Ga naar de inhoud

De spotvogel  "Pierlala"

De spotvogel  “Pierlala”

Tijdens de ganse sansculottentijd, maar bijzonderlijk gedurende de angstige dagen van de Boerenkrijg en ook later, toen onze jongens op vreemde slagvelden vochten, was de oude spot vogel “Pierlala”, een onzich baar en legendarisch figuur uit het bijgeloof en de volkskunde, de vriend van allen die het tegen de Fransen had opgenomen.

Hij kon zowat vergeleken worden met de geest van de sprekende tafel, die in de verbeelding van de mensen, op gestelde vragen antwoordde, of ook nog met de Engelse “spirit”, gekend onder de naam van “Skiboo” (door de G.I. ‘s Kilroy geheten) die tijdens de laatste oorlog, overal ongezien op dook, alles wist en alles zag.

De mensen verstoken van alle nieuwsberichten, hechtten er heimelijk een zeker troostend geloof aan en riepen in ‘t geniep “Pierlala” op. In samenspraak met zijn geest, vroegen zij wat nieuws over een voortvluchtig broeder, een vader die in gevangenschap verkeerde, of een zoon die misschien op een ver slagveld te sterven lag. Zij wilden weten hoe het die Fransen verliep, als er aanhoudingen op til waren, nieuwe decreten of verse wetten in ‘t, verschiet waren, enzo meer.

Enkele mensen kwamen bijeen en grendelden vensters en deuren af, alvorens Pierlala op te roepen, gewoonlijk niet de woorden :

Kom Pierlala, wek uit uw slaap,
en houdt ons toch niet voor de aap.
Zeg ons wat ge weet,
al is ‘t slecht en wreed,
we zitten hier bij mekaar,
en houden ons voor u klaar.

Dan bleef het een wijl muisstil in de plaats, tot wanneer een stem opstee uit een letterzieke slaap en geestelijk ongevoelig. Het was de geest van Pierlala die sprak.

” Hier is Pierlala sa sa,
zeg me wat ge weten wilt,
maar blijf allen kalm en stil,
en luister goed naar mijn raad,
doch maak hiervan weinig praat. “

Daarop werden enkele vragen gesteld, waarop de geest van Pierlala antwoord gaf, tot wanneer hij de samenspraak besloot :

” Genoeg, het is gedaan,
Brave mensen altemaal,
tot op ‘n andere tijd,
en leef in eerbaarheid,
zo zegt u Pieriala, sa sa. “

Nopens de Hoegaardse Pierlala is weinig bekend, alleen dat hij hier zoals elders opgeroepen werd om wat nieuws te brengen. In de kelder van ‘t Nieuwhuys werd ter herinnering aan dit bijgeloo uit de Revolutietijd, in de scheidings deur bij de waterput en de do vontsteen, het oog van Pierlala aangebracht. . Door dit oog kan men het voormalig “cachot” zien, waar aangehoudene hebben vastgezeten, alvorens naar Tienen, Leuven of Brussel te word gebracht. Ook bleef in het archief der Geslachten (Conspiratiebundel), een schets van Pierlala bewaard.

Maar buiten de spotvogel Pierlala, werden er ook spotliederen en sp schriften, tegen de Fransen en hun knechten uitgegeven, alsook spot tekeningen (meestal karikaturen van Municipalen).

Het lied van  “Pierlala”

Hieronder vindt u een liedje van Pierlala, dat te Gent is uitgegeve maar in alle streken gezongen werd, door het toepasselijk te maken hun eigen Municipale agenten, mits lichte afwijkingen.

Den Franschman, als hy kwam in de stad.
Ons veel beloften dee:
Hy seyd, dat men de vryheyd hadd,
Bragt ons gelykheyd mee:
Maer het was al bedriegery.
Wy syn in wreede slaverny.

Ik sugt! seyd Pierlala sa sa
Ik sugt! seyd Pierlala.

Waerin bestaet ons liberteyt?
Parbleu, ik niet en vat.
Geen borger, die daer niet door leyd.
Soo buyten als in stad.
Neiringen, kloosters zyn te niet;
Den ambagsman is in verdriet.

D’as vry! seyd Pierlala sa sa
Da’s vry! seyd Pierlala.

Ah! Borgers, men my lachen doet.
Als men ons noemt souvreyn:
Want cen souvreyn gebieden moet.
En wy gebonden syn
Maer ‘t is cen Fransche liberteyt.
Het is een nieuw egaliteyt

‘t Is Fransch’ seyd Pierlala sa sa
‘t Is Fransch’ seyd Pierlala.

Alwaer dat ik my keer of wend.
‘t Is overal souvrcyn:
Ga ik op het stadhuys van Gent.
Souvreynen daer ook zyn
‘t Club ook souvreyn acte doe
Segt, aen wie ik me houden moet

‘k Weet niet! Seyd Pierlala sa sa
‘k Weet niet! Seyd Pierlala.

Maer als ik wel myn oogen sla
Wie hier vergadert syn.
Veel bankroutiers sie ik hier staan
Als leeraers in den schyn.
Ander met roode mutsen op.
En den genever in den kop.

Da’s kael! seyd Pierlala sa sa,
Da’s kael! seyd Pierlala.

De thienden syn nu afgestelt,
Maer, landsman, wat profy
Den pagt een vierde meerder
Soo dat gy er by lydt.
Boer, vóór dat ge een wet aeni
Siet eerst wel onder haren slee

Heft op! seyd Pierlala sa sa,
Helt op! seyd Pierlala.

Maer wee, maer wee aen den
Het volk kent eens syn ma
Getergt, hel woord van quaed h
Den hongersnood geest kraj
‘k Heb liever Pierlala te syn.
Als MENIERES souvere

Wee, wee! seyd Pierlala sa sa,
Wee, wee! seyc Pierlala

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email