Ga naar de inhoud

Ons brouwverleden aan ‘de beek’

Daar gaat ons brouwverleden aan ‘de beek’ (Stoopkensstraat alias Beekstraat)!

De brouwerij Tomsin

Brouwerij Tomsin Vroentestraat ©Hoegaardserfgoed.be

De brouwerij Tomsin op de Vroente die plaats moest ruimen ca. 1980
Vooraanzicht van de brouwerij en het woonhuis met inrijpoort

Brouwerij Tomsin Vroentestraat ©Hoegaardserfgoed.be

De brouwerij bestond op het gelijkvloers uit een brouwerszaal, 2 plaatsen, een doorgang met een toegang naar de binnenkoer en het hoofdgebouw; op de verdieping een zolder op de ganse oppervlakte van de brouwerij.

De brouwerij Nijs/Wezenhuis

De brouwerij Nijs/Wezenhuis  werd afgebroken in 2012 en het volledige gebouw werd omgevormd tot een cultureel centrum

Brouwerij Paenhuys ©Hoegaardserfgoed.be

Brouwerij Paenhuys-Nijs-Wezenhuis
©Hoegaardserfgoed.be

 

De brouwerij Coenegras-Brasseur-Ladeuze

Brouwerij Coenegras Brasseure Ladeuze ©Hoegaardserfgoed.be

De brouwerij Coenegras-Brasseur-Ladeuze werd afgebroken op 6 oktober 2019

Brouwerij ‘De Engel’

Wat staat er ons te wachten in verband met ‘De Engel’?

Brouwerijen - Beekstraat ©Hoegaardserfgoed.be

Brouwerij Arnold Cipers

Dit blijft er nog over van al die brouwerijen, gehecht aan grote boerderijen, en meestendeels, tot einde 18de eeuw, gelegen langs de ‘Beek’ (voor het brouwwater) en vanaf de 19de eeuw op dezelfde locatie voor datzelfde water aangevuld met het nat van het grote aantal bronnen.

Brouwerijen - Arnold Cipers ©Hoegaardserfgoed.be
Brouwersleerpad ©Hoegaardserfgoed.be

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland (een uitgave van de Cultuurdienst Hoegaarden, 2009 !!!!!)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

29 juli 1940 op de begraafplaats van Hoegaarden

met welgemeende dank aan Eddy Stas voor de foto’s

Ceremonies gesneuvelden op de begraafplaats

Gesneuvelden 1940 ©Hoegaardserfgoed.be
Gefalleren Ehrung im Hoegaershe Belg ©Hoegaardserfgoed.be

Ceremonie voor Duitse gesneuvelden op de begraafplaats

Duitse gesneuvelden

Elf Duitse militairen sneuvelden of overleden aan hun verwondingen te Hoegaarden en omgeving op 13/14 mei 1940 bij de Geteslag.

Zij behoorden allemaal tot de Heeresgruppe B – 6.Armee-7.Inf.Regt en zijn allen herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats te Lommel

Gesneuvelden 1940 ©Hoegaardserfgoed.be

Belgische militairen

Gesneuvelden en aan verwondingen bezweken Belgische militairen te Hoegaarden en omgeving

  1. Mdl ( Wachtmeester) Bedoret Jacques (Namen °1919) +Hoegaarden 13-05-1940
  2. Sdt Mil Colot Jules (°Namen 1919) +Hoegaarden 13-05-1940 (of Oostende 15-05)
  3. Sdt Mil Monthuir Roger(°Sanzeilles 1919) +Hoegaarden 13-05-1940
  4. Olt Flahaux Guy( Andenne 25-05-1913) gewond Hoegaarden 13-05-2040
  1. = 2 Div.Cav-Brig Verv Cav – 2 Regt Jagers te Paard – I Gr – 3 Esc
  2. = 2 Div.Cav-Brig Verv Cav – 2 Regt Jagers te Paard – II Gr – 5 Esc
  3. = 2 Div.Cav-Brig Verv Cav – 2 Regt Jagers te Paard – II Gr – 5 Esc
  4. = 2 Div.Cav-Brig Verv Cav – 2 Regt Jagers te Paard – II Gr – 4 Esc ( onduidelijk bezweken of gevangen)

In september 1939 wordt het 2de Jagers te Paard gemobiliseerd onder bevel van kolonel Libbrecht. Bij het begin van de Duitse inval op 10 mei 1940 bezet het regiment een bruggenhoofd op de Ourthe en biedt het op 13 en 14 mei hardnekkig weerstand achter de Gete.
Van 25 mei tot aan het einde van de vijandelijkheden (28 mei 1940) stopt het elke vijandelijke aanval op de Leie en voert het op 27 mei een laatste tegenaanval uit te Frezenberg

Kolonel Libbrecht ©Hoegaardserfgoed.be
Gesneuvelden 1940 ©Hoegaardserfgoed.be

Van het 2de regiment Jagers te Paard werden gewond te Hoegaarden:
-Soldaat Nivarlet, gewond op zijn kanon 4.7 op 13 mei
-Opperwachtmeester Remy
-Kapt/Commandant Arnould Van de Walle, zwaar gewond op 13 mei, werd per ambulance afgevoerd naar militair hospitaal, krijgsgevangen genomen en later
onthoofd in Duitsland

meerdere Belgische militairen van dit 2de regiment werden na de slag opgevangen door inwoners van Hoegaarden, kregen burgerkledij en konden naar huis vertrekken; zij ontsnapten aan de krijgsgevangenschap.

Acht Baare Vriend Gustaaf
Het kermis vieren gaat uitstekend goed,
het hougaerds bier loopt er in gelijk in eene ton, en het weder is tot hiertoe uitstekend. Ik hoop dat gij reeds hersteld zijt
Uwe vriend

Gedenkplaat aan de kleine molen ©Hoegaardserfgoed.be
Le petit moulin ©Hoegaardserfgoed.be

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

217. Alpaidis 217: Bijnamen als gemeengoed

Bijnamen waren eertijds gemeengoed

Bernard Roelans (Retten Cadul)

Een voorbeeld (1796) om duidelijk te maken dat bijnamen eertijds gemeengoed waren Bernard Roelans genaamd ‘Retten cadul’ was voor diefstallen en ‘brigandages’ voor de vrederechter en gerechtelijke politie van Hoegaarden [1]  veroordeeld en moest naar gevangenis te Jodoigne.

Hij was al eens veroordeeld tot 50 jaar ballingschap uit het Land van Luik en graafschap Looz in 1788 … maar blijkbaar was hij vlug terug of nooit vertrokken!

Nu heeft hij bijna drie jaar na het terugtrekken van de Franse troepen van Dumouriez gestolen bij Jean Pierre Kempinaire te Hoegaarden. Het ging om twee kapstokken en vijf pistolen van de Franse Jagers te Paard, die er logeerden. En in de paardenstal van Kempinaire waren er ook nog waardepapieren ontvreemd!

Rond dezelfde tijd heeft ‘Retten cadul’ een koperen marmiet gestolen bij Antoine Feverst, ook te Hoegaarden, waarvan hij zegde ze gevonden te hebben. En van de vrouw van Jean Smeyers stal hij een paar zilveren oorringen waarvan hij zei ze betaald te hebben. Uiteindelijk hebben tijdens de nacht van 23 of 24 februari 1796 dieven willen inbreken bij landbouwer Vanhagendoren te Rommersom langs drie ramen. Twee ramen hebben ze ernstig beschadigd. ‘Retten cadul’ krijgt uiteindelijk 2 jaar cel.

Wat geschiedenis

Een Romeinse naam bestond uit twee of drie delen. Soms kwam hierbij nog een vierde deel, een agnomen die men op basis van persoonlijk eigenschappen of verdiensten tijdens zijn leven kreeg.

Bij de Romeinen was het de gewoonte een geslachtsnaam (nomen gentile) te voeren na de voornaam (praenomen), later uitgebreid met een eigenlijke familienaam (cognomen, die een onderdeel is van de traditionele Romeinse naam).

De Romeinse voornaam (praenomen) was weinig fantasierijk. De meeste gezinnen kozen uit zo’n 20 traditionele namen, waaronder Gnaeus, Lucius en Marcus, en getallen als Quintus (vijfde) of Sextus (zesde) [2] 

Het agnomen, de letterlijke vertaling van bijnaam en de vierde naam die iemand kon krijgen, mag niet verward worden met een cognomen.

Een cognomen is een bijnaam die gegeven wordt aan een bepaalde tak van een geslacht (gens), zoals Caesar voor misschien wel de beroemdste tak van de gens Julia. Een agnomen kreeg men op basis van persoonlijke verdiensten en niet bij de geboorte zoals een cognomen. 

Publius Cornelius Scipio Africanus [3] , behaalde een overwinning in Afrika en dankt daaraan zijn agnomen ‘Africanus’. Quintus Fabius Maximus Cunctator, was een dictator die voortdurend twijfelde (cunctator=de twijfelaar); Nepos (de verkwister); Pius (de vrome) ….

In de christelijke samenleving van de middeleeuwen was de doopnaam de enige die van wezenlijk belang was. Deze voornaam die in het Engels nog steeds ‘christian name’ heet, was echter weldra onvoldoende om personen van elkaar te onderscheiden.

Daarom raakte meer en meer de verwijzing naar de afstamming in gebruik: aan de doopnaam werd de voornaam van de vader toegevoegd.
Die zogenaamde vadersnaam treffen we tegenwoordig nog steeds aan in een zeer groot aantal familienamen: Jan, zoon van Peter, werd Peterssone, later Jan Peeters.
Soms waren de voornamen afgekort of zijn ze door ons minder gekend zodat het patronymicum ons nu minder opvalt. Denk maar aan de populaire apostelnaam Jacob, die vaak werd afgekort tot Coppen. Dan is het duidelijk dat ook Coppens een vadersnaam is. 

Naarmate de samenleving evolueerde, nam het belang van de vadersnaam meer en meer af en werd in de naam verwezen naar de plaats van afkomst (van Diest, van Leuven, van Keulen, van den Bosch), naar een beroep (De Wever, De Volder, Timmermans, wat zoon van een timmerman betekende), naar lichaamskenmerken (De Groote, De Cleyn, De Langhe) en naar goede of slechte eigenschappen (De Rijke, Quagebuer).
De meeste Vlaamse en Brabantse stedelingen hadden rond 1600 al de thans gebruikelijke familienaam.

Een beschrijvende naam werd oorspronkelijk toegevoegd aan de doopnaam, de voornaam of de familienaam. De bijnamen kunnen onderverdeeld worden in drie groepen: de beschrijvende bijnamen, de metaforische en de metonymische bijnamen Beschrijvend is ‘de kleine’
Metaforische namen beschrijven een psychische of fysieke staat van iemand. Die metafoor is vaak afgeleid van een dier. Krekel, kan gevoegd worden bij de voornaam van iemand die altijd goed gezind is; een sluw persoon zou de nam Vos kunnen krijgen en een Beer kan staan voor een sterke man
Metonymische bijnamen zijn afgeleid van soortnamen (Paard voor een ruiter), kunnen een lichamelijk kenmerk belichten (Baard voor iemand met opvallend gezichtshaar), een lichaamsdeel dat in het oog springt (De Vuijst), of kleding (Schoonrok).

De Romeinen toonden zich in het geven van bijnamen niet altijd even fijngevoelig en men had kennelijk een voorkeur voor wat betreft lichamelijke of geestelijke kenmerken of gebreken. Voorbeelden zijn Agricola (boer, landbouwer), Aehenobarbus (roodbaard), Bestia (beest, dier), Blaesus (lispelend, stamelend, Brutus (onnozel, stompzinnig),
Cicero (grauwe erwt), één van de voorvaders had een erwtvormige wrat op het gezicht (cicer = erwt); Nero (mannelijk), Tacitus (zwijgend), …

Voorbeeld van een Hoegaardier die voortleeft in den vreemde

Op zondagavond 17 december 1797 rond 10 uur werd op de Grote Plaats te Hoegaarden nog eens de Franse vrijheidsboom omgehakt.

Twee personen werden aangehouden, namelijk de 20-jarige Petrus Sweerts uit Rommersom en de 21-jarige François Van Nerum uit Hoegaarden; zij werden 4 dagen later door vrederechter Putzeys tot 9 maanden gevangenisstraf en tot terugbetaling van de aangerichte schade veroordeeld.

In september 1798 keerden Petrus Sweerts en François Van Nerum weer, hun straf was uitgezeten. Op dat ogenblik was echter de wet op de conscriptie uitgevaardigd waardoor zij zich voor verplichte krijgsdienst moesten melden.

Beiden verlieten het dorp en Sweerts zag men er nooit meer terug. Hij vertrok noordwaarts en vestigde zich uiteindelijk als ‘kolonist’ in de landkreis Emsland in de Duitse deelstaat Nedersaksen;

Nakomelingen wonen tot de dag van vandaag op de plaats waar Peter als ‘kolonist’ met zijn echtgenote een boerderij kocht in 1813. Het echtpaar had vooral vrouwelijke nakomelingen en de afstammelingen vandaag, de familie Lüken, wordt nog altijd in het Platduits ‘Peiters’ genoemd, benaming die teruggaat op Pieter Sweerts

En drie voorbeelden uit de 20ste eeuw:

Henri Dotremont
Pierre-Henri Dotremont ©Hoegaardserfgoed.be

Henri Dotremont (1853-1926), was liberaal burgemeester van 1906 tot aan zijn overlijden in 1926. Hij was landbouwer en jeneverstoker én veearts; zijn bijnaam was ‘de piqueur’, verwijzend naar zijn beoefening van de veeartsenijkunde.
De man was Franstalig en sprak alleen gebrekkig Vlaams in uiterste noodzaak; het was zelfs zo dat de gemeenteraadsverslagen door de secretaris in het Frans werden genotuleerd, waardoor men als uitslag bij een stemming zinswendingen kan lezen als:
‘..on a voté sept fois ja et deux fois neen’; en vermits hij als veearts nogal gemakkelijk een spuitje toediende, kreeg hij de bijnaam ‘de piqueur’, afgeleid van het Franse woord ‘piqûre’.

Bakker Swinnen

De bakkerij en de bakkers Swinnen dragen de bijnaam ‘petrol’. Benny Swinnen is de laatste geweest in de rij en hij stopte in 2016 bij gebrek aan opvolging. Wij laten hemzelf aan het woord in 2011 bij de 90ste verjaardag van de bakkerij:

Rue Arthur Putzeys ©Hoegaardserfgoed.be

“In wezen bestaat de bakkerij al wel 120 jaar, want het verhaal start in 1892 met mijn overgrootmoeder Julie Vangramberen, die haar oven openstelde voor de buren, en zo dienst deed als loonbakker.
Maar het was mijn grootvader Armand Vanhulst die de bakkerij officieel  startte op het Gemeenteplein.
Julie Vangrambesen had haar winkel aan de Tiensestraat, en zij maakte toen al “tattepoeme” de appelflappen met de overschot van het vlaaiendeeg bij de kermis.

Het was haar vader die aan de basis lag van de bijnaam van de bakkerij, namelijk “Petrol“.

Rond 1900 was er een drooglegging en mocht er geen alcohol verkocht worden. De vader van Julie Vangrambesen verkocht in die tijd petroleum in kruikjes. In de cafés gebruikten ze zijn kruikjes om stiekem jenever te schenken.

Vader Vangrambesen was dol op jenever en vroeg steeds ” een petrolleke“. De bakkerij wordt bij de oude Hoegaardiers nog altijd aangeduid als bij “Petrol“.

Matheessens Jean Charles

De heer Matheessens, door velen ‘de bawet’ genoemd woonde naast Alice van Koubeke Pit

Gouden Jubileum 1950 ©Hoegaardserfgoed.be

Gouden huwelijksjubileum 1950
Matheessens Jean Charles (Antwerpen 25.02.1877-Hoeg. 1955), natiebaas, x Hoeg. 29.05.1900 Debroeck Marie Rosalie Adrienne (Hoeg. 30.10.1873),


Links zijn broer met nog langere baard (woonden oud-huis Tuur Van Nerum)

Heil, Driemaal Heil aan bruidegom en bruid (bawet = bavette, slaat op de baard!!)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

Bronnen en citaten[+]

Twee romantische zichten op Meldert ca. 1900

Meldert (Brabant) Moulin - Molen ©Hoegaardserfgoed.be
Meldert (Brabant) - Panorama ©Hoegaardserfgoed.be

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

Bijnamen 

??? van Pakke van BattelsFamilie SmetsHoksem
’t Wit PéjatEvrard ( het Witte Paard – café)Tiensestraat
Ailie van TongkesVanherwegen ( Tongkes komt van Antoon)Vroente /Kloosterstr
Albert van Jekke BoiAlbert Rimanque van de ‘Pax’Tiensestraat
Alfonsine Vogels???? 
Alice PitAlice van Koubeke PitGemeenteplein
Alice van de WitteAlice CelisHauthem
Anna Poj of PoyAnna Godefridi, echtgenote HermansHoegaarden
Annie ProtAnnie Vanosmael Nerm
BaaikEmile Vandermolen, Nelly en Marie Louise Baaik zijn de dochters .
Men noemde hem Baaik omdat hij klein was en een dikke buik had
 
BaaisFlawinne – Koekoek-caféSt Niklaasstraat
Baare Broebel Egypte
Baare GazetVandenbroeck, was de vader van dichter FREEK DUMARAISDoelstraat
BaaskesBourmanneTiensestraat
Bai  
Baike Prom  
BajaarTritsmansK. Astridstraat
BakDoyenDoelstraat
Bakke PreusPardon ( Preus komt van Pruis)Stoopkensstraat
Bare BessemBessemans HubertLange gracht
Bare Brem(bezem van bremtakken – caféStoopkensstraat
Bare BroedelGoffin ( had puisten)Egypte
Bare KeitelDotremontHauthem
Bare Loërkomt van de naam LaeremansTiensestraat
Bare MeennesBamsWalenstraat
Bare MuntFinoulstNerm/Aalst
Bare PoyHanoul ( Bare komt van Albert Hubert)Walenstraat
Bare PrinsMannaertsTiensestraat
Bare SeullekeMichel ( café in de Doelstraat – cfr Louis Michel) 
Bare SoeGilsoul ( Soe komt van Soul uit familienaam)Stoopkensstraat
Bare van de BrielRottie ( komt van de Bareel)Hauthem
BaronesElsen JeannineGemeenteplein
BarraBollenStoopkensstraat
Basiel Prom  
BatschTaverniers( oa voor alle Taverniers))
BazinFinoulst 
Bedai  
Beguttekeswas een StockmansGemeenteplein
Bèrre SteätAlbert LambrechtsSlachthuisstraat
Bertha BoikeSwellen 
Bertha BokkeBertha François 
Bertha MichotteSteenwinckel BerthaOutgaarden
Bettel Hauthem
BijouHardiquestNerm/Aalst/Klein Overlaar
Bin konijn Dotremontstraat
BloekeReviersHoogstraat
Bloem BloemJose Coenen (bloemist – echtgenote van Arthur Van Nerum)Doelstraat
BoaskesFourie ( boaskes komt van baas)Tiensestraat
BoaskesNoë 
BoekskeLaeremansStoopkensstraat
BoelFamilie Matthijssens 
Boer1921 werd het Paradijs verkocht aan Mathieu
Joseph Vital Goossens, (09-04-1895) bijgenaamd
“Boer”, landbouwer ( zoon van Joseph Goossens en
Anastasie Collaert).
 
BoerGoossens ( hij was boer)Walenstraat
BommaAndré Porton – kocht oud ijzer, vodden en
konijnenvellen op
K. Astridlaan

BoskePierlet ( afkomstig uit Wilsele waar de ouders een
herberg hielden. Als de kleine zoon alleen kon lopen
en in de herberg kwam, zegden de gasten: zie nu is
er een nieuw boske=baas en de naam heeft de
jongen gevolgd tot in Hoegaarden, waar hij in 1935
kwam wonen.)
Stoopkensstraat
BraaiStockmansPaenhuisbeekstraat
BreuTroost ( komt van broeder)Pastorijstraat
BreuwtVangrambezenAltenaken
BroederTaverniers ( broeder = geestelijke, pater hier)H. Dotremontstr
BruRottieStoopkensstraat
BruutRome Preuskes 
BuikskeHobin – Koekoek caféSt Niklaasstraat
   

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

 Klokkenpatrimonium Outgaarden

SINT-NIKLAAS, OUTGAARDEN

Voorgeschiedenis van de klokken

Er is geen oorlogsverslag gevonden. Wel heeft de toren te lijden gehad van de klokkenroof want KIK/IRPA 7906 [5] verwijst naar een klok in Outgaarden. De neogothische versieringen op de klok wijzen sterk in de richting van Severinus Van Aerschodt (1819-1885) die dit soort decoratie systematisch gebruikte. Bovenaan prijkt een band met acht heiligen in een nis waaronder de H. Rochus en St.-Paulus. Eén van de heiligen is groter dan de andere en is herkenbaar als de H. Nikolaas van Myra. Deze staat op een sokkel gedragen door engeltjes. Onder de afbeelding staat SANCTE NICOLAE ORA PRO NOBIS.

Fig.1. De kerk van Outgaarden ©Hoegaardserfgoed.be
Fig.2. KIK/IRPA 7906 ©Hoegaardserfgoed.be

De kerk van Outgaarden

KIK/IRPA 7906

Huidige toestand 

In de toren van de kerk hangen twee klokken, allebei toegewijd aan O.-L.-Vrouw.

O.-L.-VROUW VAN ALTIJDDURENDE BIJSTAND.

Bovenaan de schouder prijkt tussen gietringen een brede band met dennenappels. Hieronder volgt een tweede band met druivenranken. Op één zijde staat een grote afbeelding van een Christus aan het kruis. Op de andere zijde staat een lange lijst die verdeeld is over negen lijnen maar al behoorlijk vervaagd is door slijtage.

BELLO ABLATA RESTITUTA
DONIS PAROCHIANORUM PONDERE 450 LIBRARUM AUCTA
DICATA BEATAE MARIAE VIRGINI DE PERPETUO SUCCURSI
CONSECRAVIT EXC. DOM. VAN CAUWENBERGH EPISCOPUS
CURAVIT REV. DOM. BRABANTS PAROCHUS
SUSCEPERUNT DUS IONNES STEENWINCKELS-LEBEGGE, ET
DA MARIA MAES-SOETEMANS
5 DECEMBRIS 1948
DEO GRATIAS

Fig.3. De Slégersklok ©Hoegaardserfgoed.be
Fig.4. Een detail van de Slégersklok ©Hoegaardserfgoed.be

De Slégersklok

Een detail van de Slégersklok

Boven de slagring waar de klepel de klok raakt, staat dan nog een sierband met opstaande bladeren waaronder

FONDEUR: G. SLEGERS PETIT-FILS DES CAUSARD TELLIN

Vanaf de 18e eeuw reisde de gietersfamilie Causard rond in West Europa. Charles Causard die met een Slégers gehuwd was, kreeg voldoende opdrachten om zich later te vestigen in het Luxemburgse Tellin. Adrien, een van de zonen van Charles, nam de gieterij over die later in handen kwam van zijn zus Marie-Thérèse die huwde met Georges Slégers (1907-1970). Van dan af werd de volgorde in de namen omgekeerd of werd de verwijzing naar Causard zelfs weggelaten. Enkele jaren na het overlijden van Georges werd de gieterij omgebouwd tot een klokkenmuseum dat in 2013 gesloten werd. Zie verder het boek van P. Slégers [1] over de gieterij.

Fig.5. De Mariaklok in haar geheel ©Hoegaardserfgoed.be
Fig.6. De Maagd op de Mariaklok ©Hoegaardserfgoed.be

De Mariaklok in haar geheel

De Maagd op de Mariaklok

MARIA.

De versieringen op deze tweede Mariaklok beginnen bovenaan met een tekstband tussen paren gietringen. Langs één kant staat er

MIJN NAAM IS MARIA

en aan de andere kant

GEGOTEN TE LEUVEN DOOR FR EN J SERGEYS

gevolgd door een sierband met moerbeibladeren. Op een flank staat een mooie afbeelding van O.-L.-Vrouw die het serpent vertrappelt.

Boven de faussure vinden we drie gietringen waarboven de tekst

GIFT VAN DE PAROCHIANEN OUTGAARDEN ANNO 1967

Op de lip komen dan nog eens drie gietringen voor.
Voor meer informatie over de gieters Sergeys verwijzen we naar deel 3 [4] en meer specifiek naar bij het pastorieklokje van Meldert.

SACRISTIEKLOKJE.

Naast de deur van de sacristie hangt een heel klein koperen klokje dat op de flank twee engelenfiguren draagt en een reeks oesterschelpen op de lip.

Fig.7 Linker zijde van de sacristieklok ©Hoegaardserfgoed.be
Fig.8 Rechter zijde van de sacristieklok ©Hoegaardserfgoed.be

Linkerzijde sacristieklok

Rechterzijde sacristieklok

Technische gegevens

 

KerkKlokGieterH [1]D [2]LipToonKGJaar
Sint-NiklaaskerkMARIAG. Slégers831088.0GIS8091948
 Klok2Fr. Sergeys62836.3B 1967
 Sacristieklok 10110.3D  

 

Referenties

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

[1] SLÉGERS, P., Il était une fonderie de cloches à Tellin, Stavelot, 2011
[2] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 1, Hoegaarden, (verschijnt binnenkort)
[3] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 2, Hoksem, (verschijnt binnenkort)
[4] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 3, Meldert, (verschijnt binnenkort)

Bronnen en citaten[+]

 Klokkenpatrimonium Hoegaarden

Al een aantal jaren proberen wij de aandacht van de overheid en van het publiek te trekken op het ongewoon rijk patrimonium aan luidklokken dat in onze kerktorens hangt. De voortschrijdende ontkerkelijking leidt ertoe dat parochies worden samengevoegd en de betrokken kerken of kapellen gesloten. Veelal is er geen groot probleem om voor het roerend erfgoed een beschermd onderkomen te vinden, bijvoorbeeld langs het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC), dat gevestigd is in de gerestaureerde Abdij van Park te Heverlee.

Klokken die hoog en ongezien in de torens hangen zijn in principe ook roerend erfgoed maar onroerend door bestemming. Hierdoor vallen ze vaak tussen twee stoelen. Nochtans zijn klokken vaak juweeltjes van vakmanschap. Ze verwijzen in hun opschriften naar personen die hebben meegewerkt aan hun creatie (gieters, pastoors, peters, meters, weldoeners, …) en leggen daardoor een heemkundige band met de omgeving waarin de kerk gebouwd is. Praktisch geen enkele kerk heeft haar klokkenbestand over de eeuwen ongewijzigd behouden. Plunderingen en oorlogen hebben parochies gedwongen opnieuw te investeren om vernielde of geroofde klokken te vervangen. Zelfs nu worden onze klokken bedreigd door diefstal door gewetenloze koperdieven.

Wat we bij torenbezoeken doen is een aantal fysische en akoestische metingen uitvoeren, fotografische opnamen maken en noteren wat op de klokken is neergeschreven. Van elk bezoek wordt apart een rapport gemaakt waarin we ook proberen aan te vullen wat vroeger aan klokken in de bewuste torens te vinden was. Ook brengen we achtergrondinformatie aan over klokken in het algemeen, over hun gebruik en over de gieters. We verwijzen naar het werk van Luc Rombouts [4] voor een behandeling van alles wat met klokken en beiaarden te maken heeft. In [10] hebben we getracht aan te tonen waarom het aanleggen van een inventaris broodnodig is.

In een reeks bijdragen hopen we een beeld te kunnen geven van het klokkenbestand in de grote omgeving van Hoegaarden. We behandelen achtereenvolgens de klokken in Hoegaarden, Hoksem, Sint-Margriet-Houtem, Meldert en Outgaarden. Waar mogelijk incorporeren we ook de privéklokken in ons verhaal. Dit inventariswerk past in een breder kader, namelijk om alle klokken uit Oost-Brabant in kaart te brengen. Voor Groot-Leuven werd de aanzet al gegeven in 2008 in [1]. Een analoge publicatie [5] over de klokken van het dekenaat Herent werd in 2018 voorgesteld. Voor de regio rond Tienen hebben we reeds verslag uitgebracht over Glabbeek in [8] en Lubbeek [7] terwijl voor Tienen zelf in [9] een aanvang wordt gemaakt met het rijke patrimonium aldaar. De andere regio’s uit Oost-Brabant werden ook systematisch bezocht en de verslagen hierover verschijnen in de tijdschriften van de heemkundige kringen van de behandelde streek. De inschakeling van deze kringen is bijzonder verrijkend omdat op vele klokken namen staan van bewoners uit de omgeving.

Het zou onmogelijk geweest zijn om ons inventariswerk te doen als we niet konden rekenen op de hulp van velen. We hebben kunnen genieten van de persoonlijke bijdragen van een groot aantal geestesgenoten die elk op hun eigen terrein waardevolle informatie aanbrachten die we zo goed mogelijk hebben verwerkt in de tekst. Een speciale dank gaat naar Jacques Sergeys, de laatste zelfstandige klokkengieter in het land, die ons met raad en daad heeft bijgestaan bij het verwerken van de technische gegevens en door het aanbrengen van informatie uit het familiearchief. Verder hebben we meermaals beroep kunnen doen op leden van de kerkfabrieken die als eersten geplaatst zijn om ons inlichtingen te verschaffen over de gebouwen waarin de klokken hangen en over namen van personen die erop vermeld worden zoals de schenker(s), leden van de clerus, peter en meter, leden van de kerkfabriek, … Bij elk bezoek aan een locatie in de regio Hoegaarden werden we telkens warm verwelkomd en we danken onze “sintpieters” die over de magische sleutels beschikten om ons de toegang tot de klokkentorens te geven. We zijn hen allen bijzonder dankbaar en we hopen dat ook zij – samen met ons – nu met fierheid kunnen verkondigen wat we verzameld hebben over “hun klokken”. Het blijft een deugddoende ervaring om iedereen “daar beneden” mede getuige te maken van dit mooie stuk “on(t)roerend erfgoed” en op die manier een meerwaarde voor het heemkundig geïnteresseerd Hoegaardse achterland te kunnen aandragen.

We zouden de lezers van deze bijdragen bijzonder dankbaar zijn mochten ze bijkomend materiaal aanbrengen dat we kunnen gebruiken om de verslagen te verbeteren. Het ligt in de bedoeling om de uiteindelijke verslagen op te nemen in de databank van Erfgoedplus waarmee we intens samenwerken. We hebben bij het samenstellen van deze verslagen kunnen rekenen op de medewerking van de KU Leuven, Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving (KADOC), van Campanae Lovanienses en van het Centrum voor Religie, Kunst en Cultuur (CRKC).

(Kerk en Leven, 09.10.2019)

Referenties

[1] SLÉGERS, P., Il était une fonderie de cloches à Tellin, Stavelot, 2011
[2] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 1, Hoegaarden, (verschijnt binnenkort)
[3] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 2, Hoksem, (verschijnt binnenkort)
[4] TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 3, Meldert, (verschijnt binnenkort)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-217-55ste-jaargang-4-2019