Ga naar de inhoud

De Verdedigers van Hoegaarden

De Hoegaardse dorpswacht

In Alpaidis nr. 96 van 1989 werd de Hoegaardse Dorpswacht uit de XVIe eeuw besproken. Huidige bijdrage handelt over de Dorpswacht uit de XVIIIe eeuw ten tijde van de machtige Regentie der Sweertsen.

Onder de ellendige oorlogsjaren, toen de allerergste rampen over Hoegaarden neerkwamen, hield de oude Dorpswacht op te bestaan. De voortdurende legering van troepen, de vele plunderingen en de uitgebroken epidemiën, hadden hiertoe aanleiding gegeven.

Pas rond 1740, onder meierschap van Antoine Collaert en het griffierschap van Servaes Sweerts, zou zij terug in leven te worden geroepen.

Slagorder

Uit een oud dokument vernemen wij haar slagorder.

De Dorpswacht stond onder het bevel van een “Capiteyn” bijgestaan door twee sergeanten, die rechtstreeks afhingen van de meier, hoofd van de Regentie. Zij was samengesteld uit negen slagrotten (escouades), vijf wachtposten en een reserve-contingent.

Drie Rotten

Men had drie rotten [1]in de dorpskom [2] en zes in de gehuchten. Zij werden genummerd en genaamd als volgt.

Voor de Cuype
  • Escouade: Gethe
  • Escouade: Beek
  • Escouade: Plaets
Voor de gehuchten
  • Escouade: Nerm en Aelst
  • Escouade: Hauthem
  • Escouade: Hoxem
  • Escouade: Overlaer
  • Escouade: Rommersom
  • Escouade: Bost
De wachtposten
  • Escouade aen ‘t cloester tot Overlaer
  • Escouade aen ‘t Spanuyt tot Bost
  • Escouade aen de Bley tot Altenaken
  • Escouade aen de straet van Elst
  • Escouade op de cop bij Hauthem

Rang 

Elke escouade [3] stond onder een corporaal rotmeester en telde tussen 12 en 18 gesellen
Elke wachtpost uit een hoofdwachter en vier wachtgesellen bestond.

Het reserve-contingent tenslotte, bevatte 25 à 30 manschappen en werd geleid door een contingent-meester.

In totaal was er dus een beschikbaar effectief van 160 à 220 mannen, om Hoegaarden te verdedigen.

Bewapening

Hun bewapening bestond uit arbaletten[4], arquebuzen[5], haakbussen, musketten en pistolen, terwijl de “capiteyn” een briquet [6] droeg.

Zij waren relatief goed gekleed, met laarzen, brede broek, korte spannende vest en een soort pothelm.

Het moest wel potsierlijk zijn geweest, als de wacht door de dorpsstraten trok, om hun “in slag en forme ” te houden.

Heldenfeiten

Over hun heldenfeiten is niets bekend, wellicht zijn ze nooit uitgericht, omdat het een vreedzame en kalme eeuw was, met uitzondering van de Oostenrijkse erfenisoorlog, waardoor franse troepen van 1745 tot 1748 in ons land tot allerlei plunderingen overgingen.

Doch dat was te gevaarlijk voor de dorpswacht, die niet uitrukte, wijl de Regentie door bierschenkingen de fransen op afstand hield.

Lijst Capiteyns

De naamlijsten van de “gesellen” zijn niet bekend, wel een paar “Capiteyns”.

  • Guillaume Van Symphoven rond de jaren 1749, die het toen met de Regentie aan de stok kreeg, omwille van het droogleggen van de oude Molenweg [7].
  • Rond 1787 was Joannes Franciscus Van Nerum Capiteyn, maar deze stond in 1789 onmachtig tegen de oproer van Not. Van Autgaerden, die te Hoegaarden de revolutie uitlokte.

Bij het uitbreken van het franse schrikbewind in 1795 werd de dorpswacht afgeschaft. Pas onder het Hollands Bewind zou zij terug verschijnen, doch meer op papier van in werkelijkheid.

Slechts in 1830 kreeg de nieuwe Burgerwacht vaste vormen (zie Alpaidis n°90)

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email