Ga naar de inhoud

De beschermheiligen der Schuttersgilden

De Schutspatroon

De verering der schutspatronen was niet alleen een door de gilde voorgeschreven en opgelegde verplichting, doch behoord mede tot de levensbeschouwing van elke gildebroeder.

De schutspatroon werd beschouwd als een zeer belangrijk deel van de gilde. ledere gilde had zijn beeltenis in de parochiekerk hangen of staan, soms zelfs in een eigen kapel. Bij ommegangen werd dit beeld devotievol uitgehaald en door de gilde in de processie rondgedragen. De feestdag van de gildeheilige was de aanleiding en het gepast ogenblik voor belangrijke gebeurtenissen in de gilde, koningsschieten, teerfeest, gildemis ter ere van de overleden gildebroeders.

Veelal werd de beeItenis van de schutsheilige in het gildevaandel centraal in een medaillon opgenomen en vormde samen met het bourgondische knoesten St. Andrieskruis – de gekruiste knoestenstokken – het hoofdmotief der symboliek. Nu nog bekleden de schutspatroons der gilden een belangrijke rol in hun gebruiken. De gilde van St. Hermetis te Ronse heeft als taak en rekent zich als een eer de enigen te zijn die het schrijn van St. Hermetis (pestheilige) uit de kerk te mogen afhalen voor de jaarlijkse “Fiertelommegang” (36 km.)

De St.-Jorisgilde van Brecht heeft een gildebanier waar in het middenmedaillon, centraal op de borst gedragen, relieken van St.-Joris geborgen zijn. En menig ander voorbeeld kan nog aangehaald worden. Nochtans dient niet uit het oog verloren te worden dat het gebruik, een schutspatroon voor een gilde te hebben, uit een ver verleden stamt, uit de voorchristelijke tijden, toen in onze streken nog de oud-germaanse goden aanbeden werden.

We weten dat er toen reeds “gheldonia” bestonden, weliswaar niet volledig naar de vorm nock de inhoud gelijk aan deze die wij als normatief voor onze schuttersgilden nemen, doch die wel als prefiguraties aangenomen worden. Welnu ook deze “gheldonia” stelden zich reeds onder bescherming van een heidense godheid. En zelfs dat is dan nog geen innovatie want in de ganse geschiedenis vinden we steeds maar voorbeelden terug waarin zelfs in de oudste culturen reeds het zoeken naar contact tussen onze wereld en de wereld der goden door de sterveling en door midden van bemiddelaars (ic. heiligen) gezocht wordt. De schutspatroon was voor onze voorvaderen niet alleen een lichtend voorbeeld, wiens leven en goede voorbeelden men zou trachten te benaderen, doch hij was ook de helper, toeverlaat in nood en dikwijls zelfs, in hedendaagse termen uitgedrukt de psychiater en/of geneesheer. Een dergelijke belangrijke taak verdiende dus ook wel vanwege de gilde broeders een diepe verering en verzorging. Dit blijkt dan ook uit de zo talrijke kunstwerken, schilderijen en beeldhouwwerken die hun lof en verering moeten illustreren. 

De Heilige Martinus

Martinus: van het griekse ” marmama i ”  [1] .

Zoals verschillende andere heiligen heeft Martinus ook een militair verleden en wel als romeins cavalerie-officier.
Geboren in 316, drie jaar nadat Keizer Constantijn aan de christenen gods dienstvrijheid verleende, in Hongarije uit heidense ouders geboren, beleefde hij de ineenstorting van het Romeinse Rijk.

Zijn vader was tribuun van het Romeinse leger en hijzelf werd door de zorgen van zijn vader reeds op 15 jarige leeftijd bij het leger ingelijfd. In die tijd diende hij als jong Romeins ruiterij officier en toen plaats zich het verhaal van de bedelaar en de mantel.

Jezus als bedelaar vermomd, en half naakt smeekt Martinus om een aalmoes. Deze neemt zijn zwaard en sneed hiermede zijn (cappa) mantel door. De helft gaf hij aan de bedelaar.

Aldus had Martinus aan twee voorschriften voldaan: eerst aan de naastenliefde en dan aan de militaire reglementen die het dragen van de “cappa” voorschreven.

Het overgebleven deel van de “cappa” werd later door de Merovingische koningen als rijkskleinood vereerd en behouden in een speciaal daarvoor gebouw de tent, naar de “cappa” “capella” genaamd. Vandaar het woord kapel en Chapelle

Door zijn edele daad de bedelaar een stuk van zijn mantel te schenken, wordt hij door de kleermakers als patroonheilige vereerd.

St. Maarten is ook in onze gewesten een zeer populaire heilige en vele volks gebruiken hebben betrekking op hem.

Te Amiens liet hij zich dopen, hij was toen ongeveer 20 jaar en gaf de wens te kennen zich uit het leger terug te trekken. De keizer weigerde en dacht dat lafheid zijn motivering was. Daarom trok Martinus totaal ongewapens het germaanse leger tegemoet en ‘s anderendaags kwamen deze.. de vrede aanbieden. Daarop mocht Martinus het leger verlaten. Bij dit bezoek aan de keizer bood deze Martinus een beker wijn aan, doch deze weigerde. Daarom is de H. Martinus ook schutspatroon van de geheelont houders. Hij trok dan naar Hongarije en bekwam een lagere wijding als “exorsist” t.t.z. , duivelsuitbanner.

Teruggekeerd naar Frankrijk doorkruist hij dit land al predikend. Daarom zijn er in Frankrijk ongeveer 4000 kerken naar hem genoemd. Ook verschillende plaatsen en tot zelfs bomen dragen er zijn naam.

Tijdens één van die tochten leent hij een boot van een handelaar en toen het schip gegrepen werd door de hevige storm, slaagde Martinus erin het schip be houden te laten door varen alhoewel kapitein en bemanning verder sliepen. Vandaar dat hij ook patroon is van de groothandelaars.

Verdreven uit een klooster te Milaan door de Arianen, trekt hij zich terug op het griekse eiland Gallinaria (Isola d’Albegha) in de Thyreense zee. Hij stelt daar een einde aan een slangenplaag die reeds jaren het eilandje teisterde.

Op de terugweg naar Poitiers sticht hij te Liguge het eerste klooster van het Westen, een werkelijke grote kerk- en cultuurhistorische gebeutenis. Het werd tevens een uitgangspunt voor de missionering in Frankrijk.

Vanaf die periode beginnen de wonderen van St. Martinus. Wanneer in 367 de bisschop van Poitiers, Hillarius, sterft vraagt deze op zijn doodsbed aan Martinus om hem op te volgen. Deze weigert dit, doch wordt door het volk gedwongen te aanvaarden.

Tijdens één van zijn rondreizen in Frankrijk zouden er ook meerdere mirakels gebeurd zijn o.a. werd de tempel van Mars door een onweer verwoest en Martinus liet op die plaats een kerk bouwen. Door zijn omgang met donder en bliksem werd hij de patroon van buskruidmakers, kolveniers, schutters en kanoniers.

Op 80 jarige leeftijd wilde hij zich terugtrekken om zijn laatste dagen rustig te kunnen doorbrengen te Marmoutiers, doch hij stierf voordien te Condé, op weg naar Poitiers.

Martinus werd te Tours begraven op 11 november 397.  Elf november is dan ook zijn feestdag geworden.

St. Benedictus,beschermheilige van Europa, bouwde op de Monte Cassina, ter ere van Martinus, een klooster op dezelfde plaats waar eertijds een tempel stond ter ere van Apollo.

Sint Sebastianus

De kleur van deze heilige is rood. Zijn feestdag 20 januari. De naam komt van het oude grieks Sabastos [2].

Geboren in 284 werd hij vermoedelijk terechtgesteld in 305. Pestheilige, martelaar, kruistochtheilige, de legende ontstond in de 5e eeuw en is weinig historisch betrouwbaar. Hij zou geleefd hebben onder Keizer Diocletianus, gekend door zijn kerkver volging.

Sebastianus was de hoofdman van de eerste coharte. Door zijn uitermate schoonheid en zijn beminnelijkheid was hij een gunsteling van de keizer geworden, 

Daar hij echter christen was en dit daarenboven niet geheim hield, kon hij als officier niet langer in het leger geduld worden. De keizer poogt nog hem op allerlei wijzen van zijn geloof af te brengen, want zo een goed officier wenst hij niet graag te missen.

Sebastianus blijft echter onwrikbaar en wordt veroordeeld om door Mauretaanse boogschutters ter dood gebracht te worden. 

Wanneer hij voor dood, aan een boom gebonden in touwen hangend, achter gelaten wordt ten prooi van raven en gieren, wordt hij door een goede weduwe, de christin Irene, gevonden, verzorgd en genezen. 

Hij wordt echter opnieuw gevangen genomen en ditmaal wordt hij niet met pijlen doch met knuppelslagen ter dood gebracht. De christin Lucia vindt het lijk in de riool. Ze reinigt het en gaat het begraven in de catacomben van de Via Appia.

In de 4e eeuw wordt boven het graf de Apostelbasiliek gebouwd, één der zeven hoofdkerken van Rome.

Sebastianus is een zeer populaire volksheilige. Zeer vroeg reeds wordt hij aanroepen tegen de pest, die als een pijl de mens onverwachts treft. Hij is ook de beschermheilige van de handboogschutters.

Het verband met zijn terechtstelling is hier zeer duidelijk. Hij wordt steeds afgebeeld als een mooie jongeling, een arm boven het hoofd aan een boom gebonden en van pijlen’ doorzeefd.

In Rome en Echternach bevinden zich pijlen waarmede St. Sebastianus zou zijn beschoten.

Sint Ambrosius

Werd geboren te Trier in 333 of 340 uit een voornaam christelijke familie. Overleed te Milaan in 397.

Ambrosius is één van de vier grote kerkvaders van het Westen. Oorspronkelijk was Ambrosius een staatsman. In 370 bestuurde hij de provincies Aemilliëen Lugurië met standplaats te Milaan.

Bij het overlijden van de Ariaanse bisschop Aux entius ontstaat een felle strij om zijn opvolging. Ambrosius poogt de rust te herstellen en wordt door het ganse volk tot bisschop gekozen.

In de kunst en de hagiografie (levensbeschrijving der heiligen) wordt hij afgebeeld als bisschop soms met wieg en/of bijenkorf.

In zijn biografie wordt vermeld dat in zijn prille jeugd een bijenzwerm in zijn mond neerstreek om daar honingraten te maken.

Het was van deze was dat de tafeltjes gemaakt werden waarop geschreven werd en waarop Ambrosius zijn hoogstaande gedachten zou neerschrijven..

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed

Print Friendly, PDF & Email