Ga naar de inhoud

Twee obiits voor het museum van Hoegaarden

Twee Obiits

In 1939 kreeg de kerk van 0.L.V. voor Eeuwigdurende Bijstand van Watermaal-Bosvoorde twee obiits ten geschenke. Het waren postume wapenschilden, toebehorend aan Hare Koninklijke Hoogheid Koningin Astrid van België en aan Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery-Verhaegen. Dertig jaar lang prijkten zij in hun ingetogen pracht aan de muren van de oude kerk en trokken de bewondering van talrijke gelovigen en bezoekers.

In 1969, bij de afbraak van de kerk, eisten de betrokken families de obiits niet op en bleven gedurende verschillende maanden in veilige bewaring. In 1970 kwamen zij in het bezit van een bewonderaar van het Museum van Hoegaarden, die de mooie blazoenen aan ‘t Nieuwhuys schonk. De obiits werden een weinig gerestaureerd en zullen eerlang hun plaats krijgen in het Museum Julien Van Nerum.

Ter gelegenheid van deze aanwinst publiceren wij hier onder de beschrijving van de obiits.

Het wapenschild van Koningin Astrid

Het wapenschild van Koningin Astrid bestaat uit twee delen

Wapenschild Koningin Astrid Belgie
  • Het wapen van België (van sabel een leeuw van goud getongd en geklauwd van keel);
  • Het wapen van Zweden (in vieren verdeeld door een lelie kruis van goud, I en 4 van azuur met 3 kransen van goud geplaatst, twee in hoofd en een in voet, 2 en 3 van azuur met 3 vertikale golvende jazen van zilver, beladen met een gekroonde leeuw van goud, getangd en geklauwd van keel, in hartpunt een gedeeld schild, rechts twee maal doorsneden van azuur, zilver en keel, beladen door een amphora van goud, links van azuur met een bastion van goud.
Het blazoen van Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery  Verhaegen

Het blazoen van Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery  Verhaegen is verdeeld in :

Wapenschild van Mevrouw Gaston
  • Het wapen de Gerlache de Gomery (gedeeld I van zilver met een boom van sinopel op een berm van hetzelfde, II van zilver met een arend van sabel gebekt, getongd en geklauwd van keel rustend op een paal, van keel geplaatst in faas)
  • Het wapen Verhaegen ( van azuur met een band van zilver, in hoofd een geharnast been van zilver, gespoord van hetzelfde en in voet een vos van natuurlijke kleur, lopend over een berm van sinopel ).

Stamboom van Koningin Astrid

Het schijnt ons even interessant de afkomst van deze illustere personen nader te belichten.

Haar ouders 

Geboren te Stockholm op 17.11.1905 als :

  • dochter van Prins Carl van Zweden (°1861 +1951) en Prinses Ingeborg van Denemarken (°1878 + 1958 dochter van Koning Frederik VIII van Denemarken en Prinses Louise van Zweden ).
  • kleindochter van Koning Oscar II van Zweden (°1829 +1907) en Sophie van Nassau (°1836 + 1913 dochter van Hertog Willem van Nassau en Hertogin Pauline van Wurtemberg ).
  • achterkleindochter van Koning Oscar I van Zweden (°1799 +1859) en Joséphine van Leuchtenberg-Beauharnais (°1807 +1876 dochter van Eugène de Beauharnais, hertog van Leuchtenberg en Prinses Auguste-Emilie van Beieren ).
  • overachterkleindochter van Jean Baptiste Bernadotte uit Pau (°1763 +1844), Maarschalk van Frankrijk, hertog van Pontecorvo, in 1818 tot Koning van Zweden en Noorwegen gekroond en van Désirée Clary uit Marseille (°1777 +1860).
  • betoverachterkleindochter van Henri de Bernadotte (°1711 +1780), Procureur te Pau en Jeanne de Saint-Jean uit Boeil (dochter van Jean de Saint-Jean en Marte d’ Abadie de Sirtex).
  • overbetoverachterkleindochter van Jean de Bernadotte uit Pau (°1683 +1760) en Domicella Pucheu
  • achteroverbetoverachterkleindochter van Jean de Bernadotte (1698) en Marie Bertrandot, beiden uit Pau.
Haar overgrootvader Hertog Willem van Nassau

Haar overgrootvader Hertog Willem van Nassau was op zijn beurt :

  • zoon van Frederik Willem, Vorst van Nassau-Weilburg (°1768 +1816).
  • kleinzoon van Karl-Kristian, Vorst van Nassau-Weilburg (°1735 +1788 ) en Prinses Caroline van Nassau-Oranje (°1743 +1787)
  • achterkleinzoon van Prins Willem IV van Nassau-Oranje (°1711 +1751) en Prinses Anne van Nassau-Oranje (°1710 +1777).
  • overachterkleinzoon van Jan Willem Friso Prins van Nassau-Oranje Dietz (°1687 +1711)
  • betoverachterkleinzoon van Hendrik-Casimir Friso, Prins van Nassau-Dietz.
Haar grootmoeder Prinses Louise van Zweden

Haar grootmoeder Prinses Louise van Zweden (°1828 +1871) was :

  • dochter van Koning Carl XV van Zweden (°1826 +1872 ) en Prinses Louise van Nederland.
  • kleindochter van Prins Frederik van Nederland (°1797 +1881 ) .
  • achterkleindochter van Willem I van Nassau-Oranje, Koning van Nederland (°1772 +1843)
  • overachterkleindochter van Prins Willem V van Nassau-Oranje ( 1733 + 1806).
  • betoverachterkleindochter van Prins Willem IV van Nassau-Oranje (°1711 +1751); zie hoger.
Haar nichten en neven

Koningin Astrid was :

  • nicht van Koning Gustav V van Zweden (°1858 +1950).
  • nicht van Koning Kristian X van Denemarken (°1870 +1947).
  • nicht van Koning Hoaken VII van Noorwegen (°1872 +1957), wiens zoon Olaf, die zijn vader als Koning opvolgde, in het huwelijk trad met Prinses Martha, zuster van Koningin Astrid.
  • kleinnicht van Groothertogin Charlotte van Luxemburg, moeder van Prins Jan, die trouwde met Joséphine-Charlotte van België, dochter van Koningin Astrid.
  • overachterkleinnicht van Koningin Wilhelmina van Nederland
Haar man Koning Leopold III  en hun kinderen 

Koningin Astrid huwde te Stockholm op 4.11.1926 met Prins Leopold van België ( in 1934 tot Koning gekroond ), ouders van :

  • Prinses Joséphine-Charlotte, gehuwd met Groothertog Jan van Luxemburg.
  • Koning Boudewijn I van België, gehuwd met Dona Fabiola de Mora y Aragon.
  • Prins Albert, gehuwd met Prinses Paola Ruffi di Calabria.

Door haar huwelijk werd Koningin Astrid :

  • schoonzuster van Kroonprins Umberto van Italië
  • kleinnicht van Koning Carol II van Roemenië (°1893 +1953).
  • achterkleinnicht van Koning Alexander van Yoego-Slavië (°1888 +1934 ).

Koningin Astrid verongelukte te Küssnacht op 29.8.1935, datum die op haar ” obiit ” staat vermeld.

Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery  Verhaegen

Het tweede obiit behoorde toe aan Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery; geboren Joséphine Eugènie Adolphine Jeanne Verhaegen. Zij zag het levenslicht te Watermaal-Bosvoorde in 1864 als :

Haar ouders 
  • dochter van advokaat François Eugène Verhaegen (°1820 +1878) en Marie Florentine Joséphine Neve (°1823) uit Brussel.
  • kleindochter van advokaat Theodore Verhaegen (°1796 +1862 ), burgemeester van Watermaal-Bosvoorde, lid van de Provinciale Raad van Brabant, Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, bijzonderste stichter van de Vrije Universiteit van Brussel en deelnemer aan de omwenteling van 1830. Hij x 1819 met Jeanne Philippine Barbanson ( ° 1795 + 1858 ) behorend tot het geslacht Sweerts uit Brussel.
  • achterkleindochter van Pierre Verhaegen (°1767 +1795 ), advokaat bij de Raad van Brabant en Rechter te Brussel. Gehuwd met Jeanne Schuermans uit Haacht (°1773 +1833 ).
  • overachterkleindochter van Jean Verhaegen uit Haacht (°1726 +1793), Koninklijk notaris te Boortmeerbeek, Buken en Haacht, drossart te Roost en van Anne van den Putte uit Herenthout (°1735 +1794 ).
Haar zusters en broers

Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery-Verhaegen was de zuster van :

  • Jean Georges Verhaegen, advokaat bij het Hof van Beroep te Brussel, gehuwd met Marie Rommel.
  • Joseph Paul Verhaegen, substituut van de Procureur des Konings te Brussel, Ridder in de Orde van Frans Jozef van Oostenrijk, tot Jonker verheven in 1886 en gehuwd met Helene du Roy de Blicquy ( dochter van Jonker du Roy de Blicquy ).
  • Arthur Theodore Verhaegen, ingenieur van brug gen en wegen, Honoris Causa van de Universiteit van Leuven, ridder in de Orde van Pia, tot Jonker verheven in 1886 en gehuwd met Cornelie Lammens ( dochter van Senator Lammens ) .
De stamboom van haar man Gaston Charles Edouard Joseph de Gerlache de Gomery

Joséphine Eugènie Adolphine Jeanne Verhaegen die uit een geslacht van Rechtsdienaars stamde, trad in 1900 te Watermaal-Bosvoorde in het huwelijk met Gaston Charles Edouard Joseph de Gerlache de Gomery, geboren te Hasselt in 1867 en gesproten uit een geslacht van hooggeplaatsten en officieren.

  • Zijn overbetovergrootvader Jean Lambert Gerlache (°Mean 1680 +Gomery 1738 ), gehuwd met Marie Marguerite d’Artois was schepen van Marche en Famenne en Directeur der ijzersmelterijen van Berchiwé. In 1726 kocht hij het kasteel van Gomery
  • Zijn betovergrootvader Jonker Jean Louis de Gerlache heer van Gomery (°Marche en Famenne 1711  +Arignan 1787) getrouwd met Marie Antoinette Stourm, volgde zijn vader op als Meester der ijzersmelterijen van Berchiwé.
  • Zijn overgrootvader Jean Baptiste de Gerlache de Gomery heer van Bleid ( Berchiwé 1746 + Bodange An IX), in de echt getreden met Jeanne Elisabeth de Senocq, was eerste Luitenant bij het regiment van Vierset en in 1780 Provoost van Neufchateau. Zijn broeder Jean Louis Antoine was eveneens Luitenant en maakte de zevenjarige oorlog mee.
  • Zijn grootvader Bernard Adrien de Gerlache de Gomery (°Neufchateau 1792 +St Gilles 1859 ), gehuwd met Philippine Gilot, vocht van 1811 tot 1815 (Waterloo) bij het leger van Napoleon en vervolgens met de Hollanders op Java.
Zijn leven

In 1830 weigerde hij de graad van Kolonel in het Hollands leger, evenals de titel van vleugeladjudant van Koning Willem, om als Kapitein in dienst te treden van België, zijn vaderland.

Zijn broer Louis Joseph was eveneens officier in ” La Grande Armée ” en vocht in Rusland waar hij gekwetst werd. Hij vestigde zich te Volkini als professor.

Zijn vader Theophiel Adrien Auguste de Gerlache de Gomery (°Namen 1832 +Izel 1901 ), trad in het huwelijk met Emma Thérèse Biscops en was Kolonel bij de infanterie.

Niet verwonderlijk dan dat ook zijn zoon, Gaston Charles Edouard Joseph de Gerlache de Gomery (x Jeanne Verhaeren ) officier werd en namelijk Majoor Stafbrevethouder bij het Ie regiment karabiniers.

Tijdens de eerste wereldoorlog werd hij gewond te Hofstade op 28 augustus 1914. In februari 1915 veroverde het bataljon van Majoor de Gerlache op roemrijke wijze, de moeilijk in te nemen en sterk verdedigde vesting van Drie-Grachten waar de Duitsers zich sterk in hun ” blockhaus ” hadden verschanst.

De volgende dag na deze inname kwamen Koning Albert en Generaal de Keuninck, Chef van de Algemene Legerstaf, persoonlijk Majoor de Gerlache gelukwensen en hadden hem, buiten het Oorlogskruis, ook het Kruis van Officier in de Leopoldsorde toegekend. Op dat ogenblik was hij de enige Majoor van de Infanterie, die deze hoge onderscheiding bezat.

Op 5 mei 1915 werd Majoor de Gerlache andermaal gekwetst en stierf voor het vaderland op 2 augustus 1915 in De Panne.

Zijn broeder Adrien Victor Joseph, Baron de Gerlache de Gomery (Hasselt 1866 + Brussel 1934), was polytechnicus en Luitenant bij de Staatsmarine.

Hij was promotor en leider van de Eerste Belgische Zuidpoolexpeditie en voerde van 1905 tot 1909 het bevel over “La Belgica ” in de wateren van Groenland, de Barentzzee en de Zee van Kara.

Toen de eerste wereldoorlog uitbrak was hij havenkommandant van Oostende, werd later Directeur-Generaal van de Marine en buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur van Z.M. Koning Albert I.

Hij was Groot-Officier in de Leopoldsorde, drager van het Grootlint van St Olaf, Groot-Officier van de Noordster, Officier van het Erelegioen enzomeer. Op 25 december 1924 had hij de titel van Baron gekregen.

Hij huwde te Nice met Suzanne Marie Joséphine Poulet, die hem een zoon schonk; Philippe ( Elsene 1906 ). Deze was Kapitein-Kommandant bij de Artillerie en werd Maritiem Raadgever bij de Belgische Ambassade te Londen.

Uit zijn tweede huwelijk te Stockholm in 1918 met Elisabeth Hojer, werd te Brussel in 1919 een andere zoon geboren; Gaston Auguste Adolphe.Deze was dokter in de rechten en leerling officier bij het Ie Gidsen Regiment toen in 1940 de tweede wereldoorlog uitbrak. Na de 18-daagse veldtocht zocht hij voeling met de gewapende weerstand en werd agent van de inlichtingsdienst Luc-Marc.

In 1942 ontsnapte hij uit België, werd in Spanje gevangen genomen, ontvluchtte opnieuw en bereikte Engeland, waar hij zich als piloot bij het 350e eskader inlijfde.

Na de oorlog keerde hij naar zijn vaderland weer trad er in 1946 in de echt met Anne Marie Van Oost, politieke gevangene uit Ravensbruck.

Voor zijn bewezen militaire diensten bekwam hij de titel van Officier in de Kroonorde, Ridder in de Leopoldsorde, het Oorlogskruis met palmen, het Kruis der Ontsnapten, het Kruis van Politieke Gevangene, de Medaille van de Weerstand, de Herinneringsmedaille, enz…

Baron Gaston de Gerlache de Gomery werd burgemeester van Mullem en volgde de sporen van zijn vader. Ook hij vertrok als leider van de Belgische Zuidpool expeditie 1957/58. Bij zijn terugkeer werd hij tot Commandeur in de Leopoldsorde verheven.

Zijn tante Mevrouw Gaston de Gerlache de Gomery-Verhaegen, wiens obiits aan het Museum van Hoegaarden werd geschonken, overleed te Watermaal-Bosvoorde op 8 juli 1938, datum die op het blazoen staat vermeld.

Tot slot

Samen met het wapenschild van H.M. Koningin Astrid, zal het obiit van Mevrouw de Gerlache de Gomery-Verhaegen, voortaan in het Musum van t’Nieuwhuys prijken.

Refertes :

Vlaamse Stam nr I van 1966
Intermédiaire nr 134 van 1968
Le Pays Gaumais nrs 1,2,3 en 4 van 1962 Annuaire de la Noblesse Belge 1889

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email