Ga naar de inhoud

‘De postdienst in België tijdens de eerste wereldoorlog’

Realisatie: Daniël Goffin4
Daniël Goffin verdeelt zijn interesses tussen de filatelie, de genealogie en de plaatselijke geschiedenis. Hij publiceerde al verschillende studies over postkantoren, datumstempels, vooraf gestempelde zegels en over de poststempels in gebruik in de stations van weleer in Jodoigne en de gemeenten van Waals-Brabant
Voorzitter van de ‘Club Philatélique’ van Jodoigne

Coördinator Marcofilie van de ‘Club Philatélique’ van Wavre
Nationaal jurylid postgeschiedenis
Regionaal jurylid ‘Traditionele filatelie’
Provinciaal commissaris voor traditionele filatelie – Brabant

Sinds 2015 bestuurder-schatbewaarder van de Koninklijke Academie voor Filatelie van België sinds oktober 2015 (corresponderend lid sinds 2007)
Hij kreeg de onderscheiding: ‘Provinciale filatelistische verdiensten – Brabant 2009 11 Stand van de post tijdens de eerste wereldoorlog (november 2016)

(4) Voor contact: Goffin Daniel, Chemin des Carriers, 103, 1370 JODOIGNE , Tél 010/81.32.11
Hoegaarden

Kaartje van de indeling van België in bezettingszones met verschillende postregeling

4 augustus 1914 de Duitsers vallen ons land binnen

Om niet te hoeven samenwerken met de vijand worden de Belgische postburelen gesloten naarmate ons grondgebied wordt geannexeerd door de Duitsers
Tijdens een eerste periode wordt alleen de militaire post van de Duitse soldaten te velde afgeleid naar en behandeld in Aken
Vervolgens is het de ‘Keizerlijke Administratie van de Duitse Posterijen in België’ die de postdienst voor de burgers terug organiseert vanaf 1 oktober 1914
Hiervoor worden de Duitse zegels van het type ‘Germania’ gebruikt met een opdruk in Gotische letters ‘Belgien’ en waarde aanduiding in Belgische franken en centimes

Er komen ook nieuwe regionale postomschrijvingen:
Het ‘Operationsgebiet’ en het ‘Marinegebiet’ (vlak achter de frontlijn, tot 25 km. breed) Het ‘Etappengebiet’, het achtergebied dat rechtstreeks aan het front grensde en enkele tientallen kilometer breed was; het viel rechtstreeks onder het gezag van de aanwezige legers die de streek konden controleren en exploiteren voor eigen profijt
Het gebied dat viel onder het ‘Gouvernement Generaal’ of ‘Okkupationsgebiet’, omvatte 3/4de van België en werd geleid door een militaire gouverneur die voor het grootste gedeelte van de oorlog Moritz von Bissing was
Duitsland

Alpaidis 52ste jaargang (2016), nr. 205, 4/2016

Aankomst van de Duitse troepen (17 en 18 augustus 1914)
Postkaart van soldaat Raymond, 1ste Jagers te Paard, gelegerd te Hoegaarden met poststempels Hougaerde (vertrek 9 VIII – 9 augustus) en aankomst Chatelineau (10 augustus); militairen plakten geen postzegel, de aanduiding SM (service militaire) volstond;
13

Namen 25 augustus bezet door de Duitsers
Briefkaart met de Duitse poststempel met brug: ‘Namur – Belgien’ op nog Belgische postzegels + de Belgische stempel Namur-Namen + stempel ‘Feld-Poststation’

De postzegels (blokje van vier met de afbeelding van koning Albert I) zijn op 24 augustus nog afgestempeld met de gewone Belgische datumstempel van het postkantoor Namur-Namen

Posttarieven voor het gebied onder het bestuur van het Gouvernement Generaal

Brief
0 à
20 g
brief
20.1
à 40
g
Postkaart
Aangetekend
Express
01.10.1914
0.10
0.20
0.05
0.25
0.25/2km
01.06.1916
0.15
0.25
0.08
0.25
0.50/2à3km
01.04.1917
0.15
0.30
0.08
0.25
0.75/3à4km
01.10.1918
0.20
0.30
0.10
0.25
+0.20/km

De postzegels vanaf oktober 1914 verplicht te gebruiken Type “Germania” met opdruk “Belgien- Centimes of Frank”
De postzegels vanaf 1 mei 1916 verplicht te gebruiken Type “Germania” met opdruk “Belgien- Cent. ou F.”Alpaidis 52ste jaargang (2016), nr. 205, 4/2016

Postkaart met vóórgedrukte ‘Germania’ zegel
15

De verschrikkingen van de oorlog
Wordt vervolgd

En zo is het er nuZoek de zeven verschillen… of mijmeren we liever over eertijds?

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-53ste-jaargang-4-2016

‘De postdienst in België tijdens de eerste wereldoorlog’


200 jaar terug in de tijd:
Op 8 oktober 1817 werd Mariadal gekocht door de Zusters van Hoegaarden.
De geschiedenis van Mariadal, een klastaak uitgewerkt door Ruben (4de leerjaar)

De plaats waar Mariadal zich nu bevindt was ongeveer 13 eeuwen geleden een woonstboerderij van ongeveer 12 hectaren groot.
De eerste keer dat Mariadal nog eens opduikt in de geschiedenis was in 1013 bij de slag van Hoegaarden. De Luikse prinsbisschop Balderik II wilde van de woonstboerderij een versterking maken en begon met een grote gracht, de “lange gracht.” (vandaar de naam Lange Grachtstraat).
Daarna wou hij een versterkte burcht van de boerderij maken. De graaf van Leuven wou natuurlijk niet dat iemand meer macht zou hebben in zijn streek dus ging hij ten strijde tegen Balderik II en Balderik verloor de strijd.

In 1453 erfde de begaarden of bogaarden onder leiding van de prior het Hof van Overlaer. Ze stichtten er een klooster. In het

Ruben

midden van de 16de eeuw hadden deze begaarden al een eigen hoeve, een brouwerij, een wijngaard een kapel en een kerkhof alles tesamen was dat ongeveer 50 hectaren groot.


De 17de eeuw was een ongelukseeuw voor Europa: oorlog, misoogst, natuurrampen, die 17
brachten hongersnood, ziektes en dood mee.

De bogaarden waren bijna de enige rijke mensen in Hoegaarden. Daarom plunderden de Hoegaardiers het klooster van de begaarden minstens 1 keer.
In 1797 werd de prior gevangen genomen en werden de begaarden verdreven. In mei 1797 werd alles openbaar verkocht.

Rond 1800 wou een zekere Joseph Delfosse een schooltje beginnen voor verwaarloosde kinderen samen met een paar jonge vrouwen. Hun schooltje begon in Jodoigne maar het ging daar niet goed dus verhuisden ze naar
Tienen maar daar ging
het ook niet goed dus uiteindelijk verhuisde ze naar het leegstaande klooster dat vroeger van de begaarden was. Toen noemden ze het niet meer het Hof van Overlaer maar
Maagdendal en kort daarna veranderde de naam in Mariadal.

ijspret op de vijver in …. 1935!!!

Vanaf toen was Mariadal een school.

Nog een paar belangrijke data:

In 1818 werd het een gebouw van de armenschool
1857 werd het park aangelegd
1868 bouw van 3 nieuwe klassen
1891 oprichting van een huishoudschool en bouw van een lagere school 1897 oprichting van kleuterschool en bouw van kleuterschool
1898 oprichting van beroepsschool
1923 bouw van normaalschool
1956 restauratie sint Rochuskapel
1959 oprichting van een middelbare school
1971 BLO verhuist van Tienen naar Hoegaarden
1971 jongens toegelaten in lagere school
1975 jongens toegelaten in middelbare school
1983 opheffing middelbare school

Moeilijke woorden
Begaarden of bogaarden: zijn mannelijke begijnen
Prior: Is de baas van de begaarden
Normaalschool: Is een school om juf te worden
Hectare: Is een oppervlakte maat van 10 000 m²
Ruben Geukens, 4de leerjaar ‘Mariadal’
In mei 1797 (jaar V van de Franse Republiek) was Mariadal met al zijn bezittingen verkocht als ‘nationaal domein’ en door 4 bogaarden, de paters Henri Coenegras en Leonard Andries, en de broeders Guillaume Janssens en Pierre Bollen opgekocht en dan voorlopig afgestaan aan twee plaatselijke pachters in afwachting van betere tijden. Het goed was erg verwaarloosd en op het eerste zicht weinig geschikt om er een pensionaat in onder te brengen.
Die kwam er op 8 oktober 1817, toen het burgerlijk contract gesloten werd waarbij de geassocieerde ‘zusters’ van E.H. Delfosse het klooster kochten met goedkeuring van de vier overblijvende bogaarden. Petronille Pieraerts, Marie Joseph Evrard, Clotilde Doutremer en Marie Joseph Crampen vertegenwoordigden op burgerlijk vlak hun gemeenschap; zij namen de verplichting op om elk jaar aan elk van de vier bogaarden een levensrente van 450 Brabantse gulden uit te keren en na het overlijden van twee van hen een rente van 500 gulden aan elk van de twee overblijvende. Zij waren ook verplicht van een aantal geheime clausules op zich te nemen, o.a. een eeuwigdurend jaargetijde van 25 missen te laten celebreren voor elk van de bogaarden na hun overlijden, bij die gelegenheid eveneens eeuwigdurend voor 30 maten rogge aan gebakken brood uit te delen aan de armen; er was ook nog een artikel over een heroprichting van de gemeenschap van de ‘Paters Bogaarden’. De vier tekenden in het besef dat de overblijvende bogaarden al oude mensen waren en dus niet in staat om terug een communauteit in te richten.
Dit contract werd geratificeerd door paus Pius VII; dit moest gebeuren omdat het om een kerkelijk bezit ging dat op onrechtmatige wijze door de staat was aangeslagenHet duurde wel tot 1820 vooraleer de nodige herstellingswerken en aanpassingen waren gebeurd en de ‘gemeenschap’ definitief naar Hoegaarden kon verhuizen.
Alpaidis 52ste jaargang (2016), nr. 205, 4/2016
Joseph Putzeys , alias
‘Jef Juus’(Hoeg.1844)
oprichter van de
suikerfabriek aan de
Gete verwerver van
verschillende patenten in
de suikerraffinaderij …
was ook al een bekende
bekwame en eigenzinnige
Hoegaardier
(Maurice Dodion en
Wasily Pedjko)
19 Ernest Ourystraat – La Jette (oude naam voor = La Ghète = de Gete) (wordt vervolgd)
M_Museum Leuven: Op zoek naar Utopia (tot 17.01.2017)
In 1516 publiceert Thomas More een
boekje gedrukt in Leuven bij drukker
Dirk Martens.
Hij beschrijft een denkbeeldig eiland
‘Utopia’ waar geluk en
rechtvaardigheid heersen.
Wereldwijd zijn er van de 300 gedrukte
exemplaren nog een dertigtal bewaard.
Het exemplaar dat te Leuven de
tentoonstelling opent is gemerkt met
het ex-libris van Dr. Henricus Joannes
Rega, niet alleen stichter van een
studiebeurs voor kinderen van
Outgaarden en Hoegaarden, maar

Ex-libris van dokter Rega (1690-1754) (lees artikel in ‘Familieschoon’)
ook peter van een telg van de familie Sweerts
Meer uitleg in ‘Familieschoon’

Wie heel wat wil leren over ons Hoegaards bier binnen een beperkt geografisch (Vlaaams Brabant) en chronologisch (20ste eeuw) kader, lees en geniet van volgend overzichtswerk5
Heel wat informatie wordt in deze
publicatie verwerkt afkomstig van
Raymond Billen, Miel Mattheus
en Albert Guilluy;
Brouwen en brouwers in de 19de
en 20ste eeuw in brabant;
Vormt een mooie aanvulling bij
de ‘Graven van de Brouwers’ op
het kerkhof, de artikelenreeks
die we begonnen in dit nummer
.

5 Tollet A., Vlaams-Brabant drinkt, Bier- en jenevercultuur sinds 1800, Provincie Vlaams-Brabant en uitgeverij Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, 2015, 204 p
Alpaidis 52ste jaargang (2016), nr. 205, 4/2016
De jaarlijkse ‘Parramore ’herdenking (zaterdag 26 november 2016) te Hauthem
Wachtend op de Amerikaanse delegatie
(dank aan Christian Puttevils voor de foto’s)
De Bloemenhulde ter ere van George Fisher Parramore,
gesneuveld op 22-jarige leeftijd ( Hauthem 01.125.1943)
21
Carine Puttevils, voorzitster van het ‘Parramore’ comité, met van rechts te beginnen Yvette Kleynen, voorzitster van onze heemkring, Georges Sweerts, onderdeken van de Confrérie der V Geslachten, de Amerikaanse afgevaardigde, en Diane Nitelet, Raymond Billen en Caroline Geens, bestuursleden van de heemkring

Dottermans, een naam met wortels te Hoegaarden
Een publicatie van Jef Vanderwegen
Het is niet uitzonderlijk dat de schrijfwijze van een oude familienaam zodanig verandert dat de oorspronkelijke naam niet meer herkend wordt en waardoor de etymoloog op een dwaalspoor terecht komt. Dit was ook het geval met nakomelingen van de Hoegaardse familie Dotremont en de familie Dottermans.
Sedert de beginjaren 1600 vinden we in de parochieregisters van Hoegaarden de naam Dotremont of varianten van de naam geschreven als d’Outremont, d’Oultremon, … De Hoegaardse Dotremont is waarschijnlijk afkomstig uit het Luikse.
De familie Dotremont had te Hoegaarden een uitgebreid nageslacht waaronder verscheidene brouwers, schepenen, meiers of burgemeesters.
In 1978 publiceerde Hubert Van Nerum in zijn boek ‘De Dotremont uit Hoegaarden en elders’ een uitgebreide stamboom van deze familie.
We pikken ons verhaal in bij een van hen: Jacobus Dotremont een tweelingskind, geboren te Hoegaarden op 18 mei 1706. Jacobus trouwde tweemaal en had in het totaal 14 kinderen. In 1732 trouwde hij een eerste maal te Tienen met Elisabeth Clara Racourt en ze hadden samen 7 kinderen waarvan de eerste 3 geboren werden te Tienen en de andere kinderen te Hoegaarden. In het tweede huwelijk van Jacobus schonk zijn echtgenote Anna Catharina Gentil hem nog eens 7 kinderen.
Het tweede kind uit het eerste huwelijk van Jacobus, werd geboren te Tienen op 15 april 1734 en kreeg dezelfde naam als zijn vader, Jacobus Dotremont.
Deze laatste Jacobus (de jongere) trouwde in 1753 te Hoegaarden met Maria Magdalena Van Simphoven en het werd een gezin met 13 kinderen.
Jacobus was een van de vele brouwers die er toen in Hoegaarden waren. Jacobus en Maria Magdalena hadden al twee gehuwde kinderen en een zoon als religieus toen de 28-jarige ongehuwde dochter Dorothea Elisabeth zwanger geraakte.
Niets ongewoons toen en ook niet in deze tijd maar zoals blijkt uit de geboorteakte van haar kind, trok Dorothea Elisabeth naar Brussel – of werd naar Brussel gestuurd – om daar te bevallen en om haar kind er waarschijnlijk achter te laten.
De weg naar Brussel liep langs Bertem, een dorp tussen Leuven en Brussel. In Bertem woonde toen haar tante Anna Joanna Dotremont, een zus van Jacobus en die getrouwd was met de Bertemnaar Philippus Neefs.
De zwangere Dorothea Elisabeth is niet in Brussel geraakt, ze beviel op 25 november 1786 bij haar tante te Bertem van een zoontje. Het kindje werd door haar tante Anna Joanna en haar aangetrouwde oom Philippus Neefs ten doop gedragen. Het jongetje kreeg de voornaam van zijn peter Philippus en de familienaam van zijn moeder. In de doopakte werd de naam ingeschreven als Doltermans.
Dorothea Elisabeth liet haar kindje in Bertem achter. De kleine Philippus werd opgevoed door Dorothea’s tante Anna Joanna en haar oom Philippus Neefs.
Waar moeder Dorothea Elisabeth naartoe trok, kon nog niet achterhaald worden.
Philippus groeide op te Bertem en was 26 jaar toen hij in 1813 te Heverlee trouwde met Maria Elisabeth Laeremans. De band tussen Philippus en zijn moeder Dorothea Elisabeth was niet helemaal verbroken want zij was aanwezig op het huwelijk van haar natuurlijk kind. In die tijd verbleef Dorothea Elisabeth te Binkom.
Alpaidis 52ste jaargang (2016), nr. 205, 4/2016
Bij het huwelijk in 1813 werd de naam van Philippus als Dottermans geschreven en dat was het ontstaansmoment van die naam.
De schrijfwijze van de familienaam ‘Dottermans’ is sedert het huwelijk van Philippus in 1813 tot nu onveranderd gebleven. Daarenboven blijkt dat er geen andere Dottermans’en zijn in Vlaanderen dan afstammelingen van Philippus.
De naam Dottermans bleef gedurende 4 generaties in de omgeving van Heverlee en Leuven hangen vooraleer in het tweede kwartaal van de 20ste eeuw op te duiken in andere provincies dan Vlaams-Brabant.
In gans Vlaanderen kreeg de naam enige bekendheid via de actrice Els Dottermans.
Te Bertem waar stamvader Philippus in 1786 geboren werd, dook na een afwezigheid van een eeuw de naam opnieuw op in het jaar 1900. In dat jaar trouwde Leonard August Dottermans uit Heverlee met de Bertemse Maria Ludovica Vanzegbroeck.
In het gezin kwamen er 11 kinderen, allen geboren te Bertem. Het jongste kind was Frans Emiel Dottermans, geboren in 1922.
Frans Emiel werd als werkweigeraar in december 1943 door de Gestapo opgepakt en te Breendonk opgesloten. In maart 1944 werd hij bij een represaillemaatregel door de Duitsers gefusilleerd. De naam Dottermans is voorgoed aan Bertem verbonden omdat er na Wereldoorlog II een straat genoemd werd naar Frans Emiel Dottermans.
Het verhaal rond het ontstaan van de naam Dottermans, de nakomelingen van deze familie en hun voorouders uit Hoegaarden, werd door Jef Vanderwegen aan de hand van aktes en foto’s uitgebreid beschreven in een brochure van een 80-tal pagina’s.
Een exemplaar is tegen €16 verkrijgbaar bij de auteur of via Heemkundige Kring van 23
Hoegaarden.
Jef Vanderwegen
016 / 26 10 79
jefvanderwegen@yahoo.com
Wie een exemplaar van dit werk wenst, stuurt een mail naar de auteur en schrijft 16 euro per exemplaar over op de rekening van de Confrérie BE63 3300 5449 0008 en dan zorgen wij dat het exemplaar of de exemplaren ter bestemming aankomen;
Als ‘Dotremont’ is het een prettige aanvulling op de genealogie en als geïnteresseerde in alles wat ‘familiekunde’ aangaat is het mooi voorbeeld van ‘wath’s in a name’!

 

Retouradres: Driemaandelijks tijdschrift P802006
Dodion Maurice Afgiftekantoor 9550 HERZELE
Lelielaan 34
3191 Boortmeerbeek

 

Inhoud Familieschoon Anno LVII nr 58(NR) 4/2016

 

Art. 226 Bestuursvergadering Confrérie – 03/12/2016 (Herwig Van Nerum) Art. 227 De voorbije Regentiedag (Maurice Dodion en Wasily Pedjko) Art. 228 Carolus van Nerum (Hoeg. 02.12.1743-Leuven 03.09.1768)
(Maurice Dodion en Wasily Pedjko)
Art. 229 Dottermans, een naam met wortels te Hoegaarden (Jef Vanderwegen) Art. 230 Familiegeschiedenis Putzeysen (Norbert Vranckx) Art 231 Ons funerair erfgoed/Les cimétières Dringende oproep tot al onze
familieleden en afstammelingen / Message d’urgence à tous nos membres Art. 232 De Stamhouder, een Familiekroniek, uitgeverij Prometheus, 2014 (19de druk) Art.233 M-Museum Leuven: Op zoek naar Utopia (tot 17.01.2017) onverwachte rol voor H.J. Rega (1690-1754) (Maurice Dodion en WasilyPedjko)
Art.234 Waar in Brussel hebben Hubert Sweerts en zijn familie gewoond (Emile Leclercq en Maurice Dodion)
Bestuursleden Hoegaardse Heemkring
Yvette Kleynen (voorzitter),
Rik Cipers (ondervoorzitter)
Carolien Geens (secretaris), Elise De Dobbeleer, Diane Nitelet, Bart Hendrix, Arthur Van Nerum, , Wasily Pedjko, Bouthé Irène, Maurice Dodion, Georges Stienlet, Noël Verlaers en Raymond Billen

 

– Alpaidis (verschijnt 4 x per jaar) en kost 15 EURO/JAAR
– Familieschoon, tijdschrift van de Confrérie van de V Geslachten,
verschijnt eveneens 4 x per jaar) en kost ook 15 €/Jaar
Ons rekeningnummer : BE35 3631 3613 9237 BIC begunstigde: BBRUBEBB
Onze website: www.heemkring-hoegaarden.be
Inlichtingen: Carolien Geens
Tel. 016/76 78 43
e-mail: carolien_geens@hotmail.com
e-mail: dodionm@hotmail.com
Alpaidis 52ste jaargang (2016), nr. 205, 4/2016

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-53ste-jaargang-4-2016

De verschrikkingen van de oorlog

‘De postdienst in België tijdens de eerste wereldoorlog’

Daniël Goffin (4)[1] verdeelt zijn interesses tussen de filatelie, de genealogie en de plaatselijke geschiedenis. Hij publiceerde al verschillende studies over postkantoren, datumstempels, vooraf gestempelde zegels en over de poststempels in gebruik in de stations van weleer in Jodoigne en de gemeenten van Waals-Brabant

  • Voorzitter van de ‘Club Philatélique’ van Jodoigne
  • Coördinator Marcofilie van de ‘Club Philatélique’ van Wavre
  • Nationaal jurylid postgeschiedenis
  • Regionaal jurylid ‘Traditionele filatelie’
  • Provinciaal commissaris voor traditionele filatelie – Brabant

Sinds 2015 bestuurder-schatbewaarder van de Koninklijke Academie voor Filatelie van België sinds oktober 2015 (corresponderend lid sinds 2007)

Hij kreeg de onderscheiding: ‘Provinciale filatelistische verdiensten – Brabant 2009

Stand van de post tijdens de eerste wereldoorlog (november 2016)

Kaartje van de indeling van België in bezettingszones met verschillende postregeling

4 augustus 1914: de Duitsers vallen ons land binnen

Om niet te hoeven samenwerken met de vijand worden de Belgische postburelen gesloten naarmate ons grondgebied wordt geannexeerd door de Duitsers
Tijdens een eerste periode wordt alleen de militaire post van de Duitse soldaten te velde afgeleid naar en behandeld in Aken
Vervolgens is het de ‘Keizerlijke Administratie van de Duitse Posterijen in België’ die de postdienst voor de burgers terug organiseert vanaf 1 oktober 1914
Hiervoor worden de Duitse zegels van het type ‘Germania’ gebruikt met een opdruk in Gotische letters ‘Belgien’ en waarde aanduiding in Belgische franken en centimes

Er komen ook nieuwe regionale postomschrijvingen:
Het ‘Operationsgebiet’ en het ‘Marinegebiet’ (vlak achter de frontlijn, tot 25 km. breed) Het ‘Etappengebiet’, het achtergebied dat rechtstreeks aan het front grensde en enkele tientallen kilometer breed was; het viel rechtstreeks onder het gezag van de aanwezige legers die de streek konden controleren en exploiteren voor eigen profijt
Het gebied dat viel onder het ‘Gouvernement Generaal’ of ‘Okkupationsgebiet’, omvatte 3/4de van België en werd geleid door een militaire gouverneur die voor het grootste gedeelte van de oorlog Moritz von Bissing was Duitsland

Aankomst van de Duitse troepen (17 en 18 augustus 1914)

Postkaart van soldaat Raymond, 1ste Jagers te Paard, gelegerd te Hoegaarden met poststempels Hougaerde (vertrek 9 VIII – 9 augustus) en aankomst Chatelineau (10 augustus); militairen plakten geen postzegel, de aanduiding SM (service militaire) volstond;

Namen 25 augustus bezet door de Duitsers

Briefkaart met de Duitse poststempel met brug: ‘Namur – Belgien’ op nog Belgische postzegels + de Belgische stempel Namur-Namen + stempel ‘Feld-Poststation’

De postzegels (blokje van vier met de afbeelding van koning Albert I) zijn op 24 augustus nog afgestempeld met de gewone Belgische datumstempel van het postkantoor Namur-Namen

Posttarieven voor het gebied onder het bestuur van het Gouvernement Generaal

 Brief [2]Brief[3]PostkaartAangetekendExpress
01.10.19140.100.200.050.250.25/2 km
01.06.19160.150.250.080.250.50/2à3 km
01.04.19170150.300.080.250.75/3à4 km
01.10.19180.200.300.100.250.20/km

 

De postzegels vanaf oktober 1914 verplicht te gebruiken Type “Germania” met opdruk “Belgien- Centimes of Frank”

De postzegels vanaf 1 mei 1916 verplicht te gebruiken Type “Germania” met opdruk “Belgien- Cent. ou F.”

Postkaart met vóórgedrukte ‘Germania’ zegel

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-53ste-jaargang-4-2016

Bronnen en citaten[+]

De Duitsers vallen Hoegaarden binnen in 1914

Langs hier kwamen de Duitsers Hoegaarden binnen in 1914

Inval WOI "De grote brug" anno 1903 ??

De ‘Grote Brug’ van de kant van de Stationsstraat; Zicht genomen vanaf de toegangspoort van de hoeve ‘Flemalia’; de massale ingangspoort links is die van de verdwenen Zwaluwenhoeve.

Inval WOI "De grote brug" anno 2016

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-53ste-jaargang-4-2016

De Artisten van Hougaerde en hun werk

Wereldoorlog 1914-1918 door de bril van Camil, ‘Witte’.
Dumont Camille ‘De Artisten van Hougaerde en hun werk’

De Artisten van Hougaerde en hun werk

Op de militielijsten die door de gemeenten werden opgemaakt en bijgehouden werd ook gevraagd naar de ‘bijnaam’ van de miliciens; tussen de honderden namen van onze miliciens staat er maar één met ook zijn bijnaam ‘Witte’ vermeld: Camille Dumont.

Dumont Jules Joseph (Hoeg. 20.03.1864), bediende op het Hoegaardse gemeentehuis, aangesteld als werkopzichter, cafébaas, handelaar in zaden en granen
x Hoeg. 17.05.1884 met Celis Jeanette (Hoeg. 18.01.1860)
Zij woonden in de toenmalige ‘Rue de la Fabrique 2’ (= Henri Dotremontstraat)

Hun kinderen waren:

  • Dumont Marie Barbe Berthe (Hoeg. 14.04.1885) x Hoeg. 19.11.1913 Nijs Théophile
  • Dumont Prosper (Hoeg. 22.04.1887), vertrok naar Brussel in november1908 –Dumont Camille Joseph ‘Witte (Hoeg. 18.09.1889), mecanicien, elektrieker
  • Dumont Sabine Corneille (Hoeg. 15.05.1892) x Hoeg. 11.02.1914 Giroulle Michel (Hoeg. 19.10.1891), opzichter
Dumont Camille

Dumont Camille staat in het midden, welke Hoegaardiers staan er links en rechts van hem? Waar is deze foto genomen? Wie weet meer?

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-53ste-jaargang-4-2016

Bij de herinrichting van het Hoegaardse kerkhof

Onze begraafplaatsen en onze graven maken deel uit van het zowel emotionele als materiële verleden van een lokale gemeenschap. In het geval van Hoegaarden hebben we te doen met een kerkhof dat opengesteld is in februari 1925 en waar toen ook een aantal graven en bijhorende grafmonumenten zijn overgebracht van het eeuwenoude kerkhof, gelegen rond de kerk.

Dat betekent een nog zichtbaar materieel verleden dat niet alleen terug gaat tot de oudste nog aanwezige grafmonumenten, maar ook nog eens de ganse geschiedenis van het oude Hoegaardse witbier levendig (?) houdt. Uit een aantal nog aanwezige graven leren we niet alleen een aantal gewoontes en funeraire gebruiken van onze voorouders kennen. Wij herkennen ook de plaatselijke maatschappelijke structuren, de hiërarchie van families en beroepen, …

Een typisch voorbeeld, dat wij verder in dit nummer behandelen is dat van de twee nog aanwezige grafmonumenten van de familie Tomsin. Maar eerst een inleiding over het kerkhof zelf.

Over het nieuwe kerkhof (1925)

Op de gemeenteraad van 29.06.1919 krijgt het schepencollege de opdracht een terrein te zoeken voor een nieuw kerkhof. De aloude begraafplaats rond de kerk was te klein geworden en te nat. De wilsbeschikkingen van de overledenen en de nabestaanden wensten nu een blijvend teken achter te laten onder de vorm van een duurzaam grafmonument in ‘harde’ steen, waardoor er veel meer plaats moest beschikbaar gesteld worden. Een ander argument was het feit dat het kerkhof ronde de kerk door al het hemelwater van de daken van de kerk veel te nat was, en zo ook al niet in staat om aan de nieuwe noden te voldoen.

Op de gemeenteraadszitting van 12 oktober 1922 besluit de gemeente de nodige grond aan te kopen voor het nieuwe kerkhof, nadat het ‘de commodo en incommodo’ onderzoek van 7 oktober geen enkele klacht had geregistreerd. Er worden twee naast elkaar gelegen percelen aangekocht:

  • Troost Louis (Hoeg. 26.11.1829, echtgenote Stockmans Marie Anastasie, ° 01.08.1852), kleermaker voor mannen, eigenaar, wil een stuk grond verkopen in de Walenstraat, op het ‘Elstveld’, aan de gemeente van 26 a. 20 ca. (sectie D nr. 567 van het kadaster) voor 6.026 frank (1)[1], stuk grond dat Troost verworven had bij definitieve toewijzing voor de notarissen Leon Rosseeuw en Arthur Joseph Putzeys op 20.12.1893.
  • Het stuk grond van 79 a. (sectie D nr. 566), grenzend aan het voorgaande stuk kan eveneens door de gemeente verworven worden voor 10.170 frank van de huidige eigenaars: Elisa Rosseeuw, weduwe van Jacques Clement Dumont, wonend te Hoegaarden en Dymphna Dumont, bijgestaan door haar echtgenoot Albert Bail, rechter te Brussel en wonend te Vorst. Dit laatste perceel was verworven in gemeenschap door het echtpaar (+ Hoeg. 19.05.1909) Jacques Clement Dumont – Elise Rosseeuw. (2)[2]

Jacques Clement Dumont die in mei 1909 overleed heeft nog altijd zijn grafkapel staan op het oude kerkhof dat gelegen was, zoals overal eertijds, rond de kerk (3)[3]; het graf Troost, dat we graag bewaard zouden zien op het huidige kerkhof, kan een restant zijn van de verkoper van het perceel va 26 a. aan de gemeente.

Het nieuwe kerkhof werd ingezegend door de deken van Tienen op zondag 15 februari 1925

Wie een eigendom had op het oude kerkhof kreeg op het nieuwe dezelfde ruimte. De overbrenging van de lijken en monumenten vielen wel ten laste van de belanghebbenden. Toch werden er nogal veel begraafplaatsen overgebracht, maar we beschikken over geen enkele lijst en kunnen alleen speuren (vooraleer het definitief te laat is) waar, welke en of er nog restanten zijn.

De twee graven Tomsin

Familie Tomsin Auguste (Goetsenhoven 1820-Hoeg. 11.11.1887)-Rosalie Dotremont (+ 1900) en zoon Charles (+ 1914) (concessie verleend op de gemeenteraad van 12.04.1888 aan zijn weduwe Rosalie Dotremont)

Merkwaardig: een maand vroeger, op 05.03.1888 werd aan Sieur Fortemps Florent Joseph 35 dm² verkocht voor een monument op het graf van zijn overleden echtgenote, maar de gemeenteraad besluit dat in het vervolg er nog alleen concessies zullen verleend worden van minstens 2 m², gezien het kerkhof meer dan groot genoeg is! In 1922 bij de beslissing een nieuw kerkhof te bouwen klinkt dat zo: ‘Het oude kerkhof is te nat en veel te klein…’

Familie Tomsin vraagt 2m² op 23.09.1900 en 2 schepenen worden door de gemeenteraad aangesteld om het terrein te evalueren dat zal afgestaan worden; zeggen er bij dat kerkhof groot genoeg is om particuliere concessies toe te staan. Rosalie Dotremont, de weduwe van Auguste Tomsin was de week daarvoor overleden.

Op de gemeenteraad van 13.10.1901 wordt door dezelfde familie terug dezelfde vraag gesteld en de twee zelfde schepenen zullen dezelfde procedure uitvoeren. Nu was het voor een concessie op het kerkhof voor de oudste zoon van Auguste, Hubert, echtgenoot van Zénobie Winant overleden op 18 februari 1901

August Tomsin 11.11.1887 Hoegaarden
Auguste Tomsin

August Tomsin (Goetsenhoven 15.02.1820– Hoegaarden 11.11.1887), was brouwer op de Vroente en trouwde te Hoegaarden 04.11.1847 met Dotremont Rosalie (Hoeg 10.05.1822- 17.09.1900), dochter van Jacques Norbert (Libert) Dotremont x Cath Nijs uit het Nieuw Paenhuys op de Beek, later brouwerij Den Duc (hoek Vroente Tiensestraat, bouwwerf nu); Rosalie was tante van Den Duc

Brasserie Tomsin
Familiegraf Tomsin – Winant met op de marmeren plaat achteraan de eretekens van Leon Norbert Tomsin (1884-1935)

Familiegraf Tomsin – Winant: de laatste brouwer van het oude Hoegaardse witbier en opvolger van ‘Den Dipper’ was Louis Tomsin (Hoeg. 1881-1967), die stopte met brouwen in 1957), hij was zoon van Hubert Tomsin, die getrouwd was met Zénobie Winant, dochter van de molenaar op de Grote Molen (hieronder hun familiegraf); dit koppel verwierf in 1880 de hoeve ‘Willecom in den Struysvoghel’.

Louis Tomsin had geen opvolger om de brouwerij verder te zetten

A la mémoire de Monsieur Auguste Tomsin, Né à Gossoncourt le 15 février 1820 – décédé à Hougaerde le 11 Novembre 1887

A la mémoire de Monsieur Auguste Tomsin, époux de Madame Rosalie Dotremont
Né à Gossoncourt le 15 février 1820 – décédé à Hougaerde le 11 Novembre 1887
Et de son épouse née à Hougaerde le 10 mai 1822 et décédée le 17 septembre 1900

leur fils Monsieur Charles Théophile Tomsin Né à Hougaerde le 18 décembre 1851 et y décédé le 18 avril 1914

Et de leur fils Monsieur Charles Théophile Tomsin
Né à Hougaerde le 18 décembre 1851 et y décédé le 18 avril 1914
Et de leur fille Mademoiselle Marie Emilie Tomsin née à Hougaerde le 30 décembre 1840 et y décédée le 2 juillet 1928
Concession à perpétuité – R.I.P.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-53ste-jaargang-4-2016

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-205-52ste-jaargang-4-2016

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-52ste-jaargang-4-2016

Alpaidis-nr-205-52ste-jaargang-4-2016

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-205-52ste-jaargang-4-2016