Ga naar de inhoud

De matigsheidsbond van Hoegaarden

Dr. Smeester Joseph een merkwaardig man.

Opgedragen aan
mev. Smeester-Ponsaerts

30 jaar geleden, op 16 augustus 1961, overleed een van de meest merkwaardige figuren uit Hoegaarden, Dr. Joseph Smeesters. Het Nieuwhuys-museum wil hem door deze bijdrage, een posthume hulde brengen.

Zijn geboorte

Joseph SMEESTERS werd geboren te Hoegaarden op 1 februari 1881, als zoon van waalse ouders uit Neerheylissem, Gustave Smeesters (°1854 +1888) en Marie Adolphine Lefrère (°1861 +1945) en als kleinzoon van Hubert Smeesters en Monique Hamels enerzijds en van Joseph Lefrère, brouwer te Neerheylissem en Anatolie Troost uit Hoegaarden anderzijds.

Deze laatste was de zuster van de bekende schilder Odulfus Troost (1820 +1854) en van Wivine Troost, gehuwd met apotheker Jean Dotremont uit de Koffiestraat (nu Arthur Putzeysstraat) te Hoegaarden.

Zijn geboortehuis lag op de hoek van de Koffiestraat en de Putstraat ( nu Gasthuisstraat), gebouwd in witte Gobertangesteen, het jaartal 1727 dragende en met een duif boven de voordeur, symbool van de H. Geest.
Het huis had toebehoord aan zijn overgrootvader Jacques Troost en Marie Jeanne De Marey, die er een kruidenierswinkel hadden (sie D 347)

Hij verliest zijn vader

Zijn vader was hoofdonderwijzer te Ezemaal, maar ingevolge slepende verwikkelingen voortvloeiend uit de schoolwet van 1883, verliet hij het onderwijs en besloot drukker te worden. Hij ging enkele weken te Leuven op stiel en liet in de tuin van zijn huis te Hoegaarden, een werkplaats met grote vensters bouwen.

Dan schafte hij zich een drukpers en letterkassen aan en opende in 1886 zijn Lefrère”. eigen zaak, onder de naam “Drukkerij Smeesters

Helaas, een paar jaren later in 1888, overleed hij schielijk aan het station van Lincent. Hij was slechts 34 jaar en liet een 27 jarige weduwe na, met twee kinderen: Joseph 7 j. en Jeanne, een maand oud. Een ander zoontje Adolphe, geboren in 1886 was in 1887 reeds gestorven.

De drukkerij

Wat zou er van de drukkerij geworden? Hoe zou moeder Smeesters haar kinderen eten geven? De drukkerij uit Leuven, waar haar man zaliger zijn stiel had geleerd, stuurde echter een direkteur naar Hoegaarden, om de zaak te bekijken. Alsdan werd besloten een gast aan te nemen, die de drukkerij zou in stand houden. Hij kreeg een kamer boven de werkplaats en nam de maaltijden bij de familie Smeesters.

Het drukken geschiedde nog primitief. Men moest de nodige letters uit de kassen nemen, om de tekst te vormen en in kopere haken steken, die op een drukplaat werden gehecht. Een inktrol bestreek de letterplaat en dan moest het druktoestel met de hand in werking worden gesteld, om het aantal gewenste eksemplaren te bekomen.

Doodsbrieven en doodsbeeldekens werden gedrukt voor Hoegaarden, Nerm, Houtem Outgaarden, Sluizen, Lummen en Neerheylissem, evenals naamlijsten voor de duivenmaatschappijen, drukwerken voor de suikerfabriek, visitekaarten en ook kiezerslijsten, communiebeeldekens, menu’s, trouwbrieven, fakturen, omzendbrieven, prospectussen enz…..

Vaak vertoefde de kleine Joseph in de werkplaats en hielp letters uitnemen en de teksten maken. Er was veel werk en de drukkerij deed goede zaken, onder het waakzaam oog van moeder Smeesters.

Met de jaren werd de werkplaats echter te klein, wijl Joseph zich meer en meer op zijn studiën moest zetten. Alsdan kocht weduwe Smeesters in 1896 het huis van haar overleden oom apotheker Jean Dotremont in de Koffiestraat 21 en vestigde zich aldaar.

De gast die buiten Hoegaarden in het huwelijk trad verliet de zaak en werd opgevolgd door Libert Vanmol (°Kessel Lo in 1882) die vanaf zijn 13 de jaar het letterzetten bij Smeesters had geleerd. Hij zou er blijven tot in 1945.

Een nieuw drukmachien werd aangeschaft en het oude bleef bewaard voor het drukken van notarisaffiches en programmas van gemeentefeesten. Vanaf 1890 hielp het 12 jarig dochtertje Jeanne de naamkaarten drukken. Op de drukkerij Smeesters werd o.m. het tijdschrift “St. Gorgoniusbode” vervaardigd, uitgegeven door Eerw. Heer Vanstappen, bestuurder van het pensionaat van Hoegaarden (Kloosterpensioenaat), en ook ” ‘t Annonceblad” dat dorpsnieuwsjes en reklame van de handelaars publiceerde.

Reeksen post-, prent- en zichtkaarten over Hoegaarden kwamen eveneens uit de drukkerij Wed. Smmeesters-Lefrère.

Ons blad & Matigheidsbond van Hoegaarde

Ons Blad
ORGAAN DER VREUGD-IN-DEUGDERS
EN VAN DEN MATIGHEIDSBOND VAN HOUGAERDE
N° 6 NOVEMBER 1928

Drukkerij Smeesters Ons blad

B. L.

Vreugd in Deugd noodigt U allen uit op z’n eerste Winterleest. U kent onze leus “Willen is Kunnen”. Wij zijn brave jongens, die geen moeite sparen. Wij trachten te willen. Want wij hebben een verleden waar wij trotsch op staan en dat wij moeten in eere houden. Wij hebben tot hiertoe over ‘t algemeen tamelijk gekund. Wij willen verder onzen weg gaan en, zoo mogelijk, nog beter doen.

Na de groote krachtinspanning van onzen missieavond, met zijn voor eene buitengemeente ongewoonlijk grooten durf prachtige, doch zware stuk te vertolken: Pol de Mont’s HET GEDING VAN ONZE HEER, geven wij thans, ter afwisseling. DE BOKSKAMPIOEN, een stuk waarbij zelfs de zuurkijkers kans krijgen zich krom en blauw te lachen. Er mag wel ‘ns gelachen worden in ‘t leven, is t niet? En wie, al was ‘t maar één avond, het volk den nijpenden kommer van ‘t leven kan doen vergeten, heeft goed gedaan. De BOKSKAMPIOEN gaat op in de lijn van DE TANTE VAN CHARLEY en van BEURSKOORTS. Wie herinnert zich die beide stukken niet, en wie heeft er zich bij verveeld?

Lachen alleen is niet voldoende. Wat is ‘n noen zonder vleeschgebraad, al is ér ouk pronkgebak en schuimende champagne ?

Daarom zet ons feest in met LEVENSARABESKEN van J. Horemans. Levensarabesken, t. t. z. schertsen met schaduwen en licht uit het echte dagelijksch leven.

‘n Alledaagsche tragedie, wat! Met de typen onzer meest hedendaagsche, naoorlogsche, samenleving. De type van den bediende. wille van het smeer, die zijn werk vervelend vindt met alle traditioneel begrip den spot drijft en tot tempels van zijn geloof nog enkel kinema kent en… dancing: de type van den tot rijpheid gekomen, in middelmate geknipten, mensch wiens levensidealen niet verder dragen dan, buiten alle sociale werking om, een kommerloos leven bij soupeetjes en radio; de type van den streng-gewetensplichtigen werker, voor wien de arbeid een sport is dat hem trous! schenkt en het middel om na afgedane dagtaak, in lectuur en kunstgenot, zijn ziel te voeden meer nog dan zijn lichaam; de type der parvenu’s, man en vrouw, die zich oneerlijk rijk hebben gesjacherd, en tot hun straf, dank zij hun weelde hun huiselijk geluk door de vensters hebben gegooid; de type van ‘t bureelmeisje dat kampt tegen den nijpenden nood van ‘t leven en tegenover haren onbeschaamden, wulpschen. gearriveerden werkgever hare eer verdedigt en haar naam. Levensarabesken werd met een tweeden prijs bekroond in den Club letterkundigen wedstryd van den Télégraphique – in 1926.

Haast u langzaam

Je t’aime un peu…. beaucoup… PASSIONEMENT!!…
Wij worden oud! ‘n Beetje… natuurlijk, na 25 jaar hard werken en hard strijden!… Versleten ?… Geen zier!… Begeesterd en vol hoop in de toekomst?… Volop… Het verleden baarde het heden; het heden staat borg voor wat komen zal !

Lang, ja, is de tocht die wij gemaakt hebben. En niet altijd … 

MATIGHEIDSBOND VAN HOEGAARDE
Maatschappij voor Volksontwikkeling

Waarde Medelid,

Om terug op ‘n laatsten Zondag te vergaderen en in ‘t vooruitzicht van de vele Zondagen waarop het vergaderen benepen en lastig gaat worden, snoeren wij de koord ‘n knoopje vooruit en vinden malkander weer ZONDAG a. s., 27 MAART, te 5  1/2 uur, in ‘t gewoon lokaal. Zullen de mannen die nooit of zoo weinig op post zijn, weer ‘n reden vinden om weg te blijven? Toont eens ALLEN dat GIJ voor UWEN Bond minstens «prima kwaliteit begeestering voelt !

Met hand en hart,
Dr SMEESTERS.

HIJ DIE GEEN LIEDJE ZINGEN KAN
Gedicht van W. Gijssels                                        Muziek van E. Hullebroeck

 

Als ik wat laat naar huis toe kom, begint mijn vrouw te kijven. Wat doe ik niet om haar gebrom al spoedig heen te drijven?

Ik zing een lied voor ‘t venster dan, al tromm’lend op de ruiten.
Hij die geen liedje zingen kan, die moet er maar eentje fluiten.

Zoodra het onweer wat verzacht, dan kom ik voor de plnaen: ‘k

Heb u iets lekkers meegebracht, toe speel het lustig binnen! Ik krijg er zelfs een stuksken van, om ‘t vreeverbond te sluiten,
Het kindje paaien is een last: men zou er bij vergrijzen, 
Ik neem den kleinen bengel vast, en laat hem biezebilzen,
Of geef bij ‘t lied van Ruiter Jan, hem papken met beschuiten.

Een broksken boter of wat vet, op onze roggestulten. Naast ‘t werkzaam vrouwken altijd net, weert d’armoe bij ons Zoo leef ik als een zalig man, tot ik mijn ooge sluite. [buiten

En tenslotte zouden ook “Ons Blad” tijdschrift van de Matigheidsbond en de programmas van de toneelkring “Vreugd in Deugd”, evenals Hageland” vanaf 1920 uitgegeven worden door de Geschied- en Oudheidkundige kring van Tienen en waarvan Eerw. Heer De Ridder, Onderpastoor in St. Germanus, sekretaris was, uit dezelfde drukkerij komen.

Moeder Smeesters, die tot aan haar dood in 1945 aan het hoofd van de drukkerij stond, hield van haar zaak en was fier op het verzorgde werk.
Na haar dood werd de drukkerij gesloten. Joseph Smeesters, die zijn moeder hartelijk lief had en voor haar zijn schoonste jonge levensjaren had opgeofferd, noemde haar een “heilige vrouw”. Pas na haar dood trad hij in het huwelijk met Mej. Simone Ponsaerts uit Tienen, die 26 jaar jonger was.

Zijn studien

Joseph Smeesters kreeg zijn eerste ondericht in de kleuterklas van Juf. Florentinneke. Deze klas leunde met zijn rug tegen het verdwenen huis Haumont op de Houtmarkt. Zij leerde de kleuters zingen en spelen en deelde mastellen en babbeleers uit.

In 1887, op 6 jarige ouderdom, ging hij naar het 0.L.V. College te Tienen. Elke dag, door regen en wind, sneeuw en vorst, aan de hand van grotere leerlingen, verliet hij Hoegaarden te 5.30 uur om 5 km. te voet af te leggen en te 6.30 uur in de school de mis bij te wonen.

Hij was een vlijtige en zeer begaafde leerling, die steeds de eerste prijzen behaalde. Hij studeerde ook muziek en werd een uitmuntend pianist. Het is misschien omdat hij zo jong zijn vader verloor, dat hij van in zijn prilste jeugd de ernst van het leven besefte.

Bij een wedstrijd tussen al de Colleges van het Bisdom, behaalde Joseph Smeesters de 1ste prijs in geschiedenis, met meer dan 90% der punten en kreeg hiervoor het boek “Clovis” van Godfroid Kurt.

Toen hij 10 jaar was geworden, vroeg hem eens Eerw. Heer Redig, toenmalige pastoor van Hoegaarden “Wat gaat ge later worden manneke? ” Na het antwoord van de knaap “Ik weet het niet Mijnheer Pastoor” zie deze hem “Leer voor priester ventje, dan zult ge nooit sterven van honger en nog veel minder van dorst”. Maar hij heeft deze wijze raad niet opgevolgd.

Joseph Smeesters was 16 j. toen hij de rhetorica met sukses beeindigde en zich te Leuven aan de universiteit liet inschrijven in de fakulteit voor geneeskunde. Zo had ook zijn grootvader Joseph Lefrère gedaan, maar deze had de geneeskunde verlaten, om de ouderlijke brouwerij te Neerheylissem voort te zetten. 

Joseph Smeesters wordt dokter

Na schitterende studien behaalde de 22 jarige Joseph Smeesters in 1903, met onderscheiding, zijn diploma van dokter in genees- en verloskunde. Hij stelde zich te Hoegaarden in en deed aan algemene geneeskunde, tegen 1fr. per huisbezoek, geneesmiddelen inbegrepen.

Doch hij voelde zich aangetrokken door de oogheelkunde en werd 1ste assistent van Prof. Venneman in de ophtalmologie aan de Hogeschool van Leuven. Deze was voor zijn jonge assistent als een vader, een vriend en een raadgever en beoogde van hem zijn opvolger te maken. Maar dat lukte niet, want de dood maaide Prof. Venneman te vroeg weg, wijl de Universiteitsoverheid oordeelde dat Dr. Smeesters te jong ( 25 j.) was om professor te worden.

We waren toen in het jaar 1906. De specialisatie van Dr. Smeesters was evenwel voltrokken en hij verliet de Hogeschool, om zich als oogarts te Tienen (Statiestraat 37) te vestigen. Achteraf verhuisde hij zijn kabinet naar de Dr. Geensstraat 12 en daarna definitief naar de Wolmarkt 13.

In het jaar 1906 schreef de “Academie de Médecine een prijs uit, voor een bepaald geneeskundig werk, dat hoefde te worden ingeleverd onder vorm van slogan. Dag en nacht werkte Dr. Smeesters aan zijn boek, dat 502 blz. telde en bood het aan onder de titel ” Observer, analyser, conclure”.Zijn werk werd op 29 juni 1907 bekroond.

In 1909 gaf hij een ander werk uit getiteld “La valeur médico-légale de la Périmètre Oculaire”.

Toen brak in 1914 de oorlog uit. Dr. Smeesters schonk zich volledig aan het Hulp- en Voedingscomité, nam de Medische dienst van de Commissie van Openbare Onderstand op zich en zou deze 40 jaren lang besturen. Met hart en ziel heeft hij geijverd om behoeftigen te verzorgen en met raad en daad bij te staan.

Afbeelding :

 

Eerw. Broeder Nonatus, in de wereld V. Arens, algemeen econoom der EE. Broeders van 0. Lieve Vrouw van Lourdes te Oostakker, die met een vijftal anders broeders in een ver keersongval te Hekelgem betrokken werd en die aan de opgelopen verwondingen bezweek.

Hij werd ook stichter bestuurder van het Dispensarium voor Tuberculosebestrijding en Directeur van het Werk voor Kinderwelzijn van de Kantien voor zwakke kinderen. Tot de laatste dag van zijn leven behartigde hij al deze werken gewetensvol en onbezoldigd. Hij oefende de geneeskunde trouwens uit, als een apostolaat met als leuze ” Goed zijn en goed doen”

Hij ontving voor zijn toewijding menige eervolle onderscheiding en bewijzen van erkentelijkheid en zou in 1947 tot Ridder in de Leopoldsorde worden verheven.

In 1924 werd te Tienen de H. Hartkliniek gesticht door vier dokters, Joseph en Antoine Geens, Smeesters en Van Lindt. Voortaan zou hij in deze kliniek en ook in het St. Jans Gasthuis, tot het einde van zijn leven, opereren en zijn aktiviteiten ontplooien. Hij doceerde ook vele jaren aan de school voor Ziekenverpleegsters van de H. Hartkliniek.

Door heelkundige ingrepen heeft hij verschillende mensen van blindheid gered. Hij was ook de eerste oogarts in België, die de “cortisonebehandeling” toepaste, waardoor hij bij een hopeloos geval van Uveitis, aan een volledige blinde, het zicht terug schonk.

Over deze behandeling gaf hij op 10 juni 1951 een hooggeprezen uiteenzetting tijdens een bijeenkomst van de ” Société Belge d’Ophtalmologie” te Brussel. En ten slotte verschenen er verschillende artikels van zijn hand in geneeskundige tijdschriften en uitgaven.

“Matigheidsbond” en “Vreugd in Deugd”

Benevens zijn zeer gevuld beroepsleven, was Dr. Smeesters ook zeer bedrijvig in het Hoegaardse verenigingsleven.

In 1900 werd door pastoor Vanstappen, Direkteur van het Kloosterpensionaat, de Broedersschool in de Tiensestraat opgericht, om als tegenhanger van het gemeente onderwijs, als Vrije school te fungeren.

Eerw. Heer Van Gucht, pastoor van Hoegaarden, op zijn beurt, deed de aanvraag om vijf broeders uit Oostakker te bekomen, die er het onderwijs zouden verzorgen en in het klooster logeerden.

Tussen deze vijf behoorde broeder Nonantus (in de wereld V. Arens), die kort daarop in samenwerking met past. Vanstappen, op aanvraag van dhr. Robyns, Hoofdinspecteur van Onderwijs, te Hoegaarden een bond stichtte ter bestrijding van het alcolisme en ter ontwikkeling van het volk.

Het bestuur en de raadsleden

Het Bestuur.

Voorzitter
Egide Van Gucht Pastoor

Schrijver,  Schatbewaarder 
Broeder Nonantus-Lamb. Stockmans

Ondervoorzitter
Joseph, Smeester

Raadsleden

Broeder Overste Philibertus , Jules Evrard, Adolf  Vandenbosch, Alfons Groeseneken, Emile Bourgignon, Karel Homblè, Jos Vandermolen, Stockmans Prosper.

BESTUUR VAN DE MATIGHEIDSBOND
1905

Deze bond kreeg de naam van “Matigheidsbond – St. Gorgoniusgilde” en vergaderde in de Broedersschool en de ” Palace” in de Doelstraat, later ook in de Pax.

De eerste vergadering telde reeds 33 leden, die pastoor Vanstappen tot hun voorzitter verkozen. Deze spande zich in om zijn bond op een hoger kultureel niveau te brengen en de verstandelijke en zedelijke ontwikkeling van de leden te bevorderen.

Om dit doel te bereiken werd op 15 augustus 1902 in de schoot van de Matigheidsbond, een toneel kring opgericht onder de benaming Vreugd in Deugd met als kenspreuk Willen is kunnen “. Het was de omwerking en voortzetting van de Vrije Patronaal kring uit de Kloosterschool. Broeder Philibertus werd toneelleider en broeder Nonantus schrijver.

Tot het bestuur en medestichters behoorden ook nog Prosper en Lambert Stockmans, Henri en Emile Bourguignon, Jules en Maurice Evrard, Julien Van Nerum, Joseph Vandermolen, Clement Cilis, Karel Homblé, Adolf Vandenbosch, Alfons Groeseneken en eveneens Joseph Smeesters.

In 1903 brak een eerste krisis uit die het voortbestaan van de bond in gevaar bracht. Pastoor Vanstappen was overgeplaatst naar de parochie 0.L.V. Hanswijck te Mechelen en het was burgemeester Arthur Putzeys, die het voorzitterschap opeiste, om de bond te ondermijnen, want hij zag er gevaar in voor het heringesteld liberalisme te Hoegaarden in 1896.

De leden kozen echter pastoor Van Gucht tot hun nieuwe voorzitter, zodat het plan van Putzeys gekelderd werd en de bond bleef voortleven. Pastoor Van Gucht zette alles in het werk om de bond tot een grotere bloei te brengen.

Nadat Joseph Smeesters zijn doctoraat had behaald, begon hij zich meer en meer aan de Matigheidsbond en de toneel kring te intereseren. Hij aanvaardde het ondervoorzitterschap en werd een niet te versmaden steun voor pastoor Van Gucht en broeder Nonantus. In 1905 werden de statuten ingesteld waardoor de Matigheidsbond en de Toneelkring elk hun eigen reglement kregen, wijl ook de twee bestuursraden aan strenge wetten waren onderworpen.

Zij spreken boekdelen. (zie in bijlage) volgende Alpaidis.

In 1912 vierde Vreugd in Deugd ” zijn 10 jarig bestaan, maar onverwachts diende past. Van Gucht zijn ontslag in. Een tweede krisis was uitgebroken waardoor het voortbestaan van de bond in twijfel werd getrokken. De leden duidden echter Dr. Smeesters tot opvolger aan en het was deze die vanaf 1913 voorzitter werd, werd Joseph Vandermolen als ondervoorzitter en Prosper Stockmans als schrijver.

 

Het Bestuur.

Erevoorzitter : Egide Van Gucht Pastoor

Voorzitter :Jules Evrard

Schrijver,  Schatbewaarder : Broeder Nonantus

Ondervoorzitter: Lambert Stockmans

Toneelmeester: Broeder Overste Philibertus

Raadsleden: Jozef Vandermolen, Joseph Smeester, Karel Homblè, Maurice Evrard, Henri Bourgignon, Clément Gilis, Julien Vannerum

TOONBOND
HOUGAERDE
DEUGD IN VREUGD

Helaas, in 1914 brak de oorlog uit en alle aktiviteiten werden stop gezet. Pas in 1919 hernamen de toneel opvoeringen die doorgingen in de zalen Palace, Waranda en Broedersschool. Dit gebeurde tweemaal per jaar, de 2de zondag van november en de laatste van januari. De Matigheidsbond vergaderde elke laatste zondag van de maand.

Stand Matigheidsbond 't Nieuwhuys. (©Hoegaards Erfgoed)

Er werden ook passiespelen opgevoerd en deel genomen aan Provinciale toneelwedstrijden, waar Vreugd in Deugd lauweren behaalde. Daarvan getuigen nog steeds de bewaard gebleven getuigschriften.

In de schoot van de bond werd door Dr. Smeesters ook een muziekafdeling opgericht.

In 1920 vertrokken de broeders uit Hoegaarden en werden door leken vervangen, hetgeen een groot verlies was en een derde krisis uitlokte in de rangen van de Matigheidsbond en Vreugd in Deugd. Maar Dr. Smeesters volhardde en overwon. De bond bleef in leven.

Zes jaar later, in 1927, vierde Vreugd in Deugd zijn zilveren jubileum, met een groot feest in de Broedersschool. Zivere erediplomas werden uitgereikt aan de leden, die gedurende 25 jaar ononderbroken lid waren geweest. Hun namen zijn: Dr. Smeesters, Joseph Vandermolen, H. Bourguignon, H.Steenwegen, A. Groeseneken, Frans Godefroid, Karel Homblé, Napoleon Taverniers en Libert Vanmol. Sommigen van het eerste uur waren afgevallen, anderen overleden.

Dr. Smeesters streefde er naar, 200 leden in zijn bond te tellen, maar hij zou moeilijk dit doel bereiken.

In 1930 nam de Matigheidsbond met 115 man deel aan de Eeuwfeeststoet van de Belgische Onafhankelijkheid, die te Hoegaarden werd ingericht. Zij verbeelden de oude en nieuwe vervoermiddelen. Datzelfde jaar verwierf de toneelkring “Vreugd in Deugd ” het Erediploma van de Vlaamse toneelmaatschappijen van België.

In 1932 bekwamen Guillaume Loozen, Felix Godfroid en Camille Gilis hun zilver erediploma van 25 jaar lidmaatschap.

De maandelijkse bijeenkomsten werden gevuld met voordrachten of filmvoorstellingen van allerlei aard, maar werden bijna altijd ingezet met een lezing uit de toenmalige proza van onze meest gekende schrijvers met o.m. Timmermans, E.Claes en anderen. Deze teksten werden door Dr. Smeesters zelf doorspekt met de hem eigen ironie en lokten menigvuldige schaterlach uit bij de talrijke aanwezigen.

Dan pas begon het ernstig gedeelte van de vergadering en dit met een grote kennis van de behandelde onderwerpen, want de dokter was in Hoegaarden de meest up to day man van zijn tijd. Op de maandelijkse uitnodigingen werd telkens een liederentekst gedrukt en met aanleren hiervan en het zingen uit volle borst, werd de vergadering besloten.

Door deze maandelijkse vergaderingen hebben de leden van de vereniging Dr. Smeesters leren kennen als een optimist en iemand die de kunst verstond om van het leven te genieten op ernstige wijze. Dat bracht hij zijn leden bij, zoals een Conscience zijn volk leerde lezen.

De leden gingen ook elk jaar op reis, met een bepaalde reisbijdrage van 5 fr. per maand, wijl zij die niet meegingen, hun geld terug kregen. Het tekort werd door Dr. Smeesters uit eigen zak bijgezet. De eerste reis ging door in 1903 naar Dinant, later naar zee, de Ardennen enz…. In 1934 namen 187 leden deel aan de reis. Dr. Smeesters leerde zijn dorpsgenoten leven en reizen.

De gewone bondsbijdrage bedroeg slechts 0,25 fr. per maand, doch men kon geen lid worden van toneelkring of de muziekafdeling, zonder lid te zijn van de Matigheidsbond. Elk lid kreeg zijn stempelkaart en moest de onthoudingsbelofte uitspreken. (zie hieromtrent het Reglement in bijlage) Alp. 104 Sommige leden vergaten echter wel regelmatig te betalen of verzuimden de vergaderingen bij te wonen. Dr. Smeesters moest dan hard maar steeds met zijn gekende diplomatie optreden.

De Matigheidsbond was een vereniging die op zich zelf bestond, zonder ereleden, zonder toelagen en zonder geldschieters.

En buiten al deze aktiviteiten; werden in de Broedersschool ook nog lessen gegeven in ziekenverpleging.

In 1937 vierden zij Apollinaire Toletti, hun oudste en trouwste lid, met 35 jaar ononderbroken lidmaatschap en regelmatig tegenwoordig op alle aktiviteiten en vergaderingen.

1940 Terug oorlogsgeweld en andermaal werd elke bedrijvigheid stop gezet. Tot aan WO II was de Matigheidsbond uitsluitend gericht geweest op de strijd tegen het drankmisbruik. Doch de oorlog had veel veranderd. De geest en de toestanden waren niet meer dezelfde. Alsdan ging de bond meer over naar de algemene volksontwikkeling, die Hoegaarden wilde groter, rijker, intellectueler en schoner maken, zodat de Matigheidsbond met de tijd supporter werd van Vreugd in Deugd.

In 1950 kwam het topjaar. De Bond vierde zijn gouden jubileum op 20 augustus, met ontvangst op het gemeentehuis en een grote feestviering.

Bij deze gelegenheid werden plechtige toespraken gehouden. Alfons Groeseneken en anderen brachten hulde aan Dr. Smeesters en diens echtgenote. Ook Libert Vanmol en mevrouw Biscompte-Peeters spraken in eigen naam, of in deze van de vrouwenleden en de jeugd. Dat jaar telde de bond 97 mannen en 59 vrouwen en gingen op reis naar Dinant, dezelfde plaats waar de bond zijn eerste reis had ingericht in 1903.

Op 29 mei 1951 kreeg de Matigheidsbond de toelating om de titel van “Koninklijke Maatschappij” te dragen.

En zo leefde de verder en schonk ook menige gift aan behoeftigden, aan teringlijders, genootschappen en missies. Geen enkel jaar ging voorbij, zonder 11 en 15 november herdenking, want Dr. Smeesters was belg en koningsgezind, hetgeen duidelijk blijkt uit zijn nagelaten geschriften.

Zijn overlijden

Op 16 augustus 1961 overleed Dr. Smeesters in de ouderdom van 80 jaar. Het was een groot verlies. Zijn laatste jaren, in gezelschap van zijn echtgenote, die hem zo innig lief had, noemde hij “de gelukkigste uit mijn leven”

Edmond Marchal volgde hem als voorzitter op, maar de geest was weg.

In 1966 werd de vereniging ontbonden. Het archief en de prachtige vlag werden aan ‘t Nieuwhuys geschonken, waar in 1973 een tentoonstelling plaats greep, als hulde aan Dr. Joseph Smeesters en waar sindsdien een permanente stand werd ingesteld, gewijd aan deze merkwaardige man.

Dr. Smeesters verzinnebeelde het vaandel van de Matigheidsbond als volgt: “Tot nut van het dorp, ten bate van een groter, mooier Hoegaarden, opdat de zon steeds rijze achter haar prachtige kerktoren, de krans van een verbond rondom het paarse kruis van drankonthouding en taaie leerzucht, bloemend kwekend van zelfvoldaanheid en rijker kennis op ‘t groene veld van een kleurige toekomst “.

Deze vlag prijkt in het museum ‘t Nieuwhuys op een ereplaats.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email