Ga naar de inhoud

Van Raedthuys tot hotel

Ligging

KBR Raedhuys gemeenteplaats Hoegaarden ©Kbr.be

Geschiedenis

Het huis n° 25 op de gemeenteplaats te Hoegaarden (percelen D 356 en 357) mag bij de oudste huizen van Hoegaarden worden gerekend, die rond de kerk werden gebouwd.

De vroegste sporen leiden ons terug tot in de XIVe eeuw, toen het huis. aangeschreven stond als volgt, ” ‘TORPSHUYS STAENDE IN DIE CUYPE AEN DE KERCKE”.

Daar kwam de Hoegaardse Schepenbank bijeen, om te beraadslagen. Deze Regentie stond in 1387 onder het Meierschap van Messire Guillaume de Beaumont, die ingevolge de opkomende volksklasse aan het Korps der Wethouders een Dorpsraad moest toevoegen.

Ook Meier Jean de Chamont heeft in ‘Torpshuys de Regentie voorgezeten en in 1421 de wet ingevoerd waardoor jaarlijks twee dorpsmeesters moesten verkozen worden.

In 1448 was het huis zo oud en bouwvallig geworden dat het bijna volledig werd afgebroken en terug opgetrokken. De eerste steen van een nieuw (vernieuwd) huis werd gelegd OP DIE PLAETSE BENEDEN DIE KERCKE”.

Het was een stenen huis met pannen en schaliendak, wat voor die tijd een weelde betekende. Uit de dorpsrekeningen vernemen wij dat het huis goed werd onderhouden, want er werd af en toe “gemetselt, geplackt ende gedeckt”.

Het jaar nadien werden in ‘t nieuwe Torpshuys de gebroeders Joerdens uit Overlaar veroordeeld voor moord op Wouter Ackermans uit het Leuvense.

In 1507 trof de Regentie er de beslissing, om Tienen te helpen verdedigen tegen de legers van Louis XII. 

Het vermelde huis heeft ook de eer gehad, in 1560 de toelating te verlenen tot de oprichting van de Brouwersgilde en in 1580 de Dorpswacht in te stellen. Dat gebeurde er onder Meier Lambert de Pas.

Deze kondigde er in 1615 plechtig de beschermingswet af over de Hoegaardse brouwers en stelde een Patriciaat in van bevoorrechtigde geslachten ter verheffing van de landelijke aristocratie.

Schetsen Raedthuys

Raedthuys voor restauratie ©Hoegaardserfgoed
Raedthuys Hoegaarden anno 1991 ©Hoegaardserfgoed

Rond 1617 werd de naam Torpshuys” vervangen door “Rechtshuys der Vryheydt” (huis waar de schepenbank rechtspraak hield).
Op het einde der XVIIe eeuw droeg het de naam van RAEDTHUYS”, omdat het de vergaderplaats was van de Raad der Hoegaardse Vroedschap, die te Hoegaarden de Dynastie der Sweertsen inluidde.

In 1641 volgde Leon de Birwart zijn voorganger Lambert de Pas als Meier op en legde in ‘t Raedrhuys de eed van trouw af aan de Luikse Bisschop. Na hem was het Lambert Joseph de Pas die er als Meier het Korps der Wethouders voorzat.
Hij had er af te rekenen met de droevige oorlogsjaren van 1673 tot 1692 toen vreemde legers onophoudelijk te Hoegaarden legerden en alles plunderden.

Gilles Collard was de laatste meier die in ‘t Raedthuys vanaf 1694 het dorp zou leiden, want in 1735 onder zijn zoon Antoine Collard gingen de Wethouders naar een ander lokaal over (huis Haumont, genaamd St. Nicolas, op de Houtmarkt) zodat vanaf toen het besproken huis ophield als gemeentehuis te dienen.

Rond die tijd kwam het huis in het bezit van de familie Coenegras uit Butsel, die zich te Hoegaarden had gevestigd. Coenegras woonde op de Stoopkensstraat (huidig houtmagazijn Vandermolen) en gaf het huis op de plaats in huur uit.

Een eeuw later in 1834 en 1835 (zie beraadslagingen van de gemeenteraad) rees er tussen Servais Coenegras en de gemeente een geschil op, inzake de uitgang en het bouwen van een trap, want het nieuwe en huidige gemeentehuis was zo dicht bij het eigendom van Coenegras opgetrokken, (zelfs op een deel van zijn grond), dat deze laatste geen uitrit meer had ingevolge de grondverhoging op deze plaats.

Na 1847 kwam het huis op naam van Weduwe Coenegras en kinderen. Deze zouden het later verkopen aan de Kerkfabriek van Hoegaarden, om als woonst te dienen voor de Onder-Pastoor.

Op het einde van de XIXe eeuw, verwisselden Clement Dumont, die eigenaar was van een huis op de gemeenteplaats 12, dit bezit om met het oude Raedthuys, ofschoon dit laatste veel ruimer was dan het huisje n° 12, aanvaardde de Kerkfabriek de omruiling, omdat laatst genoemde woonst beter geschikt en kalmer gelegen was, om als woning van de Onderpastoor te dienen.

Begin de XXe eeuw werd het huis n°25 (oud Raedthuys) verkocht aan Frans Ruelens, bijgenaamd “de witte coiffeur” die echter zijn zaak uitbaatte in het hoekhuis (huidige Venetiaan). Nadien richtte hij in n° 25 echter wel zijn haarkapperszaak in, wijl zijn vrouw Emmerence Doyen aan de andere kant bier tapte.

In augustus 1914 bij de slag aan de Gete, schoten Belgische soldaten van aan het huis n° 25, in de richting van de Gasthuisstraat waar Duitsers vertoefden en waardoor het mais-magazijn Vandermolen in brand schoot.

Na Ruelen Douen kwam het huis in ‘t bezit van Evrard – Boffe, die het oude Raedthuys prachtig lieten restaureren.

Het zijn deze die besloten hebben er een hotel van te maken, wat te Hoegaarden zeker niet zal mistaan.

Hopelijk zal het de naam dragen in “t RAEDTHUYS om alzo de oude glorie van dit huis terug in de belangstelling te brengen.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email