Ga naar de inhoud

De wandeling

Wapenschild

Sweerts – Trouw

Wapenschild Sweerts V geslachten

Van zilver, gevierendeeld door kruis van goud, beladen in I en IV met drie klaverbladeren van sinopel en in II en III met drie merletten van keel, de figuren allen geplaatst 2 en  1.

Blazoen van Georges Sweerts, afstammeling in de achtste generatie van Servaes Sweerts en Catharina Peeters, voorzitter van ‘t Nieuwhuysmuseum sinds 18 juni 1994.

Aan hem is deze brochure opgedragen.

In de 17e eeuw was heel dit traject met de aanpalende gronden verdeeld in vijf grote percelen waarvan vier (vijf?) grote Brabantse hoeven uit de 17e en 18e eeuw telkens het kroonstuk waren.

Op drie van de vier hoeven-brouwerijen zwaaide de familie Sweerts de scepter in de 18e eeuw en in het Kapittelhuys (Pastoraalhuys) was het pastoor-deken H. Sweerts die het voor het zeggen had.

De wieg van Servaes Sweerts stond in de Paradishoeve. Hij huwde in 1700 met Catharina Peeters uit de Cruysblockhoeve. Zij zijn de stamouders waaruit in 1741 “De Confrerie der V Geslachten van Hoegaarden” is opgericht.

De Molenwegh liep, van Nerm, dwars door de velden, naar de molen van Steenbergen. De dorpsbestuurders beslisten het deel door het dorp te laten kasseien (1749), wat hun voordelig was, een felle dorpstwist uitlokte en een ferme aderlating werd voor de gemeentekas.

De “Refugie der 11.000 maeghden” nu in het bezit van schepen C. Vandermolen werd gebouwd door schepen Bernard Vandermolen, die er ook een brouwerij installeerde en werd plechtig ingehuldigd in 1748.

Naar onze mening gaat het hier om 11 maagden. De inscriptie op de steen “XIVM” staat voor XI (elf) Virgines) Martyrae). Deze interpretatie komt trouwens overeen met de legende die spreekt van twee vrome lerse koningsdochters die met negen andere maagden de zee overstaken om te ontsnappen aan een gedwongen huwelijk.

De Machtige Molenwegh plan author

1/2. Museum ‘t Nieuwhuys en Cruysblockhoeve

De Cruysblockhoeve is een grote gesloten hoeve tussen 1647 en 1657 gebouwd door brouwer en burgemeester (gemeenteontvanger) D. Bormans op de grond die hij in 1645 had gekocht van Gonus Van Molle. Deze Bormans kocht waarschijnlijk ook van dezelfde het afgebrande cabarethuisje “over den Cruysblock” en liet het opnieuw opbouwen, waardoor de naam veranderd werd in “t Nieuwhuys”

Barbe Sweerts die in 1723 huwde met Carolus Van Nerum kreeg ‘t Nieuwhuys als donatie “inter vivos”.

In 1795 werd ‘t Nieuwhuys omgevormd tot mairie en bleef gemeentehuis tot 1833.

In 1734 kwam de Cruysblock in bezit van Servaes Sweerts die er zich na zijn huwelijk had gevestigd. Hij was griffier van Hoegaarden, brouwer en notaris. Hij legde een prachtige tuin aan met in het midden een “gloriette” of speelhuisje (afgebroken nu) in bak- en zandsteen.

3. Refugie der 11.000 maeghden (1748)

Gesloten hoeve met opschrift in gehistorieerd reliëf, St. Ursula en de 11.000 maeghden, boven de segmentboog-inrijpoort, die toegang verleend tot het binnenhof. De huidige bewoner, schepen C. Vandermolen, heeft grote restauratiewerken laten uitvoeren.

4. Bellemanshuis

Het bellemanshuis was de woonst van de hoofdknecht. De Servaes Sweerts die hier woonde in de 19e eeuw was de laatste belleman van Hoegaarden. Hij kondigde aan met een bel (klok) en zei dan “Goed volk van Hoegaarden, komt samen, ik heb u gewichtig nieuws te melden.” Het huisje is nu verdwenen in de restauratie van de hoeve.

5. Huis van de hoofdknecht

De hoofdknecht van de Cruysblock woonde schuin over het verdwenen bellemanshuis (thans verdwenen).

6. Huis Bauwin

6. Huis Bauwin of Jardin du désir werd eind 18e eeuw verkocht aan de familie Bauwin. Een poort met steen “Jardin du désir” gaf toegang tot een mooie lusttuin van waaruit de gloriette van de Cruysblock kon bespied worden.

7. ‘t Carolushuys, de huidige Pastorij (1747)

Herenhuis gebouwd door Carolus Van Nerum (zie 1) schepen en brouwer.  Luxueuze herenwoonst met uitstekende poorttoren met wapenschild en duiventil aan de straatkant, afgesloten met lage aanhorigheden en muren op de lange zijden.

Zijn schoonbroer Servaes Sweerts (zie 1) had hem deze grond afgestaan. Het ruime interieur bevatte een rijke houtbekleding. Ook hier werd de tuin als lusthof ingericht met achteraan een “gloriette”. De tuin werd het “Leliehofke” genoemd.

Wanneer pastoor-deken Henricus Sweerts rond 1775, nadat hij in conflict was geraakt met het kapittel, in het Carolushuys kwam inwonen werd deze woonst langzaam het Pastoraal huis van Hoegaarden, wat het definitief werd na de verkoop aan de gemeente in 1831.

Huis Pastorijstraat 18 (gesloopt, stond links van Klein Paradijs ©foto edmond rahir - bron KIK_IRPA

8. Woonst van J. Botson

Uit het begin van de 19e eeuw, gebouwd op een perceel van Carolus Van Nerum. Later in bezit van Stockmans die een deel aan Dr. Robert verkocht (nr. 28). Het huis Stockmans wordt nog steeds door een nakomeling bewoond.

9. Huis Van Bever


Na de revolutietijd bouwde Martin Stockmans zijn woonst op een perceel van het pastoorsblock. Later werd een deel ingericht als de zeepfabriek “Stockmans”. Een ander deel was in bezit van Stapel die er een brouwerij en stokerij uitbaatte.

10. Huis Coeckelberghs (nrs 7 en 9)


was de woonst van de hoofdknecht van het Pastoorsblock. In 1808 was het de woonst van notaris H. Putzeys en later gemeentesecretaris A. Coeckelberghs. Traphuis (prestige). 

Steekboogdeur en -vensters voorzien van een licht uitstekende sluitsteen (kenmerkend voor de streek).
Zoals nr. 18 (ernaast) een steekboogdeur met sleutel en tussendorpel heeft uit de tweede helft van de 18e eeuw, zijn er verschillende rijhuizen (met twee verdiepingen) uit die periode (nr 2B, 6, 23)

11.’t Kapittelhuys


Merkwaardige woning, voormalige woonst van de pastoor-deken uit de 18e eeuw. Dubbel huis met twee verdiepingen en leien wolvedak geflankeerd door lagere, elk van een rondbooginrijpoort voorziene bijgebouwtjes, afgedekt met een mansardedak. Prachtige tuin, de huidige Vlaamse Toontuinen zijn er in ondergebracht.

12. Het Arendsnest (hoeve Smolders)

 

Boerenburgerhuis met aanpalende hoeve. Twee verdiepingen hoge woonvleugel met een gebogen wolvedak. De gevel is reeds classicistisch getint. Op het binnenhof hoevegebouwen uit 17e en 18e eeuw. Ter gelegenheid van het huwelijk van Servaes Sweerts, zoon van de stamvader Servaes, met Angelina Sweerts van het Arendsnest, werd de grote schuur gebouwd (1734) om de talrijke genodigden, die het bruiloftsfeest bijwoonden te kunnen plaatsen.

In 1766 kocht Antoon B. Sweerts de hoeve. In 1767 volgde hij zijn vader op als griffier in de Regentie (dorpsbestuur).

13. De Paradishoeve (huidige hoeve Tritsmans)


Op de hoek van de toenmalige Paradisstraete en Cortestraete. De hoeve dateert van voor 1635 en werd in 1700 verkocht aan Servaes Sweerts (x Catharina Peeters) Na de plunderingen van 1707 en na de “groote brand in de Cuype” van 1724 werd het gebouw telkens hersteld. De bijgebouwen werden in 1845 door nieuwe vervangen.

Uitgave ♦ ‘t Nieuwhuysmuseum  ♦ 1994

Print Friendly, PDF & Email