Ga naar de inhoud

Hoegaarden en haar brouwerijen

Beknopte geschiedenis  (30)

De oudste bekende uitvoer van Hoegaards bier dateert van 1550 ( SGL. Houg. reg. 4288 ).

Reeds vroeg ontstond in Hoegaarden een brouwersgilde, waarvan de Prinsbisschop van Luik , Ferdinand van Beieren , in 1615 de beschermheer was en die een verordening uitvaardigde om de Hoegaardse brouwers te beschermen .

In de 18e eeuw hadden zich reeds een 25-tal brouwerijen ontwikkeld. De periode 1700 tot 1725 mogen we als “de periode van grote bloei “bestempelen , waarin de brouwerijen zich sterk uitbreidden en de brouwers hun politieke macht verstevigden om aldus de gouden jaren tegemoet te gaan .

Praktisch iedere boer van Hoegaarden was ook bierbrouwer ; natuurlijk niet allen in dezelfde mate , want hun voortbrengst schommelde tussen één en vierentwintig brouwsels per half jaar . De brouwerijen stonden open voor wie maar brouwen wilde .

De jaarlijkse produktie in de periode 1700-1725 bedroeg gemiddeld 800 brouwels en dit voor een gemeente met amper 1.000 inwoners.

Enkele brouwerijen verdwenen echter en ruimden de plaats voor de “groten ” van de streek.

” ‘t Groot Paenhuys “, voor het eerst vermeld in 1709, bevond zich vermoedelijk op de plaats waar de gewezen ” Grote Brouwerijen van Hoegaarden” gelegen zijn. De eigenaar toen was Meester-Brouwer B. VANDERMOLEN en in 1753 werd de brouwerij overgenomen door de gebroeders LORIERS .

De topperiode in de Hoegaards brouwersgeschiedenis ligt tussen 1726 en 1740 . In die periode ontstonden trouwens verschillende nieuwe brouwerijen .

In 1685 , ten tijde dat het edikt van Nantes door Lodewijk XIV herroepen werd , vluchten de twee gebroeders LORIERS uit Frankrijk naar Belgie ; zij kwamen uit Nancy .

In 1753 richtten hun afstammelingen de brouwerij van wit bier te Hoegaarden in ; bier dat door het heel land vermaard werd .

Het begin van de tweede helft van de 18e eeuw zag enige brouwers verdwijnen, maar hun aantal was toch nog 37, doordat nieuwe brouwerijen opgericht werden. In 1754 brouwde men te Hoegaarden 4. 742.000 liter heerlijk vocht, niettegenstaande de konkurrentie van de Leuvense ” Peeterman “en de ” Diesterse bruine”.

Aan het einde van de konkurrentieperiode (1775) schoten. er te Hoegaarden nog 25 30 brouwers en een 100-tal huurbrouwers over, die, met een produktie van 1. 504 brouwsels per jaar, het prestige van de Hoegaardse brouwers ongeschonden hielden.

Bij de komst van de Fransen en de bezetting van ons land door de Republikeinse troepen, trad er vanaf 1795 een schrikbewind in, wat verschillende brouwerijen hun deuren deed sluiten, wijl anderen hun produktie verlaagden ingevolge de hoge belastingen die hen opgelegd werden.

In 1873 was het aantal brouwerijen geslonken tot 15, want onder de druk van de grote steden (Leuven, Brussel, …) kon Hoegaarden zich in de 19e eeuw niet op peil houden.

Het verval van de grote brouwerijen in Hoegaarden op het einde van de 19e eeuw maakte voor Gustave LORIERS de baan open . In 1905 voegde hij bij zijn kleine brouwerij een grotere voor bruin en blond bier.

In 1930 stichtte Philibertus LORIERS een nieuwe brouwerij voor lage gisting, uiterst modern uitgerust. Weldra nam ze uitbreiding en was het ganse land door gekend als ” De Grote Brouwerijen van Hougaerden “

Helaas, in 1960 werden ” de Grote Brouwerijen van Hougaerden opgeslorpt door de Brouwerijen ARTOIS uit Leuven. Het “Das-bier ” evenwel werd verder te Hoegaarden gebrouwd. Dat dankte Hoegaarden aan de talrijke waterbronnen die bijzonder geschikt waren om water af te leveren om bier te brouwen dat de eetlust prikkelt en bovendien de spijsvertering bevordert .

De doorgedreven selektie van gerst en hop, het zoeken naar de gepaste gistsoort, samen met de uitzonderlijke eigenschappen van het water van het Hoegaardse maakten het mogelijk een befaamd recept samen te stellen, wat aan de DAS zijn bijzonder karakter gaf en tevens leidde tot een evenwicht van smaak en aroma.

Dit alles kon evenwel niet baten en ook de DAS moest het loodje leggen.

Dit is een korte samenvatting over de biergeschiedenis van Hoegaarden, zonder te spreken over de stokerijen, de bloeiende herbergen, taveernen en cabaretten uit vaders- en grootvaders tijd, waar zij hun pot gingen ledigen om de laatste dorpsnieuwtjes te bespreken en te vernemen .

En dat zou dan het einde kunnen geweest zijn van een mooi verhaal van al dat Hoegaards schuimend en bruisend bier, ware er daar geen Pierre CELIS opgestaan.

Maar dit is een ander en recent hoofdstuk .

 

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email