Ga naar de inhoud

Klooster van Hoegaarden

Prins-bisschop Balderic  – Graaf Lambrechts

In de helft van 1013 geraakten de prins-bisschop van Luik Balderic en graaf Lambrecht met de baard van Leuven slaags op het grondgebied van Hoegaarden. Het gevecht verliep in het voordeel van de graaf.

De oorzaak was het feit dat de prins-bisschop zijn villa had laten versterken en daarin had de graaf van Leuven een bedreiging gezien. Hij liet dan ook de versterking tot op de grond afbreken en bouwde op de puinen een kerk. Een oude overlevering wil dat die versterking zich bevond op de plaats waar nu het klooster staat.

In de XIVe eeuw stond alleszins op de plaats van het huidige klooster het kasteel van Overlaar. De laatste kasteelheer Werner de Longchamp overleed kinderloos en zijn weduwe Catharina van Mosmale schonk haar bezittingen per akte van 18 december 1496 aan de Bogaarden (of Begarden) opdat dezen er een klooster van hun orde zouden vestigen.

Enkele Bogaarden uit het klooster van Zepperen in Limburg kwamen er zich vestigen en vormden de kern van de kloostergemeenschap die bekend zou worden als “Mariadal”.

Gedurende drie eeuwen hebben de Bogaarden er verbleven. Kerk, en klooster der Bogaarden onderstonden de plagerijen en de plunderingen der Franse revolutie. In 1797 werden de paters verdreven en nadien zijn ze er niet meer in geslaagd zich te hergroeperen. 

De vier overlevende paters, waaronder pater Hendrik Coenegras, kochten hun eigen bezit van het republikeins bestuur af en vertrouwden het toe aan twee pachters. 

De Bogaarden zouden er zich echter nooit meer hergroeperen en in 1817 werd het verkocht aan de zusters van de Vereniging met het H. Hart die er nu nog altijd vertoeven.

Sint Rochuskerk

Dateert uit de 18e eeuw (2e helft). Het is een gebouw van 26m lang bij 18m breed, opgetrokken in bak steen, waarvan de plint, de venster- en deuromlijstingen zijn gemaakt uit Gobertange-steen.

Binnenaanzicht

De kerk is versierd met merkwaardige roccoco-panelen en ornamenten in stuc.

Het koor is betrekkelijk groot ten opzichte van de beuk. Toegang ernaar verzorgt een trap in zwart marmer. De bevloering ervan is in witte marmer blokken die geregeld versneden worden door banden zwart marmer.

De bevloering van de kerk is in graniet, met afwisselend helder- en donker grijze blokken. De oorspronkelijke glas ramen zijn verdwenen. De huidige werden geplaatst in de jaren 1900 tot 1903.

Die van links stellen voor :

  1. de verschijning van het H. Hart aan de Margareta – Maria Alacogne.
  2. de aartsengel Michael
  3. St Ingnatius van Loyola en St Franciscus Xaverius
  4. St Aloysius van Gonzaga (3 en 4 zijn bijpatronen van de congregatie)
  5. St Rochus, schutsheilige van de kerk

De rechtse ramen:

  1. de boodschap van de engel
  2. Christus die aan de H. Franciscus van Assisie de aflaat van Portiuncula verleent
  3. St Jan en de Philippus
  4. Het rozenwonder van de H. Elisabeth van Hongarije
  5. Ste Cecilia, St Jan de Evangelist, St Jacobus en St Paulus

De eiken meubilering vormt een geheel.

Het hoofdaltaar

Het hoofdaltaar (1783) heeft de vorm van een graftombe en is versierd met een pelikaan in een medaillon met slingers.

De voorzijde van het tabernakel stelt David voor die uit de handen van de hoge priester Achimelec het brood ontvangt dat aan de hongerige soldaten moet worden uitgereikt. Naast het tabernakel stijgen tarwehalmen op waarlangs een overvloedig met vruchten beladen wijnstokrank omhoog klimt.

Een groots retabel dat de zoldering bereikt, bedekt heel de achterzijde van de apsis. Twee Korintische zuilen en twee pilasters rusten op een hoofdgestel.

Zie ook fronton met God de Vader en baldakijn met duif (H. Geest).

Aan weerszijden van retabel twee medaillons in halfverheven beeldhouwwerk: rechts de H. Hubertus, pastoor van het bisdom Luik waar Hoegaarden vanaf hing en links de H. Franciscus van Assisie, patroon van de Bogaarden.

Boven het hoofdaltaar schilderij van een Pieta, kopie naar een meesterwerk van Anton van Dijk (origineel in Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen)

De beide zijaltaren herinneren in hun vorm aan het hoofdaltaar maar zijn veel eenvoudiger.

De communiebank

De roccoco-leuning die het koor van de beuk scheidde, diende als communie – bank. Acht panelen verhalen de geschiedenis van de Israëlieten in de woestijn.

1. het zoenofferaltaar;
2. Mozes slaat op de rots;
3. tafel met de broden;
4. ark van het verbond;
5. zevenarmige kandelaren;
6. reukofferaltaar;
7. manna in de woestijn;
8. het lam op het boek van de Apocalypses)

Over heel hun lengte zijn de muren bedekt met een eiken lambrizering in Lodewijk XVI stijl. Aan weerszijden van het hoofdaltaar zijn schijndeuren. Op de grote panelen hangen aan linten en knopen de meest verscheidene elementen in half verheven beeldhouwwerk: de tiara, de stola, het wierookvat, de bel, de kardinaalshoed, de toorts, muziekinstrumenten, enz. De kleine panelen dragen slechts een motief aan een knoop.

Biechtstoelen en preekstoel zijn eveneens roccoco. Als details, kijk op biechtstoel naar oog en oor.

Het orgel dateert van 1790 met een uitmunten de klankkwaliteit. Het oude koorgestoelte van de kerk is in vodr- classisistische stijl.

De sacristie

Onderverdeeld in twee vertrekken. Bezienswaardigheden :

  • eiken kast in overgang Lodewijk XV naar Lodewijk XVI stijl;
  • gestoelte van de prior van het Bogaardenklooster
  • schilderijen op hout uit de 17e, begin 18e eeuw;
  • vaasvormig lavabo in rood koper in Lodewijk XVI
  • verder ook nog merkwaardig zilverwerk.

Kloosterpand

Dit vertoont, evenals de kerk, typische kenmerken van de Lodewijk XV stijl. Het oudste gedeelte dateert van 1763. In het kloosterpand hangen twee grote schilderijen op doek, afkomstig van de periode van de Bogaarden: de H. Fran ciscus van Assisie in extase en de H. Paulus, eremiet door een engel in de woestijn gevoed.

Er is ook nog een pieta, dagtekenend van het eind van de gotische of begin XVIe eeuw (houtsnijder onbekend).

Verder staat er ook nog een houten St Rochusbeeldje uit de XVIIIe eeuw.
Twaalf eikenhouten deuren in Lodewijk XV-stijl, waarvan verschillende nog voorzien zijn van hun fijn versierd koperen handvat, bevinden zich ook nog in het klooster.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email