Ga naar de inhoud

De plaats Outgaarden in het licht van de taal in 1789

Outgaarden onder Waalse invloed wordt pas in 1922 een volwaardige Vlaamse gemeente en parochie.

Outgaarden in het licht van de taal 

Het wereldlijk bestuur van de parochie Outgaarden is tot 1796 verdeeld over vier omliggende gemeenten.

Het kapittel van Visé, dat de pastoors benoemt, stelt wel de schepenen en de meier aan, maar de inwoners zijn

 
  • deels over Hakendover (schepenbank)
  • deels over Goetsenhoven
  • deels Hoegaarden
  • deels aan enkele Waalse gemeente onderworpen aan Zétrud-Lumay.

De plaatsnamen zijn altijd Nederlandstalig. (3)[1]

Vóór 1789 is te Outgaarden onderwijs geen issue; waarschijnlijk liepen de kinderen die wilden leren lezen en misschien schrijven school te Hoegaarden, zoals die van Zétrud-Lumay in 1666, al zijn er enige lijsten bewaard van kinderen die gratis gingen leren bij de koster. (4)[2] 

Op kerkelijk gebied hangt de parochie af van het kapittel van Visé dat de pastoors benoemt. De parochie maakt deel uit van het bisdom Luik tot in de helft van de 16de eeuw, zoals Hoegaarden, dekenij Jodoigne. Maar in 1559 wordt de parochie Outgaarden overgeheveld naar het aartsbisdom Mechelen en onder de dekenij Tienen geplaatst.
Onder pastoor Petrus Cartuyvels, pastoor van 1668 tot 1671, die geen Waals kon, ontstaat een betwisting met de pastoor van Zétrud-Lumay. Niet zo moeilijk als er rekening wordt gehouden met het feit dat de grenzen tussen de verschillende parochies niet goed afgebakend zijn.

De Waalse bewoners van het huis van Jan Van Osmael gaan, omdat hun pastoor geen Waals kent, in Zétrud-Lumay biechten en communiceren. Het kan gelopen zijn zoals pastoor J. De Leeuw heeft opgetekend in zijn register van de kleintienden op folio 20 verso:

‘… het huys en hoff van Jan Van Osmael is hier voormael oeck onder Autgaerden geweest, volgens ’t seggen van veele oude lieden, d’abuys is geschiet ten tijde van heer Petrus Cartuyvels die gheen Walsch kond …’.

Hier kunnen nog twee belangrijke bemerkingen gevoegd worden om de situatie nog wat ingewikkelder te maken:

 
  • Veel percelen land, weiden en bossen hoorden toe aan de graven d’Astier en deze gronden lagen verspreid over de parochie van Zétrud-Lumay, maar ook over die van Outgaarden. De link tussen grond pachten van de graaf, die de wereldlijke baas was van Zétrud-Lumay, zijn kasteel paalde aan de kerk én behoren tot de parochie Zétrud-Lumay, dus vallen onder de geestelijke jurisdictie van de pastoor van Outgaarden, was vlug gelegd!
  • Huizen werden gemaakt door de timmerman die houten constructies in zijn werkhuis timmerde. Deze geraamten, dikwijls één plaats en één opkamer werden dan ter plaatse gebracht en vrij snel rechtgezet, de muren gedicht en het stro op het dak gelegd. Dat maakte dat woonsten ook vrij gemakkelijk konden afgebroken worden en verplaatst.
    Trouwens ‘urbanisatie’ en ‘plannen van aanleg’ waren begrippen die nog niet gangbaar waren en de grond waarop het woonhuis werd neergezet hoefde niet eigen bezit te zijn van de bouwheer.

Bestuurlijke ontvoogding voor Outgaarden

Bestuurlijke ontvoogding krijgt Outgaarden pas als het Vlaamssprekende gehucht een gevaar wordt voor de Waalse combinatie Zétrud-Lumay-Outgaarden. 

Onder het Franse bewind (+/- 1796) wordt Outgaarden een afzonderlijke gemeente in het kanton Hoegaarden.

Op het einde van het parochieregister van 1649 tot 1796 staat de volgende nota: 

‘Desen register …der gemijnte ende parochie Autgaerden … Ende is dusvolgens desen register overgelevert sijnde in de sittinge der municipaliteijt tot Hoegaerden door Petrus Hanset, agent der municipaliteijt der voorsegde gemijnte ” 

Niet voor lang echter. Bij keizerlijk dekreet van 2 mei 1810 wordt Outgaarden, gemeente sinds 1796, bij de gemeente Zétrud-Lumay gevoegd.

Dit gebeurt deels omdat reeds een reeks huizen afhing van de parochie Zétrud-Lumay, deels omdat de plaatsen naar elkaar gegroeid zijn als gevolg van het grondbezit dat voor een groot deel in handen is van de graven d’Astier. Alle landerijen rond de kapel van ‘Hulp en Bijstand’ op de grens van de twee dorpen was in hun handen.

Daarbij kwam dan nog dat de grote baan Tienen-St. Michel, in 1809 vanuit Hoegaarden verder aangelegd, Outgaarden nog beter met Zétrud-Lumay verbond.

Het is een eigenaardige samenkoppeling geweest omdat Outgaarden grotendeels Vlaams en Zétrud-Lumay bijna uitsluitend Waals is.

  • Wel was het zo dat Outgaarden in het jaar XIII (1805) maar 255 inwoners telde, Zétrud-Lumay 826; in 1784 was de verhouding 217 voor Outgaarden en 972 voor Zétrud-Lumay.
  • Maar het centrum van Goetsenhoven ligt niet verder van Outgaarden dan het centrum van Zétrud-Lumay; dat Goetsenhoven telt in 1846 maar 175 zielen en is volledig Vlaams.
  • En daar waar Ezemaal een zelfstandige gemeente blijft in 1846 met 264 inwoners, wordt Outgaarden met 255 inwoners een gehucht.

Al de officiële betrekkingen tussen Outgaarden en Zétrud-Lumay worden in het Frans gevoerd. Ook de rekeningen en de begrotingen van het kerkfabriek zijn in het Frans gesteld. Dit vooral omdat de voertaal in de priesterseminaries ofwel het Latijn, ofwel het Frans was.

Tijdens het Hollandse bewind wordt door koning Willem I een taalpolitiek gevoerd. Het begint bij het KB van 15 september 1819 over het gebruik van de nationale taal (= het Nederlands) in publieke akten, uitgevaardigd voor de gemakkelijkheid en het voordeel van de inwoners.

In Zuid-Brabant worden, al dan niet als gevolg van een ‘nader onderzoek’ 14 gemeenten waaronder Zétrud-Lumay (+ Outgaarden), die voorheen tot het arrondissement Leuven hebben behoord, door het KB van 5 juli 1822 gerechtelijk en bestuurlijk bij het arrondissement Nivelles ingedeeld. Dit ‘taalbesluit’ wordt zo bij KB van 26 oktober 1822 toepasselijk op de ééntalig Vlaams gemaakte arrondissementen Brussel en Leuven. Maar van Vlaamse zijde is men het niet eens met deze regeling en door een nieuw KB van 30 december 1822 blijven al deze gemeenten bij het arrondissement Leuven.

Nu zijn de Walen malcontent en het KB van 13 april 1823 wijzigt terug de administratieve grens tussen de arrondissementen Leuven en Nivelles. Zétrud-Lumay met Outgaarden, Op- en Neerheylissem blijven onder Leuven.

Het is pas op 1 september 1963 dat Zétrud-Lumay, Op en Neerheylissem overgaan naar het arrondissement Nivelles, samen met L’Ecluse.

Het praktische gevolg van deze regeling is dat gans de administratie Nederlandstalig wordt vanaf 1823 tot 1830.

Vanaf 1830 wordt alles weer Frans.

Het reglement van orde dat opgesteld wordt in de gemeente wordt ééntalig uitgehangen op 4 oktober 1835 aan de kerk van Zétrud na de Hoogmis en te Outgaarden na het Lof.

En toch moet er opgepast worden om geen vals beeld op te hangen van de taaltoestanden in deze taalgrensstreek. Misschien wordt er van hogerhand naar een verfransing gestreefd, de verhoudingen ter plaatse tussen Outgaarden en Zétrud-Lumay zijn eerder tegemoetkomend en begrijpend in de 19de eeuw.

In 1842 zijn er twee kandidaten die zich voorstellen voor de plaats van veldwachter: J.J. Portier die tweetalig is en H.J. Denis die alleen Franstalig is; de tweetalige wordt aangesteld. Wanneer de gemeente in 1843 een gemeenteschool opent adopteert zij in 1844 ook het parochieschooltje P. François te Outgaarden.

In 1891 hebben de inwoners van Outgaarden een verzoekschrift gericht tot het Ministerie van Binnenlandse zaken om de afscheiding te bekomen van Zétrud-Lumay (5)[3] Op de gemeenteraadszitting van 7 maart 1892 vragen de vertegenwoordigers van Outgaarden op hun beurt de splitsing. Tijdens die bewuste zitting van de gemeenteraad wordt niet over taal gesproken. Er werd geargumenteerd dat Outgaarden al een afzonderlijke gemeente was tijdens de Franse Periode en dat de centra van Outgaarden en Zétrud-Lumay te ver, drie kilometer, van elkaar gelegen waren.
Outgaarden krijgt zijn zin niet omdat de plaats vóór de vereniging maar 108 ha. groot was en de 3 raadsleden van Outgaarden en de 5 van Zétrud-Lumay niet akkoord gaan over de afbakening van de twee secties.

Wanneer de arrondissementscommissaris in een schrijven aan de gemeentebesturen in 1903 vraagt om de verkiezingen voor de gemeenteraad, in de verschillende gehuchten afzonderlijk, af te schaffen, wordt dit verworpen. Omdat Outgaarden 4 vertegenwoordigers mag kiezen en Zétrud-Lumay 5 en het ene Vlaams en het andere Waals is, zou het mogelijk worden dat alle vertegenwoordigers uit één gehucht komen. Dit werd besloten in de gemeenteraad van 26 april 1903, in Hoegaarden was dat voorstel al verworpen op de gemeenteraad van 19 april 1903.

Het is mogelijk dat Zétrud-Lumay gestemd heeft in overeenstemming met Hoegaarden. Een gelijkaardig geval doet zich voor in 1920: op de gemeenteraadszitting van 23 februari moet er een beslissing getroffen worden nopens de leerlingen in de school die vreemd zijn aan de gemeente.

De raad besluit te wachten om te zien wat Hoegaarden gaat beslissen.
‘Avant de prendre une décision … le conseil désire obtenir des renseignements sur la manière de procéder des autres communes et notamment de Hougaerde.’

In 1908 wordt er op de gemeenteraad van 15 februari terug een gemeentelijk reglement opgesteld en nu is het tweetalig.

Activisme en Duitse overheid verplichten Zétrud-Lumay, Op- en Neerheylissem in 1917 alle officiële akten in het Vlaams op te stellen.

Met het einde van de eerste wereldoorlog wordt ook de oude situatie hersteld. Wat wel voortaan in het Nederlands worden opgesteld zijn de verslagen en de begrotingen van het Kerkfabriek.

Maar de tijden zijn veranderd…in 1919 wordt een Walin uit Zétrud-Lumay benoemd tot onderwijzeres te Outgaarden. Pastoor Auguste Diels protesteert bij het ministerie en gaat zelfs tweemaal naar Brussel. De kabinetschef raadt aan een verzoekschrift op te stellen en de afscheiding te vragen van Zétrud-Lumay. (6)[4] De provincieraad stemt éénparig voor de afscheiding in 1920. De kamer stemt pro in juni 1922 en de senaat 8 dagen later. Ondertussen had ook de gemeenteraad in zijn zitting van 23 februari 1920 besloten te ijveren voor de scheiding.

Officieel waren er drie goede redenen om uit elkaar te gaan:

  1. De inwoners van Outgaarden vragen de scheiding.
  2. De taal zorgt voor een aantal administratieve moeilijkheden
  3. Beide centra liggen 3 km van elkaar en het bevolkingsaantal laat toe twee gemeenten te vormen.

Het heeft er alle schijn van dat de bijzonderste reden voor de instemming van Zétrud-Lumay de vrees was om geminoriseerd te worden. Terwijl de bevolking van Zétrud-Lumay afnam, groeide die van Outgaarden aan.

De volkstellingen geven volgende aantallen:

JaarInwoner[5]ZL[6]

Outg[7]

Frans[8] Nl[9]Beiden[10]
184614939045891000483 
18561488 
18661398769390250
18801491768604 
18901556658382516
19001653728611240
19101650688604293=(81 F + 212 V)
19201664587789234=(22 F + 212 V)

 

Houdt men rekening met het feit dat wat tweetaligheid betreft er meer Vlamingen tweetalig zijn dan Walen dan kan hetgeen volgt gesteld worden:

In 1890 evenaart het aantal Vlaamssprekenden het aantal Franssprekenden. De tweetaligen in 1890 stijgen van 43 personen tot 516, 473 meer dan in 1880.
Het aantal Walen vermindert met 110 en het aantal Vlamingen met 221. Dit is een verhouding van 1 tegenover 2. Toegepast op de 473 tweetaligen die er bijkomen, en dat is in het nadeel van de Vlaamssprekenden omdat de bevolking van Outgaarden stijgt en die van Zétrud Lumay daalt, dan wordt dit 316 eenheden meer voor de Vlaamssprekenden tegenover 158 voor de Franssprekenden.

Zo kunnen de cijfers van 1890 teruggebracht worden tot:

  • Franstaligen 768 + 158 = 926
  • Nederlandst. 603 + 316 = 919

In de gemeenteraadszitting van 28 juni 1920 wordt de scheiding unaniem goedgekeurd. Op 6 januari van het volgende jaar worden de electorale secties afgeschaft; een tweetalig politiereglement wordt opgesteld op 27 juli 1921.
Wanneer de gemeenteraad van 11 augustus 1922 stemt over de adoptie van de Franse taal voor de binnendienst en de correspondentie van de gemeente Zétrud-Lumay, nemen de vertegenwoordigers van Outgaarden geen deel aan de stemming omdat het hen niet langer aangaat.

Het zal duren tot 14 mei 1924 vooraleer de bezittingen van de twee gemeenten verdeeld zijn. Deze zitting wordt gehouden op het gemeentehuis van Zétrud-Lumay, waar ook de raad van Outgaarden aanwezig is. Vlaams werd er niet gesproken volgens de noteringen in het verslagboek.

De kerk benoemt bij voorkeur tweetaligen als pastoor tussen 1750 en 1950

  • Van Meldert Carolus (1759-1777)
  • Clement Bebedictus Josephus van Saintes (1778-1806)
  • Wery Jacobus (1806-1808) van Zétrud-Lumay; was een pater norbertijn
  • Vanderheyden J.B. (1808-1809), prior van de augustijnen te Tienen
  • Struys J. (1809-1810)
  • Van Autgaerden Henri (1810-1811) van Hoegaarden
  • Van 1811 tot 1826 stond de parochie onder Zétrud-Lumay
  • Stas Sebastiaan (1817-1825), was achtereenvolgens onderpastoor geweest te Hoegaarden en te Zétrud-Lumay, waar hij dan pastoor bleef van 1825 tot aan zijn overlijden in 1853
  • Wirix Petrus (1825-1827) van Vissenaken
  • De Waelheyns/Dewalhens J. Ambroos (1827-1865) van Tienen; hij liet de kerk vergroten en gaf als reden op dat het getal parochianen was aangegroeid door toevoeging aan zijn parochie van de inwoners van Zétrud die te Outgaarden woonden; dit was het einde van de twist tussen de twee parochieherders.
  • Dassis Petrus Joseph (1866-1866) van Tienen, was pastoor van Zétrud-Lumay
  • Smeers S.(1866-1881), van Tienen
  • In 1873 gaat Outgaarden over naar de dekenij Jodoigne
  • Figeys J.F. (1881-1902) van Brussel, was daarvoor onderpastoor te Zétrud-Lumay en te Hoegaarden
  • Goris J.F. (1902-1914) van Aarschot
  • Van Eynde Emile (1914-1914) als desservitor, was onderpastoor te Hoegaarden
  • Diels Frans August (1914-1942) van Schoten
  • Brabants Bernard (1942-1953) van Lier

Einde van het huwelijk Outgaarden – Zétrud-Lumay

In de zomer van 1919 neemt de Waalse onderwijzeres te Zétrud-Lumay ontslag. De kandidaten voor de betrekking zijn:

-Een Walin die in Outgaarden hulponderwijzeres was; -De dochter van de gemeentesecretaris;
-De echtgenote van een Waals gemeenteraadslid.

Het raadslid mag niet deelnemen aan de stemming en … de hulponderwijzeres van Outgaarden krijgt de plaats te Zétrud-Lumay. Gevolg is dat er nu in Outgaarden een nieuwe onderwijzeres moet benoemd worden. De dochter van de gemeentesecretaris kent geen Nederlands, maar wordt verkozen op de gemeenteraad van 25 september 1919 en moet te Outgaarden in het Nederlands gaan onderwijzen. Deze mevrouw Robert was geboortig van Saint-Jean-Geest en kwam van de normaalschool van Nivelles.

Pastoor Diels schrijft er in zijn geschiedenis van Outgaarden als volgt over:
‘… en nu zag men tot eeuwige schande ene Walin benoemen die bijna geen Vlaamsch en kende en die de Vlaamsche taal moest gaan aanleren aan de Vlaamsche kinderen van Autgaerden …’

Alle démarches van de pastoor naar Brussel én een petitie ondertekend door de meeste gezinshoofden halen niets uit. Erger nog, na de verkiezingen wordt de Waalse socialist Destrée minister van onderwijs en hij keurt de betwiste benoeming goed. Toppunt is dan ook nog dat Outgaarden toegevoegd wordt aan het schoolkanton Jodoigne. Een Waal is er schoolopziener, met het gevolg dat er geen inspectie is in de scholen van Outgaarden. In mei 1921 werd Outgaarden toegevoegd aan het schoolkanton Tienen enr een Vlaamse inspecteur. De gemeenteraad benoemt tenslotte op 15 oktober 1921 een nieuwe onderwijzeres voor Outgaarden, een Vlaamse, afkomstig van Orsmaal Gussenhoven.

Deze schoolperikelen waren wel niet de hoofdoorzaak om te scheiden, maar wel de aanleiding ertoe.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-208-53ste-jaargang-3-2017

Bronnen en citaten[+]

Mariadal gekocht door de zusters

Het domein op de ‘primitieve’ kadasterkaart Hoegaarden (ca. 1830)

1817 –  Mariadal gekocht door de zusters – 2017
Het domein op de ‘primitieve’ kadasterkaart Hoegaarden (ca. 1830) 

Het domein dat de zusters gekocht hebben op 8 oktober 2017. ©Vzw Hoegaardserfgoed.be

Verkoop door Servais Coenegras en Libert Geets van Hoegaarden en anderen, ten voordele van de Juffrouwen Petronille Piraerts, Marie Josèphe Evrard, Clotilde Dotremer en Marie Crampen, allen ongehuwd en wonend te Tienen, van het voormalige klooster van de bogaarden te Overlaaren de goederen er aan verbonden.

Akte verkoop van het voormalige klooster van de bogaarden te Overlaaren de goederen er aan verbonden ©Vzw Hoegaarserfgoed

Voor notaris Corneille Ferdinand Aspeculo te Tienen wordt op 7 oktober 1817 de volgende verkoop gesloten.

De verkopers
  • Servaes Coenegras en Libert Geets, allebei eigenaars en landbouwers wonende te Hoegaarden 
  • Henri Coenegtas en Leonard Andries, priesters wonend te Overlaar onder Hoegaarden (1)[1]
  • Guilliam Janssens en Pierre Bollen, allebei lekebroeders, de eerste wonend te Overlaar en de tweede te Leuven (2)[2]
De kopers

Zij verkopen aan de vier ongehuwde te Tienen samenwonende juffrouwen:

  • Petronille Piraerts
  • Marie Josèphe Evrard
  • Clotilde Dotremer
  • Marie Crampen
De koop bestond uit 8 loten
  1. Het voormalige klooster van de bogaarden met woongedeelte, schuren, stallen, bergruimten, het gebouw dat als kerk diende met al het houtwerk, en alle andere gebouwen zonder uitzondering samen met de tuinen, weiden, omheiningen, vijvers en afhankelijkheden, dat alles 3 ha 15 a 84ca groot, grenzend aan de baan van de Grote Brug naar Tienen (oosten), aan de Beekstraat (zuiden), ten westen en ten noorden grenzend aan het goed van het gewezen klooster met alle bomen van de dreef, die vanaf de steenweg naar het klooster loopt.
  2. Drie ha 15a en 84 ca land in twee stukken gelegen onder Hoegaarden, te weten 1ha 84a en 24ca ten oosten grenzend aan Dominique D’outremont (3)[3], ten zuiden aan Gilles Lecoq, ten westen aan het voormalig kapittel en ten Noorden aan de Kruisstraat. Het tweede stuk van 1ha 28a en 60ca grenst ten oosten aan de weduwe Dumont, ten noorden aan G.J. Vanspinagie, ten westen aan G. Van Ex en ten noorden aan Henri Lowet.
  3. 3ha 5a 1ca land onder Hoegaarden in verschillende stukken; 1ha 84a 24ca land begrensd door stukken van Jacques D’outremont, het vroegere kapittel en N. Nijs; 68a 96ca aan de Zavelstraat, begrensd door de Cruijkestraat, Domonique Genvil en de armen van Tienen;
    42a land begrensd door het vroegere begijnhof van Tienen, de weduwe Jacques D’outremont, Carles Sondervorst en Henri Vanautgaerden.
  4. Een hectare 57a 92 ca land onder Hoegaarden begrensd door de Zavelstraat, de armentafel van Hoegaarden, Jan Groetaers en de Wijnstraat.
  5. 1ha 41a 60ca land gelegen onder Overlaar in twee stukken: 59a 22ca nabij het klooster gelegen, begrensd door het volgende stuk, een dreef en de steenweg en 52a 64ca weiland begrensd door twee dreven, het vorige stuk en de steenweg.
  6. 1ha 41a 60ca onder Hoegaarden in twee stukken: 78a 96ca land begrnsd door de voormalige abdij van Vlierbeek, de straat, Lintermans en de straat naar Hauthem, en 52a 64ca zoals hiervoor, grenzend aan Hendrickx, Geets en de straat van Hauthem
  7. 52a 64 ca in twee stukken onder de gemeente van Klein Overlaar (sic), te weten 32a 72 ca begrensd door de armentafel van Tienen, de weduwe Callu en Lambert Gilis en 16a 36ca begrensd door de baan van Hoegaarden naar Tienen, de waterafloop en de voormalige bogaarden
  8. 25a 32ca land gelegen tegen dit klooster en de steenweg.

De gebouwen waren uiteraard in alles behalve optimale toestand en de zusters hebben er bijna drie jaar aan gewerkt en bijgebouwd vooraleer ze zich in 1820 defintief hier gevestigd hebben. Maar de bebouwde oppervlakte met de vijver en de tuinen, alles te zamen binnen de omheining was goed voor meer dan 3 ha. De gronden en weiland rond het klooster en in de Hoegaardse velden hadden ook nog eens een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 12 ha. Over de prijs en de voorwaarden handelen we in volgend nummer (wordt vervolgd)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-208-53ste-jaargang-3-2017

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis, de laatste wereldlijke gravin

van Hoegaarden (1 )[1]

Otto I :koning van Aken

Otto I werd pas op 7 augustus 935 tot koning gekroond te Aken. Hij was gehuwd met Edith, een Engelse prinses uit de familie Wessex. Hun drie kinderen waren Bruno, Otto II en een dochter Gerberga.

Gerberga zal trouwen met de latere Franse koning Lodewijk van Overzee en koningin van Frankrijk worden. Haar beschermeling was Gerbert d’Aurillac.

Otto I verdeelt zijn rijk 

Gerberga van Saksen
Gerberga koningin van Frankrijk ©nl.wikipedia.org

Otto verdeelde zijn rijk in graafschappen en hertogdommen met aan het hoofd een geestelijke (bisschop), zodat na het overlijden van de titularis het graafschap niet kon overgeërfd worden en de koning weer zelf een getrouwe kon benoemen.
Bruno en de latere Otto II kregen Godfried I, paltsgraaf van Julich en Rumigny als leraar. Hij was getrouwd met Alpaidis van Hoegaarden en ze kregen vier kinderen.

Volgens de hemelkaart 2000 is Alpaidis geboren op 12 juli 902 om 07h29

Vier kinderen

Die kinderen waren Godfried II, Arnold, Wirik en een dochter Ermelindis.

Wirik werd monnik in de abdij te Waulsort en Ermelindis kreeg Jodoigne als bruidsschat. Ze werd jong weduwe en verbleef aan het hof van Otto I als hofdame, zoals haar moeder trouwens.

Graf van Otto I te Maagdenburg - ©Wikiwand.com

Otto I verhuisde van Aken met zijn gevolg naar Keulen, waar zijn zoon Bruno aartsbisschop werd in 953. Hij was toen 28 jaar oud.
Daarna verhuisde het hof naar Maagdenburg, waar van het paleis niets meer overblijft.
Koning Otto I werd keizer gekroond te Rome op 2 februari 962, de keizertitel was bijna 40 jaar vacant geweest. Hij overleed te Menbelen op 7 mei 973 en werd in de kerk te Maagdenburg begraven.

Otto I na zijn overwinning op Berengarius II (Italiaanse adel) ©nl.wikipedia.org

(Tekening uit handschrift ca. 1200)

Bruno droeg de titel van hertog van Lotharingen. Hij verdeelde dit gebied in Boven- en Neder Lotharingen, waar hij vice-hertogen aan het hoofd stelde met toestemming van Otto.

Bij een gevecht in dienst van, nu keizer Otto I, in Noord Italië om de paus te helpen in zijn strijd tegen de Italiaanse adel, overleed Godfried I aan de pest op 27 september 964.
Zulke oorlogen brachten met zich mee dat hertogen en ander vazallen van de keizer 5 à 6 jaar onderweg waren, op veldtocht in dienst van hun heer. Godfried I werd begraven in Düren, stad waarvan na de wereldoorlog niets overbleef.

Bij leven was Godfried I van Rumigny door Otto beloond met het graafschap Henegouwen en Ardennen en wed hij vice-hertog van Neder-Lotharingen. De kinderen van Godfried en Alpaidis werden opgevoed bij Adarberon, aartsbisschop en broer van Godfried.

Later werd daar onderricht gegeven door Gerbert van Aurillac (de latere paus Sylvester II), Germanus van Reims die naderhand als kluizenaar in Hoegaarden kwam wonen en Gerard van Cambrai, kleinzoon van Alpaidis.

De twee laatsten waren advocaat en filosoof. Ze waren geheime raadsheren ook van de keizers. Naderhand zullen deze geleerden het graf terugvinden van Karel de Grote te Aken.

Na de dood van haar echtgenoot kwam Alpaidis naar Hoegaarden tot ze tot stichtingen overging en verdeling van haar bezittingen.
Ze overleed op 2 februari van het jaar 979, de feestdag van O.-L.-Vrouw Lichtmis tussen 9 en 10 uur. De graaf van Namen aasde namelijk op de bezittingen van Alpaidis.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-208-53ste-jaargang-3-2017

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-208-53ste-jaargang-3-2017

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-208-53ste-jaargang-3-2017