Ga naar de inhoud

De Kelders van 't Nieuwhuys

Geschiedenis

Wie de geschiedenis van ‘t nieuwhuys kent (lees Alpaidis nr 13/1968) weet welke rol de kelders van dit huis door de eeuwen heen hebben gespeeld, welke verhalen, legenden en sagen er aan verbonden liggen en welk geheimzinnig waas zij op de verbeelding van de mensen uit straalden. 

Ingevolge de gebeurtenissen die er zich afspeelden en nadien, vroeg of laat uitlekten en bekend geraakten, kreeg de keldergang van het oudste huis van Hoegaarden, zonder het zelf te weten of te willen, een eigen geschiedenis. 

Tot in de helft van de 16e eeuw berust alles op overleveringsverhale en legenden, maar vanaf dan zijn er vaste bewijzen voorhanden. Ons doel is de achtereenvolgende benamingen kenbaar te maken, die aan voornoemde kelders gegeven werden. Hiervoor steunen wij ons hoofd zakelijk op de gebeurtenissen die er zich hebben afgespeeld en op de verhalen die hieromtrent de ronde deden en bewaard bleven.

Romeinse of antieke kelder

Dat zal wel de eerste benaming zijn geweest, gezien er een Gallo Romeinse afspanning heeft bestaan, zodat het huis als “oudste huis” van Hoegaarden mag beschouwd worden. 

Er werden trouwens Romeinse munten, keramiek en scherven gevonden uit die tijd, terwijl in de kelders ook een laat Romeinse of vroeg Frankische waterput word ontdekt, waarin archeologische opgravingen plaats grepen en waarvan de mortel werd ontleed.

Deze antieke put werd later in de legenden en verhalen, vaak in betrekking gebracht met een geheime vliet en een vergeet put. 

Hubert Van Nerum bij de waterput. (foto ©Jos Verhoogen)

Spook of duivelslang

Tijdens de heidense tijd zouden er in deze kelders mensen en dieren zijn begraven geweest, waarvan de beenderen werden teruggevonden. Volgens een oude sage vierden geesten en spoken er hoogtij, die ‘s nachts in de keldergang met de duivel ronddansten, terwijl later het geklaag der doden er uit de grond opsteeg, smekend om in gewijde aarde begraven te worden.

Kluizenaarshol of mirakeloord

In de Middeleeuwen zou een verdwaalde pelgrim of kluizenaar er een onderkomen hebben gevonden. 

Hij bereidde er helende kruiden, gekookt in het geheim bronwater van een ondergrondse vliet (Madelonsvliet).  Deze kluizenaar hield er een verjaagde en vrome edelman verborgen, die elke nacht van uit een geheime onderaardse gang het bezoek ont ving van een witte dame. 

Twee boosdoeners hadden op zekere nacht de dame gevolgd en drongen het hol van de kluizenaar binnen. Zij brachten de edelman om het leven en gingen ook de witte dame te lijf, die zij bloedend ten gronde sloegen.

Maar toen gebeurde een mirakel, de dame rees plots terug recht en veranderde in een witte engel; het was de H. Magdalena. Onder haar voeten borrelde de geheime bron van de Madelonsvliet op, die zich rood kleurde met haar bloed. 

Door angst aangegrepen sloegen de moordenaars op de vlucht, maar alle uitgangen van de keldergang waren door engelen versperd. Gewekt door al dat lawaai snelde de kluizenaar toe, die de twee booswichten in de vergeetput wierp, waar zij een gruwelijke dood stierven. Vanaf toen kwamen de mensen naar het mirakeloord en wierpen offeran in de put, ter ere van de patrones der verloofden. 

Tot daar de legende.

Gonus bierkapel of gildekapel

Vanaf nu zijn er vaste gegevens voorhanden. In de tweede helft van de 16e eeuw werden de kelders van ‘t cabaret over de Cruysblock, zoals het huis toen genoemd werd, door de pas opgerichte Orde van den Roerstock, gilde van wijnboeren en bier brouwers, tot kapel omgevormd, ter ere van hun schutsheiligen. 

Maar in werkelijkheid diende zij als drank- en vergaderplaats voor de Ordeleden, die er in gesloten kring hun rituele wijn- en bier cultus hoog hielden. 

De eigenaar was toen Gonus van Molle, die er in ‘t geheim wijn perste boven de nog steeds bestaande witte wijnperssteen.

Soldatenkooi of hoerenkooi

In 1636 ging ‘t cabaret in de vlammen op en bleef alleen de kelder gang gespaard. Het zou Burgemeester Daniel Bormans zijn geweest, die de afgebrande woonst in 1645 terug ruim liet heropbouwen, waar door zij de naam kreeg van ‘t nieuwhuis. 

Vervolgens werd het huis tussen 1673 en 1679 door vreemde doortrekkende legers als troepentaverne in beslag genomen en diende als trefpunt en oord van plezier voor de huurtroepen en de lichte vrouwen “van quaden faeme” die de legers volgden. 

In die tijd was ‘t nieuwhuys eigendom geworden van Burgemeester Bertel Peeters (gehuwd met de weduwe van Daniel Bormans) maar zou gehouden geweest zijn door een schoenmaker en zijn drie mooie dochter. 

De kelders werden onteerd door de braspartijen en het losbandig ontuchtleven, waardoor zij de naam kregen van soldatenkooi of hoerenkooi, omdat de soldaten er met lichtekooien omgingen en de duivel er zonde preekte. , Na de algemene ontsmetting en belezing door Pastoor Jan Van den Putt (schoonbroer van de eigenaar) werd de put dichtgeworpen en de zonde begraven.

Carolus smokkelkot of bierkot

In de 18e eeuw kwam ‘t nieuwhuys, via de families Peeters en Sweerts in ‘t bezit van Meester-Brouwer Carolus Van Nerum, die het in 1723 na zijn huwelijk met Barbe Sweerts (kleindochter van Bertel Peeters) als eerste woonst betrok, terwijl hij zijn “paenhuys” (brouwerij) had op de Vroente in de St Corneliushoeve.

In 1747 bouwde hij zijn herenhuis in de Pastorijstraat en deed het ganse nieuwhuys restaureren. Hij liet het door S. Sweerts bewonen, die er de taverne terug openstelde, waar de bieren van Carolus werden verkocht. 

Carolus liet in de kelders een geheime bergplaats oprichten, voor zijn biervaten die aan de controle van de accijnzen moesten ontsnappen en ook om er zijn beste biersoorten “koel” te houden voor wanneer hij “hoger bezoek” kreeg.

De kalendergang was toen 36 m. lang en geleek op een reeks laag gewelfde spelonken, die onder de huidige huizen nr 2 tot 10 door liepen. Er zou zelfs een onderaardse gang zijn geweest, die tot onder het huidige huis nr 16 kwam, en reeds van in de middeleeuwe of zelfs vroeger uitgegraven was.

In de oude bierkapel van Gonus nodigde Carolus zijn intiemste vrienden uit, om er zijn beste smokkelbieren te proeven, waardoor in ‘t nieuwhuys Zowel boven als beneden gedronken werd, want vol gens Carolus smaakte het bier het best in de kelder; rechtstreeks van ‘t vat in de pot zonder heen en weer gesleep.

Conspiratiekapel of kelderkapel

Onder de Besloten Tijd van de Franse Revolutie was ‘t nieuwhuys block eigendom van de gebroeders Van Nerum (zonen van Carolus) die in de schoot van de V Geslachten en onder de naam van “St Corlius-broederschap” tot de samenzwering overgingen.

In de oude bierkelder van Gonus kwamen zij samen en conspireerden tegen de overheersers. Wanneer de Franse wetsdienaars binnenviel troffen zij slechts enkele schijndronken mannen aan, gezeten acht een biervat en omringd van talrijke bierstopen. Maar wanneer de gendarmen weg waren, herrees de bierkelder en conspiratieplaats waar in ‘t geniep boven de oude wijnperssteen doopsels werden toe gediend, huwelijken ingezegend en missen opgedragen. 

De Conspirateurs hadden er ook in geheime nissen, allerlei dokumenten en relieken verborgen en smeedden er tal van plannen tegen de Franse verdrukking. De vroomheid van de samenzweerders belette echter niet dat zij tijdens hun conspiratiebijeenkomsten, veel dronken op overwin ningen en nederlagen. 

Na de Besloten Tijd zou de onderaardse gang zijn afgebroken en dichtgeworpen zonder de minste sporen na te laten.

Nieuwhuys Refugie

Zoals tijdens het Franse schrikbewind, menige Brigand en opge spoorde persoon, er een veilige schuilplaats had gevonden, zo ook dienden de kelders van ‘t nieuwhuys in 1831 tijdens de politieke troebelen te Hoegaarden, als refugie voor de tegenstanders van de nieuwe aangestelde bewindsploeg, waaronder de afgezette burgemeester Ph. de Zangré. 

In 1870 toen het huis bewoond werd door Jozef Van Nerum (achter kleinzoon van Carolus) schuilden er dienstweigeraars, die na het vertrek der troepen te Hoegaarden achterbleven. (Jacobus Vandenbussche) 

In ‘t begin van de eerste wereldoorlog, toen Hubert Van Nerum (neef van Jozef) er als zadel- en gareelmaker woonde, dienden de kelders van ‘t nieuwhuys als schuiloord voor vluchtelingen en ontsnapte soldaten, die achteraf opnieuw de lijnen poogden te bereiken. Later werd het een pleisterplaats voor vrijwilligers en brieven, die over Holland naar het front gesmokkeld werden. En ten slotte in 1940/45, onder Julien Van Nerum (zoon van Hubert) dienden de kelders van dit huis als geheime contactplaats voor spionnen en voortvluchtigen, terwijl er een brievebus werd in gericht voor de koerier van een inlichtingsdienst en menig doku ment verborgen in de vele geheimenissen en bergplaatsen van de keldergang.

Museum – keldertabagie

In 1965 werd in ‘t nieuwhuys een heemmuseum opgericht en archeologische opgravingswerken in de kelders uitgevoerd. Zij leidden tot de ontdekking van dokumenten uit de Revolutietijd en het blootleggen van de Romeinse waterput, die achteraf werd uitge diept en tal van vondsten prijs gaf. Alsdan werd de historische kelder opengesteld voor het publiek, en zijn geschiedenis kenbaar gemaakt. 

In 1972 viel de heroprichting van de oude Biergilde van den Roerstock en nu heeft het Museum het plan opgevat, om ook tot de restauratie van de voormalige bierkapel van Gonus over te gaan. Via deze restauratie wordt beoogd de gebeurtenissen uit het ver leden terug in levende herinnering te brengen, maar opgevat en aangepast aan de huidige tijd en omstandigheden. 

Na meer dan drie eeuwen zullen de Ordeleden van de Hoegaardse biergilde, opnieuw in hun oude bierkapel hun rituele biercultus kunnen houden, op dezelfde wijze als in de Franse wijnkelders. Ter ere van hun wereldlijke beschermheer Keizer Karel, zal de bierkelder in Spaanse stijl worden gerestaureerd, terwijl de aarden grond met kasseien zal worden bezet. 

Opnieuw zal men er rond de smokkelvaten van Carolus het heerlijk Hoegaards nat kunnen proeven en tevens een bewonderend oog slaan op de Romeinse put en haar vondsten, de doopvontwijnperssteen van Gonus, het geheim altaar uit de Besloten Tijd en wellicht ook de ingang van de onderaardse spelonk. 

De Romeinse af spanning, de spoken en geesten uit de heidense tijd het mirakel van het kluizenaarshol, met de minnebron van de Madelonsvliet, de soldatentaveerne, de Conspiratietijd en de Refugie zullen er in herinnering worden gebracht, alles onder vorm van historische museumkelder, toegankelijk voor het publiek. 

Inwijding van de gerestaureerde kelder. Vlnr: Maurice Vandergeeten, Albert Rimanque, Riger Kerrijn, Marc Collin, Hubert Van Nerum, Jean Tritsmans (foto ©rb)

De oude Bierkapel zal als “Kelder-tabagie” met zelfbediening worden ingericht en als vergaderplaats voorbehouden blijven aan de Kanselier en Grootmeesters, de Edelgezworenen en Ridders uit de Orde van den Roerstock en aan allen die de biercultus hoog houden. 

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email