Ga naar de inhoud

De zes gemeentehuizen van Hoegaarden

De keuze van gemeentehuis is te Hoegaarden van oudsher steeds gepaard gegaan met de politiekvoering van de tijd. Het was een van die vele tradities uit het vermaarde bierdorp, waar de inwoners periodisch naar vernieuwing zochten, om uiting te kunnen geven aan hun tegenwoordigheid. Maar telkens wisten zij hun zaak zodanig aan belangrijke gebeurtenissen te koppelen, dat zij hun stempel drukten op de plaatselijke geschiedenis en hierdoor steeds een nieuwe mijlpaal plantten op de lange baan van hun bestaan.

In de loop der tijden heeft Hoegaarden reeds zes gemeentehuizen gehad, alle een eigen naam dragend en door een welbepaalde periode afgebakend.

In feite waren het vroeger geen echte gemeentehuizen zoals we ze nu kennen, maar eerder lokalen waar de schepenen en raadsleden hun zittingen hielden, vergaderden en beraadslaagden. Het eigenlijk administratief werk werd door de aangestelden, griffier, ontvanger, enz … , thuis verricht en daarvan werd voor lezing gedaan op de zittingen in hun lokaal.

Deze lokalen waren meestal gewone herbergen, die voor vergaderingen aan de gemeenteraad voorbehouden werden. Vanzelf sprekend moesten de uitbaters het volle vertrouwen genieten of zelf deel uitmaken van de raad.

Eerst met de Franse tijd is daarin verandering gekomen en kon men spreken van een eigenlijk gemeentehuis.

’t Dorpshuys van Hugaerde

De oudste sporen leiden ons terug tot in de XIVe eeuw, toen het «Dorpshuys» (‘torpshuys) zou gestaan hebben ergens «in die Cuype aen die kercke» (vermoedelijk het huidige huis nr. 25 op het gemeenteplein).
Wellicht was daar het eerste lokaal waar de Hoegaardse Schepenbank vergaderde, nadat zij in 1289 van Luik haar «Keure» had ontvangen, waardoor haar jurisdictie tot «vrijheid» uitge roepen werd.

‘t Rechthuys der Vryheydt

In 1448 werd de eerste steen van een nieuw “Dorpshuis” gelegd. Het stond «up die plaetse beneden die Kercken, dus lager dan de kerk aan dezelfde kant.

Wij veronderstellen dat het voormalige Dorpshuys zo bouwvallig was geworden, afgebroken werd en weder opgebouwd, zo dat het dus ongeveer op dezelfde plaats stond.

Het werd in elk geval grotendeels uit steen opgetrokken met pannen- en schaliëndak, wat voor die tijd een weelde was.

Maar er kwam toch nog leem bij te pas en af waarmee er ook werd “gemetst, geplakt en gedekt”  worden zoals uit de dorpstekeningen blijkt. Vermits de gemeente de grote kosten betaalde , was het voor de eigenaar wel belangrijk, om in zijn huis het lokaal van het gemeentebestuur te hebben. 

Aanvankelijk droeg dit nieuw huis de naam van «Dorpshuys der Vryheydt» maar later, in 1617, werd het « Rechthuys der Vryheydt» genaamd, omdat de Schepenbank er rechtspraak hield.

Daar kwam in de tweede helft van de XVIIe eeuw de Hoegaardse Vroedschap tot stand, waaruit later de dynastie der V geslachten groeide. Ingevolge de Raad van deze Vroedschap, kreef het huis in 1669 ook de benaming van «Raedthuys». Meier Depas stelde er de Hoegaardse aristocratie in.

Dit huis is thans volledig gerestaureerd en zal binnenkort, in het kader van het stemmige en mooie gemeenteplein, zijn historische plaats bekleden. Misschien trekt het wel eens de aandacht van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, want niet minder dan vier eeuwen heeft het als gemeentehuis gediend.

Raedthuys der Wethouders

In de XVIIle eeuw, «de gouden eeuw der Sweertsen» genoemd, gingen de Wethouders naar een andere vergaderplaats over, namelijk naar het huis «Sint Nicolaes» gelegen op de Hout markt rechtover de huidige woning van de heer Bail. Dit huis (heden verdwenen) werd destijds bewoond door de kerkmeester Falkenberg en kwam later in het bezit van de familie Haumont.

De oude Regentie kwam er samen en handhaafde er de hoegaardse Vroedschap en het prestige van de bevoorrechte geslachten. Onder de scepter van de oppermachtige Sweerts dynastie, ving het dictatoriaal bewind der schepenfamilies aan.

Hun nieuwe lokaal werd «Raedthuys der Wethouders» genaamd; daar hebben de meiers Collaert en Schepers het hoofd moeten bieden aan de eisen van de steeds sterker wordende volksklasse. 

De dorpstwisten van 1749 werden er beslecht, de plannen tot de bouw van de nieuwe kerk besproken en de eerste revolutionaire onlusten doorstaan.

Lokaal der Regentie

In 1789 werd de Regentie tijdens een machtsgreep, door het volk vervallen verklaard en de schepenen werden uit hun functie ontheven. Men had gebruik gemaakt van een ogenblik dat ook te Luik onlusten waren uitgebroken, waardoor de Bisschop genoodzaakt werd de vlucht te nemen.

De nieuwe bewindsploeg, geleid door notaris Van Autgaerden die zich zelf tot Regent-Burgemeester uitriep, noemde zich “de wettelijke municipale raad door het volk verkozen”.

Hij vestigde zich tegen wil en dank van de uitbater, in het lokaal van de onttroonde Wethouders.

De Regenten bleven zich ook als «de officiële vertegen woordigers van het prinsbisschoppelijk gezag» beschouwen en gingen naar een nieuw lokaal over, genaamd «die gense Capelle»> gehouden door Nicolas Brieven en gelegen «omtrent die kercke». Het is niet met zekerheid bekend waar dit lokaal zich juist be vond, maar in elk geval lag het kort bij de kerk.

Rond dat tijdstip waren er dus te Hoegaarden twee gemeen telokalen, namelijk «Sint Nicolaes» aangeslagen vergaderplaats van de aan de macht gekomen opstandelingen onder Van Autgaerden en de «Gense Capelle», lokaal der onttroonde Regentie onder meier Schepers.

Het was in «de gense Capelle» dat de ontmaskering van Van Autgaerden in ‘t geheim werd voorbereid.

In 1791 keerde de orde weer. De Bisschop kwam terug op zijn troon en herstelde de oude Regentie in haar eer en recht. Zij behield haar lokaal in de «gense Capelle» omdat Brieven hun trouw was gebleven. Helaas het zou van korte duur zijn, want de franse revolutie stond voor de deur en maakte snel een einde aan alles wat betrekking had met het oud regiem.

Maison commune

In 1794, na de tweede inval der fransen, werd het oude stelsel ten val gebracht en het Korps der Wethouders voorgoed onttroond. De nieuwe heersers, met notaris Van Autgaerden als Eerste Nationaal Agent, namen alle macht in handen. Zij zochten naar algemene hernieuwing en keken ook uit naar een geschikt dorpshuys (maison commune), want zij wilden niet vergaderen in een lokaal, waar de kiemen hadden gelegen van «l’exprincipauté tirannique, ainsi que de la royauté et de la cohorte de chanjines, qui nous ont dévoré de tous temps».

De keuze viel op het Nieuwhuys (“museum van Hoegaarden”), eigendom van zijn schoonbroeder Jaques Philippe Van Nerum en inderdtijd bewoond door diens dochter Barbe Van Nerum – Dewaelheyns  met de gemeenteontvanger Henri Dewaelheyns.

Maar in dit huis, waar de revolutionaire periode werd ingeluid, de hatelijke beslissingen van belastingen, conscriptie en verbeurdverklaringen werden getroffen, kwam tijdens de Besloten tijd ook de conspiratie tegen de franse overheersers samen, zodat de woeligste bladzijden, uit de plaatselijke geschiedenis van Hoegaarden, zich rondom het Nieuwhuys afspeelen (Het volledig archief hieromtrent werd te Parijs ontdekt en zal via het tijdschrift van het museum worden gepubliceerd).

Na de dood van Van Autgaerden in 1804 nam de Besloten tijd en ook de Conspiratie een einde. Vanaf toen ongeveer werd de « Maison Commune» ook «Gemeynehuys» en « Mairie» genoemd en waren het achtereenvolgens de burgemeesters Jean Baptiste Van Autgaerden (zoon van de notaris en schoonzoon van Jacques Philippe Van Nerum), Dr. Henri Van Nerum (neef van Jacques Philippe Van Nerum) en Joseph Philippe de Zangré (schoonbroeder van Dr. Henri Van Nerum) die er de scepter zwaaiden.

Het einde van de franse overheersing, de val van Napoleon, de inluiding van het Hollands Bewind en de onafhankelijkheid van België, werden er achtereenvolgens gevierd.

Gemeentehuis van Hoegaarden

In 1832, onder het burgemeesterschap van Jean Baptist Dumont, werd het nieuw en huidig gemeentehuis van Hoegaarden ingewijd en betrokken. Het is bijna zo oud als de Belgische staat zelf.
Daar hebben de hiernavolgende burgemeesters elkaar opgevolgd en Hoegaarden bestuurd in goede en minder goede tijden, temidden van passievolle en hartstochtelijke politieke perioden en twee moorddadige oorlogen. Elk van hen heeft aan Hoegaarden het beste van zich zelf geschonken, om de vrede en welvaart van zijn gemeente te verzekeren.

  • Jean Baptist Dumont (1831)
  • Joseph Philippe de Zangré (2e maal) — 1836
  • Henri Joseph Paillet (1849)
  • Alexandre Putzeys (1853)
  • Jean François Pierre Christiaens (1862)
  • Henri Vandermolen, dd. (1864) 
  • Alexandre Putzeys (2e maal) — 1866
  • Leopold Lodewijckx (1877)
  • Arthur Putzeys (1896)
  • Henri Dotremort (1906)
  • Leopold Lodewijckx (1927)
  • Michel Giroulle (1933)
  • André Hettich (1959)
  • Roger Kerrijn (1971)

Op 24 mei 1975, ter gelegenheid van de viering van het 10 jarig bestaan van het Museum, werd een Erelijst onthuld met al de Burgemeesters van Hoegaarden vanaf 1804 tot heden, als blijk van erkentelijkheid voor de door hen bewezen diensten aan de gemeente.

H. VAN NERUM

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email