Ga naar de inhoud

t Bloxke van Rinus

Voorwoord

Uit het testament van Renier Vandermolen, de jonge, (genaamd Rinus) van 1717, blijkt dat hij de hofstede had in de huidige woning n° 7 Gasthuisstraat (hoek Doelstraat) te Hoegaarden.
De aanpalende grond besloeg het grootste gedeelte van het blok, gelegen tussen Gasthuisstraat, Doelstraat en A. Putzeusstraat, waardoor het de naam kreeg van ” ‘t bloxke van Rinus “.

KBR 't Bloxke van Rinus author

Hij werd in 1648 geboren als zoon van Reynier Meule, (Vandermolen) en Gertruyde Michal Michel ?) van op de Beek en huwde in 1677 met Françoise Petri. Hij was landbouwer en overleed in 1720.
Een overlevingsverhaal gewaagd van Rinus Meulen, die zijn ziel aan de duivel had verkocht voor een grote som geld, om zijn pachthof af te betalen. Doch toen hij het geld niet kreeg zou hij de duivel hebben gedood en in zijn waterput hebben geworpen.

( Verhaal bewaard gebleven door Albertine Dumont, die re later heeft gewoond en het aan haar kinderen vertelde, om hen van de waterput weg te houden).

Na de dood van Rinus zou het pachthof zijn overgegaan op zijn zoon Bernard geboren 1682), brouwer op de Beek, in 1705 gehuwd met Elisabeth Van Osmael uit Outgaarden en nadien met Anne Marie Devroey. Hij was burgemeester en later schepen in de Regentie.
In 1748 bouwde hij een ruime hoeve op de hoek van de Pastorijstraat en de Tommestraat, die de naam kreeg van “Refugie der 11.000 Maagden” ingevolge de prachrige gevelsteen boven de inrijpoort.

Alsdan zou hij het oude “hoff van Rinus” hebben verkocht aan Therese Windelincx, weduwe van zijn kozijn, een andere brouwer op de Beek in ‘t Groot Paenhuys, Bernard Vandermolen ( °1680 +1743)

Vervolgens ging de hoeve over op diens zoon Henricus (1730), tonnen-maker en municipaal agent tijdens de franse tijd, in 1758 getrouwd met Marie Catherine Van Ex.

En tenslotte kwam het eigendom in handen van diens zoon Henricus (°1762), landbouwer, gehuwd met Anne Barbe Hendrickx en in de 2e echt met Ermelindis Bauwin.

Van 1808 tot 1817 werd het pachthof echter in huur gegeven aan het gezin Jan Baptist Van Nerum – Albertine Dumont.
Zij waren beide overachterkleinkinderen van “Rinus Meulen” en bijgevolg in die verhouding verwant met Henricus Vandermolen.
Deze laatste had geen kinderen en maakte op 17 juni 1853 zijn testament ter studie van Notaris Louis Alexander Putzeys in de Koffiestraat (nu A. Putzeysstraat), in tegenwoordigheid van de getuigen:

  • Servaes Sweerts, gemeentebode
  • J.P. Janssens, herbergier
  • Felix Josens, wever
  • Henricus Ausloos, meester schoenmaker.

Hij schonk het vruchtgebruik aan zijn vrouw Ermelindis Bauwin en het blote eigendom, elk voor de helft, aan zijn neef en nicht:

  • Jean Baptist Heps (1795), bakker te Hoegaarden, zoon van zijn zuster uit “volle bedde” Gertrude (°1760) in 1786 gehuwd met landbouwer Jacobus Heps.
  • Elisabeth Bergenine (°1789), gehuwd met landbouwer Jean Baptist Verbeelen en dochter van zijn andere zuster uit “volle bedde” Marie Josephe (° 1761), in 1785 gehuwd met Charles André Bergenina.

Verder ook nog geld aan andere dichte verwanten en een paar financiële regelingen van familiale aard.

Bloxke Rinus Acte de Décès author

Henricus Vandermolen stierf op 17 november 1853 in de ouderdom van 91 jaar en 2 maanden.

In 1857 besloten de erfgenamen, om het pachthof te verkopen en uit de onverdeeldheid te treden.

De openbare verkoop ging door op 13 mei 1857 te 10 uur in de herberg van Guillaume Stockmans op de Plaats, door dezelfde notaris L.A. Putzeys, met als getuigen Servaes Sweerts, gemeentebode en Livinus Vanhagendoren, landbouwer in het Arendsnest.

Het goed moest, bij uitdoving van een waslicht en zonder verder opbod, worden toegewezen aan de meest biedende.

Waren op de verkoopdag ook tegenwoordig:

  • weduwe H. Vandermolen
  • Bauwin,
  • Jean Baptist Heps
  • Elisabeth Bergenina, bijgestaan door haar man Jean Baptist Verbelen.

Het erf stond in de akte beschreven als volgt :

“Een pachthoeve bestaende uyt huys, schuer, stallingen, begiethuys, bakhuys, dry kelders, waterput, mesthof, hof en andere aenhorigheden, groot in oppervlakte vijftien aren tachtig centi aren (1) gelegen te Hoegaarden in de Doelstraat, regenoten (palend aan) dezelfde straet, de Gasthuysstraet, Eduardus Van Nerum (2), Josephus Michel (3), Petrus Dequin (4), de kinderen Medaerts (5), de weduwe Franciscus Smeyers (6), vrouwe de weduwe Joannes Baptista Dumont (7) en Henricus Ausloos (8).

Deze beschrijving stemt vooledig overeen met de ligging van het oude “hoff van Rinus Meulen” en de percelen D343 en D344 uit de Kadaster Legger Popp, art.2178.

KBR 't Bloxke van Rinus author
  • (1) het bebouwd gedeelte bedroeg juist 5 a en 80 ca, en de hof 9 a en 50 ca.
  • (2) woonde op ‘t pachthof Geens (later Peeters) in de Doelstraat, over de huidige schoenhandel Scarpina.
  • (3) percelen D 337 en 338
  • (4) percelen D 339 en 340
  • (5) woonden in de afspanning “Tête de Boeuf” (perseel D 353), later in twee delen gespiltst (huidige nummers 10 en 12)
  • (6) perceel D 350
  • (7) perceel D 346
  • (8) perceel D 345

Bij de uitdoving van het waslicht, werd het eigendom toegewezen aan Lodevicus Nepomucenus Putzeys (1819), verzekerings-inspecteur en zaakwaarnemer te Hoegaarden, kozijn van notaris L.A. Putzeys en in 1854 gehuwd met Anne Catherine Davidts.

Hij was de zoon van landbouwer Servais Putzeys en Catherine Stockmans. Hij verwierf het goed aan de koopprijs van 2.020 fr. en de afkoop van een oude onafgeloste rente.
De gebouwen kwamen vrij vanaf 1 juli 1857 en de hof op 1 november van hetzelfde jaar.

Vanaf toen hield het huis, dat 180 jaren lang aan de familie Vandermolen had toebehoord, op als pachthof te bestaan.

Weduwe Vandermolen-Bauwin vestigde zich als rentenierster te Lummen, wijl de nieuwe koper in ‘t oude hoff van Rinus kwam wonen, waar hij tal van restauratiewerken liet uitvoeren en het gebouw tot een herewoonst inrichtte.

Hij had drie kinderen:

  • Alexandrine 1855 +1917, ongehuwd
  • Victor Henri 1857 +1935 Pastoor te Bomal
  • Julien ° 1960 + 1915, ongehuwd

Ludovicus Nepomucenus Putzeys overleed in 1893 en later kwam het eigendom toe aan zijn zoon Pastoor Victor Putzeys.

Deze wilde er eerst een rusthuis van maken, maar kwam na rijp beraad op zijn beslissing terug en schonk het met bepaalde clausules, aan zijn klein nicht Elise Van Nerum, die lange jaren bij hem te Bomal had verbleven.
Zij was een afstammelinge in de 7e graad van “Rinus” en werd geboren in 1888 als dochter van landbouwer François Van Nerum en Mathilde Davidts en huwde in 1929 met koster Henry Willems.

Zij vestigde zich in het huis, waar haar overgrootouders Van Nerum Dumont van 1808 tot 1817 hadden gewoond en waar haar grootvader Charles Van Nerum in 1811 werd geboren.

Henri Willems overleed in 1971 en zijn weduwe Elise Van Nerum in 1992 in de hoge ouderdom van 104 jaar.
Volgens haar wilsbeschikking, mits naleving van enkele speciale clausulen, had zij haar huis in de Gasthuisstraat 7 voorbestemd aan haar nicht Rosa Van Nerum gehuwd met August Van Nerum.
Hiermede krijgt de Sage van ‘t oude hoff van Rinus een nieuwe wending.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email