Ga naar de inhoud

Hoegaarden: Een fraai uitgestrekt dorp

Situering

Een fraai uitgestrekt dorp (voor fusie 1750, nu 2.500 ha, ca 5625 inw.) gelegen op grens van Hageland en Droog-Haspengouw; evenals op de in België zeer gekende taalgrens (Grote Gete: geografische grens, taalgrens en dorpsgrens)

Hoegaarden in de vroege Geschiedenis

De oorsprong

De oorsprong van Hoegaarden is moeilijk te bepalen, (te Rommersom neolithische vondsten), maar wel is het een feit dat op deze plaats reeds. een nederzetting was ten tijde van de Romeinen. De weg Tienen-Nijvel, een Romeins diverticulum [1] van de grote heerbaan Keulen naar Bonen [2], liep voorbij Overlaar, dwars door Hoegaarden-kom, door de huidige Tommestraat naar Elst, Mélin (Malen), Opprebais (Opper beek), Chaumont, en verder naar Nijvel. In Kommersom, een van de ge huchten van Hoegaarden, ontdekte men in de vorige eeuw een Romeinse graftombe, met een aantal urnen. Daarenboven kunnen we nog melding maken van verscheidene “tommen” [3] te Hoegaarden, en recente ontdekkingen, bij het aanleggen van de E5-autoweg, die een afrit heeft in Hoegaarden, waardoor een bezoek aan dit bloeiende dorp wordt vergemakkelijkt.

De Franken

In de 5e eeuw zijn de Franken aangerukt. Dit werd een landbouwersvolk bij uitstek, en het rijke Haspengouw (en dus ook Hoegaarden) met een overvloed van bossen, akkerland, weiden en rivieren, was voor hen een ideaal vestigingsgebied.

De Germanen

Die Germanen hebben Hoegaarden bezet en gekolonizeerd; de Germaanse benaming van Hoegaarden (begin 12e e. Huguardis, wacht- of uitkijkpost (wardo) van de Hugas, de lieden van Huga).  

Ook van zijn gehuchten is daar een sprekend bewijs van:

  • Rommersom= “heem van Rumahari”.
  • Houtem= “heem bij het bos” [4].
  • Nerm, voorheen geschreven. “Nederheim” [5].

Te Overlaar werd een Frankische begraafplaats ontdekt; er werden verscheidene geraamten, veelkleurige porseleinparels, een gesp en enkele ijzeren wapen opgedolven.

Het opkomende kristendom

Het is ook tijdens deze periode dat de evangelisatie plaats vond, waarbij het bekeringswerk vooral verricht werd door de bisschoppen van Tongeren en Luik, door St Lambertus (+ 705) en St Hubertus (+ 727).

In verband met opkomend kristendom, legende van St Odivinius (feest 25 juni) waarvan de relieken hier nog bewaard zijn.

Legende van priester Odivinius
Deze priester die leefde te Hoegaarden vóór de jaren 1000. Trok veel naar Meldert om er goddelijke dienst te verrichten.
Op zekere dag 2 schurken die een grote aalmoes wilden ontvangen. Eén veinsde dat hij dood was en de andere stortte tranen in overvloed en begon luidkeels te klagen. God liet echter niet met Odivinius spotten en de schijndode bleek ….. 

Dood van Odivinius 
Twee boeren twistten hevig over de limieten van hun land. Odivinius die boven alle partijdigheid stond, werd er bijgehaald. Eén was echter zijn petekind. Deze was toevallig in het ongelijk, wat grif en ruiterlijk door Odivinius werd erkend. Zijn petekind ontstak zo in woede dat hij een spade nam en Odivinius doodstak. Uit zijn bloed ontsproot op hetzelfde ogenblik een bron, wiens water vele zieken zou genezen.

Brunengerunz en Alpaïdis

Zeer vroeg werd het door de Franken veroverde gebied onderverdeeld in administratieve gouwen of graafschappen, met aan het hoofd de graaf [6].

Een dezer graafschappen heette “Brunengerunz[7]

Dat was het gebied tussen de Kleine Gete, de Velp en de Dijle, of met andere woorden begrensd door een lijn gaande van Heylissem, Zétrud, Mélin, Roux-Miroir, Chaumont-Gistoux, vandaar naar de Dijle, die volgend tot Leuven, verder over Korbeek-Lo, Lovenjoel, Glabbeek, Tienen en terug naar Heylissem.

Het graafschap Brunengeruz, anonieme schets , 19de eeuw ©Hoegaardserfgoed.be

De graaf moest in zijn gebied rechtspleging houden, belastingen (in natura en valuta) innen, en soldaten ronselen voor zijn koning. Om dit te doen beschikte hij over een “castrum”, een heel kompleks van ambtsgebouwen, woning voor zichzelf, woning voor zijn helpers, stapelhuizen, eventueel kapel; en alles al dan niet omringd door een houten palissade.

Hoegaarden is het bestuurscentrum van Brunengerunz geweest en Alpaïdis was de laatste wereldlijke gravin.

Wie was Alpaïdis ?

Toen medio 18e eeuw de kerk van Hoegaarden werd herbouwd, werd in de torenmuur een gedenksteen aangebracht met een latijnse tekst, waarvan hierbij een vertaling:

“Van kasteel van Alpaïdis werd ik tempel Gods; knagende tijd, ouderdom, nood lot hebben mij tot puin gebracht; edoch, onder het meierschap van Colard en het secretarisschap van Servatius Sweerts, heeft de rechter mij de tienden toe gewezen waardoor ik thans gans nieuw herrijs. Henricus Sweerts, pastoor, legde de eerste steen”

Uit bronnen kan worden afgeleid dat Alpaïdis geleefd heeft in de 10e eeuw; een dame was van de allerhoogste adel en schitterende huwelijken had aangegaan. Zij trouwde eerst met Godesverd, door hertog Bruno van Keulen aangesteld als onderhertog van Neder-Lotharingen, die stierf in 964.

Daarna huwde ze met Eilbert, kleinzoon van de machtige Wigerik van Ardennen, en stichter van de abdij van Waulsort; deze stieri kinderloos in 977. Alpaldis trok zich daarna een tijd in die abdij terug en zou dan in Luik zijn gestorven.

Hoegaarden, Luiks gebied

HOEGAARDEN LUIKS GEBIED = troebelen tot aan de Franse Revolutie (vanaf 987)

In 987 verleende Otto III, keizer van Duitsland, de graafschappen Hoei en Brunengerunz aan Notker, bisschop van Luik. Hoegaarden werd dus Luiks gebied, alhoewel het kapittel blijít afhangen van de dom van Keulen (zie verder bij de bespreking van de kerk !)

De aanstelling van bisschop Notker ais territoriaal vorst van Brunengerunz was in elk geval niet naar de zin van de inlandse adel, en de moeilijkheden beginnen. Brunengerunz is trouwens een soort Luikse “enclave” in Brabant en reikt tot aan de poorten van Leuven, waar Lambertus; heerszuchtig afstammeling van het Karolingische vorstenhuis , zijn burcht heeft gevestigd en ervan droomt Brunengerunz in te palmen.

Als Balderik II, opvolger van prinsbisschop Notker, in 1013 een burcht in Hoegaarden wil oprichten, breekt hel verzet van Lambertus los : hevig protest, aanvallen, moorden en plunderingen. Dreigementen en banbliksems helpen niet : Het zal oorlog worden en de botsing van de twee legers van Middeleeuws formaat en bewapening grijpt plaats in de velden van Hoegaarden. Het wordt een zeer zware slag die door het verraad van de graaf van Namen uiteindelijk door Lambertus wordt gewonnen.

Een vredesverdrag komt tot stand en Brunengerunz gaat over in de hand van Lambertus, waarbij in het verdrag echter een clausule is voorzien dat Brunengerunz kan worden terug gekocht door de bisschop van Luik, wat dan ook gebeurde in 1099.

Een gevolg hiervan is geweest dat Hoegaarden geen versterkte stad is geworden, waardoor zijn prestige en invloed veel heeft ingeboet.

(Hoegaarden werd nog even Naams gebied (Albertus III van Namen werd hiermede beloond voor zijn bondgenootschap in de strijd, maar in 1155 was het al terug Luiks gebied.)

Steeds zijn er moeilijkheden geweest tussen Luik en Brabant om Hoegaarden. (Hoegaarden was met Bevekom en Tourinnes een soort Luiks eiland in Brabant.

Sterker nog : Hoegaarden was van Bevekom gescheiden door een strook Brabants gebied in de buurt van Meldert en Sluizen, zodat de hertog van Brabant, komend van Leuven, langs zijn eigen gebied zijn gronden en bezittingen in Geldenaken en omgeving kon bereiken ! ).

Hoegaarden blijkt een wankelbaar bezit van de bisschop van Luik en dient steeds weer als speelbal tussen Brabant en Luik en dit gaat zo verder tot in 1288 als Hoegaarden, na een langestrijd, weer terug onder Luiks beheer komt.

In 1289 krijgt de gemeente Hoegaarden zijn Keure, waardoor zijn inwoners als volwaardige “Luikenaars” werden beschouwd, met behoud van al hun voordelen, en waarbij ze ook;  als vrije gemeente, een gemeentezegel ontvingen (onontbeerlijk instrument om alle officiële stukken te bekrachtigen).

Zegel
Rechter bisschopsarm getooid met manipel en bisschopstaf. De arm betckent de bisschoppelijke macht; de manipel is het symbool van zijn zorgen en lasten; de staf is het symbool van de veilige hocde (herder). Dit zegel werd later overgenomen in het wapenschild van Hoegaarden.

Hoegaarden, als Luikse gemeente

Hoewel volledig Luiks gebied onderging Hoegaarden door zijn ligging veel meer de invloed van de Brabantse dan van de Luikse politieke stromingen en heel vaak zal Hoegaarden schipperen tussen beide machten en een eigen politiek proberen te leiden.

Geleidelijk aan gaat het feodaal stelsel verloren en beginnen grote gemeenten zich te ontwikkelen, meestal rond de residentie van een machtige heer. Họegaarden was geen residentie plaats meer en de graven van Leuven gedoogden geen sterke concurrentie op de rand van hun gebied en pousseerde daarentegen Tienen als vooruitgeschoven post. Dat is de hoofdreden waarom Hoegaarden nooit tot stad is uitgegroeid. Hoegaarden was wel een Vrijheid, waarvan meier en schepenen werden benoemd door Luik, maar bleef een open gemeente zonder omwalling.

Nog een dubbelzinnigheid : Hoewel Hoegaarden een Luikse gemeente was, was in de oorkonde van 1288 duidelijk vermeld dat de hertog van Brabant “de trommelslach behield”, zodat Hoegaarden militaire van Brabant bleef afhangen. territoriaal en burgerlijk van Luik, terwijl de kerk en het kapittel nog steeds van Keulen afhingen.

De XIVe eeuw was voor Hoegaarden een tamelijk rustige tijd. Hier vallen alleen enkele militaire expedities te noteren die echter nooit in Hoegaarden zelf werden uitgevochten.

In die tijd werden ook de landverdelingen doorgevoerd (kapittels, abdijen, grote landeigenaars als heren van Bost, Schoor, Hoksem, Aalst enz.) en bloeide de landbouw.

Dit was ook de periode van de druiventeelt (Nerm en Aalst, en Overlaar). Naast de landbouw vas er ook een uitbreiding van de handel (vee, granen, hout, wijn en bier;  waarvan verkoop vermeld in 1344 ), waarbij ook de ambachten niet ten achter bleven (smid, timmerman, pottenbakker, lakenwever) dit laatste in Aalst omdat door lakengilde van Tienen geen andere lakenweverijen mochten worden opgericht binnen een straal van 5 km.). 

Het is ook de periode van de oprichting van het kapittel van Hoksem (zie kerk van Hoksem).

In het begin der XVe eeuw houdt het hertogdom Brabant op een kleine zelfstandige staat te zijn en wordt een provincie van het Rijk der Nederlanden onder de Bourgondiërs.

Voor Hoegaarden verandert dit weinig, alleen wordt de belastingdruk verzwaard : zij betalen voort belastingen aan Luik maar worden ook door de Bourgondiërs uitgeperst, en wel door allerhande doorvoertaksen als Hoegaarden buiten zijn grenzen handel wil drijven. 

Het is ook in deze periode dat het “Convent der Broeders Begaarden” werd gesticht en die tussen 1445 en 1455 naar Hoegaarden zijn gekomen.

Habsburgse periode (1482 – 1598)

Op het eind van de 15e eeuw kwamen de Luikse gemeenten in opstand en vermoordden in 1482 hun prinsbisschop Lodewijk van Bourbon. Hoegaarden was trouw gebleven en trok er, aan de zijde van het Brabants leger op uit om de opstandelingen te straffen.

Hoegaarden speculeerde weer op haar dubbelzinnige positie en geraakte op een wit blaadje en we treden in 1494 met Philips de Schone voorgoed onder het bewind der Habsburgers. 

De eerste helft van de XVIe eeuw, en vooral onder Keizer Karel (1515 – 1555) zal gekenmerkt zijn door een betrekkelijke rust en een groeiende welvaart, alhoewel we hier toch even de Slag bij Tienen moeten vermelden in september 1507 (strijd van Margareta van Oostenrijk tegen het Franse leger van Lodewijk XII, waarbij enorm veel Hoegaardiers sneuvelden.)

Het is ook tijdens de regering van Keizer Karel dat het Hoegaards bier en de Hoegaardse wijn rijkelijk vloeiden.

Onder Philips II (1555 – 1598), die vanuit Madrid ons land bestuurde en zijn hertog van Alva moest sturen om de onlusten te onderdrukken, was het goed dat Hoegaarden nog steeds als Luiks gebied kon doorgaan en maar onrechtstreeks met Alva te maken had. Er werden echter tegenmaatregelen inge steld en dit is de periode dat de dorpswacht werd ingesteld.

De “zwarte eeuw” (17e)

Er kwam weer wat rust onder Albrecht en Isabella (1598 – 1621), en het is ooh in deze periode dat voor het eerst van de “brouwersgilde” wordt gesproken.

Nadien kwamen er echter heel wat moeilijkheden, vooral door de expansie drang van de Franse zonnekoning (Lodewijk XIV), en door de moeilijkheden tussen de Nederlanden en het Spaanse bestuur, zal de Luikse gemeente Hoegaarden, als enclave in het Brabants gebied, door alle legers onder de voet worden gelopen. Het zijn vooral de troepen van hertog Karel van Loteringen (ten dienste van Frankrijk) die, van 1649 tot 1653, bijna steeds in Hoegaarden huis hielden en de gemeente op allerlei manieren geplaagd hebben.

Maar de allerergste rampen kwamen tussen 1673 en 1679. Hoegaarden kende toen de twijfelachtige eer de grote Franse koning (Lodovijk XIV) 2 dagen en 2 nachten te zien kamperen in ‘de Blije”, maar het leger plunderde en verwoestte het grootste deel van het dorp waarbij in 1676 dan nog een besmettelijke ziekte uitbrak. De bevolking daalde van 1400 inw, in 1618 tot 800 inw. in 1679.

Stilaan kan men nu wat herademen, maar in 1692 heeft de heropflakkerende oorlog weer alles vernield.

XVIIIe eeuw de “gouden eeuw van Hoegaarden

Het is toen dat vele prachtige hoeven en woningen werden opgetrokken in typisch Brabantse stijl.

De algemene welvaart was vooral te danken aan de bloei van de biernijverheid en handel. In 1709 waren er 12 brouwerijen, waarvan 2 uitgebaat door kloosters die van de Begaarden te Overlaar en de Grote Molen van de Abdij van Averbode (abdij die heel wat eigendommen in Hoegaarden bezat). In 1745 zijn er reeds 30 brouwerijen en een honderdtal brouwers op een bevolking van 2000 mensen. Er was toen ook een grote gemeenschapsbrouwerij en zoals de boer naar de molen trok om zijn graan te laten malen ging hij, die geen eigen installatie bezat, naar de brouwerij om er zijn eigen brouwsel te laten maken.

Die handel nam zo een hoge vlucht dat in 1776 een gouvernements rapport zal kunnen zeggen: op een toale uitvoer van 24.000 amen bier voor het land, nam Hoegaarden er 15.000 voor zijn rekening. Het is trouwens pas in het begin van de 19e eeuw dat Leuven Hoegaarden kan overtreffen.

Er waren drie soorten bier : het gewone of klein bier; het goede bier en het extra of dobbelbier.

Het is ook in die periode dat Hoegaarden bestuurd werd door grote brouwers, die er voor zorgden dat er een nieuwe kerk gebouwd werd en dat er nieuwe wegen kwamen.

Opstand en Franse revolutie

Vanaf de 18e eeuw heeft men in Hoegaarden, naast de door Luik aangestelde regenten, ook een “dorpsraad” gekozen door het volk, die echter weinig in de pap te brokken had.

Dit bracht reeds moeilijkheden vanaf de tweede helft van de 18e, maar in 1789 krijgen we een eerste opstand in Hoegaarden.

Notaris-brouwer Van Autgaerden was in 1787 burgemeester geworden, ontpopte zich als een van de grootste tegenstanders van de regentie en werd de spil van het verzet. Hij riep een volksvergadering samen en deed er een zeer gloeiende en opruiende toespraak, die veel sukses oogstte. 

In 1789 werd hij vervangen, maar deze vervanging doet de politieke passies hoog oplaaien. Weer riep hij het volk bijeen dat nu gewapend samenstroomt op de dorps plaats. Het gemeentehuis wordt bestormd, de schepenen uit hun funktie ont heven en van Autgaerden spontaan tot regent-burgemeester geproklameerd. 

De hele nacht duurde de opstand voort, het huis van sekretaris Sweerts werd bestormd (Arendsnest) en alle registers en archieven moeten aan het nieuwe bewind worden overhandigd.

En wat deed Luik? 

Hier waren zelf hevige onlusten en speelde de revolutionnaire volksbeweging zo een rol dat de prinsbisschop niet tussen kon komen (moet trouwens vluchten en werd in 1790 van de troon vervallen verklaard). In 1791 komt de prinsbisschop met behulp van het Oostenrijkse leger weer op de troon. Toen kwam hij ook in Hoegaarden tussenbeide, Van Autgaerden werd als Frans agent ontmaskerd en het oude regime in eer hersteld.

Hoegaarden, een Brabantse gemeente

Op 26. 6. 1794 werden de Oostenrijkers te Fleurus door het Franse leger verslagen en kwam ons land onder het Franse juk te staan.

Administratief werd Hoegaarden losgerukt van Luik en werd ingedeeld bij het “Département de la Dyle”, met Brussel als hoofdstad (de latere provincie Brabant). Hoegaarden werd de hoofdplaats van het kanton Hoegaarden, maar reeds in 1820 werd het bij het kanton Tienen ingelijfd.

Aanvankelijk eerbiedigden de Fransen de godsdienstige overtuiging van onze voorouders, maar spoedig zou het tij keren. In 1796 begon de godsdienst oorlog en werd de kerk gesloten en het kapittel afgeschaft; de paters Begaarden werden uit hun klooster gedreven en de goederen van deze instellingen werden verbeurd verklaard.

Deze godsdienstvervolging, en het heffen van zeer hoge belastingen, brachten een zware ontgoocheling teweeg. De misnoegdheid groeide en geleidelijk aan werd de tegenstand georganiseerd. “Voor outer en heerd” trok men ten strijde en vele Hoegaardiers hebben meegedaan aan de Boerenkrijg, maar de Franse overmacht was te groot.

Gedurende de hele overheersing hebben de pastoors te Hoegaarden echter hun werk kunnen voortdoen, en in de kelders. van het museum werd menige mis in het geheim opgedragen (bestaan van onderaardse gangen).

Na het Franse kwam het Hollandse bewind (1813-1830). Het belangrijkste feit van die periode was te Hoegaarden misschien wel de oprichting van een nieuwe zustercongregatie, met pensionaat, die de gebouwen van het oude Begaardenklooster kwamen bevolken.

Stilaan komen we zo in het koninkrijk Belgie, waar we op ekonomisch vlak beslist de stichting van de suikerfabriek Grand-Pont moeten noteren, met als historisch jaar 1865, oprichting van de eerste fabriek (met een stoommachine van 20 pk), die toen reeds 142 arbeiders en 35 arbeidsters in het seizoen te werk stelde.

In 1840 waren er 3. 478 inwoners op 2. 066 ha.
In 1882 werd Bost afgescheiden (322 ha).

In de loop van de verdere jaren heeft Hoegaarden nog wel zijn wel en wee gekend, maar het is ondanks alles een landelijk dorp gebleven, gekneld tussen twee provinciestadjes Tienen en Jodoigne.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email