Ga naar de inhoud

Te Houtem gevallen voor onze vrijheid

Bron voor deze brochure :  Tijdschrift Alpaïdis nr 94, uit 1989 [1]

Bibliografie

Met medewerking van Jo Verbeke, Adj. BOO Lu M (o r) en Nick Van Eeckhaute, CPO/Staf ZM.

  • De Military Defence Attaché – USA Ambassade te Brussel . [2]
  • SHRC/HOR Maxwell Air Force Base, Alabama – USA [3]
  • Nationaal Archief Military Field Division, Washington DC [4]
  • Research Division – HQ/USAF Historical Research Center [5]
  • Mortuary and Casualty Support Division – US Total Army Agency [6]
  • De familie E. Marsh Parramore te Onancock – Virginia, USA [7]

Identificatie

George Fisher Parramore III (de derde van die naam) werd op 9 november 1921 geboren op de Town Field Farm bij Cheriton in de Staat Virginia. Hij had drie broeders en een zuster, die nog allen in leven zijn :

  • Reid Parramore, die tijdens WO II als Cadet in Engeland vertoefde en
    een officieren opleiding kreeg, nu wonende in Delaware;
  • Thomas Parramore die als Private Radioman bij de 5th Cavalry in Korea streed en er drie maal gewond werd, nu in Florida gevestigd ;
  • Bill Parramore, die in de Pacific Area streed;
  • Rebecca Parramore uit Onancock in Virginia.

Het waren allen kinderen van George Fisher Parramore Jr. (II) die vroeg stierf en kleinkinderen van George Fisher Parramore Sr. (I), afkomstig uit Accomac C H. Tijdens de oorlog woonde de familie Parramore te Cheriton (Virginia).

Korte Curriculum

George F. Parramore III studeerde af aan de Cheriton High School in 1940 en werd voor een tijdje te werk gesteld bij de firma D P Stores te Cheriton. Dan ging hij een vijftal maanden naar Newport News, waar hij gebezigd werd in de afdeling “Shipyard”. Vervolgens kwam hij terug naar zijn streek en werkte bij de Standard Oil Company, om zich weldra te verbeteren bij de Sinclair Oil Company te Newport News. In 1942 ging hij echter over naar de Pennsylvania Spoorweg Maatschappij, tot wanneer hij in augustus van dat jaar in het leger trad.

Militaire opleiding

George F. Parramore III werd ingelijfd bij de USAAF (United States Army Air Force) onder het stamnummer 33.22.1489 en naar Camp Lee gestuurd voor een eerste opleiding. Vervolgens kwam hij in Kessler Field, Bolox Miss terecht voor een opleiding in vliegtuig mechanica.

Daarna zond men hem naar de militaire basis van Loredo, voor een training in boordwapens. Drie maanden later bevond hij zich te Salt Lake City in Utah, voor groepstraining en vervolgens zes weken in Davis Morthan Field bij Tucson in Arizona voor een bombardement opleiding in smaldeelverband.

Via Briggs Field en El Paso in Texas, waar hij zijn opleiding beëindigde, vloog hij vanuit Texas naar Norfolk, waar hij een verlof kreeg van drie dagen. Het zou de laatste maal zijn dat hij zijn familie zag. Na afloop moest hij zijn basis in Topeka (Kansas) vervoegen en werd naar Fort Kilmer NY gezonden.

Op 1 juni 1943 eindelijk vloog hij vanuit New York over de Atlantische Oceaan naar Engeland, om ingezet te worden voor bombardement sopdrachten bij dag. Op dat ogenblik had hij de graad van Staff Sergeant verworven.

In Engeland

Hij vervoegde de USAAF basis van Hethel (ZW van Norwich) op de Oostkust, waar hij ingedeeld werd bij het 566 th Bomb Squadron, als “Ball Turret Assistent Ingeneer” (kanonnier in de kogelkoepel). Het Squadron maakte deel uit van de 389th Group H (Wing), die op haar beurt tot de 8th US Air Force behoorde. Er bevonden zich 500 vliegtuigen en een 20.000-tal manschappen, allen deel uit makend van de 8th US Air Force.

In het kader van dit Smaldeel nam Parramore deel aan verschillende zendingen boven bezet Europa en Duitsland en onderscheidde zich meermaals door zijn moed en offervaardigheid. Hij werd ook betrokken in de aanval op de belangrijke brandstof opslagplaats. Het was een uiterst moeilijke zending die een groot gevaar inhield, gezien het vijandelijk overwicht. Op een ogenblik dat alles verloren scheen en tegen alle verwachtingen in, kon het bombardement succesvol worden uitgevoerd en kwamen zij terug veilig op hun basis aan. Deze opdracht staat vermeld in de oorlogsannalen van de US Air Force.

Op 1 augustus 1943, vanuit Bengnazi in Libië naar waar zij voor deze gelegenheid waren gestuurd, maakte Parramore ook deel uit van een smaldeel, dat het moordend bombardement uitvoerde op de olieraffinaderijen van Ploësti in Roemenië. Het was een vlucht van 2.500 km waarvan slechts 33 van de aanvankelijk 178 toestellen na hun terugkeer nog gebruiksklaar waren en tijdens dewelke 446 van de 1.733 bemanningsleden gedood werden.

Bij persoonlijk besluit van President Franklin Roosevelt, werd aan Staf Sergeant George F. Parramore, de hoge onderscheiding, het “Distinguished Flying Cross” verleend, voor zijn manhaftig en voorbeeldig gedrag in een groot aantal succesvolle opdrachten tegen de vijand.

Hij zond naar zijn moeder in Cheriton, menige brief waarin hij de gevaarlijke bombardementen met zijn vliegtuig “Lucky Tiger” beschreef.

Le bombardier lourd américain Consolidated B 24 J Liberator

  • Moteurs: 4 moteurs en étoile Pratt at Whitney R 1830 Twin Wasp, de 1 200 ch chacun.
  • Armement : 10 mitrailleuses de 12 mm Browning et jusqu’à 5 800 kg de bombes.
  • Vitesse : 482 km/h à 9 100 m (30 000 ft). Plafond: 9 800 m.
  • Distance franchissable: 3 400 km avec 2 200 kg de bombes.
  • Poids à vide/en charge: 16 556 kg/ 32 296 kg.
  • Envergure: 33,50 m.
  • Longueur : 20,47 m. Hauteur : 5,48 m.
  • Équipage : 12 hommes.

De laatste zending

Op woensdag 1 december 1943, vroeg in de morgen, had Operations Commander Colonel Wood de “briefing” gegeven en kort daarop ging de bemanning aan boord van hun vliegtuigen, voor een gevaarlijke opdracht boven de Ruhr, waar het afweersysteem uiterst sterk was.

De vliegtuigen die vanuit de Basis in Engeland opstegen waren vliegende forten “Consolidated Liberators B 24”, zware viermotorige bommenwerpers, uitgerust met 10 mitrailleurs van 12 mm Zij konden een snelheid halen van 482 km/uur (op 30.000 voet of 9.100 m hoogte) en vervoerden 5.800 K° bommen. De Aircrafts hadden een lengte van 20,47 m, een breedte van 33,50 m. en een hoogte van 5,48 m. Het vliegtuig woog 16.556 K° ledig en 32.296 K° gevuld. Er waren 12 bemanningsleden aan boord.

De Liberator waartoe Parramore behoorde, droeg het Serialnummer 42-72876 en had die dag 8 à 9 man aan boord. De boordkommandant was 1st Lt. Thomas Fravegas uit Memphis en de le piloot 1st Lt. Elmond Strickbine uit Kansas. Verder had men nog Eric Hurtt uit Alabama, James Cameshart uit Indiana (?), Sergeant Tony Fravegas (broeder van de boordkommandant) als radiogunner, SSgt. George F. Parramore als Ball-Turret Gunner en nog een drietal anderen, die wij niet met naam kennen.

De gebroeders Fravegas waren samen over zee gekomen, hadden steeds samen in hetzelfde vliegtuig gediend en vanuit Engeland en Afrika opdrachten uitgevoerd, samen de aanval op Ploësti meegemaakt en samen terug naar Engeland vertrokken. Tony Fravegas kreeg het DSC en zijn broeder Thomas de Silver Star. Daarom had de bemanning eraan gehouden het vliegtuig de naam te geven van “The Fravegas Boys”.

Het Squadron stond onder bevel van Major Conroy en gaf het sein tot vertrek. De formatie steeg op en vloog over de Noordzee en Z. Nederland, in de richting van de Ruhr. Hun doel was: de staal fabrieken van Solingen. Tussen 12.00 en 12,30 GMT wierpen zij hun bommen af op het doel en brachten zich vervolgens terug in formatie, om via België de terugvlucht aan te vangen.

De tegenaanval

Doch tussen Dusseldorf en Aken werden zij aangevallen door zeven Foche-Wulfs 190. De Aircraft “The Fravegas Boys” vloog aanvankelijk op 20 à 24.000 voet, maar werd getroffen en verloor hoogte, waardoor het de formatie moest verlaten. Hun laatste verbinding met de Squadron leader Major Conroy gebeurde ten N. van Aken.

Daarop besloot de Boordkommandant 1st Lt. Thomas Fravegas, om in “solitair” de “homebase” trachten te bereiken. Tussen de Duitse grens en onze streek werden zij opnieuw aangevallen door de Messerschmits 110 (een Jachteskader uit Brusthem). Hun bommenluik werd door 20 mm kogels in brand geschoten en verschillende bemanningsleden gekwetst, wijl de boordseiner gedood werd.

De crash en plan

Na nog meer hoogteverlies tot op 10.000 voet, werd de toestand onhoudbaar, waarop het bevel gegeven werd om het brandend vliegtuig te verlaten. George F. Parramore, zelf gewond zijnde, hielp nog verschillende “crewmen” in hun valscherm en vergemakkelijkte hun sprong.

Dan trok hij zelf zijn valscherm aan en verliet het vliegtuig. Hij kwam echter tegen de stabilisator van het staartstuk terecht, waardoor zijn valscherm slechts gedeeltelijk open ging.

KBR Parramore Field en monument

Vermoedelijk plaats van de crash in het  “Parramorefield. Onderaan  het oorlogsmonument Parramore. 

Brief headquaters

Parramore document to Headquarters

Mogelijke Inhoud brief to Headquarters

Opgelet !!


Door de  slechte staat van het dokument en de vermelding in het document  ” is not Reliable ”  !!!!  is deze zeker niet 100% correct !!  We wilden de lezer toch deze info meegeven   

HEADQUARTERS
England Army AIP Field

SUBJECT: Interrogation of Former Prisoners of war

TO: Commanding General, Army Air Forces, Mashington 25, D. C.
Attn: Personal Affairs Branch, Room 4315 Wunitions building.

1. In compliance with TWX AFPPS 3909, 28 Sep 45, the following information is submitted:

a. Case of casualty: “George Parramore”
b. Rank: S/sdt e
c. From position: Engeland Rank Yeat
d. Date last seen: I Dec ..
e. Place last seen: on mission
f. Circumstances of loss of aircraft: Destroyed by eneny fighter
g. Known information are witness only) .
h. Hearsay information (all other information about above named casualty, with estimate of reliability)

Badly wounded but kept to his post. Helped other mom who were wounded into their chutes and out of the plane.

Note: Reverse side my be used if more space is needed in giving any information requested
I do not know whether or not he jumped the Right ?whin? unner identified his shoes that evening in a Hospitalin Belgum,

Name of reporter
It is supposed to have died them. 0:238242 28g R.G.
this information is not Reliable ..

Sign : sada H.

Ooggetuigenis

Ooggetuigen merkten op hoe een half geopende valscherm, als een kruis uit de hemel viel en te pletter stortte. Dat gebeurde te Houtem Sint Katharina, op het Wijnhofveld. Parramore was op slag dood. Hij was pas 22 jaar geworden. Het was kort na de middag. Een held was gevallen voor onze vrijheid.

Kort na de sprong van Parramore stortte de bommenwerper tussen Opvelp en Bevekom neer en ontplofte. Een bemanningslid werd er uit geslingerd en overleefde de explosie.

Hier weten wij niet juist de toestand der zaken, maar vernamen wel dat 1st Lt. Thomas Fravegas (boordkommandant) gedood werd, en dat ook de dode boordseiner in het ontplofte tuig bleef. Hurtt en Sgt. Tony Fravegas waren gewond. Deze laatste werd samen met 1st Lt. Strickbine en James Gamershart gevangen genomen, want Duitse patrouilles uit de basis van Bevekom waren uitgestuurd en bereikten de uitgesprongen piloten, alvorens de Verzetsorganisaties konden optreden.

Later zou 1st Lt. Strickbine op de Headquaters van de basis Midland Army AIP Field in Texas een rapport opstellen over het verlies van de Liberator. Daarin verklaarde hij dat de Aircraft was “destroyed by enemy fighter” en dat ook SSgt. Parramore, dodelijk gewond zijnde, op zijn post was gebleven om andere gekwetste crewmen in hun valscherm te helpen en hun bij het uitspringen bij te staan. Hij kon in zijn rapport echter de juiste plaats niet bepalen, waar Parramore was uitgesprongen.

De “Right waist gunner” [8] die gevangen genomen werd en niet met name wordt genoemd, verklaarde dat hij de schoenen van Parramore in een Belgisch hospitaal zou gezien hebben, waar hij vermoedelijk zou overleden zijn. Doch hij voegde aan deze verklaring toe “this is not reliable”. Het moeten waarschijnlijk de schoenen van een ander gekwetst bemanningslid geweest zijn.

Herrie over het lijk

Een paar ooggetuigen uit Houtem hadden het gebeuren gezien en als een vuurtje drong het tot in het dorp door. Kort daarop verscheen de hulpveldwachter die de toenmalige oorlogs burgemeester op de hoogte bracht van het voorval.

Het lijk had een holte in de grond geslagen en werd tegen een verder staande stromijt gelegd. Daar bleef het echter liggen tot in de late namiddag van de volgende dag. Zeer verwonderlijk dat de Duitsers niet verschenen en nochtans zouden zij wel zijn verwittigd geworden.

Overdag bleef het lijk onbewaakt liggen, maar in de nacht werd wel een wacht aangesteld, bestaande uit een hulpveldwachter en enkele zwarten. Het stoffelijk overschot kreeg nochtans ongewenst bezoek, onder meer van de Tiense verrader Georges Van Autgaerden en consoorten. Volgens getuigen werd tegen het lijk geschopt, in het gelaat gespuwd, zijn uurwerk gestolen en zijn “shoes” geroofd. Volgens hen die er misschien belang bij hadden, werd beweerd dat hij geen schoenen droeg, maar dat strookte niet met de verklaring van 1st Lt. Strickbine.

Op 2 december tegen het intreden van de duisternis, werd het lijk door een landbouwer met zijn kar naar het kerkhof van Hoegaarden gevoerd, waar het tussen twee bussels stro in een kuil werd gestoken.

Hier stellen zich twee vragen :

  1. Gebeurde zulks wel op bevel van de Duitsers en waarom had men het lijk dan niet rechtstreeks naar de militaire begraafplaats van het vliegveld Bevekom gevoerd ?
  2. Waarom was de Hoegaardse overheid juist die dag afwezig misschien om aan de verantwoordelijkheid te ontsnappen, of was het zo onderling overeengekomen ?

Zo het stoffelijk overschot dadelijk, zoals het de gewoonte was, door de Duitsers zijn weggehaald, of rechtstreeks naar het dodenhuisje gevoerd, om na identificatie en de nodige kontrole van de bezetter, behoorlijk begraven te worden, dan zou al die herrie die hierop volgde niet hebben bestaan.

Dient de schuld toegeschreven aan de bezettende of aan de plaatselijke overheid ?

Eender hoe, maar een lijk, al is het van een vijand, laat men niet liggen.

Dokument 1

Parramore dokument 1

Dokument 2

Parramore dokument 2

Het verzet

De bevolking die het gebeuren snel vernam uitte haar ontevredenheid en kwam diezelfde avond van 1 december reeds in gisting.

Verzet rees op in het dorp en alles keerde zich ten rechte of ten onrechte tegen de oorlogsburgemeester.

De weerstand wilde zelfs het lijk opgraven en in een kist leggen, maar het werd hen verboden uit vrees voor vergelding en het aanhouden van gijzelaars.

Plakbrieven verschenen op de muren en werden doorgegeven, om de lijkschennis aan te klagen.

Ook de oorlogsburgemeester ontving een schrijven, waarin hij 24 uur de tijd kreeg, om het lijk in een degelijke kist te plaatsen, zo niet zou zijn graf een mesthoop worden.

In de nacht klauterden vier verzetslieden over de kerkhofmuur, het waren Jean Sterckx, Michel Stockmans en nog een paar anderen. Zij legden op het naakte graf twee kronen neer, één met de Belgische driekleur en in zilveren letters “Uw offer zal niet nutteloos zijn” en de andere met purperen band “A notre ami regretté”.

Hiervan werden zelfs de volgende dag in ‘t geheim foto’s genomen en verspreid.
De volgende avond werden de rouwbanden terug gehaald en door de familie Sterckx bewaard, om eens aan de familie van het slachtoffer te geven.

Verschillende inwoners legden ongezien bloemen op het graf tot grote woede van de zwarten die vanaf toen op de loer gingen liggen.
Ten zeerste met de zaak verveeld, liet de oorlogsburgemeester toch een houten kist maken, het lijk ontgraven en terug in het graf leggen. Achteraf kwamen de Duitsers uiteindelijk, op aanvraag misschien, het lijk weghalen. om met militaire eer te worden begraven op het militair kerkhof van het vliegveld Bevekom.

Sgt. Parramore werd er, zij aan zij samen met een andere gesneuvelde crewman, in een gemeenschappelijk graf n° 38 gelegd, waar de Amerikanen hen na de bevrijding vonden.

Bekendmaking

De moeder van George F. Parramore kreeg op 12 december bericht dat haar zoon vermist was tijdens een zending boven Duitsland.
Later kwam echter de onheilspellende bevestiging dat hij gedood werd “killed in action”. Zo hadden de Duitsers via het Rode Kruis laten weten. Deze moeder die in 1950 ook zou moeten vernemen dat haar andere zoon Thomas drie maal gewond werd in Korea, overleefde haar leed en stierf in juni 1981.
Na de oorlog werd SSgt. George F. Parramore III ontgraven en naar de definitieve begraafplaats van Neuville en Condroz gebracht, om er bijgelegd te worden op de US Ardennes Cemetery, in het graf 36, rij 5, lokatie D.
Aan deze held werd nog de Air Medal en het Purple Heart toegekend. Zijn familie bezocht het graf in 1985.

 

Verdiende posthume eer

Toen het Nieuwhuys-Museum besloot om de geschiedenis en de gebeurtenissen te Hoegaarden tijdens de Tweede Wereldoorlog te publiceren, werden de opzoekingen naar Parramore ingezet.

Het is dank zij Jo Verbeke, dat wij het ganse relaas (militair gedeelte) konden vernemen en het was de Town Major van Cheriton, die ons de adressen van de nog levende broeders en zuster bezorgden.

Deze mensen, die alleen wisten dat hun broeder ergens in de “European Area” was gevallen en in België begraven lag, waren uiterst gelukkig nadere bijzonderheden over de omstandigheden en de plaats van het gebeuren te kunnen vernemen.

Zij zonden ons de dagbladknipsels die in die tijd de verdwijning van Parramore bekend maakten en komen dit jaar naar Hoegaarden en ook naar Houtem. Daar zal in tegenwoordigheid van de familie Parramore en de Militaire Attaché van de USA te Brussel, een gedenkzuil worden onthuld, wijl in het Museum een tentoonstelling over SSgt. Parramore zal worden ingericht, om aan deze held de posthume eer te bewijzen die hem toekomt en ook om de begane fouten uit te wissen.

 

Parramore Fields

Het veld waar hij viel zullen wij in de toekomst “Parramore Field” noemen, opdat zijn nagedachtenis minstens in de streek zou levendig blijven, want hij schonk zijn jeugdig leven voor onze vrijheid.

 

KBR Parramore Field en monument

Kranten artikels Amerikaanse pers

Parramore krantenknipsels Buitenlandse pers
Parramore krantenknipsels Buitenlandse pers
Parramore krantenknipsels Buitenlandse pers

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email