Ga naar de inhoud

Het Rusthuis van Hoegaarden (Stichting Vandertaelen - Van Nerum 1883)

Uitgegeven door de Studie- en Navorsingscommissie van het Nieuwhuys-museum te Hoegaarden. [1]

Opgedragen aan de Eerw. Zusters van Sint Vincentius, voor hun liefde en genegenheid die zij betuigen, jegens de ouderlingen en de zieken van het St. Jozef-Rusthuis van Hoegaarden.

Geraadpleegde bronnen

  • Parochieregisters van Hoegaarden. [2]
  • Bevolkingsregisters van Hoegaarden. [3]
  • Aendraghte der inwoonders 2de Sectie« Gete ». [4]
  • Jaar V (1797). [5]
  • Kadastrale Legger Popp 1850. [6]
  • Histoire des Communes Belges « Hongaerde» (Alph. Wouters). [7]
  • Recits Historiques et légendes de Tirlemont (J.B. Nijs) 1900. [8]
  • Geschiedenis van Hoegaarden (Pr. J. Vander Velpen) 1959. [9]
  • Archief der V Geslachten van Hoegaarden [10]
       * Afstammingsstaten Struys-H. Sweerts-Van Nerum.
       * Collateursboek der deken H. Peeters stichting.
  • Familie archief der Gulden Lelie [11]
       * Memorieschriften Elisabeth Van Nerum. 
       * Memorieschriften Dr J.B. Van Nerum.
       * Raadboek der Gulden Lelie.
  • Familieschoon jg 1965 nrs 67-68-69. [12]
  • Notariële akten a Speculo Tienen 1830 en Swinnen Tienen 1874. [13]
  • Beraadslagingen van Schepencollege en gemeenteraad van Hoegaarden. [14]
  • Gemeente archief « Openbare Onderstand» Hoegaarden. [15]
  • Jaarverslagen van ‘t Nieuwhuys-Museum Hoegaarden. [16]

De oudste gegevens

In de Tiensestraat te Hoegaarden, op de plaats waar nu het St Jozef Rusthuis staat, bevond zich in de XVIIIe eeuw een Huys met eene stagie en vier vensters, eene brouwerije in voeghe voor gebruyck, hof, block en aanhanck, groot ses dagmaelen regenoten den steenwegh op Thienen… “.

Deze woning die bij de grootste huizen van het dorp werd gerekend, stond in het jaar V van de Franse revolutie als eigendom vermeld van Brouwer Johannes Franciscus Vandermolen, die op zijn beurt tot de grote eigenaars van Hoegaarden behoorde.

Vermits hij dit huis in 1797 als zodanig aangaf om de grondtaksen te laten berekenen, had hij het al veel langer in bezit en zou het reeds rond 1765 hebben bewoond, bekomen uit de nalatenschap van zijn ouders, na uit de onverdeeldheid te zijn getreden met zijn broeders en zusters.

Joannes Franciscus Vandermolen werd gedoopt te Hoegaarden op 2 juli 1722, als tiende kind en zesde zoon van Meester Brouwer Bernard Vandermolen uit het groot paenhuys” (voormalige brouwerij Loriers) en Barbe Windelincx uit Grimde bij Tienen, onderscheidenlijk gestorven in 1743 en 1761.

Op 19 maart 1762 trad hij in het huwelijk met de brouwersdochter Anna Catharina Struys, geboren 24 april 1736 als kind van Brouwer en Schepen Hendrik Struys uit Houtem St Catharina (stichter van de Struysgilde in het kader der V Notabele Geslachten van Hoegaarden) en van Elisabeth Sweerts (dochter van Meester Brouwer en Schepen Servatius Sweerts uit de Paradijshoeve en van Catharina Peeters uit de Cruysblock en de zuster van Servaes Sweerts, griffier uit de Regentie).

Door zijn huwelijk met een dochter uit deze “eersaeme geslachten, trad hij toe tot de groep der bevoorrechte Schepen families, die te Hoegaarden de scepter zwaaiden en alle bestuursteugels in handen hielden. Behorend tot de machtige brouwersgilde werd hij dan ook snel in de dorpspolitiek betrokken, en werd gezworene in de Dorpsraad, funktie die hij nog steeds bekleedde in 1789, toen te Hoegaarden de revolutionaire troebelen tegen de oude geslachten losbraken. 

Hij overleed op 28 augustus 1812 en had twee zonen en zes dochters. De tweede zoon, ook Joannes Franciscus genaamd, geboren op 8 november 1764 en in 1786 getrouwd met Elisabeth Pareng uit Tienen, kwam na de dood van zijn ouders in het bezit van voornoemd eigendom. Doch hij had zich te Overlaar gevestigd en gaf het huis in de Tiensestraat, dat de naam van ” Pannenhuys” droeg, in huur uit. Later in 1830 werd het verkocht aan hun neven Constant Vandertaelen en Elisabeth Van Nerum.

De nieuwe eigenaars

Op 26 juli 1830 verschenen Constant Vandertaelen en Elisabeth Van Nerum ter studie van Notaris Cornelius Ferdinand a Speculo te Tienen, om hun huwelijkskontrakt (alles aan de langstlevende) af te sluiten en ook om zich het “Pannenhuys” aan te schaffen en op hun naam te zetten. Zij stamden alle twee uit rijke families, die een goede bruidschat hadden meegegeven. 

Constant Vandertaelen en Elisabeth Van Nerum

Zij vestigden zich in hun nieuwe woonst, die vanaf dat ogenblik “Huis Vandertaelen” genaamd werd en lieten het gebouw restaureren en rijkelijk verruimen. Zo ontstonden de brede inkomhal met eiken trap, vier ruime woonplaatsen, een koetshuis met stal en hooizolder (huidige kapel) en een uitspan (nieuwe zitplaats der ouderlingen tegen de straat). De moeder van Elisabeth (weduwe Jean Van Nerum – Sweerts) kwam bij hen inwonen tot aan haar dood in 1839.

Constant Servais Vandertaelen werd te Leuven geboren op 31 juli 1803 als zoon van Joseph Josse Vandertaelen, hoogleraar in de medecijnen aan de Leuvense Universiteit en van Marie Josephe Seny en als kleinzoon van Pierre Josse Vandertaelen, geneesheer te Tienen en Anna Catharina Sweerts uit Hoegaarden (dochter van Hubertus Sweerts, gezworene – rekenplichtige in de Dorpsraad en stamvader van de Groene Klavergilde, behorend tot de V Geslachten).

Pierre Joseph Vandertaelen, de oudste broeder van Constant was Vrederechter te Leuven en zijn andere broeder Hubert Joseph geneesheer in dezelfde stad.

Anne Elisabeth Van Nerum zag het levenslicht te Hoegaarden op 8 september 1808 als dochter van Brouwer Jean Van Nerum en Elisabeth Sweerts (kleindochter van de gezworene Hubertus Sweerts) en als kleindochter van Joannes Van Nerum, Notaris, brouwer en Schepen in de Regentie (zoon van Meester Brouwer en Schepen Carolus Van Nerum, stamvader van de Gulden Leliegilde). Elisabeth was slechts 15 maanden oud toen haar vader stierf.

Gezien zij Hubertus Sweerts als gemeenschappelijke overgrootvader hadden, was Constant Vandertaelen met zijn kleinnicht getrouwd, zoals blijkt uit onderstaande afstammingsstaat. Bijgevolg behoorde Elisabeth Van Nerum zowel tot de Groene Klavertak als tot de Gulden Lelie, terwijl Constant Vandertaelen door zijn huwelijk ook bij de Leliegilde werd opgenomen. Zij waren dus beiden rechtstreekse bloedafstammelingen uit de V Geslachten van Hoegaarden, waarvan hun gemeenschappelijke voorouders opklommen tot in de Oude Vroedschap. 

Afstammingsstaat van de V-Geslachten author

Constant Vandertaelen was zakenman en partikulier en liet ook de oude brouwerij terug in werking stellen, waarvoor hij tot in 1853 brouwpatent betaalde en oefende bovendien met. de hulp van knechten het landbouwersberoep uit.

Zij hadden volgend personeel in dienst:

  • Pierre Dondas uit Geetbets, geboren in 1799
  • Antoine Dekock uit Hoegaarden, geboren in 1802
  • Marie Elisabeth Vanhulst uit Meldert (weduwe van Joseph Faisant) geboren in 1805
  • en later ook nog Pierre Drossart uit St Jans Geest geboren. in 1822.
 

De  Brabantse vlag

Toen in augustus en september 1830 in ons land de opstand broeide tegen het Hollands gezag, omdat Willem van Oranje de vrijheid van drukpers en godsdienst aan banden legde, kwam Auguste de Behault de Carmois van uit het Walenland naar Hoegaarden en Tienen afgezakt om er vrij willigers te ronselen.

Hij liet aan het gemeentehuis de Hollandse kleuren neerhalen en door de Brabantse vlag vervangen, terwijl zij ook aan het huis Vandertaelen werd omhoog gehesen (dit volgens de overleveringsverhalen van de families Maes en Ausloos). Met zijn groep vrijwilligers nam de Behault deel aan de gevechten van oktober 1830 tussen Leuven en Antwerpen.

De verschijning van de Brabantse vlag aan het huis Vandertaelen, het voormalig “Pannenhuys” laat ons veronderstellen dat Constant de Belgische Onafhankelijkheid goed gezind was en misschien bevriend met de Behault of met de Tiense leiders van de opstand.

Zulks zou niet te verwonderen zijn, want voor zijn huwelijk woonde hij immers te Tienen waar hij een zakenagentschap had en Luitenant was van de Schuttersgilde St Joris zodat hij vanzelfsprekend nog onder de invloed leefde van deze stad. waar hij allerlei vooraanstaande personen kende.

Hun enige zoon

Uit het huwelijk Vandertaelen x Van Nerum sproot slechts één zoon, Henri, geboren op 5 maart 1832 en de volgende dag ten doopsel gehouden door zijn peter en meter :

  • Henri Van Nerum, geneesheer en oud-burgemeester te Hoegaarden zijn oud-oom (oom en voogd van zijn moeder).
  • Marie Josephe Seny, zijn grootmoeder.

Henri was de enige afstammeling in leven uit de stamvertakking van Joannes Van Nerum, waarop eens alle fortuin zou overgaan en alle hoop was gericht.

 

Een kwart eeuw geluk en voorspoed

In betrekking met haar huwelijksleven schreef Elisabeth Van Nerum in haar memorieschriften het volgende: “Contracté mariage le 4 VIII 1830 avec Constant Vandertaelen né à Louvain en 1803 et issu des familles Vandertaelen et Seny, j’ai eu pendant un quart de siècle la vie d’une épouse d’un homme d’affaires, pleine de bonheur et de prospérité “.

Dat het echtpaar Vandertaelen x Van Nerum bemiddelde mensen waren, blijkt voldoende uit al hun grondbezittingen waarvan een groot deel later bij testament aan de gemeente Hoegaarden werd geschonken. Volgens de Kadastrale Legger Popp, art. 938 bezaten zij 96 a 80 ca land onder Houtem, 7 ha 46 a onder Overlaar, 4 ha 80 a 40 ca in de dorpskom, waaronder hun huis met aanpalend goed, groot 13 a 20 ca, 1 ha 39 a 40 ca onder Nerm, 77 a 80 ca onder Schoor, 42 a 80 ca onder Kerkoverlaar, 5 ha 42 a 70 ca over de Gete, 2 ha 51 a 50 ca te Altenaken, 1ha 1 a 50 ca onder de sectie N, hetzij in totaal 24 ha 78 a 90 ca.

Bovendien zou Elisabeth na 1860 ook nog een huizenblok hebben gekocht van de familie Coenegras, gelegen naast het huidige gemeentehuis van Hoegaarden met een aanpalende schuur in de A. Putzeysstraat. Deze blok, volgens een muursteen daterend van 1689, zou door Elisabeth achteraf geschonken zijn geweest aan haar petekind en achterkleinkozijn Gorgon Van Rickstal (uit de Groene Klavergilde), langswaar de schuur overging op diens zuster Jeanne van Rickstal, (Gustave Vervoort).

Aandeel in het Gildeleven

Nopens haar afstamming uit de geslachten, haar geboorte en jeugdjaren, schreef Elisabeth Van Nerum in haar memorie-schriften het volgende:

Comme mon père mourut XV mois après ma naissance. c’est ma mère qui m’a donné une éducation chrétienne, pleine d’admiration et de respect pour ma famille

Suivant un profond désir de mon père regretté, elle m’a raconté la belle histoire de nos deux familles à un cœur, dont je suis le couronnement. Ma mère m’a délaissé une broderie contenant les armes de ces deux familles. ” 

Zij moet wel geweldig fier geweest zijn op haar afstamming uit de families Van Nerum en Sweerts, waarvan beweerd werd dat zij met hetzelfde hart beminden en waarvan Elisabeth zich zelf de bekroning noemde. In haar schriften liet zij ten andere een gekleurde pentekening na van een hart waarin haar afstamming stond aangegeven, met de vermelding Deux familles, un cœur

In 1828 bij de 50ste verjaring van de Gulden Lelie, werd besloten een familiegrootboek in te stellen. De toenmalige ouderdomsdeken Henricus I, oom en voogd van Elisabeth Van Nerum, stelde hiervoor zijn twintigjarig nichtje aan

Ziehier wat zij hierover schreef

Sur demande de mon oncle Henri et suivant un dernier désir de feu mon père, j’ai commencé en 1828 a rassembler les mémoires de famille. Ce travail fut entreprit par suite d’une décision du Conseil de la Confrèrie dit le lis d’or et à l’occasion de son 50ème anniversaire. Ces mémoires ont été dressées à l’aide des notes déjà établies antérieurement par les membres du dit conseil et en collaboration étroite avec le Docteur J. Bt. Van Nerum et d’autres apparentés

Un pélérin de passage les à inscrit en caractères d’art sur du parchemin et furent présentées à la famille en 1838. Mais lors d’un incendie survenu en 1854 la partie majeure de ce chef d’œuvre fut détruite par les flammes. Une partie minime seulement à pu être reconstituée, avec l’aide de Monsieur le Curé (E.H. Deelen)

Uit dit memorieschrift vernemen wij, dat Elisabeth Van Nerum in 1828, volgens de laatste wens van haar vader en op aanvraag van haar oom, ingevolge een beslissing van de Raad der Gulden Lelie ter gelegenheid van haar 50 jarig bestaan, alle familieinlichtingen begon te verzamelen, ten einde de reeds bestaande stamboomgegevens aan te vullen.

Een doortrekkende pelgrim schreef alles in kunstletters op perkament in een grootboek neer, dat in 1838 aan de familiegilde werd geschonken. In 1854 bij een brand werd het grootste gedeelte van dit boek vernietigd en kon er slechts een miniem deel terug worden samengesteld.

Ook Constant Vandertaelen trad aktief in het gildeleven op. In september 1827 toen Joannes Sweerts (oom van Elisabeth) was gestorven, die vanaf 1819 als 2de Collateur fungeerde in de studiebeurzenstichting van Deken H. Peeters (familiefundatie der V Geslachten) viel de keuze op Constant Vandertaelen uit de Groene Klaver, om hem op te volgen. Van 1819 tot 1826 had hij van de beurs genoten, om zijn humaniteiten te Tienen te voleindigen en trad een jaar later tot de Fundatieraad toe.

Door wederzijdse bedrijvigheid in de schoot van de familiegilden, kwamen zij meer met elkaar in kontakt, waardoor een geheime idylle ontstond, die later tot een huwelijk uitgroeide.

In 1841 werd Constant Vandertaelen bovendien tot Griffier van de Sweertsgilde uitgeroepen en als Raadsheer in de hoofdraad van de Confrerie verkozen, ter vervanging van Jean Henri Lintermans (kleinkozijn van Elisabeth), die tot onderdeken was opgeklommen. En van 1848 tot aan zijn dood richtte hij in zijn huis een kamer in, waar de Confrerieraad beraadslaagde.

Hij heeft de Confrerie gediend tijdens de jaren, dat zij ingevolge politieke meningsverschillen een crisisperiode door maakte, maar steeds heeft hij in eer en geweten beide funkties vervuld tot aan zijn dood.

In de politiek

Door zijn afstamming uit de voormalige Schepenfamilies, die zich in 1741 tot doel hadden gesteld het bewind te Hoegaarden gedurende minstens vijf generaties in eigen geslachten te houden, viel het aan Constant Vandertaelen moeilijk om zich buiten de dorpspolitiek te houden.

Bij het opkomend liberalisme hadden de katholieken van de oude stempel, die conservatief gezind waren, een Club gevormd waarvan Vandertaelen aan het hoofd stond, om de gemeente te vrijwaren tegen de progressistische “Clan ” van de nieuwe doctrine, die de ” Club ” als een “alliance monstreuse betitelde.

Maar in feite waren de ” Club ” en de ” Clan” aanvankelijk niets anders dan twee politieke groepen, die zich in de schoot der V Geslachten hadden gevormd, om elkaar de macht te betwisten, maar met de tijd sleepten zij het ganse dorp achter zich in een hartstochtelijke tweestrijd.

In 1849 werd Vandertaelen tot gemeenteraadslid verkozen, doch de liberale “Clan” diende tegen zijn verkiezing een petitie in. Maar de Bestendige Deputatie weerlegde het protest en bekrachtigde de benoeming van Vandertaelen die in de eed werd gesteld:

“Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du peuple Belge”

Vandertaelen maakte deel uit van de Commissies voor Personenbelasting en onderhoud van de Buurtspoorweg, twee zeer ondankbare taken.

In 1850 kwam hij met zijn politieke vijanden bijna in duel. Dr Jean Bapt. Van Nerum (griffier der Gulden Lelie) daagde hem uit en liet hem zijn wapen kiezen. Het duel zou doorgaan. in de ” Cluys” in het bijzijn van vier getuigen, twee uit elke partij. Maar tijdig kon deze strijd verhinderd worden.

Toen stelde de “Clan ” zich tot doel Vandertaelen te kelderen en bij de partiële verkiezingen van 1851 werd hij niet meer verkozen. Doch in 1854 zon de “Club” op weerwraak en bracht hun leider Vandertaelen opnieuw in de gemeenteraad, waar hij zetelde tot aan zijn dood.

Overlijden van de meester des huizes

Op 7 juli 1856 werden in het huis Vandertaelen alle luiken gesloten, want de “Meester des Huizes was schielijk overleden in de ouderdom van 53 jaar, ingevolge een hartcrisis. Zijn dood werd ten gemeentehuis aangegeven door zijn hoeveknecht. Antoine Dekock, en zijn gebuur, schoenmaker Jean Baptiste Geenis.

Constant Vandertaelen kreeg een plechtige uitvaart, bijgewoond door vele familieleden, vrienden en kennissen. Hij werd ten grave gedragen door de Confrerie der V Geslachten, de leden van de katholieke Club, de schutters der St Jorisgilde uit Tienen en het gemeentebestuur.

Zijn stoffelijk overschot werd in een familiekelder op het oude kerkhof langs de koorzijde van de Sint Gorgoniuskerk bijgezet, waar zijn rivaal, de liberale Burgemeester Alexandre Putzeys, een treffende lijkrede uitsprak.

De zoon volgt zijn vader op

Na de dood van zijn vader had Henri Vandertaelen, die pas 24 jaar was, hem in de Confrerieraad als Raadsheer en ook als Griffier Comptorist in de Raad van de Sweerts-alliantie vervangen, terwijl hij eveneens bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1857 tot gemeenteraadslid en later tot Schepen werd verkozen. Dat was de erkentelijkheid van de gildeleden en de Hoegaardse stemgerechtigden, tegenover de weldaden van zijn vader, een man die pas begrepen werd na zijn dood.

Henri Vandertaelen bewerkte de verzoening met zijn achter kleinkozijn Dr J.B. Van Nerum en richtte in 1860 samen met deze en met zijn achterkleinkozijn Charles Emanuel Loriers en in samenwerking met Burgemeester Alex. Putzeys, te Hoegaarden een muziekmaatschappij op onder de naam “Société de musiques Les Mélomanes de la Grande Ghète”

En dan op 28 mei 1862 ging Henri Vandertaelen een luisterrijk huwelijk aan met Blandine Coenegras (geboren 26 februari 1834 als dochter van de rijke grondeigenaar Servaes Coenegras en Marie Cathérine Meugens). Zij was de schoonzuster van Notaris Felix Crampen uit Tienen.

Als getuigen traden op:

  • Hubert Vandertaelen, geneesheer te Leuven (zijn oom)
  • Pierre Vandertaelen, vrederechter te Leuven (zijn oom)
  • Pierre Jean Joseph Meugens, pachter te Oorbeek (haar oom)
  • Pierre Henri Coenegras, pachter te Hoegaarden (haar broer).

Helaas op 27 januari 1864 stierf zijn jonge vrouw met haar doodgeboren zoontje in het kraambed, zodat de familie Vandertaelen opnieuw in diepe rouw werd gedompeld. Alsdan bleef Henri in de Tiense straat bij zijn moeder wonen, die sinds 1856 weduwe was geworden en zocht vergetelheid in het verenigingsleven en de politiek.

In 1865 werd hij, ter vervanging van zijn achterkleinkozijn Burgemeester Alex. Putzeys, tot Voorzitter van de Harmonie verkozen.

De politieke strijd had in de schoot der V Geslachten weer de bovenhand genomen en leidde tussen 1865 en 1870, samen met een conflict inzake studiebeurzenstichting, tot het verval en de ontbinding van de Confrerie. Alleen de Gulden Lelie bleef bij wonder bestaan, waar zijn moeder Elisabeth Van Nerum sinds 1865 ter vervanging van Dr. J.B. Van Nerum het griffierschap waarnam.

In 1871 werd uit de katholieke “Club ” het Heilkomiteit geboren, opgericht door Vandertaelen, die tot Schepen werd benoemd en nog vier andere leden uit de Gulden Lelie. Dit komiteit stelde zich tot doel, met alle middelen en alle macht het liberalisme te breken en de katholieken aan de macht te brengen. Hier kan de vraag worden gesteld, als het Heilkomiteit, aanvankelijk geen geheim politiek instrument was in de schoot van de Gulden Lelie.

In 1873 na woelige debatten in de gemeenteraad kwam het tot de splitsing van de harmonie, Vandertaelen bleef Voorzitter van de katholieke fractie, terwijl Burgemeester Alex Putzeys terug het Voorzitterschap van de liberale fractie opnam.

Net zoals zijn vader werd hij plechtig ten uitvaart begeleid door de leden van het Heilkomiteit, de familiegilde, de katholieke harmonie en het gemeentebestuur. Weer was het Burgemeester Alex. Putzeys die de lijkrede hield en lof bracht over het gepresteerde werk van Schepen Henri Vandertaelen.

Volledig ten dienste van de Gulden Lelie

Na de dood van haar echtgenoot in 1856 had Elisabeth Van Nerum, de funktie van griffierster in de Raad van de Gulden Lelie aanvaard, ter opvolging van haar kleinkozijn Dr. J.B. Van Nerum, die wegens politieke ” meningsverschillen inzake “Club” en Clan ” de gilde sedert geruime tijd ondermijnde en eindelijk zijn ontslag had ingediend.

Om de bloei van de gilde te handhaven en terug de samenhorigheid te bewerken, was zij zelfs met de hulp van haar kleinkozijn Edouard Van Nerum, tot de oprichting overgegaan van een jeugdkring, een soort van familiepatronaat, in de schoot der Gulden Lelie.

Hieromtrent lezen wij in haar gedenkschriften: “De concert avec Edouard Van Nerum, j’ai fondé en 1856 un cercle pour les enfants de notre famille, dans le but de leur apprendre l’histoire de nos ancêtres. Le dit cercle se réunissait chez moi (dus in haar huis) et avait son propre comité, dont les membres prêtaient serment “.

Deze kring had zijn eigen bestuur, waarvan de leden in de eed werden gesteld, terwijl de kinderen uit de gilde tijdens hun bijeenkomsten, de schoonheid van hun geslacht leerden.

Elisabeth Van Nerum was de ziel van alle gildeleven en offerde zich volledig op voor het welzijn van de Gulden Lelie en het heil van het kinderpatronaat, waarin zij afleiding en troost vond na de dood van haar gemaal.

In eenzaamheid

De vrouw die later de stichteres werd van het Rusthuis van Hoegaarden, werd in het begin van de tweede helft der XIXe eeuw door een reeks grote tegenslagen getroffen, die van haar een gebroken moeder maakten en haar tot het besluit brachten, zich in alle eenzaamheid terug te trekken.

Het verlies van haar echtgenoot (1856), van haar schoondochter en kleinzoontje (1864), van haar enige zoon en erfgenaam waarin zij al haar hoop had gesteld (1873), de ontbinding van de Confrerie der V Geslachten (1870) en de onenigheden in de rangen der Gulden Lelie, die haar levensideaal waren en waaraan zij zich gedurende 18 jaar lang met hart en ziel had geschonken, maakten van haar een hartgebroken en troostloze moeder.

Na lang en rijp beraad besloot zij zich in alle eenzaamheid terug te trekken, haar testament te maken en haar ontslag als griffierster in te dienen bij de Gilderaad. Zij duidde Edouard Van Nerum als haar opvolger aan, die haar diende te beloven, de familieschriften en stamboomgegevens voort te zetten en aan de latere generaties over te maken.

Alleen de jeugdkring, die haar levenswerk was geweest, wilde zij bewaren en zou deze voortzetten met de medewerking van Felicia Van Nerum (dochter van Edouard Van Nerum), aan wie zij haar memorieschriften en kwartierstaten schonk, nadat hiervan eerst afschriften waren gemaakt, die aan de verschillende stamvertakkingen werden toegekend.

Dit alles blijkt uit haar schriften die zij op 12 december 1874 in haar memorieboek neerschreef:

En 1784 après avoir fait mon testament, ces notes (uit het Grootboek) ont été recopiées en plusieurs exemplaires, dont copie fut remise à chaque branche de notre famille, lors de l’assemblée de la Confrérie (Gulden Leliegilde).

Mon successeur Edouard Van Nerum à promit solennellement. de complêter ces mémoires et de les remettre à la future génération. Ainsi fut fait à Hougaerde le 12 XII de l’an 1874, suivant les dernières volontés de nos ancêtres et que cela soit respecté à travers les siècles “. 

Vanaf dan leefde zij in eenzaamheid binnen de muren van haar woonst, waar de kinderen uit het familiepatronaat, nicht Vandertaelen” kwamen groeten.

Een edelmoedig besluit

Gedurende haar ganse leven heeft Elisabeth’s moeder zich opgeofferd voor de zieke en arme mensen van Hoegaarden. Samen met haar dochter bezocht zij regelmatig de huizen, waar ziekte en nood heersten en gaf bijstand waar ze kon. Na haar dood in 1839 zette haar dochter Elisabeth dit liefdadigheidswerk voort en offerde zich op waar het moest. Met een korf aan haar arm, vol met levensmiddelen, geld, kledingsstukken en geneesmiddelen, trof men haar aan in de armste wijken van het dorp en ver tot in de gehuchten. Zij verzorgde de zieken, schonk troost aan de lijdenden en bood milde hulp aan de armen, die haar “het goede Madameke Vandertaelen” noemden. Dit werk zette zij voort tot in 1874.

Rond 1872 werd de familie Maes door erge ziekten en zware rampen getroffen. Elisabeth Van Nerum stond hun krachtig bij, terwijl haar zoon Henri milde sommen verzamelde en zelf een aanzienlijk deel schonk, ten voordele van de getroffen familie. Uit dank en erkentelijkheid vervaardigde een lid uit deze familie in het Klooster van Hoegaarden, eigenhandig twee prachtige borduurwerken op kanefas. Zij stelden de H. Henricus en de H. Florence voor, die aan Henri Vandertaelen bij zijn verjaardag in 1873 werden aangeboden.

Deze kunstwerken kwamen later in het bezit van Clemence Maes en werden via de familie Marchal aan de Gulden Lelie geschonken. Heden prijken zij in ‘t Nieuwhuys-museum naast de Erestand der V Geslachten.

Toen in 1873 haar enige zoon en erfgenaam was gestorven en zij de laatste was van haar stamvertakking, bleef Elisabeth Van Nerum volledig bezield met het lot van zieken en armen. en nam een edelmoedig besluit dat zij zelf als volgt in haar memorieschriften neerschreef:

“En pleine tristesse et étant la dernière de ma lignée, j’ai décidé ensuite de mettre tous mes biens à la disposition de la commune pour l’instauration d’un hospice pour les malades et les vieillards de notre village. Mon testament fut acté le 29 VII 1874 par le Notaire Swinnen de Tirlemont. Cette décision fut prise par suite d’un événement qui m’a touché profondément.

Un jour ma mère revenant de Aelst (onder Hoegaarden) où elle avait soignée un malade, elle me disait les larmes aux yeux c’est bien triste que notre commune ne possède pas d’hospice pour tous ces pauvres. Après moi tu continueras à leurs rendre visite et à les soigner.

Dieu te recompensera,  chère maman, qui mourut le 18 III 1839 et qui fut enterrée non loin de mon père. Ses derniers désirs étaient de toujours respecter les volontés de mon père, de vivre une vie exemplaire et d’être bon pour les malades et les vieillards “.

Par cette donnation j’ai cru satisfaire à la volonté de ma chère maman, qui mourut le 18 III 1839 et qui fut enterrée non loin de mon père. Ses derniers désirs etaient de toujours respecter les volontés de mon pére, de vivre une vie exemplaire et d’être bon pour les malades et les vieillards “.

Het besluit om haar huis en goederen aan de gemeente te schenken voor de inrichting van een hospitaal voor zieken en ouderlingen en dat zij op 29 juli 1874 op testament bracht voor Notaris Swinnen uit Tienen, werd haar ingegeven door een gebeurtenis die haar altijd was bijgebleven en diep had getroffen. Op zekere dag keerde haar moeder terug uit het gehucht Aalst, waar zij een zieke was gaan verzorgen, toen zij met de tranen in haar ogen aan haar dochter zei: “het is wel droevig dat onze gemeente geen hospitaal heeft voor al die arme mensen. Ik vraag U om na mijn dood mijn werk voort te zetten. God zal U hiervoor belonen “.

Hieronder volgt de vertaling van haar testament, afgelegd in haar huis te Hoegaarden voor de Notaris uit Tienen en in ‘t bijzijn van de getuigen Leopold Gaspar Pilloy, steenkapper, August Evrard, landmeter (haar kleinkozijn), August Ausloos, landbouwer en Eugène Medaers, herbergier, allen uit Hoegaarden.

Ik schenk en legeer aan de gemeente Hoegaarden de volgende onroerende goederen :

  1. Mijn huis, bestaande uit een woonhuis, een schuur, stallen en paardenstal, een gemuurde koer, een hof door hagen afgesloten en alle andere aanhangsels, in totaal 26 a 34 ca, voorkomend onder sectie D nr 303 en 304, palend aan de steenweg (naar Tienen), de wegel naar de kerk (Astridlaan), Maes en Dewil. Ook schenk en legeer ik aan de gemeente Hoegaarden, alle meubels en linnengoed, die er bij mijn dood zullen staan.
  2. Een stuk land van 50 a 50 ca op ‘t Smisveld, onder sie D 319.
  3. Een stuk land van 26 a 34 ca te Overlaar, onder sie C 341
  4. Een stuk land van 1 ha 36 a 72 ca op de Dievestraat naar Oorbeek, onder sie C 36.
  5. Een stuk land van 47 a op de Groenweg, onder Sie B 209 a. 160.
  6. Een stuk land van 36 a op de Reugelstraat, onder sie C 160.

De gemeente mag over al deze goederen beschikken in vol eigendom en de vruchten genieten, vanaf de dag van mijn dood, met last om in het huis vermeld onder 1, een burgerlijk hospitaal in te richten voor de zieken van de gemeente en het ten eeuwigen dage als dusdanig te onderhouden.

Ik verlang dat dit hospitaal ingericht wordt in het jaar van mijn dood en als opschrift dragen zal: ” HOSPICE VANDERTAELEN – VAN NERUM” in een blauwe steen, boven de ingangsdeur te plaatsen, met het jaartal van mijn dood.

De oprichting van het hospitaal heeft tot doel, de armen van de gemeente te verlichten en aan de gemeente de aanschaffing van zulkdanige instelling te vergemakkelijken.

Tot testamentuitvoerder benoem ik Clement Ingendael, notarisklerk te Tienen, aan wie ik de mobilaire bezitneming en 500 fr schenk voor alle onkosten te dekken.

Gedaan te Hoegaarden in het huis van de testamentgeefster, 1874 de 29 juli te 16,30 uur.

Haar andere grondeigendommen gingen naar haar neven en nichten uit de families Vandertaelen-Sweerts en Van Nerum en ook aan haar knechten en meiden.

Haar andere grondeigendommen gingen naar haar neven en nichten uit de families Vandertaelen-Sweerts en Van Nerum en ook aan haar knechten en meiden.

Aldus geschiedde zoals zij haar laatste wensen had uitgedrukt. Haar schenking werd aanzien als een laatste weldaad van die twee eens zo innig verbonden en vooraanstaande families Van Nerum en Sweerts, die zulke grote rol hadden gespeeld in de geschiedenis van Hoegaarden.

Afbeelding

Constant Vandertaelen en Elisabeth Van Nerum. schenkers van het Rusthuis van Hoegaarden (1873).

Haar overlijden

Rond 1880 was de 16-jarige Felicitée Gilis in het huis Vandertaelen komen inwonen. Elisabeth Van Nerum had een bijzondere genegenheid voor dit meisje en wierf haar als “gezelschapsjuffer” aan. Het was zij die haar meesteres, op 3 april 1883 om 11 uur ‘s morgens, de ogen sloot na haar tot op het laatste ogenblik te hebben bijgestaan en verzorgd.

Clement Stockmans, industrieel en gebuur en August Cloots, knecht en gebuur spoedden zich naar het gemeentehuis om het overlijden van de “Weduwe Vandertaelen” te melden. En wanneer de doodsklok luidde, sloten zich alle luiken in de arme wijken waar het “goede Madameke Vandertaelen”  eens hulp had geboden.”

Op zaterdag 7 april om 10 uur werd zij ten grave gedragen. en bijgelegd in de familiekelder naast haar echtgenoot. Rond haar laatste rustplaats stonden haar familieleden en haar talrijke vrienden en kennissen geschaard. Een arm vrouwtje uit Nerm legde bloemen neer en sprak met ontroerde stem “Dank U Madameke Vandertaelen, dank U gij hebt de hemel verdiend “. Zo luidde haar lijkrede.

Met Elisabeth Van Nerum verdween de vrouw die zich lange jaren met hart en ziel aan de familiegilde had geschonken en menige weldaad had verricht voor arme en zieke dorpsgenoten.

Aan Edouard Van Nerum had zij enkele dagen voor haar dood, toen zij reeds bedlegerig was, gevraagd om haar stamboomwerk voort te zetten, opdat de nakomelingen uit de Geslachten hun voorouders zouden eerbiedigen en hun voorbeelden volgen. Aan Felicia Van Nerum had zij toen ook het wapenboek van haar ouders geschonken.

Haar leven, haar stichtingen en betrachtingen maakten van Elisabeth Van Nerum een groot maar nederig figuur, die in de annalen van Hoegaarden en vooral in deze der V Geslachten zal vereeuwigd blijven.

Uitvoering van het testament

Na haar dood werd het testament ten uitvoer gebracht. De laatste wilsbeschikkingen van Elisabeth Van Nerum werden te Tienen op 4 april 1883 geregistreerd in de rol 262 j 64 re ce 7 door de ontvanger Drecx. Een eensluidend afschrift, opgesteld door Notaris F. Delacroix uit Tienen (opvolger van Not. Swinnen), berust in het gemeentearchief ” Openbare Onderstand ” van Hoegaarden, met kopij in het archief der V Geslachten.

De gelegeerde eigendommen werden aan de gemeente van Hoegaarden overgemaakt en Burgemeester Leopold Lodewijckx (voormalige ondervoorzitter van het Heilkomiteit) met de oprichting van het hospitaal belast. Datzelfde jaar nog werd er overgegaan tot de voorlopige inrichting ervan.

Sint-Jozefsrusthuis (OCMW) ©Rb

Maar de vrome instelling geraakte enkele jaren later reeds in verval, wegens de politieke onenigheden die te Hoegaarden menig goedbedoeld streven hebben gedwarsboomd, zonder dat iemand de zaak aankloeg en zonder de minste reactie van de familie, omdat op het einde van de XIXe eeuw de Gulden Lelie ook in verval was geraakt.

De edele stichting verviel tot een leegstaand gebouw dat achtereenvolgens gebezigd werd voor het opstapelen van allerlei gemeentemateriaal, als huurkazerne en noodwoning voor enkele gezinnen.

Gedurende meer dan een halve eeuw diende er gewacht, alvorens de beslissing getroffen werd om het testament te doen. eerbiedigen. Maar ondertussen werd toch de pacht van de gronden geïnd.

Men diende te wachten tot in 1953 toen Burgemeester Michel Giroulle er uiteindelijk in slaagde het onrecht te herstellen en de testamentschennis uit te wissen.

In voorbeeldige samenwerking met Pastoor Heuysdens en wijnhandelaar Goidts, werd het gebouw prachtig door Architekt Alphonse Stockmans gerestaureerd en de oude paardenstal tot kapel verbouwd, alles volgens de oude Brabantse bouwstijl.

Sint-Jozefrusthuis (Ocmw) eetzaal ©Rb

Voortaan kreeg de schenking een nieuwe bestemming onder de benaming van “St Jozef Rusthuis voor ouderen van dagen “. Betrekkingen werden aangeknoopt met de Eerwaarde Zusters van de H. Vincentius a Paulo van Opwijk, die enkele nonnen naar Hoegaarden stuurden om de ouderlingen met liefde en genegenheid te verzorgen.

Bescherming over het rusthuis

In 1961 werd de Gulden Lelievereniging, na meer dan een halve eeuw verval, terug opgericht. De oude tradities werden in alle luister hersteld, het familiearchief bovengehaald en de familiestichtingen ter harte genomen. Een ingesteld onderzoek ter eerbiediging van de testamentuitvoering leidde tot de meest bevredigende resultaten. Een afvaardiging uit de Gilderaad begaf zich naar het Rusthuis, waar zij ooggetuige was van de vele woorden van lof der ouderlingen ten opzichte van de stichting en van de Eerwaarde Zusters.

Bij de grote weldoeners van het Rusthuis bevonden zich Jean Marie Lowet-Oury en zijn zuster Thérèse (afstammelingen. uit de Hubertus Sweertsgilde, genaamd de Groene Klaver), de Paters van Meldert en het Klooster van Hoegaarden.

In 1966 voegde de Gulden Lelie zich bij deze weldoeners, tijdens een plechtige ceremonie die in het Rusthuis plaats greep op 19 maart. De volledige Gilderaad onder het gezag van de ouderdomsdeken, begaf zich naar de instelling en werd er ontvangen door de leden van de Openbare Onderstand van Hoegaarden en de Eerwaarde Zusters. Moeder-Overste Alma stelde de Raadsleden aan de ouderlingen voor. De gildesekre taris bracht hulde aan de Zusters en de Commissie voor hun onbaatzuchtige werking in het kader van de liefdadigheid.

Hij noemde het een onbeschrijflijke vreugde en een eer, om in dit gebouw de akte van bescherming te mogen afkondigen en een Erekader te mogen schenken met de foto’s van de stichters Vandertaelen-Van Nerum, die door hun mildheid de oprichting hebben mogelijk gemaakt.

De Erekader werd plechtig onthuld onder volgende woorden: ” De edele stichting strekt ons geslacht tot eer en wij beschouwen het als een heilige plicht, onze bescherming aan de stichting te verlenen. Moge deze kader ten eeuwige dage op de Ereplaats van dit huis vertoeven, als symbool van edelmoedige naastenliefde en liefdadigheid “.

Alsdan werd de akte van verbintenis door de Commisie van Openbare Onderstand, door de Eerwaarde Zusters en door de Raadsleden uit de Gulden Lelie ondertekend, luidend als volgt:

De Gulden Lelie, familiegilde Van Nerum, heeft tijdens haar Raadszitting van 11 december 1965, besloten wat volgt:

Gezien haar diepe gehechtheid aan de aloude tradities van haar voorouders
Gezien het doel van haar stichting door het voorgeslacht vastgelegd
Gezien het naleven van haar statuten inzake bescherming van familiestichtingen
Gezien het in herinnering houden van haar overleden stam- en bloedverwanten en gedreven door :
Enerzijds de grote eerbied voor Elisabeth Van Nerum, die door haar testament van 29 juli 1874 tot de edele stichting van het Rusthuis Vandertaelen-Van Nerum heeft besloten.
En anderzijds uit diepe erkentelijkheid voor de bewezen diensten door de Commissie voor Openbare Onderstand van Hoegaarden die het beheer van de instelling onder haar bevoegdheid heeft, gaat de Gulden Lelie op heden 19 maart 1966 op plechtige wijze volgende verbintenissen aan:

Voor onbepaalde duur en in de mate van het mogelijke, hogergenoemde Commissie bij te staan in de uitvoering van haar taak, tot het in stand houden van de instelling.
De hogere bloei en het welzijn van het Rusthuis te helpen beschermen en bevorderen.
Door regelmatige bezoeken, het lot der ouderen van dagen en zieken te helpen verzachten.
De uitvoering en handhaving van het testament, eensluidend de laatste wilsbeschikkingen van de schenkster, ten eeuwige dage te helpen eerbiedigen en de door haar geschonken bezittingen te helpen bewaren.
Het inrichten van een jaarlijks St Niklaasfeest en andere morele, opbeurende en diverse activiteiten ten voordele van de ouderlingen van het Rusthuis te verzekeren.
Al het mogelijke te doen om in samenwerking met de Commissie en de Eerwaarde Zusters, het gestelde doel te bereiken.

 

Opgemaakt in drie eksemplaren en getekend voor goedkeuring en uitvoering te Hoegaarden in het Rusthuis op 19 maart 1966.

Na afloop werd het Guldenboek van de Gulden Lelie ondertekend, de Erewijn aangeboden en diabeelden over Hoegaarden vertoond.

Sindsdien komt de Gulden Lelie jaarlijks haar verplichtingen. na, tot grote vreugde en dank van de ouderlingen.

In 1965 werd ingevolge de laatste wensen van Julien Van Nerum (oud-gildedeken der Gulden Lelie) in zijn huis, te Hoegaarden, genaamd “‘t Nieuwhuys voormalig stamhuis der V Geslachten, een museum voor heemkunde en folklore ingericht, en waar zich in een Erestand de oude panden en familierelieken der voorouders bevinden.

Vanaf 1969 heeft ook deze instelling haar steun en bescherming aan het Rusthuis van Hoegaarden toegezegd en schenkt haar jaarlijkse bijdrage onder vorm van Nieuwjaarsgeschenken aan de ouderlingen, terwijl zij bepaalde activiteiten uitbreidt ten voordele van de familiestichting.

In de schoot van ‘t Museum werd in 1972, ter vervanging van de in 1870 te loor gegane Brouwersgilde van Hoegaarden. de Edele Orde van den Roerstock terug in ‘t leven geroepen. Jaarlijks in de maand mei worden de nieuwe uitverkoren Ridders geslaan, in de Orde opgenomen en moeten een daad van edelmoedigheid stellen. Deze daad bestaat er in een milde schenking te doen ten voordele van het Rusthuis. Deze schenkingen van milde giften worden jaarlijks door de Orderaad aan de Eerwaarde Zusters overhandigd.

Ten slotte werd na een eeuw verval, de heropstanding van de Confrerie der V Geslachten, in wiens schoot de vijf familiegilden verenigd zijn, officieel uitgeroepen.

 

Op 27 september 1975 begaf een sterke afvaardiging van de Confrerie, voornamelijk uit de Groene Klaver- en Gulden Leliegilde, zich op haar beurt naar de oude familiestichting Vandertaelen-Van Nerum. Zij werd er ontvangen door het gemeentebestuur en de Commissie voor Openbare Onderstand van Hoegaarden en door de Eerwaarde Zusters van de H. Vincentius.

Na de voorstelling van de prachtige diareeks ” Dit is Hoegaarden”, realisatie van de Foto- Film- en Diaklub van het Nieuwhuysmuseum, begaven de aanwezigen zich naar het groot salon, waar de Erekaders hingen van de stichters. Daar kondigde de Confrerie haar hogere beschermingswet af over het Rusthuis. Een korte biografie werd geschetst over de stichters en de gebeurtenissen die aanleiding hadden gegeven tot de stichting.

De wapenschilden van de edelmoedige schenkers werden door de Confrerie naast de Erekaders gehangen en ingehuldigd. uit eerbied en dank voor hun weldaad ten opzichte van Hoegaarden en zijn ouderlingen.

De inhuldiging greep plaats onder de woorden, “Laat deze blazoenen het symbool zijn van de erkentelijkheid der V Geslachten, voor de laatste wilsbeschikking van Constant Vandertaelen en Elisabeth Van Nerum en voor de afstammelingen uit de Geslachten, die tot heden reeds van het genot der stichting hebben mogen genieten “.

De Confrerie met haar V Gilden en het Nieuwhuys-museum met zijn Orde van de Roerstok, werden naar het voorbeeld van de Geslachten Sweerts en Van Nerum betiteld als “Twee lichamen met hetzelfde hart “. De Confreriesekretaris was de tolk om zijn innige dank te uiten aan de zusters van Sint Vincentius, voor hun goede zorgen en onbegrensde genegenheid. waarmede zij de ouderlingen omringen en hun met alle liefde bijstaan tot aan hun laatste uur.

Hij dankte ook de Commisie voor Openbare Onderstand die bestendig de verbetering en vooruitgang van de instelling behartigd en ten slotte ook het gemeentebestuur en al de weldoeners, die hun steun verlenen opdat het Rusthuis van Hoegaarden zijn taak naar behoren zou kunnen vervullen.

Na de ondertekening van het Guldenboek en de Erewijn werd een bezoek gebracht aan de instelling en aan de kamers van de ouderlingen.

16. BESLUIT

Moge de stichting bloeien en haar bestaan verzekerd blijven. Deze bijdrage tot de geschiedenis en het ontstaan van het Rusthuis van Hoegaarden, werd uitgegeven door de Studie- en Navorsingscommissie van het Nieuwhuys-museum, in samenwerking met de Confrerie der V Geslachten, opdat de buiten- staanders de instelling, haar werking, beheer en bescherming. beter zouden leren kennen en naar juiste waarde weten te schatten.

Moge ook zij het hunne bijdragen om het lot van de ouderen van dagen te helpen verzachten en een zonnestraal te werpen op hun bestaan.

God bescherme het Rusthuis.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email