Ga naar de inhoud

 Klokkenpatrimonium Meldert

Ondertussen zijn we bij het derde luik van het klokkenbestand in de omgeving van Hoegaarden beland. Voor het eerste luik dat de klokken in Hoegaarden zelf bespreekt, verwijzen we naar [1] , voor het tweede dat Hoksem behandelt naar  [2]  .

Sint Ermelindis

Voorgeschiedenis van de klokken

Over deze voorgeschiedenis hebben we heel wat informatie kunnen ver garen dank zij onderzoek dat Rik en Hilde Branson-Colin in de parochiear chieven hebben uitgevoerd [3]. In 1767 verscheen een ordonantie vanuit de Baronnie van Meldert over het al dan niet luiden van de grote klok ter gelegenheid van een begrafenis. Uit het technisch rapport dat werd sa mengesteld voor de renovatie van de kerk halen we dat er in 1783 drie klokken waren. De grootste woog 2112 pond (991 kg), de tweede die door het kapittel werd bekostigd 1633 pond (766 kg) en de kleinste die dateer de uit 1625, 842 pond (387 kg). De kleinste klok werd in 1783 hergoten en woog daarna 1262 pond (592 kg). De middelste tiendenklok werd in 1786 hergoten door A.J. Vanden Gheyn uit Leuven. Even later, op 5 december 1798, werd ze opgeëist en naar Brussel vervoerd door de Franse bezetter. De grote klok werd stukgeslagen. Ze werd in stukken in 1805 naar Leuven vervoerd om hergoten te worden. Deze nieuwe klok barstte echter en Se verinus Van Aerschodt kreeg in 1880 de opdracht de klok te hergieten tot een klok van 1386 kg.

Fig.1. KIK/IRPA # 6891 ©Hoegaardserfgoed.be

KIK/IRPA # 6891

Dat brengt ons even later bij het oorlogsverslag van 20 februari 1918 ((11)) door pastoor B. Tubbax waarin twee klokken worden vermeld. (1) ERMELINDIS. Deze grote klok woog 1400 kg en had toon fa. Er prijkten beeltenissen op van St. Ermelindis en van 12 apostelen. Als tekst wordt vermeld: SANCTA ERMELINDIS ORA PRO NOBIS / PATRINUS ADRIANUS EU GENIUS PAULUS COMES DʼOUTREMONT DE DURAS / MATRINA CAROLINA MARIA FRANCISCA COMITISSA DʼOUTREMONT DE DURAS BARONISSA DE BEECKMAN DE VIEUSART / PASTORE F. WECKX. ME FUDIT LOVANII SEVERI NUS VAN AERSCHODT 1880.
KIK/IRPA 6891 ((12)) levert een afbeelding van deze klok in situ met de ge deeltelijk hierboven geschreven teksten. De zichtbare kant toont de tekst in vier lijnen. De verwijzing naar de gieter stond allicht op de tegenoverlig gende flank. De klok werd op 30 november 1943 uit de toren gehaald. Over de klokkenroof, zie [4] .

Fig.2. Ermelindisklok in haar geheel ©Hoegaardserfgoed.be

Ermelindisklok in haar geheel

(2) PHILIPPINA. De tweede klok hangt nog in de toren en wordt verderop uitvoerig behandeld.

1. ERMELINDIS. 

Deze klok kwam er als restitutie voor de in 1943 gestolen Ermelindis-klok. Ze werd op 23 oktober 1951 gewijd. Bovenaan siert een band met zwevende engelen de schouder van de klok. Verder staat tussen twee paren gietringen langs één kant

Huidige toestand
In de klokkenkamer hangen nu twee klokken naast elkaar. F. Doperé heeft in 1979 reeds een bezoek gebracht aan de klokken en hierover een artikel verzorgd dat we graag gebruiken [5].

ANNO 1950 SANCTO

Fig.3. De uitgebreide tekst ©Hoegaardserfgoed.be

De uitgebreide tekst

Fig.4. Het gietjaar van de klok ©Hoegaardserfgoed.be

Het gietjaar van de klok

Op de flank hieronder prijkt een mooie afbeelding van St. Ermelindis. Op de kant van de klok hiertegenover staat bovenaan

ME FUDIT MICHIELS TORNACI.

Fig.5. De H. Ermelindis ©Hoegaardserfgoed.be

De H. Ermelindis

Fig.6. Philippinaklok in haar geheel ©Hoegaardserfgoed.be

Philippinaklok in haar geheel

Hieronder volgt een lange tekst gespreid over zeven lijnen.
ERMELINDIS NOMINOR
AB INFAMO HOSTE ABREPTA
RDI DMI L VAN CAUTEREN, PASTORIS CURA ET OPE GUBERNII RESTITUTA PATRINUS: RENATUS HENDRICKX, BURGIMAGISTER
MATRINA: ALEYDIS HENDRICKX
AD LAUDEM DEI PAROCHIANOS APPELLO
EORUM INGRESSUM IN COELUM NUNTIO

Boven deze tekst en rondom de klok is een sierband met hangende slingers aangebracht. Met zes gietringen boven de slagring waar de klepel de klok raakt en twee op de lip worden de versieringen beëindigd.

2. PHILIPPINA.

Deze klok is gekenmerkt door een groot aantal gietringen, verspreid over de ganse klok. De versieringen beginnen bovenaan met een reeks van drie gevolgd door een sierband met een golvende slinger. Dit wordt na drie ringen gevolgd door teksten over drie lijnen uitgesmeerd en omkaderd door telkens drie gietringen:

De firma met de naam Michiels was vooral werkzaam in Mechelen als uur werkmaker. Een nazaat Marcel Michiels Sr (1868-1924) werkte een aantal jaren samen met de firma Van Aerschodt uit Leuven. Later nam hij de gie terij Drouot uit Doornik over. Michielsklokken verwijzen dan ook naar deze plaats. Zijn zoon Marcel Michiels Jr (1898-1962) nam in 1924 de gieterij in Doornik over van zijn vader. De gieter werkte een aantal jaar samen met Fé lix Van Aerschodt. Michiels heeft veel klokken geleverd na de Tweede We reldoorlog naar aanleiding van het restitutieplan dat de Belgische regering had opgezet ter vervanging van de in 1943-44 geroofde klokken. Na heel wat jaren succesrijk geweest te zijn kwam de gieterij in financiële problemen. Na de dood van Michiels werd de gieterij overgenomen door Eijsbouts en Petit & Fritsen die ze in 1963 sloten. Voor verdere informatie over de gieters verwijzen we naar [6]

NOMINOR PHILIPPINA + PATRINUS MIHI EST
ILL. D. JOANNES JOSEPHUS PHILIPPUS COMES VAN DER NOOT ET DE DURAS BARO DE MELDERT
MATRINA ILLS DOMLLA ANNA THERESIA PHILIPPINA COMTESSA D’YVE.
ME FIERI CURAVIT D. BARO D.T.F. COLPAERT PASTOR

ME FECIT J ET N. SIMON, AC C. DE FOREST MENSE XBRIS 1783.

De vier gietringen onder deze laatste tekst worden onderaan versierd met een reeks engelenkopjes. Op een zijflank van de klok prijkt een grote cal varie met Maria Magdalena aan de voet en omgeven door engelenkopjes. Met nog eens vijf gietringen boven de slagring en zes op de lip worden de decoraties op de klok afgesloten.
De afkorting XBRIS verwijst naar DECEMBRIS als maand van het gieten.

Fig.7. Twee tegenoverliggende zijden van de Philippinaklok ©Hoegaardserfgoed.be

Twee tegenoverliggende zijden van de Philippinaklok

Fig.8. Twee tegenoverliggende zijden van de Philippinaklok ©Hoegaardserfgoed.be

Twee tegenoverliggende zijden van de Philippinaklok

Over de twee gieters Joseph en Nicholas Simon is zeer weinig geweten, zelfs geen geboorte- en sterfdata. Ze waren actief rond het einde van de achttien de eeuw. De klok in Meldert staat niet vermeld op de lijst die Tchorski ((13)) samenstelde over de productie van deze gieters. André Lehr  [7] schrijft in zijn overzicht van gieters allerhande, dat Nicholas een zoon was van de Duit se gieter Joseph Simon en vermoedelijk uit de omgeving van Bonn kwam. Van hem zijn klokken bekend in de periode 1786-1792, periode waar de Mel dertklok niet in past. In Nederland maakte hij, voor zover bekend, in 1787 en 1791 twee klokken. Joseph werkte in 1790-91 samen met andere gieters uit Lotharingen, zoals Claude Deforet en Clément Drouot. Zeker is dat in die streek van Frankrijk meerdere klokkengieters van die naam gevonden wer den. Op te merken is dat we dankzij deze klok nu ook weten dat de drie vermelde gieters op “Philippina” in 1783 samenwerkten.

Pastorie Meldert

De pastorie van Meldert ©Hoegaardserfgoed.be
De dakruiter met de klok ©Hoegaardserfgoed.be
De zijde met de naam van de gieter ©Hoegaardserfgoed.be
De zijde met de locatie van de gieterij ©Hoegaardserfgoed.be

Tegenover de kerk van Meldert staat een pastorie die in 1779 werd gebouwd. Bovenop het dak staat een dakruiter waarin zich een klok bevindt. Tijdens de herstellingen aan huis en dak hebben wij de gelegenheid gehad om de klok van dichtbij te bekijken met de bedoeling ze op te nemen in de inventaris voor Hoegaarden.

Afgaand op een verwijzing in de Gids voor Vlaanderen [8] werd gehoopt om een klok te vinden die kon toegeschreven worden aan de Sergeysgieterij uit Leuven.

De kroon van de klok bestaat uit zes beugels. Bovenop de klok is een sierring aangebracht met florale motieven. Op de schouder zijn zeven gietringen te zien in de orde 2/1/1/1/2. Hieronder prijkt een mooie fries. Deze bestaat uit een afwisseling van twee figuurtjes. Eén ervan is een vijfhoek met bovenaan twee uitlopende krullen waartussen een kroontje te zien is. Het andere is een driehoekje met onderaan een gebogen zijde en opgevuld met iets wat op een hangend klokje gelijkt.

Onder deze sierband staat

* SERGEYS-VANAERSCHODT * LOUVAIN *

Boven de slagring zijn vijf gietringen aangebracht en nog eens twee op de lip van de klok.
Ondanks het feit dat de klok al jaren in open lucht hangt is ze toch goed be waard, allicht omwille van de bescherming door de grote overdekking van de dakruiter.

De klok zou wel eens uniek kunnen zijn. In 1850 huwde Pierre Sergeys (1827- 1912) met Reine Barbe Van Aerschodt, de enige dochter van Thomas Van Aerschodt en Anna Maximiliana Vanden Gheyn. Dit huwelijk verklaart niet alleen hoe de familie Sergeys geassocieerd werd aan de beroemde dynastie van Vanden Gheyn maar ook hoe Pierre het gietersambacht heeft aangeleerd gekregen. Pierre profileerde zich later als gieter van klokken en beiaarden en deed dit onder de naam Sergeys-Vanaerschodt. Spijtig genoeg zijn er in Vlaanderen buiten tafelbellen geen klokken van hem gekend. De klok in Meldert zou dan een eerste en tot hiertoe enige voorbeeld zijn van een ietwat grotere klok van deze gieter.

Jacques Sergeys [9] kon echter geen uitsluitsel geven over de maker. Constant (1855-1935), de jongste zoon van Pierre, nam immers het ambacht over van zijn vader. Voor een aantal jaren had hij in het Luikse Chênée een gieterij waar grotere klokken konden gegoten worden. In 1926 vestigde hij zich in Leuven. Het is dus niet uitgesloten dat Constant de gieter was van de klok in Meldert.

François (1896-1982), de zoon van Constant, nam het bedrijf van zijn vader over in 1928. Hij was verantwoordelijk voor een groot aantal klokken en bei aarden tot hij in 1970 het bedrijf overdroeg aan zijn zoon Jacques (° 1933). Jacques Sergeys was de laatste zelfstandige klokkengieter in België tot hij in 1980 het bedrijf verkocht aan Clock-O-Matic.
Voor meer gegevens over deze en andere gieters verwijzen we naar [10]  en [11] .

©Hoegaardserfgoed.be

Technische gegevens

 

KerkKlokGieterH [12]D [13]LipToonKGJaar
ErmelindisERMELINDISMichiels971279.2E13871950
 PHILIPINAJ&N [14]78996.6G7001783
Pastorij Sergeys22272.3AS  

Referenties

  1. BEARDA, T., SERGEYS, J. & TEUGELS, J.L.,
    Campanae Lovanienses, Inventaris van Beiaarden en Klokken in Groot-Leuven, Uitgeverij Peeters Leuven, 2008
  2. BRANSON-COLIN, R. & H., Persoonlijke mededeling
  3. DOPERE, F. De Romaanse toren van de Sint-Ermelindiskerk,
    Mededelingen van het Genootschap voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis van Leuven, 1979
  4. LEHR, A., Van Paardebel tot Speelklok. De Geschiedenis van de Klokgietkunst in de Lage Landen, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1971
  5. LEJEUNE, M., De Klokkenroof in de Tweede Wereldoorlog, Nieuwsbrief Campanae Lovanienses, 22, 3 afleveringen, 2012.
  6. ROMBOUTS, L., Zingend Brons, 500 jaar beiaardmuziek in de Lage Landen en de Nieuwe Wereld, Davidsfonds, Leuven, 2010
  7. SERGEYS, J., Persoonlijke mededeling
  8. TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 1, Hoegaarden, (verschijnt binnenkort)
  9. TEUGELS, J.L. & WOUTERS, W., Klokkenpatrimonium in Hoegaarden, Deel 2, Hoksem, (verschijnt binnenkort)
  10. Gids voor Vlaanderen, Toeristische en culturele gids voor alle steden en dorpen in Vlaanderen, Tielt, 2007

13 www.tchorski.morkitu.org  [15]

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Het onderwijs te Hoegaarden gegeven en gevolgd in de 19de eeuw

Inleiding

  • Wie gaf er onderwijs aan de Hoegaardse kinderen vanaf de Franse tijd en welke inkomsten werden daaruit gegenereerd?
  • Wat verstond men onder een school/school gebouw in het begin van de 19de eeuw en naderhand?
  • Gingen alle kinderen naar school? Ook de armen, de meisjes, de kleuters en de volwassenen?
  • Hoe stonden de dorpsbestuurders tegenover het plaatselijk onderwijs?
  • Welke bekommernissen hadden zij als er moest gedebatteerd worden over leren en vakken en lokalen?
  • En Meldert en Outgaarden, hoe zat het daar?
  • En in de 19de eeuw was er geen leerplicht en de eerste organieke wet op het lager onderwijs in het koninkrijk België dateert pas vanaf 1842. Moesten de kinderen dan naar de school onder de Franse Tijd (1795-1814) of onder het Hollandse Bewind (1814/5-1830)?
  • Wat weten we over privéonderwijs in onze gemeente?

Het onderwijs gegeven aan de jongens in de gemeente Hoegaarden in de 19de eeuw.

Het onderwijs gegeven aan de jongens in de gemeente Hoegaarden in de 19de eeuw.

Onder de Franse tijd (1795-1815) was Henri Lodewijckx [1]  (Meerhout 1761-Hoeg. 1837), bakker, winkelier, agent national, griffier van de vrederechter Putzeys, de 1ste officieel gemeentelijk onderwijzer aangesteld onder de Franse periode. De enige vergoeding die hij kreeg was een geldelijke tussenkomst voor woonst en tuin. Voor 3 maand [2]   kreeg hij in 1802 een som van 25 frank uitbetaald.

Dochter Anne Catherine Lodewijckx (1790-1855) trouw de met Pierre Debroek/Debroeck (Hoeg. 1793-1862) die zijn schoonvader opvolgde als onderwijzer in de gemeenteschool waarna hun zoon Jacques Debroeck  [3] (Hoeg. 1828-1869) op zijn beurt eerst hulponderwijzer bij zijn vader en daarna onderwijzer van de gemeente school werd. Jacques was sinds 1848 hulponderwijzer en hij had zijn diploma behaald aan de normaalschool van Sint-Truiden in augustus 1846. Er moet een nieuwe hulponderwijzer benoemd worden maar dat is niet evident. Ondanks publicatie in het staatsblad, ʻLe Cultivateurʼ van Tienen en een brief aan de directeur van de normaalschool te Lier, daagden er slechts vier ongediplomeerde kandidaten op. Gezien de urgentie wordt aan de overheid om een uit zondering gevraagd  [4].

Na het overlijden van Jacques Debroek volgde zijn kozijn Adolphe hem op als gemeentelijk onderwijzer; Adolphe was zoon van Renier, een broer van onderwijzer Pierre Debroek.

Adolphe Debroeck (Hoeg. 29.07.1846-07.04.1900) trouwde met Eudolie Christiaens (Hoeg. 09.06.1849).

 

Adolphe Debroeck ©Hoegaardserfgoed.be

Ze woonden in de Pastorijstraat waar ze handel dreven en hun kinderen waren:

  1.  Marie Rosalie Adrienne (Hoeg. 30.10.1873) x te Hoegaarden 29.05.1900
    Jan Karel Mattheessens (Antwerpen 25.02.1877), natiebaas, en ging in augustus 1900 te Antwerpen wonen.
  2. Marie Anatolie Berthe (Hoeg. 15.09.1875), gaf pianolessen.
  3. François Regnier Adolphe (Hoeg. 01.01.1878), leraar aan het college en onderpastoor te Tienen.
  4. Jean Constant Alphonse (Hoeg. 19.04.1880).
  5. Henri Joseph Corneille (Hoeg. 11.10.1882), ongehuwd.
  6. Marie Thérèse Marguerite (Hoeg. 11.08.1887).
  7. Marie Eugenie Alice (Hoeg. 28.01.1891).
  8. Fernand Corneille Marcel (Hoeg. 19.02.1896-Mankanza 07.08.1981) pater Scheutist en missionaris.
Dames Debroeck ©Hoegaardserfgoed.be

Vader Adolphe Debroeck werd na het behalen van zijn on derwijzersdiploma te Lier, hulponderwijzer te Hoegaarden. In 1869 volgde hij zijn kozijn Jacques op. Zijn eigen kinderen gingen naar de kloosterschool. Als gevolg van de zogenaamde ongelukswet van 1879, was dat voor hem een onhoudbare situatie en werd hij ontslagen uit de gemeenteschool. Ook al had hij de onderwijzersakte en was ze uitgereikt door de officiële normaalschool, toch had hij ook zijn kinderen naar de gemeenteschool moeten overplaatsen.

Vinnige debatten grepen hieromtrent plaats in de gemeenteraad, waar burgemeester Lodewijckx katholiek en familie) Debroeck in het gelijk stelde, gezien het familiehoofd vrij was te beslissen waar zijn kinderen naar school gingen. De vele moeilijkheden die hieruit voortvloeiden lokten nochtans in 1883 het ontslag uit van Adolf Debroeck.

Norbertus Amandus Jacops (Oorbeek 18.01.1790-Hoeg. 29.01.1826) werd eveneens schoolhouder te Hoegaarden. Hij trouwde met Marie Françoise Lebrasseur op 1 december 1820 te Hoegaarden en gaf als beroep ʻonderwijzerʼ op en zij ʻparticulièreʼ.
Na zijn overlijden in zijn huis in de Koffiestraat (Arthur Putzeysstraat) werd hij opgevolgd door zijn weduwe Marie Françoise Lebrasseur (Hoeg. 26.04.1791-29.04.1875); zij overleed op 84-jarige leeft ijd en was vooral gekend als ʻde weduwe Jacopsʼ.

Marie Françoise Lebrasseur [5] was dochter van Antoine (+ 30.05.1803) en Marie Thérèse Verhaeren. Hij was zoon van Antonius Josephus Jacops/Jacobs (+ Hoeg. 18.11.1819) van Wespelaar en Gertrudis Vrancx (+ te Oorbeek 06.09.1795)  [6].
Onderwijzer Norbert Amand Jacops krijgt in 1821 een bedrag voor zijn logement en om prijzen te kopen voor zijn leerlingen ter gelegenheid van het feest van St.-Gregorius.
Op 15 brumaire jaar 10 (06.11.1801) 103.50 Fr voor logement en tuin in uitvoering van de wet van 3 brumaire jaar 4, het restant moet betaald worden door de gemeenten Rommersom en LʼEcluse.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bronnen en citaten[+]

Sittert-Lummen en Autgaerde 1716

Overeenkomst tussen Zétrud-Lumay en Outgaarden over het grondgebied van hun respectievelijke parochie.

Grenslijn was niet nauwkeurig vastgelegd

Bij de oprichting van de nieuwe bisdommen in de 16de eeuw werden Zétrud en Lumay toegevoegd aan het bisdom Namen en Outgaarden aan het aartsbisdom Mechelen. De grenslijn tussen de twee parochies was niet erg nauwkeurig vast gelegd en de parochiekerken lagen en liggen zo kort bij elkaar dat de gelovigen naar willekeur nu eens in Outgaarden, dan weer in Zétrud de kerkelijke diensten bijwoonden [1] .

Betaling van rechten aan de parochie – Perceel Jan Rega

Omdat begrafenis- en andere rechten moesten betaald worden door de parochianen aan hun pastoor moest nauwkeurig de jurisdictie van elk van de twee pastoors afgebakend worden. Het was in de eerste jaren van de 18de eeuw al zo ver dat op een uithoek tussen Zétrud en Outgaarden aan de weg naar de Paenhuysbeek een troepje van vijf of zes huizen stond waarvan niemand met zekerheid kon zeggen tot welke van de twee parochies ze behoorden. Daarbij stonden er in 1716 twee woonsten op een grond van de erfgenamen van Jan Rega/Jan de Rega gelegen tussen Outgaarden en Zétrud. Het perceel waarop ze stonden behoorde tot het rechtsgebied van de heren van Zétrud en Lumay, maar daaruit volgde nog niet noodzakelijk dat de nieuwe woningen niet bij de parochie Outgaarden hoorden.

Betwisting tussen beide parochies

Zowel de pastoor van Outgaarden als die van Zétrud vonden dat de huizen tot hun parochie behoorden en zij brachten elk bij hun bisschop argumenten aan die zeer aanneembaar waren en vooral geschikt om de betwisting eeuwig te laten voortduren. 

 Dat was uiteraard niet stichtend voor de parochianen en de bisschoppen van Namen en Mechelen benoemden elk een afgevaardigde om ter plaatse de toestand na te gaan en een oplossing te negotië ren. Philips de Muntere, pastoor van Grimde en landdeken van het dis trict Tienen was de afgevaardigde voor de aartsbisschop van Mechelen en Frans Wilmart, secretaris van het bisdom Namen werd aangesteld als onderhandelaar voor zijn bisschop.

Oveenkomst van 29 november 1716

Zij vergaderden op 18 november 1716 in de pastorij van Outgaarden met Jan de Leeuw, de pastoor van Outgaarden en F. Lamormainij, pastoor van Zétrud-Lumay samen met twee getuigen: Petrus Gilis/Petrus Egidii, pastoor van Saint-Jean-Geest en Godgaf Tritsmans. Er werd weg en weer gepraat en men vond een oplossing.

Iedere pastoor behield de woonsten waarop hij tot dan toe het betwiste bezit had. Voor eeuwig en drie dagen hoorden de woningen van Willem-Jakob la Hamaïde, Gilbert Janssens en de weduwe van Lodewijk Floris onder de kerk van Outgaarden. Het huis van Godevaart de Latin en dat van de erfgenamen van Andries del Motte bij het wegeltje naar de Paenhuysbeek behoren tot de kerk van Lumay.

De twee huizen gebouwd op de grond van de erfgenamen van wijlen Jan Rega werden verdeeld: Outgaarden kreeg dat van Arnold vander Haeghen en Lumay dat van Marcus Sacré.

Alle huizen op het grondgebied van de Heren van Zétrud en Lumay zullen voortaan toekomen aan de parochie van Zétrud.

Alle gronden waarop die huizen gebouwd waren moeten tienden betalen aan de pastoor van de parochie die de geestelijke rechtsmacht bezit over de huizen.
Personen die in woonsten verblijven die half of deels op de grens van de twee parochies stonden moeten begrafenis- en andere pastorele rechten betalen aan de pastoor van de parochie onder wie zij hun domicilie hebben, waarbij het niet uitmaakt of ze familie (huisgenoten) of vreemden zijn.

Op 29 november 1716 bevestigde de Mechelse aartsbisschop de overeenkomst en op 2 december deed de Naamse bisschop hetzelfde. Daar mee was de twist tussen de twee pastoors geëindigd. De huizen die aan Zétrud-Lumay werden toegekend zijn altijd aanzien geweest als behorend bij die parochie tot zij in 1826 voorgoed bij de parochie Outgaarden kwamen.

Wat er vooraf ging aan de overeenkomst van 1716 is een verhaal dat in een volgend nummer zal verschijnen, een verhaal waar ook heel wat familiegeschiedenis aan verbonden is.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

200 jaar Zorg voor mens en milieu 

200 jaar
Zorg voor mens en milieu
200 Jaar Zusters van de Vereniging met het H. Hart in Mariadal (1820-2020)  

De oudste verenigingen van Hoegaarden

Mariadal 1850 ©Hoegaardserfgoed.be

Mariadal met zusters, pensionairs, vijver en gebouwen ca. 1850

De kledij van de zusters bleef dezelfde tot ca. 1950 en het uitzicht van over de vijver ook. Het uniform van de internen volgde de tijd en … waar bleef het bootje?

Mariadal 1900 vijverpret ©Hoegaardserfgoed.be

Vijverpret in uniform, even lang minder breed en stijf dan ca.1850

Mariadal 1900 schoolklas ©Hoegaardserfgoed.be

In de ʻStatuten van de gemeenschap der schoolmeesteressen, opgericht in de gemeente Hoegaarden …ʼ anno 1823 lezen we dat zij in Mariadal, de officiële benaming is ʻVal Virginalʼ, een kostschool of pensionaat houden aan een zeer gematigde prijs, dat zij een klas voor externen (buitenklas) openhouden aan een even gematigde prijs en op de meest geschikte uren om het schoolbezoek mogelijk te maken voor de jonge meisjes en dat ze ook een armenschool hebben waar meisjes elke dag gratis schoollopen in de wintermaanden, een school die ook de zondag openstaat voor onderrichting aan arme vrouwen en dito weduwen en waar ook aan arme jongens en meisjes wordt onderwezen, allemaal activiteiten die eindigen met het uitdelen van brood of een muntstuk.

Het park is prachtig maar deze waterpomp was er nog in 2010.

Mariadal waterpomp ©Hoegaardserfgoed.be

In 1835 wordt die gemeenschap erkend als congregatie en komt de Mechelse aartsbisschop kardinaal Sterckx naar Hoegaarden om in de Sint-Rochuskapel getuige te zijn van de aflegging van geloft en door 17 ʻZusters van de Vereniging met het H. Hartʼ, toen ééntalig ʻSœurs de lʼUnion au Sacré-Cœurʼ genoemd. De nieuwe congregatie is een feit en zal tot vandaag trouw blijven aan de doelstelling van haar stichter E.H. François-Joseph Delfosse (Gouy-lez-Piéton 1769-Hoegaarden 1848): door het geven van onderwijs een christelijke opvoeding verschaff en aan de vrouwelijke jeugd -armen en rijken- en zelf een evangelisch leven leiden.

In de studiezaal rond de zuster surveillante en de kachel (1875) ©Hoegaardserfgoed.be

In de studiezaal rond de zuster surveillante en de kachel (1875)

Pensionaat, initiatiecentrum tot het societyleven voor rijke juf frouwen uit binnen- en buitenland in Sainte Anne, lagere normaalschool, instituut dat de tijd op de voet volgt met aangepaste onderwijsvormen: beroepsschool, handelsafdeling, oude en moderne humaniora, buitengewoon onderwijs … ze komen allemaal aan bod. Er was ook onderwijs en gemeenschapsinzet van en door de zusters buiten, maar niet los van het leven in Mariadal. De zusters leven en leefden mee in de gemeente en de parochie Hoegaarden, ze hadden bijhuizen in Tienen, Jodoigne, Halle, Nivelles, Enghien, Ittre, Franquenies, Perwez, Antwerpen … en een missie in Congo.
De algemene oversten, de geestelijke directeurs en alle zusters krijgen een plaats in deze publicatie niet alleen voor hun opvoedingswerk, maar ook voor de ʻMarollenkapelʼ op het gehucht Hauthem, de kunsthistorische belangrijke Sint-Rochus kapel met zijn orgel en de waardevolle site met zijn vijver en park, die een schoolvoorbeeld zijn van de zorg die de zusters hebben besteed aan cultuur- en milieubehoud.

Gebouw van de normaalschool ca.1925 ©Hoegaardserfgoed.be
Mariadal 1920 De ziekenzaal ... je zou voor minder je niet goed voelen (ca. 1920) ©Hoegaardserfgoed.be
Toen er nog echte winters waren stond de vijver zeker in het middelpunt: ijspret in 1935 ©Hoegaardserfgoed.be

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Kanton Hoegaarden 

“Juge Trudo Hubert Putzeys” 

Van 1796 tot 1802 was Hoegaarden de hoofdplaats van het gelijknamige kanton, creatie van de Franse overheerser. De eerste en enige Hoegaardse vrederechter werd en was Trudo Hubert Putzeys (ZL 26.02.1767-1820), die de allereerste burgemeester werd van Hoegaarden tijdens dat Franse regime in 1795 en dan vrederechter in 1796.

Hij was in 1792 getrouwd met Anne Catherine Paenhuys (Hoeg. 25.02.1741-20.03.1823), dochter van Jean Paenhuys en Anne-Marie Levriez en na haar overlijden met Anne Catherine Debroeck. Er waren geen kinderen.

Door zijn functie van vrederechter kregen alle Putzeysen van Hoegaarden voortaan de bij naam ʻJUUSʼ (verbastering van ‘juge’ (= rechter). Zo werd deze bijnaam ook een begrip tot een heel stuk in de 20ste eeuw voor de winkel in bandwerk, garen en stoffen uitgebaat door de familie Putzeys-Christiaens-Rosier.

Wanneer de inwoners van Zétrud-Lumay merceriewaren nodig hadden gingen zij naar ʻàl Juusʼ te Hoegaarden.  (2021 Huidige  ʻDon Camilloʼ)

Het huis Putzeys-Christiaens-Rosier ©Hoegaardserfgoed.be

De vader van Trudo-Balthasar Putzeys (Luik 18.10.1735 – Hoeg. 10.03.1816) was geneesheer en getrouwd te Zétrud-Lumay met Marie Catherine Dediest (1744-03.08.1811), dochter van Jean Henri Dediest en Ermelindis Lebegge. Zij kwamen in Hoegaarden wonen.

Het huis Putzeys-Christiaens-Rosier (winkel) ©Hoegaardserfgoed.be

Caferuzie herberg Ramenets te Rommersom

Caféruzie in de herberg bij Jan Baptist Vanham, gezegd ʻRamenetsʼ, te Rommersom.
Daar raakten op 17 mei Michel Claes, particulier wonend te Outgaarden en François Minsart, slachter wonend te Zétrud-Lumay, slaags. Claes sloeg Minsart met zijn stok tot bloedens toe. Er waren een hele resem getuigen: Constant Loriers, Carolus Loriers, Matheus Vanherbergen zoon, Ferdinand Fouyn, Joseph Meunier alle vier landbouwers, Joannes Petrus Biscompte en Joseph Delisle, dagloners en alle zes wonend te Zétrud-Lumay; eveneens getuige was Maria Maes, de vrouw van Jacobus Gilis, wonend bij haar stiefvader Jan Baptist Van ham. De heelmeester of chirurgijn Hermans heeft de wonde van Minsart gevisiteerd.

Jean Baptist Van Autgaerden ©Hoegaardserfgoed.be

ʻMenier cʼest- moiʼ of notaris en landmeter Jean Baptist Van Autgaerden (Hoeg. 1747-1804). Hij was de man die in de periode van de Franse revolutie de oude machthebbers, de clan Sweerts, van de troon stootte in Hoegaarden om zelf de macht in handen te nemen. Hij zei altijd: ʻCʼest moi qui gouverneʼ (= Ik heb het hier voor het zeggen). Zijn nakomelingen werden aangeduid als ʻdie van Meniëresʼ

Hof ter Meersche ©Hoegaardserfgoed.be

Hoeve Lebegge op de Vroente, voorheen Van Autgaerden en nu ‘Hof ter Meersche’; huidig zicht straat en zicht woonhuis links op de binnenkoer.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Feestelijkheden 200 jaar brouwen Loriers

Vivat onze pa (1953), Leve onze gedecoreerden - Vive nos décorés ©Hoegaardserfgoed.be

Bovenste rij
3de van links: ingenieur Thomas van de brouwerij
Onderste rij van links naar rechts:
Frans Swellen, Jules Vandewauwer, Vital Boignen en Henri Schoofs ʻRik Teluurʼ

Feestelijkheden brouwen Loriers (1753-1953) ©Hoegaardserfgoed.be

Het waren de feestelijkheden ter gelegenheid van 200 jaar brouwen Loriers (1753-1953) wat foutief was

Het misverstand: Dit jaartal op deze witte steen ©Hoegaardserfgoed.be

Het misverstand was het jaartal op deze witte steen

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bijnamen 

CaillouSchoensettersKalverstr/Dumontstraat 
CalukkeVandermolenStoopkensstraat
Camille KoeterDelimon CamilleOutgaarden
Camille van de Plezanten HofDelmotte (was herberg en kolenhandel)Gasthuisstraat
Camille VaogelsSteenwinckelsWalenstraat
Ceis Van PaiterusEen uitspraak van wijlen onze liberale burgemeester André HETTICH : = CVP christelijke volkspartij 
Ceisar JeusPutzeys ( voorvader was rechter, juge)Stationsstraat
Ceiss BlekGuilluyStoopkensstraat
Celestine van krienes Walestraat
Cesaar de vaareverSteenwegen Cesar (verver)Putzeysstraat
Charel MaaierCharles Rome (dirigent harmonie)Stationsstraat
Charles van Pie Sol Charles Fillé Hauthem
ChasVan Hellemont  Outgaarden, Paenhuisbeekstr
Chil KastrolAusloos ( Chil komt van Achille) Tiensestraat
Choucke Julia SwellenAalst/Nerm
Cie BaretteKestermansH.Dotremontstraat
Cie LutLochy Nerm/Aalst
Cinema MangSteenwegen 
Clai Poem(P) Clement Stockmans, vader van Mariette Stationsstraat
Clara van de cerekelClara Lefevre 
Clei MattitClement Peeters Walenstraat
Clei Tuës Clement CollartAltenaken
ClémenceJutte Walestraat
Clémence Spin  
Cley van Tuur poem Stockmans Clement 
CoengMoreau ( vader van Georgina)Klein Overlaar
ColettekeHolloigne 
Constant van de plekDelimon – StruyvenGemeenteplein
Constant PieGilisTiensestraat

 

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Over bier gesproken en geschreven

ʻCyriel is alvast een gezonde boreling, die bestand is tegen de 19de-eeuwse behandeling van zuigelingen.
In het hoofdstuk ʻAnthropologieʼ van Philippe Vander Maelen, Dictionnaire géographique de la Flandre Orientale, Brussel, uit 1834 p. 181, wordt uitgelegd hoe men in Oost-Vlaanderen een pasgeboren kind wast:  in lauw water waarin een hoeveelheid witte wijn is toegevoegd, of in … bier;

ʻDe la bière bouillie avec du beurre; la dernière méthode est surtout celle des campagnes’. (‘Bier, gekookt in boter; deze laatste methode wordt vooral gebruikt op het platteland’)
(Joris Van Parys, Het leven, niets dan het leven, Cyriel Buysse & zijn tijd, Houtekiet/Atlas, 2007, p.17

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

De Duitse soldaten gesneuveld in mei 1940 in/rond Hoegaarden 

  1. Rossgoderer Paul (München 26.06.1912), Schütze
  2. Zauher Wilhelm (Kolberwaar 12.10.1917), Gefreiter (= soldaat 1ste klas)
  3. Baumann Peter (Rattenkirchen 31.08.1917), Schütze
  4. Strobl Johann (München 16.02.1916), Gefreiter
  5. Heidacher Franz (München 21.04.1920), Oberschütze
  6. Wenzel Egid (Heinrichstal 05.11.1914), Gefreiter
  7. Frank Friedrich (Obershallershausen 01.05.1913), Oberschütze
  8. Regen Alois (Stalleck 31.05.1915), Ober-gefreiter
  9. Antretter Andreas (Bad Aibling 24.12.1914), Obergefreiter
  10. Gnadl Matthias (Uebersee 14.09.1912), Unteroffizier
  11. Boepple Hans (München 14.01.1916), Leutnant
 

Behoorden allen tot Heeresgruppe -6.Armee, 7.Inf. Div. – 61.Inf. Regt.  en ze zijn allen herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in Lommel.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Kasseien tijdschrift Alpaidis 218 ©Hoegaardserfgoed.be

Aantal kasseiwegen

  1. Stoopkensstraat naast hoeve Vanhaegendoren
  2. Stoopkensstraat aan de ʻReculʼ (2010)
  3. Ruelle Delcourt (Lathuy – nederlands Laatwijk)

Ontginning van bruine kasseisteen

Vader August Ausloos ©Hoegaardserfgoed.be

Ontginning van bruine kasseisteen (Kwartsiet van Rommersom)

Rond 1900 werd er te Groot-Overlaar een steengroeve [1] uitgebaat door de drie broers Ausloos.   [2]

De familie kreeg de bijnaam Kastrol. Mon Kastrol (Raymond Ausloos was de overbuur van Meester Guilly (Hoeg. 1916-2016) in zijn prille kinderjaren.
In zijn hoeve waren oude paardenstallen, allemaal met de vloer in kassei. Daar stonden wagens waarmee zware vrachten kasseistenen en grote boordstenen werden vervoerd. Want de Kastrols ontgonnen niet alleen de steengroeve, ze waren ook aannemers van straten en wegen.

Die wagens hadden wielen met ijzeren banden van 14 centimeter breed. Er stond een machtig windas waarmee de stenen uit de groeven werden getrokken. Elke zaterdag, na de dagtaak, was het daar ʻKuilkermisʼ. [3]
Eén van de jonge arbeiders werd uitgestuurd om een volle emmer jenever te halen.

August Ausloos hoofding van factuur levering van kasseistenen aan ondernemer Willems ©Hoegaardserfgoed.be

August Ausloos hoofding van factuur levering van kasseistenen aan ondernemer Willems

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-218-56ste-jaargang-1-2020

Bronnen en citaten[+]