Ga naar de inhoud

De nieuwe gemeenteschool

Gemeenteraadszitting

Het heeft zeven jaren geduurd alvorens Hoegaarden een nieuw schoolhuis (maison d’ école) kreeg, maar eindelijk rees een prachtig gebouw uit de grond, dat in die tijd de afgunst van vele gemeenten wekte.

Doch de opbouw ervan verliep moeizaam en ging met verschillende moeilijkheden gepaard, want de politiek heeft te Hoegaarden altijd voor verrassingen gezorgd. Op de gemeenteraadszitting van 21 dec. 1879, diende de katholieke burgemeester Dr. Leopold Lodewijckx het voorstel in, om te Hoegaarden een nieuw en ruim schoolhuis te bouwen.

School voor meisjes en jongens

Het moest een dubbele gemeenteschool worden, waar zowel de meisjes als de jongens uit het dorp, degelijk ondergebracht een goed onderricht konden ontvangen en  tonen,  tot wat zij instaat waren.

Zijn voorstel werd gunstig onthaald, maar het zou nog een drietal jaren aanslepen, vooraleer er schot kwam in de zaak, want er moest eerst op een geschikte plaats de nodige grond worden gevonden en vervolgens het nodige geld, want het gemeentebestuur wilde zo maar niet een gewoon schoolhuis optrekken, het moest een gebouw worden waardig voor de gemeente Hoegaarden.

Eerste ontwerp 

In 1889 werd het eerste ontwerp opgesteld, maar het voldeed niet aan de wensen en de verlangens van hun (de katholieken) die aan de in 1877 verslagen liberalen wilden tonen, tot wat zij instaat waren.

Enkele van dergelijke lokalen bevonden zich:

  • in de Kloosterstraat (huis M. Slawisky) voormalige woonst Sus Moun.
  • in de Vroentestraat (huis L. Koekelkoren) over de kloostervijver.
  • op de gemeenteplaats (huis M. Herinckx) tussen Loriers en Bertrand.
  • in de Gasthuisstraat, tussen Alexander Vandermolen en de St. Elooikapel.
  • op de Houtmarkt (verdwenen huis St. Nicolas).

Aanbesteding

En dan eindelijk in 1884, werd de aanbesteding der werken gedaan, doch de aannemer Ferdinand ETIENNE uit Hevillers moest nog wachten, want er was een geschil ontstaan inzake de grondaankoop. De gemeente had het oog op een prachtig stuk grond in de Doelstraat over de “gloriette” van de Pastorij.

De grond behoorde toe aan de gebroeders Beetens, maar was in gebruik door de houthandelaar M. Vandermolen, die er zijn gehakte bomen opstapelde. De gebroeders Beetens, bewerkt door de liberale oppositie vroegen de hoge prijs van 30.000 fr. per Ha., doch de gemeente wilde niet meer dan 10.000 fr. per Ha. geven.

Het duurde vrijlang alvorens het tot een akkoord kwam en wanneer de verkoop geregeld was, stak Vandermolen stokken in de wielen, door zijn grote hoeveelheid bomen niet tijdig te verwijderen.

Tenslotte kon de aannemer toch aan de werken beginnen. Hij logeerde en was in de kost bij “Prauw” (zadel en gareelmaker) in ‘t Nieuwhuys, aan wie hij hout zou gegeven hebben voor de herstelling van deuren en ramen. 

Dit lokte een nieuw incident uit. Het gemeentebestuur betichtte de aannemer dat hij een voorraad hout bestemd voor het schoolhuis, aan Van Nerum zou geschonken hebben, om op kosten van de gemeente, herstellingen in ‘t Nieuwhuys uit te voeren.

Ferdinand ETIENNE verklaarde dat het hout uit zijn eigen stapelplaats kwam en niet tot de voorraad van het schoolhuis behoorde.

Hij dreigde met de werken onmiddelijk stop te zetten en het gemeentebestuur voor het gerecht te dagen. Hierin werd hij gesteund door notaris Arthur Putzeys, liberaal raadslid. De gemeente die geen bewijzen had en slechts op geruchten was voortgegaan, trok haar klacht in en de werken gingen verder.

Stop van de werken door geldgebrek

Kort daarop werd de bouw van het schoolhuis andermaal stop gezet omdat de gemeente geen geld had om de overeengekomen afbetaling der voorschotten te leveren.

Twee klassen voor de jongens en twee klassen voor de meisjes

En in 1885 herhaalde zich opnieuw het geval van geldgebrek, zodat de bouw voor de zoveelste maal verlamd werd. Maar in 1886 stond het gebouw toch eindelijk recht en omvatte twee klassen voor de jongens en twee klassen voor de meisjes.

Het geheel der bouwkosten bedroeg 17.000 fr.

Datzelfde jaar greep de plechtige opening plaats en konden de 136 jongens en de 85 meisjes hun nieuwe lokalen betrekken.

Inhuldiging

Bij de inhuldiging van het nieuw schoolhuis sprak Burgemeester Lodewijckx de openingstoespraak uit, wijl de katholieke harmonie fraktie een serenade bracht.

Overgenomen uit Alpaidis, driemaandelijks Tijdschrift van het Museum ‘t Nieuwhuys te Hoegaarden

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email