 20 gram tabak, zodus… en het rookverbod op treinen was nog lange na niet van kracht.

De eerste uitstap is een stadsbezoek aan Parijs met autobus. De trein houdt halt onder de zwarte grote hal van de Gare du Nord. Er zijn 311 km afgelegd.
Er wordt getoerd langs de voornaamste monumenten en rond het plein onder de Eiffeltoren is er tijd gemaakt voor een wandeling, want in trein en bus valt er niet veel te bewegen. Het zou de Boerenbond niet zijn moest er ook niet gereden zijn langs de Halles Centrales, waar ook de producten van Belgiche hoveniers en witloofplanters werden verkocht. Geen activiteit meer natuurlijk, daar is het vanaf ’s morgens heel vroeg tot einde voormiddag druk.

Te voet naar boven, naar de basiliek van Montmartre voor het lof. Het is nu 9 uur voor iedereen terug in de trein zit en deze zich langzaam optrekt richting Lyon. Avondeten wordt opgediend in individuele dozen, ‘maar dat kluppelachtige brood, nee, onze boerinnen kunnen er beter bakken’.

Op 26 april om 6 uur ’s morgens klinkt het: ‘iedereen afstappen, reisgoed in de trein laten, d trein wordt bewaakt. Het eerste wat gebeurt is mis horen en daarna wandeling naar het Hotel Berrier et Millet, waar men terug is voor het middagmaal, na een kort bezoek aan de stad. Daarna zit iedereen met een pakje mondvoorraad voor avondmaal weer op zijn plaats.

Van Lyon naar Pisa dwars door de Alpen. Aan de grens met Italië komen twee lden van de fascistische militie in burgerkledij in de trein; tijdens de ganse reis doorheen Italië zullen er steeds twee van die manen in de trein zitten!
De bestelde lires worden uitgedeeld in de trein. Voor de euro is het nog driekwarteeuw te vroeg!! Fascistisch Italië, geen euro’s in Italië, geen Europese Gemeenschap van democratische staten met een eenheidsmunt in een groot deel ervan, wie wou de klok terugdraaien tot vóór de jaren ’50? Het is 9 uur ’s avonds als er een uurtje pauze is in Turijn, waar het dan nog warmer is dan in de trein. Maar hier verkopen ze bier, en wijn en … tabak.

De woensdagmorgen zijn ze in Pisa om 5 uur. Nar de mis en ontbijt in Hotel Nettuno. Geen wonder dat er nog geen beweging is in de stad. Ook van hier worden er zichtkaarten naar huis gestuurd en …ne de laatste 300 km tot Rome-Termini. De reis was 1876 km lang. Eens ondergebracht in één van de twee gereserveerde kosthuizen kunne zeep en handdoeken uit de reiszak opgediept worden. Onder een straal fris water worden stof en vermoeienis weggespoeld, de pantoffels aangetrokken en … hier blijft het gezelschap vier dagen.

Ook in Rome is het opstaan om vijf uur ’s morgens ‘de zon mag geen boer in zijn bed vinden’. Bezoeken aan de stad, aan het Vatikaan, audiëntie met de paus, familiefoto. Paus Pius XI hield zijn toespraak in het Frans en iedereen mocht zijn ring kussen.
Ook de catacomben werden bezocht en de ‘Agro Romano’ in een karavaan van meer dan 100 taxi’s. Bezoek ook aan de zeer moderne ‘Morenahoeve’, 250 ha., met 130 melkkoeien van bruin Zwitsers ras.

Vanuit Rome wordt er naar Assisi gespoord, vertrek om 3 uur in de namiddag. De volgende dag, dinsdag, terug vertrek om 3 uur in de namiddag, naar Milaan. Donderdag voormiddag wordt er naar Zwitserland gestoomd met een bezoek aan een Zwitserse hoeve te Spiez van 100 ha. waarvan 80 ha. weide. Dan terug in de trein en op 5 mei zijn we in Luxemburg voor een ontbijt in verschillende hotels na de mis en om 8 uur zit iedereen terug in de trein voor de laatste rit tot Brussel-Noord.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016

Het driemaal slaan op de gesloten kerkpoort.

In de middeleeuwen houden veel grote steden een palmprocessie. Naar analogie met het gebeuren in Jeruzalem begint die buiten de stad, liefst op een heuvel die herinnert aan de Olijfberg. De palmtakken worden er gewijd en terwijl de gelovigen hymnen zingen, begeleiden ze de celebrant – meestal een bisschop die Christus voorstelt – naar de stad. De processie blijft voor de stadspoorten staan, waar de hymne ‘Gloria, laus et honor’ van Theodulfus van Orléans (achtste eeuw) wordt gezongen. Met de schacht van het processiekruis slaat de drager van dat kruis driemaal op de gesloten stadspoorten die daarop worden opengedaan. Ze symboliseren de poorten van de hemel die door Christus’ kruis ontsloten worden. Terwijl men de antifoon Ingrediente Domino’ zingt, trekt de processie naar de hoofdkerk in het centrum van de stad: Jeruzalem.

Maar Hoegaarden was geen ‘echte’ stad uit de middeleeuwen, omdat het voornaamste uiterlijke kenmerk van een stad ontbrak, namelijk de stadsmuur! Vandaar dat de pastoor bij de terugkomst van de processie driemaal op de ondertussen afgesloten kerkdeur klopt. De deur waarlangs de processie binnenkomt is de ‘lijkpoort’, de deur waarlangs bij begrafenissen de overledenen in de kerk worden gedragen en na de plechtigheid uitgedragen worden naar het kerkhof. Te Hoegaarden lijkt dat vanzelfsprekend omdat de andere toegang tot de kerk maar bereikbaar is langs een reeks trappen (de kant van de ‘Plek’, zoals Hoegaardiers het uitdrukten).

De gelovigen interpreteerden dit ritueel als volgt: ‘Men heeft de pastoor buitengesloten’.

De processie houdt even halt aan de pastorij.

Een andere traditie te Hoegaarden was dat als de optocht bij de pastorij is gekomen, er eventjes rust wordt gehouden voor het ‘ezelke’. Deze ezelsrust is een typisch volks trekje, dat men best terug kan invoeren, moest het niet meer gebeuren. 

Dat halt houden heeft niets te maken met ‘even uitblazen’ voor de dragers van het beeld, en ook niet met het voorkomen van ‘des ezels moedwil’.
Bedoeld wordt alleen dat de ezel zou kunnen neervallen bij het verplicht voorbijlopen van zijn thuis. Dat doet men voor de ezel, net zoals de boer het voor zijn paard deed. Wanneer die daarmee zijn huis voorbij moest gaan, laat hij zijn paard eerst even staan, vooraleer er mee verder te trekken.
Die huisdieren blijken door het voorbij de stal rijden wel ‘bevangen’ te kunnen worden, waarbij hun poten verstijven. Door zo te doen verloopt de ‘palmezelprocessie’ ook voor de ezel ‘echt’.

Reeds in de 16de eeuw was het algemeen gebruikelijk het gehele ‘palmpasenbeeld’ als palmezel, ezel of ezelke te betitelen.
Tot de beelden, want er zijn er nu twee, hun rustplaats in de kerk vonden was de gewone standplaats van de palmezel de pastorij. Daar was dus de ‘stal’ van ons ‘ezelke’. Het is ook in de pastorij dat de dag voor palmzondag het beeld wordt opgetuigd en de zondagmorgen naar de kerk wordt gedragen.

Door de zwaarte van de last is er ergens in de Doelstraat een wisselbeurt en wordt van de ‘ezelsrust’ bij de pastorij een beurtwisseling gemaakt om de zware last eens even van de schouder af te hebben. Zo volmaakt is de orthodoxie van de volksgebruiken nu toch weer niet…

De kerk zit propvol kinderen die af en toe wuiven met hun ‘palmaai’, takken buxus hoog op een witte of afgeschilde stok gebonden. Oorspronkelijk zal het wel alleen een afgeschilde , levende twijg zijn geweest. Dat afschillen heeft ook zijn betekenis. Men heeft er zelfs een magisch element in willen zien.

Alleszins ligt het ontschorsen van de voorjaarstak de heilzame sappen bloot… en zo al het wel bedoeld zijn. De ritus met voorjaarstakken als symbolen van natuurverjonging dateert van vóór de kerstening.

De mombaarvader loopt achteraan.

Mombaar is een verouderd woord voor voogd (‘mont-beran’ betekent macht dragen of voeren over). De mombaarvader houdt het oog op de dragers van de palmezel, die traditioneel jonggezellen zijn. Het is toch wel eigenaardig dat hij helemaal achteraan loopt. Bij onze vroegere Hoegaardiers heeft de ‘mombaervader’ zelfs de roep de ‘Judas’ te zijn en daarom moet hij achteraan komen! Ook daarom krijgt hij geen apostelgewaad om, maar alleen een ‘sjerp’.

Dat zal wel op een oude traditie berusten.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-202-52ste-jaargang-1-2016