Ga naar de inhoud

Het stamhuis en wapenschild van het geslacht Cypers

Voorwoord

Stamhuis en Wapenschild
VAN HET GESLACHT CYPERS UIT HOEGAARDEN

Geboortehuis Cruysblock

Het pachthof Cipers op de hoek van de Tommestraat genaamd “Cruysblock” is niet het stamhuis van het geslacht Cypers (oude schrijfwijze van de naam). Deze hoeve kwam pas na 1920 in ‘t bezit van een familietak uit vernoemd geslacht, is wel het geboortehuis van deze tak, maar niet het stamhuis van het geslacht.

Stamhuys Cruysblock

Het oude stamhuis lag in de Nieuwstraat [1], op de plaats, waar zich nu het appartementsgebouw n°12 bevindt, met inbegrip van het aanpalend huisje n°14. Het was dus gelegen tussen het voormalige kompleks van ‘t Nieuwhuys (huidig museum tot en met de meubelzaak Emanuel, zijgang inbegrepen) en het vroegere Groothuys (n°16, 18 en 20).

Het was daar dat de stamvader Jacques Philippe Cypers zich na zijn huwelijk in 1725 met Anne Marie Beetens, als landbouwer en brouwer vestigde.

Het was een dubbelhuis bestaande uit :

  •  een woonhuys van een stagie en eene venster met hof, groot een half dagmael
  • een huys met een stagie en vier vensters en hof, groot 12 corthtoyen, en een aanpalend huys met schuere tegen het voorschreven huys gelegen, met een stagie en eene venster, dienend als bierhuys, met annexen groot 60 cortroyen. [2]

In 1773 na de dood van de stamvader, traden zijn kinderen uit de onverdeeldheid en ging het pachthof over op zijn zoon Petrus (die het dubbel huis bekwam) en Matheus (die het aanpalens bierhuys verwierf).
Zij woonden er ten tijde van de franse revolutie (schrikbewind)

Na de dood van Petrus in 1809, kwam het eigendom in ‘t bezit van zijn zoon Matheus de jonge, om rond 1850 op naam te staan van diens zoon Henricus, met vruchtgebruik aan zijn moeder (Weduwe Matheus Cypers) Zie Kadastrale legger Popp.

Het was deze Henricus die het dubbelhuis liet ombouwen tot een geheel, met inrijpoort, deur en steekboogvensters met zandstenen omlijsting, 5 beneden en 6 boven.

Einde XIXe eeuw liet zijn zoon Gustaaf de voorgevel bepleisteren. Zo zag het eigendom er nog steeds uit ten tijde van Edmond Cipers (zoon van Gustaaf) en diens kinderen, alvorens na 1960 te worden verkocht en afgebroken, de plaats ruimend voor de appartementen.

De stamvader Jacques Cypers zou een familiewapen hebben gevoerd, vertonende “drie zwemmende eendjes” vermoedelijk van zilver op veld van azuur.
Zulks blijkt uit een bewaard gebleven schets (met recentere omlijsting), in de tak van Joannes Cypers (zoon van Matheus de jonge) en gevonden in een oud gebedenboek van Monica Cypers (dochter van Joannes).

De schets droeg als onderschrift “Tot, Vader-Zaliger Gedagtenisse” en gelijkt veel op de afbeelding van een oude verdwenen muursteen, die misschien in de gevel van het stamhuis heeft geprijkt, zoals er te Hoegaarden meerdere bestaan.

Wapenschild : 3 eendjes

Merkwaardig is dat ook in het wapenschild dat Philippe Cypers de Landrecy, kleinzoon van stamvader Jacques Philippe) in 1821 verkreeg, drie eendjes voorkomen. Hij voerde inderdaad een doorsneden wapen met in I, een arm dragende een sabel en ster (hem toegekend wegens wapenfeiten als officier in het Oostenrijkse leger) en in II, drie eendjes, doch omgekeerd voorgesteld (zie Le Parchemin n°275). Vermoedelijk de heraldische symbolen uit het wapen van zijn geslacht.

Een prachtige schilderij van dit wapenschild berust te Landen bij Joseph Urbain Cypers de Landrecy (nakomeling van Philippe).

En tot nog grotere verbazing is het geweten, dat tijdens de Besloten Tijd, iemand uit de kelders van ‘t Nieuwhuys kon ontsnappen langs “de canet”

Dit slecht geschreven woord werd steeds vertaald door “de kant”, maar kan nu in nauw verband worden gebracht met “canette” (eendje).

Zou het stamhuis Cypers, dat naast het Nieuwhuys lag de naam “Canet” of “Canette” hebben gedragen.

Hoe zwak al deze bewijzen zijn, toch is het onbetwistbaar dat zij allen sterk verwijzen naat het geslachtswapen Cypers.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email