Ga naar de inhoud

Oktober-december 1918: einde oorlog in het Hoegaards dagboek 

Vragen van onderzoekers/kringen/families

Voor de heemkundige kring d’EUZIE (Stekene) zou ik een verhaal willen schrijven over mijn overgrootvader tijdens wereldoorlog 1; Momenteel zijn we al in het bezit van zijn persoonlijk dossier waaruit blijkt dat hij gediend heeft voor de 4de jagers te voet. Na de slag in Luik heeft zijn regiment 5 dagen in Hoegaarden verbleven van 8 tot en met 12 augustus 1914. (vraag van R. Driesse)

Het antwoord op deze vraag staat te lezen in de ‘Annalen’ van de zusters van Mariadal’, wij vertalen uit het Frans:

‘Op 7 augustus raakt in de gemeente bekend dat de troepen die gevochten hebben te Luik aan het afzakken zijn naar Hoegaarden. Moeder Overste wil dat onmiddellijk kamers en levensmiddelen worden voorzien voor de te verwachten militairen. Op de 8ste augustus komen ze aan in ‘Mariadal’. Kolonel Berger en een twintigtal van zijn officieren krijgen een verblijf in Ste Anne van de zaterdag tot de dinsdag; meer dan 400 soldaten verblijven in de klaslokalen van het externaat; en de directeur E.H. Van Kerkhoven geeft logies aan 160 soldaten en nog een aantal officieren.

Een gedeelte van de ‘prioritaire verdedigingseenheid’ van Luik, is ook aangekomen en ingekwartierd bij de ons. Iedereen is ingeschakeld om de militairen van eten te voorzien. Op dinsdag 11 augustus om 21 uur komen de Kolonel en de kapitein, helemaal onder het stof, ons klooster binnen. De kolonel verwittigd Moeder Oversten dat iedereen ingeval van het uitbreken van een gevecht, moet gaan schuilen in de kelders.

Militaire staf en zusters blijven op tot middernacht. Het is een op- en afgaan van boden met telegrammen. Er heerste een grote opwinding omdat men een kolonne van 10.000 Duitsers zou gezien hebben, op weg naar de bossen van Goetsenhoven.’
Woensdag 12 augustus worden om 7 uur ’s morgens boterhammen en alles wat de zusters hebben aan eten uitgedeeld aan de soldaten, die het bevel gekregen hebben van onmiddellijk te vertrekken.

(Uit de Annalen van de Zusters van Mariadal, 1914)

Ste-Anne-gebouw - Bewaarschool Hoegaarden

Een ‘Grote Wacht’ of ‘Grande Garde’ is pre-WO2 legertaal voor een vooruitgeschoven element in het defensieve gevecht dat tot taak heeft de hoofdweerstandslinie af te bewaken, alarm te slaan bij vijandelijk contact, en gedurende een bepaalde tijd weerstand dient te bieden alvorens zich terug te plooien binnen de eigen linies

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Opgeroepenen, vrijwilligers en slachtoffers 1914-1918

Inleiding en overzicht

Juiste aantal hangt af van het gehanteerde criterium Hoegaarden/Meldert/Outgaarden, opgeroepenen, vrijwilligers en slachtoffers 1914-1918
Niet zo eenvoudig om volledig te maken

Aantal opgeroepen per parochie vrijwilligers gesneuveldweggevoerd
Hoegaarden120[1]16141[2]
Hoksem (Hoeg + Kumtich)164 (5)[3]13
Overlaar18001[4]
Meldert3332+10
Outgaarden2935+22
Aantal per parochie (opgeroepenen+vrijwilligers) 
Hoegaarden136
Hoksem18 (+3 Hoxem-Kumtich)
 Overlaar18
Meldert33
Outgaarden32
  
Aantal per gemeente 
Hoegaarden172
Meldert33
Outgaarden32

 

Onbekende begraafplaats

Onbekende begraafplaats tot nu. En speciaal herdacht met het Klaprozenproject:

Devos Lodewijk (Hoeg. 30.09.1887-Pervijze 24.10.1914),
Zoon van Juliaan en Huts Thérèse,
Hij was soldaat 2 kl. mil. 1907, 3 Jagers te Voet, stamnr 127/50720
BEGRAAFPLAATS ONBEKEND, vermeld op parochiaal oorlogsmonument te Hoksem.
Staat niet vermeld op de herinneringsmonument in de kerk te Hoegaarden

De Welde Alexander (Hoeg. 29.08.1891-Pervijze (Tervate) 22.10.1914), arbeider, echtgenoot van Aline Depus, zoon van Maria Clothilda Dewelde
Soldaat 2° Klasse, BV 1911; stamnr 135/48386; 1 Gr 2/3
Vermist; GRAF ONBEKEND, vermeld op monument in de kerk te Hoegaarden

SerinTheophile (Meldert 02.11.1887-Zuidschote (Steenstraat) 24.04.1915), steenbakker, Zoon van Hendrik en Joanna Dominica Roelans, die te Hoegaarden woonden sinds 1890 x Maria Joseph Roets
Soldaat 2° Klasse, BV 1910, stamnr 135/48337; 1 Gr 2/1 (5 Cie); klaroenblazer

Vermist en onbekende begraafplaats

Vermist en onbekende begraafplaats vermeld op monument in de kerk te Hoegaarden

Overleden te Lapanne (= De Panne)

-Stockmans Arthur (Hoeg. 28.05.1890-Passendale
29.09.1918), zoon van Louis en Elise Godefroi,
Vroentestraat 18, ongehuwd
soldaat 2° Klasse, mil 1910, stamnr 135/48182, 1
Grenadiers 1/3, gesneuveld
Onbekende begraafplaats (?), vermeld op monument in de kerk te Hoegaarden
Lijkdienst 04.12.1918 te Hoegaarden (doodsprentje:
overleed in het Rode Kruishospitaal L’Océan)

Stockmans Guillaume Constant (Hoeg. 12.09.1890-Steenstraat 24/25.04.1915), zoon van Henri en Marie-Louise Schoensetters, soldaat 2° Klasse, stamnr 135/48181, 1 Grenadiers 3/1 (9 Cie) (gesneuveld) ONBEKENDE BEGRAAFPLAATS, vermeld op monument in de kerk te Hoegaarden

Lambrechts Edmond Petrus Joseph (Zétrud-Lumay 06.03.1880-Boitshoeke-Schoorbakke 23.10.1914), zoon van Petrus en Octavie Maricque, alleen hun eerste kind Edmond is te ZL geboren, de andere kinderen van het gezin allemaal te Outgaarden echtgenoot van Sidonie Wauters en zij woonden te Bilzen
Hulp-Onderluitenant bij het 4° Jagers te Voet, stamnr 2034;Herdenkingsplaats oorspronkelijk: Booitshoeke, 800 m ten O van de halte ONBEKENDE BEGRAAFPLAATS
Vermeld op het oorlogsmonument te Outgaarden/ CWxRM 09.12.2016 Opwijk

Lefevre Juliaan Jozef (Meldert 04.12.1889-Hoogstade 28.09.1918),x Meldert 27.10.1913 Deroost Maria Anastasia, bij het 10° Linie/ Diksmuide 29.09.1918)5 (stamnummer 55.701) (GEEN OVERLIJDENSAKTE OPGEMAAKT), vermeld op het oorlogsmonument van Meldert en op de gedenkplaat in de kerk; ONBEKENDE BEGRAAFPLAATS

Uitgeweken Hoegaardiers  ( Hoegaarden/Meldert/Outgaarden)  

Militairen geboren te Hoegaarden/Meldert/Outgaarden maar er niet meer gedomicilieerd of er gesneuveld en niet oorspronkelijk te Hoegaarden begraven

Mertens Edouard Joseph (Meldert 09.06.188-Rotselaar 12.09.1914), huisknecht Zoon van Mertens Edouard en Josephy Florentine
x Loriers Josephuna, 1 kind, wonend te Laar
In december 1898 verhuisden de ouders met hun kinderen naar Ans
Soldaat 2° Klasse, 1 gr, Bn 1, 2 Cie herdenkingsplaats Rotselaar, begraafplaats, graf 31 Herbegraven te Veltem-Beissem, militaire begraafplaats, graf nr. 531 (21)
Vermist, ONBEKENDE BEGRAAFPLAATS

(6)  Bost was een gehucht van Hoegaarden en werd een zelfstandige gemeente vanaf 30.12.1882

Boets Charles (Hoeg./Bost 05.08.1880-Antwerpen 01.10.1914)6
Zoon van Joseph en Françoise Carcan, woonde te Schaarbeek
Soldaat 2° Klasse, 4 Vervoerkorps
Vermist, ONBEKENDE BEGRAAFPLAATS

(6)  Bost was een gehucht van Hoegaarden en werd een zelfstandige gemeente vanaf 30.12.1882

Schoutens Jacques (Hoeg. 25.05.1894-Ramskapelle 30.09.1918), zoon van Anne Smeyers (18 jaar, geboren te Elsene en wonend te Hoegaarden bij haar grootvader Sebastien Smeyers (°Kumtich, 74 jaar); soldaat 2° Klasse OV, stamnr 101/24114, 1Linie
Gelegitimeerd door Jacques Schouters en Anne Smeyers bij hun huwelijk te Luik op 29.08.1896. Doodsoorzaak: vermist en ONBEKENDE BEGRAAFPLAATS/ CWxRM

Ladangh Edouard (ZL/Outg. 08.02.1890; gedoopt Outg. 10.02.1890-Champion 28.08.1914), landbouwer, wonend Brussel, Balspelstraat 52
Zoon van Louis (°Hoeleden) en Louise Mans (°Neerlinter);
Soldaat 2° Klasse, mil 1910, stamnr 293/6299: Artillerie PFN/8 Bij (fort Cognelée), overleden aan zijn verwondingen in het klooster te Champion
Herbegraven op de Militaire Begraafplaats te Champion

Omer Stoclet (Quaregnon 09.02.1887-Hoeg. 18.08.1914), soldaat 2° Klasse, mil 1907, stamnr 130/50646; 6 Jagers te Voet 2/3
Vermist, GRAF ONBEKEND, is een Belgisch soldaat die sneuvelde te Hoegaarden op 18 augustus 1914 en niet oorspronkelijk begraven werd te Hoegaarden op het oude kerkhof

Ingeweken Hoegaardiers 

Niet geboren te Hoegaarden/Meldert/Outgaarden, wel gedomicilieerd tijdens de oorlog

Devroey Camille (Willebringen 09.06.1890-Hoogstade 01.06.1916), wonend te Meldert; Korporaal 132/4690 (57186), 2 Bn 2 Karabiniers (7 Cie); werd gewond te Sint-Jacobs Kapelle door een kogel in het hoofd en overleed diezelfde 1 juni in het Belgisch Militair Hospitaal in Hoogstade; werd begraven op de militaire begraafplaats te Hoogstade, graf 465, 9
F.R. 8711, nu graf 360

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Bronnen en citaten[+]

Twee oude beelden van de St.-Ermelindiskapel 

Twee oude beelden van de St.-Ermelindiskapel (her)ontdekt (13)[1]

  • Beeld (buitenkant), H. Ermelindis, 17e eeuw, witte steen, ca. 45 cm (M 234044’75)
  • Beeld (buitenkant), H. Rochus van Montpellier, 17e eeuw, gepolychromeerde steen (niet gefotografeerd )
beelden van de St.-Ermelindiskapel

Bij het afsluiten van de tentoonstelling “Processies vroeger en nu”, in de kerk van Meldert, zijn twee onvindbaar gewaande beelden weer aan het licht gekomen. Het gaat om een stenen en een houten heiligenbeeld uit nissen van de St.- Ermelindiskapel (foto rechts, uit 1949), achter de kerk in Meldert.
Bij de samenstelling van de tentoonstelling bleken ze spoorloos. Na de sluiting stootte de coördinator Noël Verlaers op een kast in de sacristie, verscholen in de lambrisering. In de kast stonden onder andere de gezochte heiligen.
Het gaat om een stenen beeld van de heilige Ermelindis (foto kaft) dat tot voor de werkzaamheden aan de kapel in de nis boven de toegangsdeur stond.
Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium omschrijft het als “zandstenen beeld van de heilige Ermelindis, auteur onbekend, 1651 – 1700. Het beeldje werd mogelijk gebeeldhouwd in het kader van de bouw van de kapel (1629); oorspronkelijk bevond het zich boven de ingang”.
Er staat bij dat het beeld wordt het bewaard in de pastorie. Dat is achterhaald.

 

Het tweede beeld is een Sint-Rochus (foto links) die in de hoogste nis van de voorgevel van de kapel heeft gestaan. Het gaat om een houten beeld, eerste helft 16de eeuw, in eik met restanten van polychromie. Hoogte: 57 cm. “Erg verweerd door blootstelling aan alle weersomstandigheden in de boven nis van de westgevel van de kapel.” Het beeld is in deze bewoordingen beschreven (met foto) in het boek “Meldert, voormalige heerlijkheid van het hertogdom Brabant” (1984).
De heilige toont een pestbuil aan een engeltje.

In de inventaris van jet Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium zijn de beide beelden vermeld (St.-Rochus evenwel vaag en zonder foto). In de inventaris in boekvorm uit 1980 door het toenmalige ministerie van Cultuur worden ze ook vermeld. Er wordt nog nagegaan welke andere objecten uit de inventarissen aanwezig zijn. De kerk van Meldert wordt in het “Kerkenplan” bestemd voor zowel eredienst als bewaarplaats voor religieuze kunst. Sedert de restauratie is de kerk beveiligd.
Foto’s: KIK en F. Doperé

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Bronnen en citaten[+]

De schenking van de geschilderde portretten van Arthur Putzeys & Valentine Vrankx

De schenking van de geschilderde portretten van Arthur Putzeys & Valentine Vrankx
13 oktober 2018: Raadzaal van het gemeentehuis te Hoegaarden

Geschilderde portretten van Arthur Putzeys & Valentine Vrankx

Op initiatief van:

  • Prof. Dr.-emeritus J. Autenne, achterkleinzoon
  • De Confrérie van de V Notabele Geslachten van Hoegaarden
  • De heemkring ‘Hoegaards Erfgoed vzw’
  • De gemeente Hoegaarden
Les Mélomanes De La Grande Ghète à leur président estime & reconnaissance

-Gelegenheidstoespraak over de familie Putzeys die vanaf het einde van de 18de eeuw een blijvende stempel heeft gedrukt op het politieke, economische en culturele leven te Hoegaarden

-Notaris Arthur Putzeys was burgemeester, provinciaal raadslid en stichter-maecenas van de liberale muziekharmonie; hij woonde in de straat die sinds 1935 zijn naam draagt

Ter ere van wijlen burgemeester, notaris en provinciaal raadslid Arthur Putzeys (18491906) behorend tot de gilde van de ‘Groene Klaver’ 

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Hoegaards dagboek 

Zeven oktober 1918

Maandag 07.10.1918: Duitsland heeft een nota aan president Wilson overhandigd door bemiddeling van Zwitserland, om een wapenstilstand te land, ter zee en in de lucht te vragen. Zij aanvaarden het veertien punten plan van Wilson. Oostenrijk-Hongarije doet hetzelfde. De nieuwe Duitse kanselier is voor de hervorming van de Rijksdag. Iedereen hier loopt over van geluk, het is alsof de vrede al gesloten is!!

Laten we hopen dat de geallieerden willen onderhandelen, anders zal dat hier nogal een ontgoocheling worden. Het is bijna zoals bij het begin van de oorlog, mensen troepen samen, maar nu zijn ze gelukkig en toen waren ze verbijsterd. Zelf denk ik ook dat we vrede zullen hebben voor het jaar uit is, enkele weken vroeger of later zullen de dikte van de koe niet maken. Ik geloof dat weldra ook de prijzen van de koopwaren zullen kelderen. 

Twaalf oktober 1918

Zaterdag 12.10.1918: Vandaag trekken er vluchtelingen door Hoegaarden, ze zijn op weg van Jodoigne naar Tienen. Enkele dagen geleden heeft Wilson antwoord gegeven aan de Duitsers. Hij vraagt bevestiging op verschillende punten en de bezette landen moeten ontruimd zijn voor er een wapenstilstand kan komen en nu zijn het de Moffen die aan zet zijn. De bezette landen ontruimen, dat is voor hen niet mals! Hier bij ons wisselen hoop en vrees af.

Negentien oktober 1918

Zaterdag 19.10.1918: Er is nog geen vrede. Wilson weigert vrede te sluiten met Wilhelm; er moet een nieuwe regering gevormd worden in Duitsland. De geallieerden winnen sprongsgewijs terrein, Lille, Roubaix, Tourcoing, Oostende, Roeselare, Menen, enz. zijn heroverd. Sinds een week passeren er elke dag bijna 2.000 vluchtelingen, allemaal van de kanten van Douai en Cambrai. Ze doen deze reis in etappes, te voet of per kar.
De juffrouwen van de Melkdruppel, en voor deze gelegenheid hebben we allemaal de Franse en de Belgische kleuren opgespeld. [7][1]

Ze zijn allemaal heel content koffie te krijgen en ook omdat ze hun kleuren zien. Ze verblijven te Jodoigne en vandaar gaan ze naar Tienen, waar ze ook blijven logeren. Van Tienen trekken ze naar Sint-Truiden. Alle sociale klassen en leeftijden zijn vertegenwoordigd. Vandaag zijn er zelfs mannen tussen 17 en 55 jaar gepasseerd, geëvacueerd uit Doornik, Antoing, enz.

Gisteren in de namiddag hebben de zusters van het klooster bevel gekregen Mariadal zo vlug mogelijk te ontruimen. Sinds gisteren zijn de leerlingen aan het inpakken en vertrekken; de zusters hebben gevraagd om te mogen blijven! Hoe zal dat aflopen?
Sinds vorige maandag zijn de Moffen hun ronde aan het doen om wol op te halen. Maandag, dinsdag en woensdag deden ze: de Grote Plaats, de Koffiestraat, de Pastorijstraat, de Doelstraat, de Tiensestraat, de Stoopkenssstraat; bij ons thuis zijn ze nog niet geweest en het toppunt is nu dat ze woensdag overal waar ze wol gevonden hadden, gaan zeggen zijn dat die wol niet moest geleverd worden. Maar de dagen dat ze gezocht hebben, moeten ze zich goed geamuseerd hebben; dat zal ik op een andere dag vertellen! Als ik er goesting voor heb.

Zevenentwintig oktober 1918

Zondag 27.10.1918: Dinsdagavond hebben de zusters, naar het schijnt, bevel gekregen om het klooster te verlaten. Maar ze blijven toch. Zij hebben overschot van gelijk. Sinds maandag zijn de Moffen bezig met het klooster vol te stoppen met hun bagage en meubels.

Woensdag kwamen er te Hoegaarden ongeveer 500 Moffen toe, en de volgende dagen kwamen er nog altijd bij, wij hebben er sinds gisteren drie te logeren. Twee Moffen waren naar de kamers komen kijken en omdat er twee vrij waren wilden ze er vier plaatsten, toen ze weggingen was het voor 2, die een uur later toekwamen. Zodra ze buiten waren zijn we begonnen met de mooie meubels te verhuizen, en inplaats van te kunnen slapen in een ‘schöne Zimmer’ hebben ze een doodgewone kamer gekregen; een ressort zonder matras, geen dekens, zij hebben tenslotte zelf dekens. Er is zo een lange bij dat hij telkens moet bukken om in zijn kamer te gaan, het is een acteur van een Munchens theater.

De geëvacueerde Fransen trekken nog elke dag voorbij.
Vandaag heeft men in de kerk de namen van de 13 overledenen van deze week uitgehangen, en er zijn nog zoveel zieke mensen dat de dodenlijst nog niet zal kunnen afgesloten worden. Het is de epidemie, nu op het einde van de oorlog [8][2]

Eén november 1918

Vrijdag 01.11.1918: Twee van onze Moffen zijn vertrokken, zij waren hier te goed gelogeerd. Jules is de 21ste ontslagen uit de gevangenis; gisteren is hij in de loop van de namiddag te Hoegaarden toegekomen. Ik heb de indruk dat alle Moffen vertrekken. Ik heb deze morgen regimenten zien over de Grote Plaats trekken. De epidemie blijft woeden.”

Vier november 1918

Maandag 04.11.1918 : Nu moeten wij verschillende Moffen-soldaten logeren, ze zijn in het magazijn ondergebracht. Bij hun aankomst hebben ze zich eerst gewassen, dan zijn ze naar het appèl gegaan en nu zijn ze bezig hun matras te maken.

Elke dag komen er colonnes Moffen voorbij, ze nemen de richting van Tienen en Goetsenhoven. We ontvingen vandaag een brief van Emile [9][3] (Vander Velpen, broer van Louise), gedateerd op 8 oktober; de brief is langs Zwitserland gekomen. Er wordt verteld dat de geallieerden harde vredesvoorwaarden hebben gesteld. Gisteren was er hevig kanongebulder.

Emile Vander Velpen en Irma Tomsin (ca. 1930)

Acht november 1918

Vrijdag 08.11.1918: Alle dagen horen wij geweersalvo’s, machinegeweervuur en vandaag ook nog kanongebulder dichtbij. Het zijn de kleine Moffen die hier in garnizoen zijn en die zich oefenen. Er zijn vandaag ook nogal wat vliegtuigen overgevlogen. Parlementsleden van de Moffen zijn aan het westelijk front. Ik denk dat wij hier binnen enkele dagen ons leger hier gaan zien als overwinnaar.
‘Baardje’ (sic) is hier nog altijd ingekwartierd. Gisterenavond zei hij dat hij vandaag moest vertrekken, maar zijn compagnie heeft tegenbevel gekregen. Morgen zal het twee weken zijn dat hij hier is en omdat wij zijn naam niet kennen hebben we hem de bijnaam ‘Baardje’ gegeven omwille van zijn sterk geprononceerde kin.Acht

Tien november 1918

Zondag 10.11.1918: Onze Mof is op zijn Duits vertrokken. Hij heeft hier twee weken gelogeerd, natuurlijk waren wij niet extreem vriendelijk, maar wij zijn toch altijd beleefd geweest en hij heeft toch zijn kamer gehad, bed zonder matras, maar hij had onderdak, en die kleine diensten die hij vroeg hebben we toch ingewilligd, t.t.z. hij heeft dekens gekregen, soms warm water en we hebben hem elke avond binnen gelaten. Alles bijeen was dat niet veel, maar genoeg voor een beschaafd man om te danken; maar ja, een Mof is niet beschaafd, hij is alleen maar ‘kulture’ (sic). Hij is dus op zijn Mofs vertrokken, zonder trommels of trompetten, zonder afscheid of bedanking. Vaarwel dus! Georg Solinger! We zullen je vuile troep opkuisen en je brieven verbranden.

Vliegtuigen hebben gisteren Tienen en Leuven gebombardeerd, de bommen zijn op huizen gevallen in plaats van op het station. 

Onze kleine Beieren zijn ook weg. Ik zeg kleine, niet uit vriendelijkheid, maar omdat zij de indruk geven van geen 18 jaar oud te zijn en zij waren inderdaad klein van stuk. Ze zijn direct vervangen door anderen, het was maar een inkwartieringswissel.

Twaalf november 1918

Dinsdag 12.11.1918: Tienen en Leuven zijn op zondagavond nog eens gebombardeerd. Ik denk dat er deze keer veel schade is toegebracht aan de spoorweg. Gisteren had ik in de voormiddag een kleine Belgische vlag aan een struik op de koer vastgemaakt naast een Engelse en een Franse vlag, en wanneer onze Moffen arriveerden hebben ze gelachen, maar een beetje later hadden ze zelf Beierse vlaggen gemaakt en ook een rode vlag met in een hoek de Beierse kleuren (van de republiek), en om ons in verlegenheid te brengen hadden ze een Turkse vlag op onze struik geplaatst, maar ik heb hen die teruggebracht en ik heb op hun deur een Pruisische geplakt. Toen ze de Pruisische vlag zagen hebben ze haar direct afgetrokken en verscheurd.

In de namiddag is ‘Jef de garde’ (sic) in onze straat gepasseerd en hij zei dat Tienen helemaal bevlagd was, de wapenstilstandsvoorwaarden waren ondertekend. Enkele minuten later hoorde ik op de straat zeggen dat bij Goidts de Belgische vlag uithing, een beetje later zijn we op de Grote Plaats gaan kijken, heel de Koffiestraat was bevlagd, op de Grote Plaats hingen ook al wat vlaggen uit en dan zagen we dat bij Haubourdin de vlag werd uitgestoken en dan bij onderpastoor Van Eynde, op het gemeentehuis, bij Nijs, zo werd het ene huis na het andere bevlagd. Wat is dat toch prachtig! Zo aan de huizen onze kleuren zien wapperen terwijl de Moffen er nog zijn. Een beetje later begon de ‘dikke’ klok te luiden en tegen de avond wapperde de vlag aan de kerk. We zijn heel het dorp rondgewandeld met een brede tricolore strik. Wat ziet ons dorp er opgewekt uit met overal die waaiende vlaggen; de Moffen zelf zijn ook content dat ze terug naar hun land mogen en al glimlachend kijken ze naar onze kleuren.

Deze morgen zijn er al meer dan dertig vliegtuigen overgevlogen. Ik heb er tien tegelijk gezien. Gisterenavond heb ik geen bombardement meer gehoord, geen voorbijrijdende treinen, de wapenstilstand is er dus. Binnen de twee weken moeten België en Frankrijk geëvacueerd zijn.
Deze morgen zijn ‘zij’ nog komen kijken om een plaats te krijgen. De twee kamers die al bezet geweest zijn zullen terug bezet worden.
Deze namiddag is er uitverkoop. De Moffen verkopen heel hun hebben en houden, dekens, jassen, maskers, scharen, enz. enz.

Dertien november 1918

Woensdag 13.11.1918: Nu zijn we goed af! De Pruisen hebben ons 4 kamers afgepakt. Ze zijn meester in heel ons huis, we hebben schoon onze wil op te dringen, er is niets aan te doen. Hun ordonnansen moeten in een plaats op het gelijkvloers logeren. Er staan hier twee paarden die ze onderweg van een burger hebben afgenomen, deze wou wegvluchten met zijn paarden, hij heeft het tweemaal geprobeerd, maar is er niet in gelukt; de Moffen hadden het in het snuitje. [10][4]. Heel onze koer staat vol karren. Het is nogal wat! Gelukkig zal het niet voor lang zijn. Tegen de 25ste van deze maand moeten ze België verlaten hebben.

De dagen volgen mekaar op, maar het is steeds wat anders. Nu zijn ze bezig met munitie op te blazen. Wat een lawaai! Iedereen heeft zijn vlaggen terug moeten binnenhalen. Het schijnt dat onze dierbare kleuren tot oproer aanzetten.

Veertien november 1918

Donderdag 14.11.1918: Deze morgen zijn de Pruisen en de Beieren vertrokken. De goede Beieren hebben als souvenir van hun eerlijkheid deze nacht een jonge haan en twee pullen gedood en opgesmuld. Ze waren al weg toen we hun diefstal ontdekten. Na hun vertrek was heel ons huis, de koer, de gebouwen die bezet zijn geweest, in een lamentabele toestand. Alles is vuil en stinkt! Heel de voormiddag hebben we gekuist, en nog ruiken wij overal de Mof. Hoe rumoerig de dag van gisteren ook was, zo kalm is het vandaag. De Moffen zijn deze morgen zeer vroeg vertrokken en heel de dag hebben we er geen enkele gezien of gehoord. Het is de 1ste dag dat wij volledig vrij zijn sinds de 26ste oktober.

Vijfien november 1918

Vrijdag 15.10.1918: Vandaag ben ik naar het werk van de Melkdruppel geweest. Rond 11u30 kwam de burgemeester binnen met een veertigtal Engelsen. We hebben hen voorzien van soep en daarna kregen ze een koek met een biefstuk. Het was plezierig.
Deze namiddag hebben we een deel van de wol en een partij koper uit de schuilplaatsen gehaald. Er wordt verteld dat morgen alle Moffen moeten weg zijn uit Brussel en dat volgende dinsdag onze koning zijn blijde intrede zal doen.

Zestien november 1918

Zaterdag: 16.11.1918 Er logeren nu twee Engelsen bij ons, het zijn krijgsgevangenen die bevrijd zijn. Ze zijn allebei Londenaars. Het is nog al een verschil Engelsen op logies te hebben in de plaats van Moffen. Het is eraan te zien dat het vrienden zijn!
Er passeren nog weinig Moffen, we kunnen besluiten dat hun doortocht zo goed als gedaan is. 12

Tweeëntwintig november 1918

Vrijdag 22.11.1918: Verleden zondag zijn we naar het pensionaat geweest. Er waren daar nogal veel Engelsen en verschillende van het dorp waren er op bezoek. Het was hartverwarmend van hen te zien zitten rond de kachel. Er was een Schot bij in een rokje; wat is dat grappig. Ze hebben muziek gemaakt, ze zongen. ’s Avonds zijn we naar huis gebracht door een aantal Engelsen.
Maandag was een rustige dag, maar dinsdag zijn er meer Duitsers doorgetrokken dan ooit. Wij zijn op straat gaan kijken naar de aftocht van het overwonnen leger, het zal de laatste keer zijn dat wij Moffen te zien zullen krijgen. Twee groepen speelden muziek en hier en daar werd er gezongen, maar er waren er zeer veel die geen geweer meer hadden, maar een wandelstok, om gemakkelijker te kunnen stappen, wat een vreemd zicht was. Ze liepen niet meer in de pas. Veel zagen er afgemat uit. Maar de rode vlaggen waarmee hun wagens de vorige dagen waren versierd, die heb ik niet meer gezien.

De revolutie is nochtans niet afgelopen in Duitsland. Keizer, koningen en prinsen, ze zijn allen moeten vluchten. Woensdagmorgen zijn de laatste Duitse troepen voorbijgekomen en de laatste twee zijn een beetje na de middag voorbijgekomen. Die dag heb ik er geen enkele gezien.
Th. Br. was bij hem thuis tegen de avond. Er waren berichten over redelijk veel soldaten van Hoegaarden. Hij zei dat onze Emile te Brussel was. Vanaf deze dag is er begonnen met de huizen te versieren, triomfbogen op te trekken, enz. want elke dag worden de Belgische of de geallieerde troepen verwacht. Veel huizen zijn mooi
versierd, maar andere ogen belachelijk, maar uiteindelijk tonen de mensen hun goede wil, als ze geen stof of papier in de juiste kleuren konden vinden, is dat niet hun fout. Het schijnt dat Tienen zo prachtig versierd is.

Wij hebben deze week hard gewerkt, we hebben onze matrassen terug in orde gebracht, en daarna ons salon, een groot deel van het koper is bovengehaald; zo kunnen we veel beter onze soldaten verwelkomen, als ze zouden komen logeren in Hoegaarden. Zij zullen goed gelogeerd zijn, het zal nogal wat anders zijn dan voor de Moffen.
Morgenvroeg zullen we de huisgevel versieren. Ik heb een chronogram gemaakt. Gabrielle heeft vlaggen gemaakt.
Gisteren werden in Tienen de huizen van de activisten en van diegenen die tijdens de oorlog voor de Moffen hebben gewerkt geplunderd. Er wordt verteld dat vandaag Hoegaarden aan de beurt is!

De wijn- en sigarenhandel lag in de Doelstraat, links van de ‘Cerkel’, nu appartementen .

De indruk die ik nu over die oorlogsjaren heb is precies alsof het een kwade droom was; ik heb de indruk dat het dagdagelijkse leven nu verdergaat waar het voor de oorlog was blijven stilstaan. En die vier jaren schijnen als een ver verleden van een simpel slecht moment. Is het omdat toen niets natuurlijk leek? Ik weet het niet. Heel die tijd deed het onrecht zich voor bij daglicht; men ging walgen van het leven, van de mensen en de dingen. Gelukkig komen met de vrede ook de mooie dingen terug, of nog beter gezegd, die komen terug met onze soldaten en onze regering. Daar is noch hier, noch in Tienen al een regiment toegekomen en nochtans ziet men overal al Belgische soldaten; het zijn militairen die tamelijk kort bij huis gelegen zijn en van één of soms twee dagen profiteren om even dag te gaan zeggen thuis. Wanneer zullen wij Emile terugzien? We kijken er allemaal erg naar uit.
De prijzen van de levensmiddelen gaan in dalende lijn, het vlees wordt aan 4.5 of 6 F per kilo verkocht. En al de rest volgt de dalende trend. Weldra zijn we echt in vredestijd en zal het leven ongeveer hernemen zoals voor de oorlog. Ik zal dus weldra mijn dagboek kunnen afsluiten.

Bij Vander velpen: derde van links is maria Theyskens, dochter van Evrard en Anastasia Vander Velpen; zij zal trouwen met Louis Goids

Drieentwintig november 1918

Zaterdag 23.11.1918: Vandaag logeren we twee Fransen. Veertien dagen geleden waren het nog Moffen en verleden zaterdag Engelsen, vandaag Fransen, wat zal de volgende zaterdag ons brengen? Even voor het middaguur zijn Franse regimenten te Hoegaarden toegekomen. Wat een enthousiasme toen we de eersten zagen toekwamen. De ganse namiddag hebben wij er aan besteed. Er zijn er die hier 2 of 3 dagen zullen blijven. Deze voormiddag hebben we de gevel van ons huis versierd.

Vijventwintig november 1918

Maandag 25.11.1918: Al de Fransen die te Hoegaarden logeerden zijn nogal vlug vertrokken deze morgen. Het schijnt dat de Moffen Luik niet willen ontruimen en dat ze de huizen plunderen en vernielen. Vandaag nochtans moest België ontruimd zijn. De dappere Fransen moeten nog maar eens ter hulp snellen. Gisteren is de mis van 10 uur gezongen door de Franse militairen, het was de Franse aalmoezenier die celebreerde en een mooi sermoen hield. De officieren zaten in het koorgestoelte. Het was een emotioneel, imposant en mooi gebeuren.

Gisteren in de namiddag zijn we naar Tienen geweest, de stad is mooi bevlagd. We hebben er veel Belgen zien passeren per fiets of wandelend met hun familie. Zij hebben permissie.
Deze morgen zijn de Engelsen die hier nog waren moeten vertrekken.

Zesentwintig november 1918

Dinsdag 26.11.1918: Vandaag zijn Louis Loriers en Jules Gilis [11][5],waarvan men zei dat hij overleden was, teruggekeerd. Belgische regimenten zijn vandaag door Tienen getrokken, maar in Hoegaarden was alles rustig.

Negentwintig november 1918

Vrijdag 29.11.1918: Wij hebben Franse regimenten zien doortrekken. Nogal wat Fransen logeren vandaag te Hoegaarden. Henri Lodewijckx is vandaag teruggekomen en nu gaat hij terug vertrekken naar Duitsland. Van Emile hebben we nog geen nieuws. De broer van Saphyr is overleden. Emile Rosier zal volgende zondag op verlof komen. En zo komen onze soldaten de ene na de andere weer thuis. We mogen weer dichtgeplakte brieven versturen en we moeten er maar 10 ct meer opplakken. De laatste weken hadden de Moffen de taks op de brieven opgetrokken tot 20 ct.

Dertig november 1918

Zaterdag 30.11.1918: Albert Lodewijckx en Paul Goidts zijn vanaf vandaag voor een week in verlof. Deze morgen kwamen er nog Franse troepen voorbij. Zij hadden veel bootjes bij en ze hadden ook veel muilezels.

Vijf december 1918

Donderdag 05.12.1918: Emile is gisteren om zes uur kwart s’ avonds thuisgekomen! Maria was hier sinds eergisteren namiddag tot gisteren morgen. Anna was sinds zondag hier en is eergisteren morgen (dinsdag) vertrokken. Moest Emile sinds zondag terug thuis zijn, dan zou hij al heel de familie gezien hebben.

Negen december 1918

Maandag 09.12.1918: Franse troepen hebben een concert gespeeld op de kiosk, gisteren in de namiddag. Er was een massa volk. Het was bijna zoals met de kermis.

Elf december 1918

Woensdag 11.12.1918: Emile is vertrokken. Hélène, die sinds zaterdagavond hier was is sinds dinsdag in de voormiddag vertrokken. Elise is sinds vrijdag bij ons geweest tot vandaag.
De Franse troepen die sinds vrijdag hier zijn blijven nog. Sinds dan hebben we een twintigtal soldaten en een onderofficier. Het is veel aangenamer onderdak te geven aan Fransen dan aan Moffen, maar er zijn toch wel ongemakken aan. Wij kunnen onmogelijk nog naar het t… gaan. [12][6] Gisterenavond zijn we naar een goede Franse zanger gaan luisteren bij tante J.

Zeventien december 1918

Dinsdag 17.12.1918: De manschappen van het 159ste Alpin. 3me Cie, 1ère section, die een week bij ons gelogeerd hebben zijn deze middag vertrokken. Het is één bataljon van het 159ste dat van Hoegaarden vertrokken is naar Tienen. Onze officier, onderluitenant Jos. Chatard van Hennes en zijn ordonnans Jean Malet van Biarritz zijn ook vertrokken. Er zijn dus bij ons geen Fransen meer.

Achtien december 1918

Woensdag 18.12.1918: Onze Fransen zijn nog maar juist vertrokken of er zijn al anderen bij ons, en nu zijn het deugnieten. Niet verwonderlijk, want het zijn de gestraften; het oude hoofdkwartier dient nu als politiekantoor. Op de straat staat een schildwacht en op de koer aan de deur van het magazijn staat er een tweede

Twintig december 1918

Vrijdag 20.12.1918: De koning heeft zijn triomfantelijke intocht in Tienen gehouden samen met prins Leopold. We zijn gaan kijken. Het weer was niet schitterend en dat was spijtig. De koning zelf heeft verschillende Franse officieren en verschillende Belgische soldaten gedecoreerd. Na het defilé van de Franse en de Belgische troepen was er een receptie op het stadhuis en toen de koning terug in zijn auto was gestapt liep iedereen er naartoe om hem een hand te geven.

Tweeëntig december 1918

Zondag 22.12.1918: Hier bij ons is de gevangenis, maar dat is nogal een gevangenis! De gevangenen lopen bijna altijd op straat, ondanks de schildwacht, maar die gaat soms mee naar café, ofwel is één van de schildwachten of zijn ze allebei in de gevangenis terwijl de gevangenen op wandel zijn.
Het bataljon van het 159ste is naar Hoegaarden teruggekeerd en onze onderofficier is zijn oud logement terug komen opeisen.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Bronnen en citaten[+]

Klaprozenproject

Ontvangst op het gemeentehuis 1968

Trappen van het gemeentehuis 11 november 1968

Op de trappen van het gemeentehuis 11 november 1968

11 november 1968: Ontvangst op het gemeentehuis van de oud-strijders met redevoering uitgesproken door burgemeester Hettich, waaruit: ‘…indien wij ieder jaar eraan houden een bloemenhulde te brengen aan het ereperk en de gedenkzuil op het kerkhof, samen met de schoolgaande jeugd, dan is dit omdat wij onze jeugd er willen van bewust doen worden van het offer dat u hebt gebracht en welke taak hen morgen op de schouders kan worden gelegd…’ en over het gedenkteken: ‘…Er blijft … nog steeds een vraagstuk op te lossen. Indien wij voor de oorlog 1940-45 beschikten over een prachtig oorlogsmonument, dat helaas door de tweede oorlog werd vernietigd, dan is het ons, ondanks de menigvuldige projecten die werden ingediend nog niet gelukt de goedkeuring hiervoor te krijgen van de hogere overheid. Verleden maand heeft de gemeenteraad opnieuw een project goedgekeurd en ik zal niet nalaten mijn invloed bij alle betrokken instanties te doen gelden zodat binnen enkele maanden een nieuw oorlogsmonument zal prijken op het gemeentelijk domein in de Tiensestraat.’

1918-2018 in de filatelie

1918-2018 in de filatelie (Postzegels zijn een souvenir en stimuleren door regelmatige herdenkingsuitgiften het in ere houden van de herinnering aan de oorlog)

Menenpoort, Albert te Nieuwpoort en de Klaproos (2008)
Albert en Elisabeth te Luik

Menenpoort, Albert te Nieuwpoort en de Klaproos (2008)

1968: Albert en Elisabeth te Luik

Herkenningsplaatjes – Medailles

Herkenningsplaatjes met eenheid, immatriculatienummer en naam en verdiende medailles zijn gekoesterde blijvende herinneringen

Een identificatieplaatje WOI
Medailles WOI 1914-1918

Knutselwerkjes/vrijetijdskunst

Knutselwerkjes/vrijetijdskunst meegebracht uit de oorlog/krijgsgevangenschap. 

Camille Dumont presenteert ‘De Artisten van Hougaerde en hun werk’; hijzelf staat in het midden van de foto

Camille Dumont presenteert ‘De Artisten van Hougaerde

Lofdicht 

Lofdicht als huwelijksgeschenk voor Petrus Dewallens & Palmyre Lebegge in 1919

Lofdicht WOI 1914-1918

 

Ik zie hier voor mijn oogen
Hetgeen iedereen wel wil gedogen;
Dat zij zullen leven hand in hand,
Gelijk men vroeger streed voor ’t vaderland.
Petrus met uw moed en geschot,
Palmyre, met uw geduld en gebod
Hebt weerstand geboden tegen den Keizer
Aan den overkant van den Yzer,

Ontwerp van architect Stockmans oorlogsmonument 

Ontwerp oorlogsmonument gemeente Hoegaarden '68

Ontwerp van architect Stockmans voor de gemeente Hoegaarden van een oorlogsmonument op de Tiensestraat aan huidige sportcomplex (1968-69); Niet gerealiseerd

Winnie-the-Pooh

Harry Coleborn met Winnipeg

Harry Coleborn met Winnipeg

Minstens zo belangrijk zijn de bijbehorende tekeningen. Die worden gemaakt door illustrator Ernest Howard Shepard. Tussen 1915 en 1918 dient Shepard bij de Britse artillerie en neemt hij deel aan onder meer de beruchte Slag bij de Somme.
Na de oorlog komt Shepard in contact met A.A. Milne, die hem vraagt om voor Winnie-the-Pooh te illustreren. Shepard tekent Pooh-beer overigens niet naar het voorbeeld van de knuffel van Christopher Robin, maar naar een speelgoeddier van zijn eigen zoon.

Winnie-the-Pooh, de oorlogsmascotte die kindervriend werd. De Canadese luitenant Harry Coleborn is op weg om zich te melden voor zijn training bij het Royal Canadian Army Veterinary Corps als hij een pelsjager tegenkomt met een klein beertje bij zich. De jager heeft de moederbeer gedood, maar kon het niet over zijn hart krijgen om ook de welp te vermoorden.
Coleborn koopt het diertje, dat de mascotte wordt van het Veterinary Corps en Winnipeg wordt genoemd.
Als het Corps in 1914 in Engeland aankomt, is het beestje zeven maanden oud. Coleborn zelf moet naar het vasteland om te vechten, maar hij laat Winnipeg achter in de Londense dierentuin. Daar wordt de knuffelbare en speelse beer een grote attractie.
Na de oorlog trekt het dier de aandacht van Christopher Robin, zoon van dichter en toneelschrijver Alan Alexander (A.A.). Het jongetje heeft een teddybeer die aanvankelijk Edward Bear heet maar die hij in 1924 omdoopt tot Winnie -een korte versie van Winnipeg. Daarmee geeft hij zijn vader inspiratie voor verhalen en gedichten over Winnie-the-Pooh.
De verhalen van Milne vormen maar de helft van de Pooh boeken. 

Winnie the Pooh

De geliefde op foto in lijst of medaillon … en blijvend herdacht op doodsprentje

Broche met foto

De geliefde op foto in lijst of medaillon … en blijvend herdacht op doodsprentje

Buigen voor den Wil des Heeren
En om zijn Vaderland te eeren
Uw ouders, broeders, zusters en minnen
Lag in zijn hart en ziel en zinnen
Lijden, strijden als een held
En weerstand bieden aan ’t geweld
Krachtig vechten tot hij viel
Een ware Belg van hart en ziel
Nu God hier boven hem beloone
Stuurt Meldert hem zijn schoonste kronen.
Acrostichon- naamdicht: de eerste aan het front letter van iedere regel vormt de naam

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Uit de geheime geschiedenis van Hoegaarden: het gemeentewapen

Wapen van de bisschoppen en de prins-bisschoppen van Luik

Op de email-reclameborden van de brouwerij Loriers ‘De Groote Brouwerijen van Hougaerde’ en op de bierpinten ‘DAS’ is het wapenschild rood-geel ingekleurd.

Dat klopt in die zin dat het rood in vroegere eeuwen het blauw is voorafgegaan. Het blauw was de kleur van de Prinsbisschoppen van Luik, zodat rood als de oorspronkelijke kleur mag beschouwd worden.

Al in de 18de eeuw was het rood in het wapenschild vervangen door het blauw en het KB van 29 mei 1838 legde het wapen van Hoegaarden vast.

In maart 1838 vroeg burgemeester De Zangré naar aanleiding van het schrijven van de Koninklijke Commissie van 22 november 1837, het behoud en de herbekrachtiging van het gemeentewapen en voegde bij zijn verzoekschrift het diploma en de patentbrieven van de vroegere toekenning van 1819

In de 19de eeuw waren onze gemeentevlaggen van Hoegaarden blauw-wit. Dat was in strijd met het KB, maar het staat de gemeente vrij vlaggen te maken naar haar goeddunken gezien ze geen officieel karakter hebben. Deze wijziging, het goud als kleur vervangen door wit gebeurde tussen 1860 en 1870 onder liberaal bestuur, dat naar het voorbeeld van de stad Tienen handelde. Maar in Tienen zijn de kleuren in het wapen blauw en wit!

Het Hoegaardse liberale gemeentebestuur handelde zoals het geredeneerd had: ‘wij nemen het blauw aan als partijkleur en in de dorpspolitiek noemden zij zich ‘de witten’

Het groen-wit van de lokale voetbalploeg heeft niets te maken met het wapenschild.

©www.pinterest.com : Reclamepaneel met wapen van Hoegaarden in het geel op een rode achtergrond

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-212-54ste-jaargang-3-2018