Ga naar de inhoud

Het Doelstraetje

Het geheimzinnig deurtje

Deze bijdrage is bestemd om tegemoet te komen aan een gestelde vraag, “wat het geheimzinnig deurtje te beduiden heeft, gelegen naast het huis n° 18 in de A. Putzeysstraat te Hoegaarden” heden bewoond door het gezin Jan Ipers.

Op de plaats waar zich het deurtje bevindt, bestond vroeger een steegje, dat regelrecht naar de Doelstraat liep, destijds “Doelstraat en lager af” genoemd, om haar te onderscheiden van de andere Doelstraat, lopende van aan de Tiensestraat tot aan de A. Putzeysstraat (voorheen Koffiestraat genaamd). Het wegeltje kwam uit naast het eigendom van het oude pachthof Peeters (vroeger Geens), ongeveer over de toenmalige hoeve Peten (nadien Vanhagendoren) en heden Raddoux op de hoek van de kalverstraat.

In 1796 had Servaes Sweerts (XX Elisabeth Taverniers) het huis n° 18 aangekocht en er zich gevestigd.

Doch tussen 1820 en 1823 verliet hij Hoegaarden en ging met zijn zoon Hubert te Brussel op de Hennenmarkt wonen.

Van september 1824 tot november 1825 verhuurde hij zijn huis aan gemeentesecretaris François Lodewijckx en vanaf 1829 aan Norbert Dotremont (X R.G. Houbar). Deze laatste kloeg regelmatig het steegje aan, dat naast zijn huis liep en een echte hinder was.

Bij harde regen liep het water als een beek door het wegeltje en vormde een ware modderpoel (de Koffiestraat was toen nog niet gekasseid). De fruitbomen en groen ten in zijn tuin kregen vaak ongewenst bezoek. Een onaangename reuk verspreidde zich van uit het steegje, dat als vuilnisbelt werd gebruikt en een lokaas vorm de voor ongedierte en insekten.

Praktisch gebruikte niemand het wegeltje, temeer dat het er steeds duister was door de dichte overgegroeide haag. Mensen en dieren deden er hun behoeften. Ook de weerwolf verschool er zich, om dan plots bij valavond te voorschijn te komen en op de rug van de mensen te springen, die in de koffiestraat doorkwamen.

In 1837 vroeg Sweerts uitstel tot betaling der grondlasten van zijn huis in de Koffiestraat, voor de periode van de vijf verlopen jaren, omdat hij zijn woonst onder de prijs moest verhuren en in één jaar tijd drie jaren achteruitstel van belastingen had moeten inlopen. Doch het werd hem geweigerd, omdat hij die vijf jaren de interest van het huis had ingetrokken.

Sweerts kloeg meermaals het bestaan van de wegel aan, maar burgemeester de Zangré gaf geen gehoor, omdat de aanvrager niet tot zijn volgelingen behoorde. Alsdan wendde Sweerts zich tot zijn vriend en oud-gebuur wijnhandelaar Jean Troost die wel een trouwe aanhanger was van de burgemeester.

In 1847 vertrok van uit Brussel de schriftelijke aanvraag van Sweerts en op 27 jun 1847 kwam de gemeenteraad samen. Zij beslisten om het wegeltje, bekend onder de naam van “Doelstraetje”, af te schaffen. Drie dagen later werd de doorgang ver boden. 

Troost had voor Sweerts ten goede gesproken bij zijn politieke vrienden en tot deze vrienden behoorde Jean Henri Vandermolen, die op de hoek van de Kof fiestraat woonde en de inpalming van het wegeltje beoogde.

Na de afschaffing werd de ganse lengte van het Doelstraetje bij het eigendom Vandermolen gevoegd, met uitzondering van het voorste gedeelte, dat aan Sweerts werd toegekend. Deze laatste liet aan de straatzijde een deurtje aanbrengen, zo dat de huurder de ruimte kon gebruiken als stapelplaats. Deze ruimte kreeg de naam van “weerwolvenhol”.

Na de dood van Servaes Sweerts werd het huis (no 18) door zijn zoon Hubert ver kocht aan Jean Henri Vandermolen, wiens hoekkompleks later in ‘t bezit kwam van notaris en burgemeester Arthur Putzeys.

Vanaf toen verdween de weerwolf, omdat men zijn schuilgang had ontnomen. Kwa de tongen beweerden dat in het pachthof Peten (Sparencamp shoff) een berenvel werd verbrand.

Kaart 

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email