Ga naar de inhoud

Sint Arnoldus

Patroonheilige van de brouwers

Al sedert de middeleeuwen, heerst er onder de brouwers een heel sterke corporatieve geest, dat is waarschijnlijk de oorzaak, dat tradities en oude gebruiken bij hun zo sterk in ere worden gehouden, sterker dan in enig ander beroep.

Een van deze tradities is het figuur van Sint Arnoldus, hun patroonheilige. Over de geboorte en het leven van Arnoldus bestaan er verschillende versies. We hebben voor U er twee willen aanhalen namelijk de Franse- en natuurlijk de Vlaamse versie.
We beginnen met de oudste (Franse versie)

Het wonder van Arnoldus de Lotharinger

De oudste verenigingen van Hoegaarden

vertaald door Ch. Beullens.

Omstreeks 582, kwam Arnold ter wereld in het kasteel van Lay-Saint-Christophe, tegen Nancy.

Hij was een veelbelevend strijder en werd gouverneur van zes provincies. Hij verliet nochtans het hof van Metz om een kluizenaars leven te leiden in de “Gorges du Loup” in de Provence.
Maar in 612, kwamen de bewoners van Metz hem uit zijn eenzaamheid weghalen om van hem hun bisschop te maken.

Een liturgische kalender van de 8ste eeuw preciseerd dat hij vijftien jaar en tien dagen zetelde. Inderdaad in 628, nam Arnold ontslag van zijn bisdom, nadat hij de toestemming aan Koning Dagobert, voor wie hij minister was, had gevraagd. Hij vestigde zich dan in een klein afgelegen huisje tegen Saint Mont en overleed er op 16 augustus 640.

In 641, eiste Metz het lichaam van zijn bisschop terug en het werd in grote praal van Saint Mont tot Metz vervoerd.

Het is tijdens deze verplaatsing waarbij hij langs de romeinse weg ging, die Bazel met Metz verbindt, dat Sint Arnoldus een wonder na de dood deed, dat liet zien hoe de vereerde kluizenaar de versterkende vermogens van het bier in achting nam. Volgens een heel oude adelbrief, het oorkondeboek van de priorschap van Lay-Saint-Christophe, zou deze verbijsterende zaak plaats gevonden hebben in juli, de 18e van deze hete maand.

Bij het verlaten van het dorp Champigneulles, stopten de dragers met hun zware en waardevolle doodskist en de menigte godvruchtigen die de gegrafenisstoet volgden deden hetzelfde. Ze waren uitgeput en buiten adem en de zon overspoelde het platteland. In gans Champigneulles, kon die dorstige menigte niets anders vinden dan den kruik bier. Wat ging men doen met een kruik bier voor meer dan 700 zielen, wanneer men door de dorst werd verslonden ? Ging men ervoor vechten ?

Het is dan dat de Hertog Nothon, die de stoet leidde, de Heilige Arnoldus met volgende woorden bezwoer : ” Het is nu tijd dat de gelukzalige Arnoldus onze hevige dorst komt lessen, zijn krachtige tussenkomst zal ons hetgeen dat wij missen bezorgen “.

En plots voelde iedereen zijn armen zwaarder worden door iets fris en geheimzinnigs dat aan zijn hand was opgehangen. Iedereen stond daar met een fris en een vol kruikje bier. Men kon de verrukking van de dragers en de godsdienstige pelgrims raden, die een korte tijd nadien, met nieuwe kracht zich opnieuw op weg begaven langs de groenachtige heuvel van de Moezel.

Maar in het Vlaamse land deed een veel sterkere legende de ronde.

Het wonder van Arnoldus de sterke

Hij werd in 1040 geboren, in Tidinghem, het huidige Tiegem (tussen Oudenaarde en Kortrijk). 

Zijn peter, Arnold van Oudenaerde, zette hem aan tot het ridderschap, waar hij in schitterde. Het is bij de Utrechtse steekspelen, geleid door Keizer Henri de Vierde, dat hij zijn bijnaam Arnold de Sterke verkreeg. De ridders maten hun krachten in het speerwerpen. 

Aanvankelijk moesten de Vlaamse ridders het afleggen tegen de andere deelnemers, totdat Arnold het strijdperk betrad. In plaats van zijn speer, greep hij een zware vlaggenast, rukte die uit de grond en wierp hem verder weg dan een van de andere deelnemers zijn speer geworpen had. Trillend drong het zware gevaar. in de grond. Er zouden drie mannen nodig zijn geweest om het op te heffen.

Kort nadien, het mondaine en militaire leven beu, begon hij als novice in de Benedictijnse abdij van Sint Medar van Soissons. Zijn noviciaat verliep zonder belangrijke voorvallen, behalve zijn drie jaren en zes maanden van volledig stilzwijgen.

In 1072 overleed de Abt, en Arnoldus door de kloosterbroeders verkozen, nam op 32 jarige leeftijd, deze zware taak over. In 1081, duidde het Concilie van Meaux, hem aan tot bisschop van Soissons. In 1083, belastte Paus Gregoire VII, Hildebrand met de opdracht een vermaning aan het Graafschap van Vlaanderen over te brengen aan Arnoldus en moest hij zich inspannen om Robert de Fries en de vrede terug te brengen en vooral de orde in Vlaanderen te herstellen.

Zijn missie werd een volledig sukses en in 1084, stichtte hij de Abdij van Sint Pieter in Oudenburg, in een streek vol barbaarse invloeden.

Tot dan was er in dit zo gevulde sobere leven van Arnoldus, geen sprake van bier. En nochtans kende Arnold de adellijke drank, waar hij sinds zijn jeugd al de geheimen leerde kennen in de brouwerij van het vaderlijk kasteel. Zijn vader, Volbrecht, Heer van Tiegem en Meinsinde, was edelman-brouwer en nauw verwant aan het huis van Ridder Amaut van Oudenaarde. Langs moeders zij de stande Arnoldus af van de hertogen van Loos, Leuven, Bergen en Duras. Dat hij zich in de geest van kastijding daarvan onthield is goed aan te nemen. Maar hij beroofde de anderen er niet van en in dit opzicht deed zijn zin voor liefdadigheid hem een mirakel volbrengen dat een vlaamse kroniekschrijver in de volgende woorden neerschreef :

In Oudenburg, was het geduldig en eeuwenoud werk van de monniken van Sint Ursumar verloren, overal ontstond er haat en misdaad. In 1083, had God toch medelijden met zoveel ongeluk en om Vlaanderen van barbaarsheid te redden, zond Hij zijn roemrijke dienaar Arnoldus, hij bouwde op de ruines van het klooster van Sint Ursumar een machtige abdij, die bestemd was om de vrede in de harten te herstel len door zijn werk en gebed.

Weldra werd de kleine stervende stad, gelegen tussen Weiden en Boomgaarden, een overaktieve bijenkorf.

De bouw van de Abdij Sint Pieter bracht in enkele maanden, meer dan 400 werklieden uit al de gelovige landen bij deze arme boeren.

‘s Avonds wanneer het lawaai van de werf, met de laatste truweelslag uitdoofde, lieten de groepen mannen zich vermoeid en vol grijze modder van de polders, vallen op de banken van de herbergen. Het was een groep mensen die zijn toevlucht zocht in de ruwe vrolijkheid die het harde werken opvolgt. Al deze ontwortelde mannen, bouwers van kerken en kastelen, gewend aan goed onthaal, eisten veel drank op en de laatste voorraden van de bewoners dreigden op te geraken.

Het bier dat de dorpelingen in onvoldoende hoeveelheid konden klaar maken, werd ruw betwist. Voortdurend braken er ruzies uit.

Plots brak er een pestepidemie uit bij de Italiaanse marmersteenhouwers en het gerucht dat het water de oorzaak was breidde zich uit.

Er moest iets gedaan worden om het water te zuiveren, gelukkig werd ondertussen de tot de Abdij behorende brouwerij afgewerkt en iedereen kreeg weer moed.

Rondom de kookketels en de kuipen, waren de brouwbroeders druk in de weer met hun roerstokken. De massa arbeiders en de dorpelingen hadden hun werk verlaten om van kortbij het edele bier te kunnen zien, waarvan ze allen de kracht en de gezondheid verwachten.

Plotseling viel met een afschuwelijk lawaai het overbelaste gebouw in. In dit vers chrikkelijke ongeluk zag de menigte een duivelachtige tussenkomst en beslis ten dit vervloekte bouwwerf onmiddelijk te verlaten.

Bisschop Arnoldus, die dringend terplaatse werd geroepen, begreep de dreigende ramp en zijn morele gevolgen op het land dat hij terug tot God moest brengen.

Hij liet in de aangrenzende toren de klokken luiden om zijn volk bijeen te brengen en hun dringend te verzoeken een laatste keer te bidden.

Toetredend op de reusachtige half volle kuip die tussen de ruines stond, stak de bisschop er zijn vergulde bisschopstaf in met een overtuigende zegen. Dadelijk bedekte de vloeistof zich met opbruisend schuim.

De ondertussen op de knieën vallende broeders brouwers zagen een mirakel, want de overblijfsels van de in gevaar gebrachte brouwkuip was onder hun ogen veranderd in bier.

St-Arnoldus, patroonheilige van de brouwers (Standbeeld Tieghem)

Afbeelding : in het St. Arnolduspark te Tiegem (tussen Oudenaarde en Kortrijk bevindt zich boven de bron een steen waarop het brouwersembleem de sluikmand en de roerstok staat afgebeeld.

De opgetogen menigte kon zich laven en de marmersteenhouwers geneesden onmiddel lijk, de pest verliet de streek van Oudenburg. Sint Arnoldus overleed op 16 augustus 1087 te Oudenburg.

Het is door deze legende van Sint Arnoldus, die in 1120 heilig werd verklaard, geeerd is bij de broederschappen van de brouwers en dat hij omringd met de symbolen van de brouwerij troont.

Verschillende kerken en altaren werden ter ere van Sint Arnoldus opgericht. zo hadden de Mechelse brouwers reeds vanaf 1475 hun eigen altaar in de St. Rom boutskathedraal. Te Brussel werd op 4 juni 1678 in de St. Jacobskerk, de huidige kerk van 0.L.V. van Goeden Bijstand, door de brouwersgilde een altaar voor hun beschermheilige opgericht.

In zijn geboorte dorp Tiegem werd een park naar hem genoemd en een kapel ter zijner ere opgericht, in de nabijheid van een bron waar mirakels aan toeges chre ven zijn. Boven de bron bevindt zich een steen waar het brouwers embleem, stuik mand en roers tok uitgehouwen zijn. Vroegers maakten de brouwers, bierstekers, herbergiers en allen die met bier te maken hadden rond Pinksteren een jaarlijkse bedevaart naar de kapel. Later op de dag brachten ze dan een bezoek aan de plaatselijke herbergen, waar ze zich laafden aan meerdere biertjes ter ere van hun patroonheilide Sint Arnoldus.

Zijn feestdag is op 16 augustus en sinds 1458 wordt op die dag te Tiegem feest gevierd. De periode van 15 tot 23 augustus wordt nog steeds de Sint Arnoldusdagen genoemd.

Nog veel andere heiligen hadden een opmerkelijke sympatie tenopzichte van het bier. De middeleeuwse brouwers zagen in hen niet alleen een goedkeuring van de kerk, maar ook de machtige bemiddelaars en beschermers die hun toestondon aan hun zieleheil te werken en de eer van hun edel beroep hoog te houden.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email