Ga naar de inhoud

De munten van Cesar

De munten van Cesar

In 1852, juist 135 jaar geleden, had vader Jean Baptist Putzeys (bijgenaamd Jean Juge, omdat zijn oom Trudo Putzeys Vrederechter was geweest tijdens de Franse Revolutie), te Leuven bij Van Hauw in de Mechelsestraat, het brevet afgekocht van de fabricatie van muntbollen, die “Hollandse babbelaars” werden genaamd.

Jean Juge was bakker en winkelier op de hoek van de gemeenteplaats te Hoe gaarden (huidig herberg “Venetiaan”), waar hij een kleine graanmolen had. Hij had door dit brevet, een nieuwigheid te Hoegaarden binnen gehaald. Maar de fabricatie vergde veel werk en daarom moesten zijn oudste zonen, de 9 jarige Cesar en de 8 jarige Joseph, hem elke donderdagnamiddag helpen om muntbollen te rollen.

Alles geschiedde nog met de hand. De warme gekookte suikermassa werd in bolle kens gerold en daarna een Belgische leeuw als fabricatiemerk ingeprent. Dit gebeurde met een koperen geldstuk van 5 centimes, het “solleke” genoemd. Het werd op de muntbol gelegd en door een klop van de hamer, kreeg de nog mal se en warme bol de afdruk van de leeuw en werd het een platte ronde muntbol. De kleur ervan was destijds nog heel donker, omdat de witte suiker nog niet bestond. Achteraf weden de bollen afzonderlijk in stijf papier verpakt.

De jongste zoon, Joseph Juge, vond inspiratie bij dit werk en deed buiten we ten van zijn vader allerlei proefnemingen. Hij was zeer begaafd en drukte la ter de wens uit, scheikundige te worden, terwijl zijn oudere broer Cesar voor bestemd werd om eens zijn vader op te volgen.

Rond 1866 behaalde Joseph Putzeys te Gent zijn doktoraat in de wijsbegeerte en letteren en ook zijn diploma van ingenieur-scheikundige, gespecializeerd in de suiker fabricatie, die vanaf 1838 in de economische ontwikkeling van ons land, vaste vorm had aangenomen.

Hij begon zijn loopbaan in de pas opgerichte “Fabrique de Sucre Dumont en Coff in de Fabriekstraat te Hoegaarden, waar hij in het laboratorium tal van proef nemingen deed en weldra verschillende uitvindingsbrevetten behaalde inzake suikerfabricatie.

Voor rekening van de familie Wittouck, geldschieters in de suikerindustrie, vertrok Joseph Putzeys in 1868 naar Roemenie en Rusland om er in het land van de zwarte aarde, suikerfabrieken in gang te stellen.

Bij zijn terugkeer in 1872 werd hij een kostbare technische hulp in de fabri catie der muntbollen van zijn vader. Hij stelde de aromatische smaak van de munten op punt.

In 1877 (110 jaar geleden) werd Joseph Juge de eerste Directeur-Beheerder van de nieuwe suikerfabriek “Grand Pont” en bouwde in 1866 zijn eigen fabriek “Sucrerie de la Ghète”. Later in 1890 zou hij een tweede fabriek “La Candisserie! recht zetten, waar uitmuntende kandijsklontjes werden vervaardigd.

Joseph Putzeys trouwde in 1880 met Lucie Van Nerum, tante van Julien Van Neruz, door wiens laatste wilsbeschikking te Hoegaarden een museum ontstond en een intieme vriend was van Fritz Putzeys, zoon van Cesar Juge.

Joseph Juge leverde de witte suiker uit de “Sucrerie de la Ghete gelegen in de Em. Ourystraat, hetgeen aan de muntkaramellen een klare kleur gaf. Zij werden ook in een vaste vorm gegoten en in betere papiertjes en speciale doosjes verpakt, die door Joseph te Brussel werden besteld. Vanaf toen droegen zij de naam “Véritable caramel Cesar” doch te Hoegaarden bleven zij in de volksmond “de munten van Cesar Juge”.

Vele mensen die de trein namen, kochten in het stationhotel munten bij Cesar Juge, die het middel had bedacht om te Hoegaarden eten en drinken te geven voor hetzelfde geld. Bij elke pot Hoegaards bier, die 7 cent. kostte, kreeg de verbruiker voor 2 cent muntbollen terug, zodat moeder de vrouw haar rantsoen had voor de wwek en gemakkelijk aan haar man toeliet om naar de herberg te gaan.

Enkele jaren later was de vraag naar deze uitzonderlijke goede muntkaramel zo groot, dat er naar modernisatie diende uitgezien. En weer was het Joseph Juge, die door zijn talrijke commerciële relaties, zijn broeder Cesar in kon takt bracht met Denucé, fabrikant van “drops-réglisse” in de hoofdstad. De twee broeders Putzeys bezochten in 1997 (90 jaar geleden) een expo van suikerwaren te Brussel en gingen ook de moderne installatie van Denucé be zoeken. Zij kochten een nieuwe en grotere machine aan, die vanaf 1898 te Hoegaarden aan het station in gebruik werd genomen.

Nu konden er snel vele karamellen worden vervaardigd. De “leeuw die gedurer de 46 jaar als fabricatiemerk had gediend, werd vervangen door de letter “P” van Putzeys, in de machine uitgegrift. En buiten de muntka ramellen maakte Cesar ook “Pastilles”, zodat hij werkelijk de specialist in de munten was geworden.

Bij elke “cuite” (kooksel) van karamellen, was er altijd een afval van onver koopbare brokjes, die dan aan de kinderen werden uitgedeeld. De bekende H09 gaardse muziekdirigent Louis Gasia, e.a., hebben als kind vaak hun hand door de keldervenster gestoken om een handvol stukjes te krijgen.

In 1905 na de dood van Cesar Putzeys, volgde zijn zoon Frederic (Fritz genaamd) hem op. In 187 (30 jaar geleden) schonk deze het fabricatiebrevet van de muntraramel aan ‘t Nieuwhuys-museum, terwijl meester A. Guilluy zich de ganse installatie aanschafte. Het is hij die vanaf toen de nieuwe fabrikant der munten van Cesar is geworden, die volgens kontrakt alleen in het Museum van Hoegaarden mogen verkocht wor denn ten voordele van de kulturele aktiviteiten.

De historisch geworden karamel, wordt nog steeds gemaakt met dezelfde machines, met dezelfde suiker en aromatische stoffen als vroeger. Alles wordt nog gekookt in dezelfde ketels en gegoten op dezelfde afkoelings steen. Alleen de verpakking is veranderd, want de oorspronkelijke doosjes zijn niet meer te betalen. De muntkaramellen worden heden in cellophaanzakjes verpakt en niet meer afzonderlijk in papiertjes gewikkeld.

Desondanks deze noodgedwongen wijzigingen, blijven zij onze keel strelen en vormen samen met het Hoegaards witbier, dat eveneens sinds 1967 (20 jaar geleden) voor het eerst in ‘t Nieuwhuys-museum werd verkocht, de Hoegaardse specialiteiten bij uitstek.

Een groep Hollanders bezocht het Museum en zagen het opschrift “Hier zijn echte munten van Cesar te verkrijgen”, Zij vroegen als de munten wel “echt” waren, waarop de waardin bevestigend antwoordde. Toen zij de prijs vernamen konden zij het niet geloven, dat echte munten van Cesar zo goedkoop waren en zelfs per pak werden verkocht. Dat beviel hun en bestelden een groot aantal. Toen de waardin de muntkaramellen boven haalde stonden zij sprakeloos, want zij hadden gedacht dat het echte geldmunten waren uit de tijd van Julius Cesar, Maar toch namen zij enkele pakjes “Hollandse babbelaars” mee naar huis, doch minder dan oorspronkelijk besteld. Zo heden ten dage kunt U nog altijd de echte munten van Cesar in het Nieuwhuys museum bekomen.

Onze bijzondere dank hier aan Fritz Putzeys, die aan ‘t Museum de fabricatie overgaf en aan Meester Guilluy die de historische muntkaramellen vervaardigd.

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email