Ga naar de inhoud

Oude Hoegaardse plaatsnamen

Voorwoord

Op 1 april 1995 werd ik uitgenodigd door “Die Edele Orde vanden Moutstock” om enkele oude Hoegaardse namen toe te lichten. Als voornaamste bron gebruikte ik mijn Hoegaardse Plaatsnamen, in 1985 uitgegeven door het Instituut voor Naamkunde te Leuven.  [1]

Het boek verscheen als Monografie nr. XV, in de reeks Nomina Geographica Flandrica, en telt 342 blz. met kaart (uitgeverij Peeters, Bondgenotenlaan 153, 3000 Leuven). Dit artikel is de weerslag van mijn korte lezing.

De naam Hoegaarden

Om tot een verantwoorde verklaring te komen, zetten we eerst de oudste vormen op een rij:

  • 1053 kopie midden 12de eeuw Huardis,
  • begin 12de eeuw Hyguardis (lees: Hug wardis)
  • 1139 Hugardis,
  • 1267 a Radulfo de hugarden, enz. 

We beginnen met de uitgang. Het is verkeerd om de uitgang “-is”  te beschouwen als een genitief. Enkele schrijvers over Hoegaarden veronderstellen ten onrechte dat deze uitgang hoort bij een woord als “villa”.

Dit substantief komt echter in deze verbinding niet voor. De uitgang “-is” komt in de oudste dokumenten wel voor als een adjektief in de vorm is, dit is “Hoegaards”. Duidelijk is ook de ablatief de hugardis, “uit Hoegaarden”.

In het Nederlands klinkt de uitgang als -en, uit de oudere Germaanse uitgang “um”, waarmee nederzettingsnamen werden gevormd.

Het eigenlijke stamwoord wordt door M. Gysseling in zijn Toponymisch Woordenboek (…) verklaard als een samenstelling van Huga (gen. mv. “van de Hugas”) + Wardum (dat, mv. bij wardo “wacht, uitkijkpost”). Dus: de wachtpost van de Huga’s. 

Een meer aanvaardbare verklaring is, de datief meervoud op -um, te verbinden met een tweestammige Germaanse naam, namelijk hugu + ward. In de antroponymie zijn beide elementen zeer bekend. Hugu betekent “verstand, denkende geest”, zoals nog bewaard is in woorden als heugen, geheugen en heugenis. Denk ook aan de raven van Thor, Hugin en Mugin, die de godheid moesten adviseren. Hiervan komt nog de uitdrukking “tegen heug en meug”, dus tegen de adviezen van Hugin en Mugin in. 

Ook een Germaanse naam als Huibrecht (verfranst tot Hubert) bevat het element hugu. Ten slotte vinden we hugu terug in de naam van de burgemeester Frans Huon. Hier is hugu uitgebreid met een n suffiks, terwijl de g door syncope verdween. Het verschijnsel syncope betekent: uitstoting van een klank in het midden van een woord. Zo werd broeder verkort tot “broer”, weder tot “weer”, enz., en ook Hugon tot “Huon”. 

Het tweede lid ward komen we tegen in een naam als Edward “beschermer van het erfgoed”. Ward, een stam die beschermen betekent, zit ook in “deurwaarder”.
we de naam Hoegaarden rekonstrueren als Hugwardum, met klankwettige evolutie tot Hoegaarden, maar in de oudste dokumenten verlatijnst tot Hugwardis. Zoals uit bovenstaande attestaties blijkt, ging de verbinding -gw- (geschreven -gu-) vlug over tot -g.

Gehuchten en wijken

Volgens een oorkonde telde Hoegaarden in 1489 twaalf gehuchten: Opoverlaar, Kerkoverlaar, Bost, Ast, Rommersom, Elst, Nerm, Aalst, Kouberg, Schoor, Houtem en Hoksem.

Kouberg en Schoor zijn thans verlaten.

Schoor, in 1140 score, is thans de naam voor akkers en weiden tussen het Meldertsveld en de Blotenberg, aan de eerste kromming van de Beek. Schoor was het domein van de Ridders van Schoor. Het laatste gebouw was de Molen die in 1865 afbrandde. Schoor, uit Germaans skaurno, betekent moeras.

Aalst, Ast, Bost en Elst eindigen op een -t. Deze uitgang is het restant van een lokatief suffiks -othu, d.w.z. dat de uitgang de plaats aangeeft van wat in het eerste lid is aangeduid. Dikwijls zijn dit plantnamen. We rekonstrueren de wijknamen volgt: Aalst uit alohs-othu “plaats waar alsem groeit”, Ast uit ask-othu “plaats waar de es groeit”, Elst uit alis-othu “plaats waar de els groeit”, Bost uit buks-othu “plaats waar de buksboom groeit”.

Nerm, Houtem, Hoksem en Rommersom zijn zgn. heem-namen. Een grondwoord wordt samengesteld met haima, dat “woning” betekent. Het is nog bekend in heemkunde of het Duitse Heimat.

Ik geef telkens de oudste vormen met hun verklaring

Houtem, 1147 houthem, uit Germaans hulta-haima, “woning in het hout”, met hout = hoogstammig bos, later verdrongen door het woord bos; 

Nerm, 1290 nederheem, uit Germaans nithara-haima, “nederwaarts gelegen woning”; 

Rommersom, 1308 rommeshem, uit Germaanse tweestammige persoonsnaam hroma “roem” + harja > hari “leger”. De naam Rommersom is te rekonstrueren als Rumaharishaima “woning van Rumahari”. Vermits het tweede lid zo sterk is afgesleten, kunnen we ook wald “geweld” of bald, nu boud, “moedig” aannemen, verlengd met een genitief-s. De uitgang -om is typisch voor Oost Brabant, vgl. Binkom, Webbekom, Kiezekom (maar officieel Kiezegem), Miskom, Wommersom, enz.

Wijknamen

Sommige namen als Bellekom, Lede, Altenaken, Steenberg, Egypte, Mulken, Offen, Spanuit, hebben het niet gebracht tot de status van gehuchtnamen. Ik bespreek er twee van.

Egypte, 1582 egypte, kan wijzen op een herberg Egypte, zoals in Tielt (Vlaanderen) of Roeselaere. 

Waarschijnlijker verwijst Egypte naar de aanwezigheid van “Egyptenaren”, naam voor zigeuners. Zigeuners kwamen van “ver weg”, bijvoorbeeld uit Bohemen [2] of uit Egypte [3]. Een bewijs hiervoor is een uitgave gedaan aan de kapitein “vanden egipten”.

De Spanuit was een herberg in Bost, waar paarden werden uitgespannen. Spanuit schijnt enkel in Bost en in Pamel voor te komen. In Bost stond de herberg op de splitsing van de huidige Outgaardsestraat en de weg genoemd Spanuit. Hierop staat nu een moderne villa. Aan de grens met Tienen stond verder als tegenhanger de Spanin.

De Prins Eugenius 

De herberg “Prins Eugenius” stond nog net op Hoegaards grondgebied, in Overlaar buiten de grote omheining van Tienen, en naast de Vloedgracht die de grens vormt met Tienen. Deze grote (of derde) omheining is trouwens nog duidelijk te zien. De huidige Getestraat loopt over deze omheining. Hoegaarden was als Luikse enklave zeer geliefd door vluchtende Brabanders. De Prins Eugenius, zo genoemd naar de populaire Oostenrijkse veldheer met bekend verblijf bij Wenen, was een gemakkelijk toevluchtsoord voor duellerenden, maar ook voor de Hoegaardse biersmokkel. Aangezien Tienen een verbod had uitgevaardigd op het uitvoeren van Hoegaards bier in de 18de eeuw, was de Prins Eugenius een gedroomde smokkelplaats. Op dit ogenblik staat hier een specerijwinkel. 

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email