Ga naar de inhoud

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

De vroegste vermelding van Hoegaarden (vervolg)

Betekenis van de plaatsnaam Hoegaarden

De betekenis van de plaatsnaam Hoegaarden is niet eenduidig.

Ook Kempeneers leek zich niet zeker van zijn zaak, maar stelde wel een hypothese op.

Als we de huidige naam Hoegaarden ontleden in de drie delen hoe-gaard-en dan zouden de eerste twee delen afkomstig kunnen zijn uit een tweestammige Germaanse naam: hugu-ward. De oude Germaanse uitgang voor plaatsnamen um zou dan in de loop der tijden verbasterd kunnen zijn tot en. [1]

‘Hugu’ betekende in het Germaans zoveel als ‘verstand’, zoals het nog bewaard is in de woorden ‘geheugen’ en ‘heugenis’.
‘Ward’ zou dan van een stam komen die beschermer betekent, zoals nog bewaard in deur-‘waarder’.

Kempeneers komt op basis van ‘Huardis’ tot de hypothese dat ‘Hugwardum” mogelijk de oorspronkelijke benaming was, met als betekenis ‘bij de mensen van Hugu-ward’. [2] 

De Oudste bewoningsgeschiedenis van Hoegaarden

a) Inleiding
Geosite: Hoegaarden aan zee

De allervroegste informatie over Hoegaarden gaat fascinerend genoeg 54,9 miljoen jaar terug in de tijd, het gebied was toen een subtropisch moerasbos. Bij de aanleg van de E40 snelweg in 1970 werden er versteende stronken gevonden van de moerascipres, Glyptostroboxylon. De stronken kunnen nog steeds bezichtigd worden.[3]

Bij het zoeken naar informatie over de bewoning van Hoegaarden komen er heel wat gehuchten naar voren. Volgens een oorkonde uit 1489 telde Hoegaarden dertien gehuchten: ‘Hugairden, Opoverlair, Kerckoverlair, Bost, Ast, Rommelsem, Elst, Nederhem, Aelst, Couwenberghe, Schoer, Houthem ende Hoxhem’.[4]
Ze behoorden tot 1794 bij het bisdom Luik en werden vervolgens ingelijfd bij Frankrijk.[5]

 

Het gloriettehuisje naast het Romaanse kerkje (Xe tot XXe eeuw) van Overlaar ©Hoegaardserfgoed.be

Foto Het Romaanse kerkje (Xe tot XXe eeuw) van Overlaar met de verwerking van Romeinse dakpannen uit de villa van de goudberg in de zijmuren tussen de onregelmatig gekapte kwartsiet en stukken gobertangesteen.

De zijmuren Romaanse kerk: verwerking van Romeinse dakpannen uit de villa van de goudberg tussen de onregelmatig gekapte kwartsiet en stukken gobertangesteen. ©Hoegaardserfgoed.be

In de gehuchten van Hoegaarden werden de oudste sporen van bewoning gevonden, in Bost en Rommerson (‘Rommelsem’) werden er in 1901 hakken en pijlpunten uit het neolithicum gevonden. In het tijdperk vóór Chris tus bereikten de Franken Hoegaarden al, in 1880 werd te Overlaar een Frankisch, heidens, kerkhof gevonden.[6] In Overlaar staat ook het eenbeukige Sint-Lambertuskerkje, waarvan het schip teruggaat tot de pre-Romaanse tijd. [7]

In sommige muren van het Sint-Lambertuskerkje werden Gallo-Romeinse panscherven verwerkt en in Rommersom werd een Romeinse graftombe ontdekt. Op de plaats van het oude kerkhof van Hoegaarden stond waarschijnlijk een Romeins gebouw(-tje). Bovendien bestonden er verschillende ‘tumbae’ bij Hoegaarden: de ‘tumbae de Elst’, de ‘tomme’ van Overlaar, het ‘tommevelt’, de ‘tomhof’ en het ‘tomblock’ van Hauthem en het ‘tommeke’ van Rommersom.

In de vijfde eeuw bereiken de Franken Hoegaarden en omgeving opnieuw, zoals ook blijkt uit de Germaanse etymologie van de plaatsnamen van Hoegaarden en zijn deelgemeentes. [8]

Het graafschap Brunengeruz, anonieme schets , 19de eeuw ©Hoegaardserfgoed.be
b) Het graafschap Brunengeruz

Het graafschap, anonieme schets, 19e eeuw
13 VANDER VELPEN, Geschiedenis van Hoegaarden, pp. 16 en 18
14 ‘Hoegaarden’ in: LISSENS, R.F. (ed.), Winkler Prins Encyclopedie van Vlaanderen, 5 delen, Brussel, 1972-1974, pp. 328-329. 15 VANDER VELPEN, Geschiedenis van Hoegaarden, p. 17.
24 / AlpAidis 56ste jaargang, nr. 221, 4/2020
Hoegaarden behoorde tot het oude graafschap Bruningerode dat in 987 Luiks bezit werd. Het werd in 1013 tij dens de Slag bij Hoegaarden veroverd door graaf Lambert van Leuven, maar in 1099 ging het weer terug naar Luik en het zou een Luikse enclave blijven in Brabants gebied tot het einde van het ancien régime in 1794. De gemeente werd nooit omheind. [9]
In 1858 reconstrueerde Moulaert het graafschap Brunengeruz in detail, op basis van aanduidingen uit een tekst van Gilles d’Orval uit de dertiende eeuw. Hij vermoedde dat het kasteel van Brunengeruz het centrum van het graafschap vormde.[10])

c) De Sint-Gorgoniuskerk en -relieken
De reliekkast St Gorgoniuskerk en de Hoegaardse Heilige Odwinus © Wasily Pedjko, Sint Gorgoniuskerk

De streek rond Hoegaarden werd mogelijk door Sint-Lambertus (?-705) en Sint-Hubert (705-727), bisschoppen van Luik en Tongeren, bekeerd. Het Sint-Lambertuskapittel, het oudste kapittel van Luik, had in ieder geval veel bezittingen
in de regio. [11]

Volgens Bouillé zou in de 10e eeuw Saint-Odoüin vermoord zijn in Hoegaarden omdat hij van het ware geloof getuigde. Er zou te zijner herinnering ter plaatse een kapel gesticht zijn. [12]
Bouillé haalde geen bronnen aan en ik heb er geen gevonden. De Sint-Gorgoniuskerk in Hoegaarden zou ontstaan zijn in de 8e eeuw.  [13]

In het kader van een akkoord met Paus Paulus I kreeg Chrodegang, bisschop van Metz, in 764 of 765 toestemming om de relieken van de eerbiedwaardige Sint-Gorgonius over te brengen van Rome naar de Lotharingse abdij van Gorze.

Deze abdij stond bekend als de Sint-Gorgoniusabdij, maar ze werd in de zestiende eeuw geplunderd en verbrand.[14]

De reliekkast van St.-Gorgonius én van de Hoegaardse heilige Odwinus (St.-Gorgoniuskerk, foto Wasily Pedjko).
Volgens de Chronicon Laureshamense werden de relieken overgebracht door Willicharium Sedunenssem episcopum in 771. [15]

Hoegaarden behoorde tot de dekenij Geldenaken24 en was een parochie die onttrokken was aan de aartsbisschop pelijke jurisdictie Luik. Hoegaarden kwam niet voor in de overzichten met bezittingen van de kerk (pouillés) waar de Moreau het merendeel van zijn informatie uit putte. Hoegaarden werd wel genoemd in een lijst met parochies uit 1139, maar verdween vervolgens weer uit beeld.[16]

De Moreau verwijst naar de verkeerde identificatie van Hugardis vetus ecclesia door Paquay & De Ridder en later door Daris. Hij wijst er op dat het hier om de parochie Outgaarden (en niet Hoegaarden) gaat. [17] Op geestelijk gebied was het gebied van Hoegaarden sinds onheugelijke tijden verdeeld tussen twee parochies. Hoegaarden hoorde bij het concile van Geldenaken en Overlaar behoorde tot het concile van Leuven.
[18] De Sint-Gorgoniuskerk wordt vermeld in het manuscript van de Gesta episcoporum Cameracensium. 

d) Het kapittel

Op onbekende datum werd er een kapittel opgericht in Hoegaarden en opmerkelijk genoeg had het aartsbisdom Keulen het recht (un droit archidiaconal) om de proost van het kapittel te benoemen (la charge de prévôt revenait à l’écolàtre de l’église metropolitaine de Cologne) . [19] 

Vander Velpen stelde dat de datum van kapittelstichting weliswaar onbekend was, maar dat men ervan uit kon gaan dat dit gebeurd zou zijn vóór de overdracht van het graafschap Brunengeruz aan de prins-bisschop van Luik. [20]  Deze oorkonde bevindt zich in de Diplomata Belgica en is door Roland gedateerd op 988 .[21]

De betrokken oorkonde vermeldt dat Keizer Otto III van het Heilige Roomse Rijk de graafschappen Hoei en Bru nengeruz aan bisschop Notger van Luik heet toegekend. Vanaf dat moment worden de bisschoppen van Luik territoriale vorsten (prinsen) en in die hoedanigheid leenmannen van de Duitse keizer. De prins-bisschoppen van Luik vervingen vanaf dat moment in Hoegaarden dus de wereldlijke graven. [22]

Een codicil bij een Hoegaards testament uit 1780 ©Hoegaardserfgoed.be

Aanvang van het codicil van 9 xbris 1780 (= 9 december 1780)

Op heden desen 9 xbris van ’t jaere gesegent ons Heeren Jesu Christi MDCCLXXX so wat (= 1780)

DCCC (= 800) jaeren na de Fundatio van ons Capittile van Hougarden door Alpaïdis bij die Gratie Godts Graevinne Douairiere van Brugeron en de Vrouwe van Chimay causa uxoris

……….

Een codicil bij een Hoegaards testament uit 1780 verwijst naar een kapittelstichting rond het jaar 1000.32 In Hoegaarden werd daarom in 1980 “1000 jaar kapittelstichting” gevierd.
Ook de Winkler Prins van Vlaanderen dateert de kapittelstichting op ca 1000. [23]
Vander Velpen schreef dat kerk en kapittel later worden aangetrofen in het bezit van het Domkapittel te Keulen en ging er vanuit dat het door een bijzondere wilsbeschikking van Alpeide zelf was. De vroegste vermeldingen van het kapittel stamden volgens Vander Velpen uit 1203, 1215 en 1242.34

Ik heb hier geen bevestiging van gevonden, maar een oorkonde uit 1245 in de databank Diplomata Belgica noemt het kapittel wel.[24]
In 1558 komt het kapittel van Hoegaarden ook voor op de Liste des cloîtres, Lijst van kloosters, monastères et châpitres.[25]

e) Het enigma Alpeide

Iedereen die zich bezighoudt met Hoegaarden kan niet om gravin Alpeide heen, maar het is moeilijk om bewijzen over haar te vinden. Mijn bijdrage tot het enigma Alpeide kan dan ook slechts bestaan uit de volgende opmerkin gen, aan de hand van nogal gedateerde informatie die ik tijdens mijn onderzoek heb gevonden. Alpeide wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 981 waarin ze haar domein van Grand-Rosières (uillam iuris mei nomine Roserias) aan de abdij van Waulsort schenkt. In die oorkonde worden ook twee kinderen ver meld: de oudste zoon, Arnoul (Arnulfi), en de tweede zoon Werry (Werici, fratis Arnulfi). Alpeide was getrouwd met Godfried, heer (‘dominus’) van Florennes en vermoedelijk later graaf van Henegouwen. [26] 

Alpeide was dus vrouwe van Florennes en later vermoedelijk gravin van Henegouwen. In een vermeend tweede huwelijk zou deze Alpeide getrouwd zijn met Eilbert van Hersent, stichter van de ab dij van Waulsort. Over deze Eilbert hebben minstens twee auteurs een hele verhandeling geschreven. Longnon stelde in 1909 dat het bij Eilbert om heer Ybert de Ribemont ging, die in een tweede huwelijk inderdaad was getrouwd met Alpeide. [27]

Despy onderzocht in 1957 de oorkonden van de abdij Waulsort en stelde echter dat het huwelijk van Eilbert de Hersent met Alpeide uit de Historia Walciodorensis een fictie was. [28] 

In deel 1 van Les chartes de l’abbaye de Waulsort wijdde Despy zelfs een volledig hoofdstuk aan Eilbert van Her sent: ‘La formation de la légende du “comte” Eilbert’. [29]

In databank Diplomata Belgica sluit men niet uit dat Alpeide inderdaad voor de tweede keer getrouwd zou zijn, maar dan met ene Eilbert van Florennes. Er staat letterlijk: “Alpaidis (épouse en première noce du comte Godefroid I de Florennes, et peut-être en secondes noces d’Eilbert de Florenes)”. [30]

Afgezien van de tikfout (Florenes in plaats van Florennes) lijkt het mij onwaarschijnlijk dat zowel Godefroid als Eilbert heren van Florennes geweest zouden zijn. Volgens Despy werd Godfried gewoon opgevolgd door zijn zoon Arnould, genoemd in bovenstaande oorkonde uit 981.[31] 

Eilbert van Hersent zou overigens ook niet in ‘zijn’ abdij van Waulsort begraven zijn zoals de legende wil. [32]  (wordt vervolgd)

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

Het was verboden met aalmoezen speciaal bier (bv. Leuvens of Hoegaards) aan te schaffen

Over armoede en geldgebrek in de franciscaanse regel lezen we:

    • De leden van de bedelorde van de kapucijnen mochten niets bezitten,
      zelfs niet de kloosters waar ze in woonden; ze mochten nog veel minder over geld beschikken.
    • Zij moesten bedelen voor het onderhoud van hun kloosters en hun gemeenschap.
    • En merkwaardig staat er letterlijk: ‘Met de aalmoezen die ze kregen mochten ze geen speciaal bier kopen zoals Hoegaards of Leuvens bier’.

We kunnen ons de verleiding voorstellen: warme dag, pater/broeder krijgt wat centen en … mag er geen lekkere frisse Hoegaard mee kopen!

De kostprijs van een brouwsel bier in 1762:

(70 à 80% aankoop van graan, 5% aan hop, 25 à 15% aan brand stof, accijnzen, arbeid en aflossing geïnvesteerd kapitaal)

13-15-0maut mout
12-16-0terwetarwe
1 -1-0hoppehop
0 -14-0brauwers daghuerenloon voor de helpers, die vooral zwaar werk hadden aan het hanteren van de roerstokken
0- 14-0 voort tonnen om het bier in te tonnen, d.i. met een gieter tonnen vullen
 0-7-0 maelgeldt  loon molenaar om de granen te malen
0-15-0  voor den kuyper om de tonnen na te zien en klaar te maken
0-12-3 voor reepen houten repen om de tonnen te verstevigen
3-17-0 voor ’t haudthet hout nodig om de ketel te stoken)
 

voor den kost de brauwen 

brouwgeld dat moet betaald worden aan de overheid
0-11-2 

paenhuysgeldt

de huur van de brouwerij; toen waren er bijna 40 brouwerijen in Hoegaarden, maar minstens driemaal zoveel brouwers

Totale kostprijs voor een brouwsel: 36 gulden, 3stuivers, 1 oord

Maar dat is zonder alle belastingen/accijnzen en in-/uitvoerkosten en doorvoerrechten, aflossing van geïnvesteerd kapitaal …, een niet te onderschatten bedrag, een som die komt bovenop het brouwgeld.

Was bierbrouwen rendabel?

Dat zal wel, want in de periode 1760-1764 betaalde men 14 gulden voor 1 stuk goed bier (= ca. 350 liter) en één brouwsel bier varieerde van 7 tot 10 stuks afhankelijk van de grootte van de brouwketel.
Bier uitvoeren betekende ook nog eens transportkosten en ook de vaten hadden hun prijs.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

Het plaveien van een deel van ons gemeenteplein: het Dorpsplein (vervolg)

Hoe zag het huidige Gemeenteplein er uit in de 17e en voorgaande eeuwen?

Zoals de meeste dorpspleinen was er de ‘poel’ centraal op het plein ten gerieve van de bewoners en als drenkplaats voor de dieren.

Kaartboek van de abdij van Park, 1665 ©hoegaardserfgoed.be

De poel wordt vermeld evenals Doelstraat en Gasthuisstraat met de St.-Elooikapel; de poel (P) lag daar waar sinds 1818 de eerste waterpomp is ingehuldigd, de Doelstraat liep toen tot in Nerm.
De gebouwen op dit genre van kaarten moesten de juiste ligging van de bezittingen aanduiden (zie getal 21 op hoek van Doel- en Gasthuisstraat), in dit geval van de abdij van Park. Het accuraat weergeven van gebouwen en andere plaatsnamen was niet de bekommernis!

Kaartboek van de abdij van Park, 1665 ©hoegaardserfgoed.be

In de 18e eeuw

1. Dorpspoel 2. St.-Elooikapel 3. Kerk
Villaretkaart ©hoegaardserfgoed.be

De Villaretkaart is genoemd naar Jean Villaret, ingenieur-geograaf bij het Franse hof en één van de makers. De kaart kwam tot stand na één van de Franse veroveringstochten door onze gebieden (1745-48). Enkele jaren kregen de Fransen de controle over ons territorium. Zij stuurden een groep ingenieur-geografen op pad om de pas veroverde gebieden te karteren. Villaret nam het gebied tussen Menen-Gent-Doornik tot Maastricht-Luik voor zijn rekening

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

De klokken in de kapellen va Hoegaarden

Oud Rusthuis, Hoegaarden

Stichting Vandertaelen Van Nerum ©Hoegaardserfgoed.be
De dakruiter ©Hoegaardserfgoed.be

Er bevindt zich een klokje in een bescheiden torentje aan de Tiensestraat in Hoegaarden. Het gaat om de klok in de kapel van het oude rusthuis. Dat complex is verkocht aan de Tiense Huisvestingsmaatschappij en wacht op de verbouwing. Voor zover we ingelicht zijn blijft het hoofdgebouw staan maar wordt de kapel gesloopt. Het is de bezorgdheid van de onderzoekers wat er gaat gebeuren met de klok? Omwille van de ontoegankelijkheid hebben we de klok niet kunnen “omhelzen”. Het zou te betreuren zijn dat ze zou verdwijnen zonder adres na te laten.

Kapel St Servatius, Rommersom

In de wijk Rommersom ten noorden van het centrum staat een kapel van St. Servatius. Deze kapel is beschermd onder erfgoednummer 43560 maar is in een belabberde toestand binnenin. Vooraan staat op het dak een dakruiter waarin een klok hangt die door de bouwvalligheid van de oksaalverdieping niet bereikbaar is. We heb ben enkel een vage foto kunnen maken van de binnenkant van het dakruitertje.
Gelukkig geeft Frank Doperé op pagina’s 67-68 in [3] ons uitgebreide informatie over deze klok. Ook wordt vanuit deze publicatie een afbeelding van de klok toegevoegd. Vlak onder de schouder staat tussen twee stellen van gietringen, drie bovenaan en twee onderaan

(7) In de vorige nummers verschenen achtereenvolgens de klokken van Outgaarden, Meldert en St-Gorgonius-Hoegaarden

 

De St.-Servatiuskapel ©Hoegaardserfgoed.be
De St-Servatiusklok kapel te Rommersom ©Hoegaardserfgoed.be

Dan volgt een palmettenfries met daaronder op de flank van de klok een tekst die over vijf lijnen staat uitgespreid.

REFECTA ET AUCTA SUB
REGIMINE AMPLISSIMI
D.D. SWEERTS PASTORIS
NEC NON DECANI 1776
ET D. HUBERTI SWEERTS MAMBURNI

In vertaling: Hermaakt en vermeerderd tijdens de ambtstermijn van de zeer doorluchtige Heer Pastoor en Deken Sweerts en van de Heer Hubert Sweerts als peter 1776.
Boven de slagring zien we nog eens vier gietringen waarvan de tweede langs boven beduidend vetter is dan de andere.

Uit een geschrift van Hubertus Sweerts, Cappelmeester van Rommersom komen we te weten dat de klok gemaakt werd door de Tiense klokkengieter Peeter Peeters in 1776. Doperé [3] laat ook nog opmerken dat tussen de woorden regimine en amplissimi een gat gedicht werd met daarin een letter R ingegrift .
We hopen dat deze opmerkelijke klok een eervolle plaats zal krijgen bij de nakende restauratie van de kapel.
Petrus Peeters was een zoon van het echtpaar Josef Peeters, meestergast bij Andreas Vanden Gheyn die huwde met Anna Margareta, de dochter van Andreas.
Petrus Peeters stierf op 22 december 1777. Er zijn van Peeters een half dozijn klokken bekend in de omgeving van Tienen die alle dateren tussen 1738 en 1764.
De gordijntjes die onder de tekst van hierboven op de klok staan zijn identiek aan deze die Andreas Vanden Gheyn gebruikte op zijn klokken. In de verzameling Tchorski [11] verwijst men naar Petrus Peeters maar noemt hem denigrerend “fondeur mineur”.
Een systematische inventaris van het werk van Petrus Peeters en van zijn vroegere meester zou interessant zijn om deze gieters hun terechte plaats in de geschiedenis van de klokkengieterij in Tienen te geven. Als we de gegevens vergelijken met deze op de klok van de Catharinaklok hieronder dan vermoeden we dat we de naam van de gieter kunnen terugvinden onder de schouder aan de tegenoverliggende kant van de patroons naam. Ook zullen er op de lip nog drie gietringen te vinden zijn.

Catharinakapel, Sint-Margriete-Houtem

Het oorlogsverslag van pastoor Van Gucht [10] vermeldt de kapel van St. Catharina in Houtem. met een klok van 65 cm hoogte, 55 cm doormeter en 5 cm dikte.
Uit het Nieuwsblad van 8 september 2014 [9] halen we het volgende: De klok uit 1764 is ten dele gegoten met het metaal van een oudere klok. De kapel is al in 1328 vernoemd.

De Catharinakapel in Houtem ©hoegaardserfgoed.be
De Peetersklok in haar geheel ©Hoegaardenerfgoed.be

In de houten dakruiter hangt een historische klok die is gemaakt door Petrus Peeters in Tienen. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium geeft dit aan maar het beschikt over geen foto in het archief. Tussen twee paren gietringen onder de schouder staat

P. PEETERS ME FUDIT 1764 A. LOOS CAPPELMEESTER

Detail van de Peetersklok ©Hoegaardserfgoed.be
De gietersnaam op de Peetersklok ©Hoegaardserfgoed.be

Boven de vijf gietringen boven de slagring krijgen we informatie over de weldoeners,

PEETER HEER JOANNES JANSSENS MEETER ANNA MARGARITA VAN OSMAEL

Tenslotte vinden we nog eens drie gietringen een eindje boven de lip.

Technische gegevens Klokken

KapelKlokGieterHoogteDiaLip Toon Jaar
RochuskapelDakruiterklokLe Fever19.525.52.3A1674
 Gangklok 1Le Fever15.5191.7D1675
 Gangklok 1 16.5201.1G 
 Gangklok 1Causard15181.5CIS 
 Refterklok 10131F 
Servatiuskapel Peeters 41  1776
Catharinakapel Peeters43544.1G1764

 

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

Bijnamen 5 [1]

Verbetering : (zie vorig nummer) 

Dij van de KanalDendoncker
(herberg/afspanning “Au Canal de Louvain”)
Tiensestraat en niet Stoopkensstraat
Marie van ‘See Koekel’ ©hoegaardserfgoed.be
Au canal de Louvain’ vòòr 1919 (beek nog open) ©hoegaardserfgoed.be

Lijst bijnamen 

Edmond van Vie SolEdmond van Vie SolNerm
Emile & Georges PiketVandenboschWalestraat
Engelpangwoonde in de hoeve genaamd De EngelTiensestraat
Fai GazetFelix VandenbroekDoelstraat
Fai KoatStockmans Felix …… grootvader van Nens Hubert –Fabriekgang
Fai SteppePhilipsHoksem
Fan RoeksSchoofsNerm/Aalst
Fanekke of FranchkeRomme FransE. Ourystraat
Fanie KonijnTaverniersPastorijstraat
FauweVader van Oscar LebeggeH. Dotremontstraat
Fernand ReubbeTritsmans FernandNerm
Fernand StenghVanderwaerenE. Ourystraat
Fi( vader van Suzanne Swellen)Nerm
Fieja de biervoorderMichielsStoopkensstraat
Fien DaureTruyensDoelstraat
Fien Vod??
Fille FlodderStockmansNerm
Fille KakjeTheophile SterckxK.Astridstraat
Fille SorsSorsStoopkensstraat
Fille TauwtSchoensettersNerm
Fille van de HoekDelimonwoonde op de hoek van de straat – Arthur Putzeysstraat
Fille van RikkesDotremont Theophile ( zoon van Henri)Stationstraat
Finne SoleilWaste en deed strijkwerk voor anderen, ze waste met en verkocht” Soleil”; Josephine, wed. MertensK.Astridstraat
Finne doreEerst café nu kapsalonDoelstraat
Fing ScheeperPeetersVroente /Kloosterstr
FinnekePurnelle ( Giroulle?)Rommersom
FlanderWillemsDotremontstraat
FlodderGilisNerm/Aalst
FlodderStockmansNerm
FlodderStockmansMeisjesschools./ Outg.
Florent MaunFlorent GasiaPastorijstraat
Flup VesVandermolen ( schoonvader van Van Sumsen)Nerm/Aalst
FlupkeMichelOut-Hoogstraat
Foing SteitLambrechts ( Foing komt van Alfons) – Hij stond voor de klok met de lange slinger en riep uit: wane stait (wat een staart) –Astridstraat
Foing van BesDotremontStationstraat
Fong de vliegAlfons Steenwegen??
Fongje van ’t vrakeAlfons KostermansEgypte
Fony NeulVan LaenenNerm/Aalst
Frans van de LepperRemsNerm/Aalst
Frans van seullekeFrans Michel CafeDoelstraat
FraseekeEuphrasieGemeenteplein
FrèreVanherbergenHoksem
   
   
   



Bijnamen genoteerd door pastoor-deken Jan Van den Putte

Bijnamen genoteerd door pastoor-deken Jan Van den Putte/de Puis in de overlijdensregisters van de parochie Hoegaarden tussen 1659 en 1712.

Hij was de laatste kanunnik-plebaan van de Sint-Gorgoniuskerk, want zijn opvolgers zouden niet meer tot het kapittel behoren.
Een eeuwigdurend jaargetijde voor hem ingesteld, wordt tot vandaag in ere gehouden. Geboren als zoon van Jean Van den Putte (1608-67) en Marie Carpeau (1608-74) in 1635 (zijn ouders waren in 1633 gehuwd) en kleinzoon van Jean de Puis x Marie de Hennef en van Jean Carpeau x Marie Everaerts. Bertel Peeters was zijn schoonbroer. Hij zou diens zoon, Henricus Peeters, uitkiezen om hem later op te volgen.

Op 12 januari 1659 werd Jan Van den Putte plebaan van Hoegaarden benoemd door het kapittel, benoeming die door de aartsdiaken van Luik op 7 mei 1663 werd bevestigd. [2] Op 27 december 1692 werd hij tot landdeken benoemd [3]

Brabant was onderverdeeld in de concilies van Hoegaarden en Hozémont; Hoegaarden telde overwegend Vlaamse parochies; De aarstdiaken diende statutair zijn aartsdiakenaat om de twee jaar te inspecteren; hij deed het aan het begin van zijn ambt en vaardigde daarna zijn oficiaal of een deken af. De deken had het visitatierecht in zijn eigen concilie, maar uitsluitend voor de ‘quartae capellae’ (parochiekerken waarvoor de pastoor slechts 1/4de van de aan de volwaardige parochies opgelegde taks moest betalen(4). Hij was pastoor van Hoegaarden, maar ook van de Hoegaardse gehuchten waaronder Bost en Hoksem (ook al was daar de kerk met een kapittel, dat de pastoor leverde voor Overlaar!).
Ook een deel van Sluizen/L’Ecluse met de kapel viel onder het pastoorschap van Jan Van den Putte. Groot Overlaar was toen een afzonderlijke parochie (verbonden met St.-Germanus Tienen).

Door zijn onenigheid met de kapittelheren bleef hij niet in het kapittelhuis wonen, maar vestigde zich in een huis met grachten omringd in de huidige Pastorijstraat, door het kapittel aangeschat. [4]
Hij wist zijn inkomstem zo aanzienlijk te verhogen dat hij weldra 150 dukaten per jaar trok of 300 imperialen, hetzij 1/4de van de totale tienden-inkomsten van het kapittel.

Samen met zijn onderpastoor Henricus Engelberts stelde hij voor de bisschop een verslag op waarin hij het doorsta ne leed van de inwoners beschreef tijdens de nieuwe oplaaiende oorlogen. Hij is 49 jaar parochieherder geweest en hij heet vijf kapittelproosten gekend.

  • Berthold, graaf van Königsegg en Rotenfels (tot 1661)
  • Wilhelm Egon, vorst van Fürstenberg (tot 1682)
    Franz Adolf Wilhem, graaf van Oost-Friesland en Ritberg (tot 1689), die bij zijn kerkvisitatie in Hoegaarden op grote tegenstand botste van de kanunniken, die een protest stuurden naar Rome
  • Hugo Franz, graaf van Königsegg en Rotenfels (tot 1704)
  • Johann Friedrich, graaf van Manderscheid-Blanckenheim.

Bijnamen door Jan Van den Putte genoteerd:

Op 3 mei 1662 overleed in het Hoegaardse gehucht Bost Juliana Lamens, de echtgenote van Saint Amour!! Ju liana/Julienne was geboren op 3december 1624 als vierde van de zeven kinderen van Geert Lameyns/Lamens en Maycken Lamens (sic) en haar echtgenoot Christophe was zoon van Vincent Balland en Barbe Debuso uit Loraine. Julienne en Christophe hadden 5 kinderen en een jaar en twee maanden en half na zijn vrouw Julienne, op 23 juli 1663, overleed in hetzelfde Bost Christope Balland/Ballant, alias Saint Amour genoemd.

Op 12 augustus 1668 noteerde pastoor Van den Putte in het overlijdensregister de dood van Ferdinand Lamens, ge naamd Sonder Hoet; hij overleed ten gevolge van de heersende dissenterie epidemie. Ferdinand was het vijfde kind van Geert en Maycken en dus jongere broer van Julienne; geboren was hij op 17 mei 1627 en hij was ongehuwd (op 9 augustus 1668, drie dagen voor zijn overlijden maakte hij zijn testament voor pastoor Vanden Putte. [5]

3 maij Juliana Lamens uxor Saint Amour ©hoegaardserfgoed.be
3 maij Juliana Lamens uxor Saint Amour ©hoegaardserfgoed.be

Foto: 12 augusti obijt in Bost Ferdinandus Lamens vulgo Sonder Hoet idque ex dissenteria

Foto: Op 17.08.1660 overleed in Elst Wilhelmus N (sic) alias Grand Guillam; ook da pastoor kende zijn familienaam niet

Op 17.08.1660 overleed in Elst Wilhelmus N (sic) alias Grand Guillam ©hoegaardserfgoed.be

Op 11.11.1660 overleed in Bost de echtgenote van een zekere arme genoemd Den voddeman Bernardus Colin

Op 06.03.1662 stierf in Nerm Maria N de echtgenote van Michiel Vanden Putt alias Michiel Den Decker (Obiit in Nerm Maria N uxor Michaelis Vanden Putt alias Michiel Den Decker); ook hier kent de pastoor de familienaam niet van de overledene, maar wel haar man die gemeenzaam Michiel den dekker (= dakdekker/strodekker); Michiel Vanden Putt, bijgenaamd Michiel den Decker zelf overleed te Nerm op 1 september 1668.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Bronnen en citaten[+]

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

Zo begint UBRT in 2003 het verhaal te schrijven over de filmzalen en -voorstellingen in Hoegaarden, een verhaal dat we verder zullen publiceren in de volgende nummers, aangevuld met het veldwerk van Wasily:
‘Ik was jong en er zijn twee bioscopen, of in Hoegaarden ‘sinnema’. Aan de Beek, bij de café waar de Socialisten hun clubhuis hebben, was de eerste die ik gezien heb. Toen was de andere er niet meer, maar die kwam later terug omdat die van de Beek gestopt was! Eerst bracht mijn moeder me naar de film, ik kreeg een chiklet en bij de pauze een Ola of een Expo. het was dan ook omstreeks 1958, met en na de Wereldtentoonstelling in Brussel. Bij de tweede cinema was ik ouder, dat was in de ‘Krapullekestijd’, met o.a. Jacques Verbist,
zestien jaar (1963)’

Cinevox Hoegaarden ©hoegaardserfgoed.be

De eerste filmvertoningen te Hoegaarden waren projecties die plaats vonden ter gelegenheid van de jaarlijkse ker mis. het watren openlucht-vertoningen die doorgingen op een locatie in de Nieuwstraat.

Regelmatige vertoningen in zaal, zonder een ‘filmzaal’ of ‘cinema’ te zijn werden georganiseerd in de feestzaal van de broederschool (huidig parochiecentrum).

De folder die werd verspreid was zeer uitgebreid, zeer volledig en zeer leerrijk. We vonden het de moeite om hem leesbaar af te drukken op volgende pagina.

  • De vertoningen gaan door om 7 uur (19 uur), kindervertoning om 4 uur (16 uur).
  • De vertoningen hebben plaats in de mooi verlichte zaal, met ‘gemakkelijke zittingen’ en aangename muziek (stomme film! niet de eerste maar de bekendste van de vroege geluidsfilm was The Jazz Singer uit 1927; geluidsfilms begonnen zeer langzaam aan hun opmars in de jaren 1920).
  • De films zijn zedelijk (er stond redelijk in de tekst) en godsdienstig verantwoord, detig en leerrijk en tegelijk afwisselend en vermakelijk.
  • Alle ‘detige’ personen worden met aandrang gevraagd naar de ‘feesten’ (= de vertoningen) te komen om zo mee te werken aan de propaganda voor de ‘goede’ films en filmzalen.
  • Door deze vertoningen wordt het gemeenschapsleven in het eigen dorp en met de eigen mensen van de dorpsgemeenschap bevorderd en da avonden zinvol opgevuld.
  • Iedereen is uitgenodigd: rijk en arm, burger en arbeider, boer en vrije beroeper.
  • Het programma van de eerste vertoning wordt voorgesteld
  • Vier toegangsprijzen die voor zichzelf spreken.
  • de folder is gedrukt door A. Mazy-Mazy te Hoegaarden
Gemeente Hougaerde Select-Kinema ©hoegaardserfgoed.be

GEMEENTE HOUGAERDE
SELECT-KINEMA
Belangrijk Bericht

Er wordt aan het geacht publiek van Hougaerde, ter kennis gebracht, dat er in de groote feestzaal der Vrije-School. Thiensche straat, een buitengewone Kinema is ingericht, welke van heden af, alle Zondagen ten 7 ure ‘s avonds prachtige vertooningen zal geven.

De schoonste en beste films van de grootste huizen van Brussel zullen gespeeld worden, niets zal verzuimd worden om alles zoo aantrekkelijk en smaakvol voor te stellen, als het mogelijk is. Buitengewone onkosten zijn gedaan. om eene wouderschoone verlichte zaal te bekomen, gemakkelijke zittingen aan het publiek te verschaffen, daarbij zal een aangenaam muziek de vertooningen opluisteren.

Van den anderen kant mogen wij het publiek verzekeren, dat geene vertooningen zullen gebeuren, welke aan de toeschouwers op zedelijk of godsdienstig gebied schade kunnen veroorzaken dat de stukken deftig en leerrijk, doch ook afwisselend en vermakelijk zullen zijn.

Dus mogen alle deftige personen vrij en zonder vrees onze feesten komen bijwonen. Hunne bezoeken zullen een bewijs zijn dat zij belang stellen in het nieuwe werk, dat zij willen medewerken tot het bestrijden van alle Kinemas, dat zij hun vermaak willen zoeken op hun eigen dorp, onder hunne medeburgens, en verlangen dat willen ander elkander op een aangename en toegelaten wijze hunne avonden doorbrengen.

Wij rekenen erop dat elken zonde avond de zaal te klein zal zijn, dat alle klassen van personen zullen vertegenwoordigd zijn, dat ieder bezoeker zich deftig en volgens alle reglementen zal gedragen

HET BESTUUR.

PROGRAMMA :

  1. Orkest
  2. Arthémunen Polycarpus rijden per motokar (klucht).
  3. De geheele jungle (drama in 2 delen)
  4. Het spookschip (klucht).
  5. Patachon gaapt (klucht).

TUSSCHENPOOS.

  1. Orkest
  2. Vlucht door de wolken heen (drama in 4 delen)
  3. Zijne eerste liefde (dramatisch)
  4. De geheele jungle (drama in 2 delen)
  5. Karel geeft kinema vertooningen ( klucht)
  6. Orkest

Prijzen der Plaatsen :

Voorbehouden plaatsen 2,50 fr. Eerste plaats 2 fr. Tweede plaats 1,25 fr. Derde plaats 0,75 fr.

KINDERVERTOONING OM 4 URE

Eerste plaats 1 fr. Tweede plant 0,75 fr. Derde plaats 0,50 fr.

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020

Alpaidis-nr-221-56ste jaargang-4-2020

De 14 gediplomeerde onderwijzeressen honderd jaar geleden op de ere foto (Mariadal, 1920)

De 14 gediplomeerde onderwijzeressen (Mariadal, 1920) ©hoegaardserfgoed.be
  • J. Fellendaels (Grimde/Tienen), M. Croon (Lembeek), Ph. Giroulle (Hoegaarden), M. Perniaux (Loupoigne), Mad. Gilson (Rixensart), V. Spinette (Halle);
  • Zuster Marie Andrée (Gilmont Alix, Arquennes, zuster van de eigen congregatie), M. Janssens (Grimde/Tienen), Cl. Huts (Boutersem), L. Versluysen (Luik), M. Denis (Baulers), J. Delcorde (Nivelles), A. Jacquet (Rixensart), Zr. Marie-Bernard (Van Capellen Amélie, Strombeek-Bever)
  • De 5 zusters die samen het onderwijscorps vormden samen met directeur A. Peeters en links van hem de voorzitter van de jury, inspecteur Raskin.


De opleiding was uitsluitend in het Frans en alle leerlingen waren verplicht intern!

De 8 gediplomeerden normaalschool met voorzitter jury, directeur en leraarscorps 1970 ©hoegaardserfgoed.be

Rita Drossart – Carla Werck – Marie José Kelles – Sonka Delbroek – Goddelieve Jans
Arlette Reuter – Godelieve Bollen – Monique Verhulpen

© Vzw Hoegaards Erfgoed Alpaidis-nr-221-56ste-jaargang-4-2020