Ga naar de inhoud

De Gete

De Gete: geschiedenis

In het tijdperk, miljoenen jaren geleden, toen de mens nog niet op aarde was, traden ingevolge de overvloedige regen en onophoudelijke sneeuwvlagen, de rivieren aanhoudend buiten hun oevers. Hun loop werd onduidelijk en een reeks zijarmen ontstonden, zodat de omtrek met moerassen werd overdekt.

Gletsjers daalden vanuit het Noorden af, om op zeker ogenblik de lage landen te bereiken. Engeland werd van het vaste land losgerukt en het kanaal ontstond. Dieper en dieper stroomde het water ons land binnen en weldra werd Vlaanderen, het Westerdeel van de provincie Antwerpen en Noord Brabant verzwolgen. Door de voortdurende grond inzakkingen breidde het water zich weldra tot Leuven uit waar een inham ontstond, terwijl bij Tienen en Hoegaarden een tweearm gevormd werd, ongeveer daar waar zich nu de Grote- en Kleine Gete bevind.

In ‘t begin van het late steentijdperk trok het water terug tot ongeveer op de hedendaagse kustlijn en dan begonnen de bossen zich langzaam uit te breiden. Te Leuven onder de Boeleberg werden zelfs zeeschelp overblijfselen, weekdier resten en haaientanden weergevonden.

Grote Gete, grondgebied Lummen: wandelpad met tourniquet (omstreeks 1975)(foto © rb)

Bij de aanleg van de E40 autostrade in Rommersom werden indertijd versteende bomen, fossielen en kleine schelpjes aangetroffen.
En ook nu, bij de recente graafwerken voor de aanleg van de HST-tracé, werden reeds versteende boomresten gevonden.

Het ruilverkavelingscomité heeft het initiatief genomen om rond de vindplaats, in de omgeving van de watertoren van Overlaar, een geologisch-educatief park uit te werken, aansluitend op de aanleg van de HST-lijn.

De gemeente Hoegaarden zal nu een bouwvergunning aanvragen. Op die manier kunnen de noodzakelijke opgravingen voor het geologisch park gelijktijdig met de uitgravingen van de HST-lijn, worden uitgevoerd.

In het Getedal te Hoegaarden, waar zich nu de malse weiden bevinden heeft eens de zee gestroomd en moest deze zich niet hebben terug getrokken, dan zouden onze voorouders misschien vissers en zeevaarder zijn geworden in plaats van brouwer en landbouwer en zou men nu gesproken hebben van Hoegaarden aan zee.

De linkerzijde van de tweearm was gelegen waar nu de Grote Gete vloeit, die in de loop der tijden een grote rol heeft gespeeld. Ontspringend bij Perwez in Z.Brabant, loopt zij over Jodo igne (Geldenaken), Hoegaarden, Tienen, Oplinter, Neerlinter, Drieslinter en Budingen, waar zij met de kleine Gete samenkomt, om verder langs Geetbets en Halen in de Demer uit te monden. De Grote Gete heeft een totale lengte van 51 km. en snijdt Hoegaarden middendoor over een afstand van ca 6 km.

Op het grondgebied van Hoegaarden neemt zij de Panisbeek (Paenhuysbeke – Brouwerij beek) op, komende van Outgaarden en ook de Schoorbeek of Nermbeek genaamd, die voorbij sluizen ontspringt en over Aalst en Nerm loopt om bij het klooster in de Gete te vloeien. 

Het water van deze beek was zeer vermaard voor het brouwen van het malse Hoegaardse bier. Dat was de reden waarom Charles Van Nerum zijn brouwerij dicht bij de Gete oprichtte en haar de naam gaf “Brasserie de la Gethe”.

De meeste nederzettingen zijn ontstaan in de nabijheid van waterlopen, die voor de eerste bewoners van kapitaal belang waren. Dat was ook het geval voor Hoegaarden.

In de vroegere eeuwen speelde de Gete een grote rol. Zij bood op het gebied van Hoegaarden alleen, waterkracht aan vier molens, te weten aan de Molen van Steen bergen (of Grote Molen), de Kloostermolen (of Kleine Molen), de Bullekomse Molen en de Wolfsmolen aan de grens van Tienen. In de 13e eeuw verzekerde zij de handel te water met Diest, Aarschot, Mechelen en Antwerpen. In de loop van een zeker jaar werden er op de Gete 200 à 300 sche pen waargenomen, die arduin, leien, graan, bier, tapijten en steenkool vervoerden. Een reis naar Antwerpen duurde ongeveer 5 dagen.

Tot 1900 was de Gete zelfs een der visrijkste rivieren van België. Men trof er snoek, karper en paling aan in overvloed, maar ingevolge de afvalpruducten uit de fabrieken, verdween de vis volledig. Ook op krijgskundig plan heeft de Gete een vooraanstaande rol gespeeld. Men herinnere zich slechts de oorlogen ten tijde van het Aloude Hertogdom Brabant, deze van de Liga Augsburg en de laatste oorlogen.

Dat de Hoegaardiers veel belang hechtte aan de Gete, wordt aangetoond door de namen die zij aan hun stichtingen schonken zoals: Brasserie de la Gethe, Melomanen de la Grande Ghete, Moulin de la Gethe, Grand prix de la Ghete enz.

Maar soms speelde zij ook wel eens parten aan de Hoegaardiers, want als de Gete bij hoog water uit haar beding trad, stond de ganse Vroente onder water en moesten de mensen zich met vlotten en kleine bootjes behelpen. Tijdens de overstromingen van januari 1891 was het ganse Getedal overstroomd en verdronken er verschillende koeien in de weide. Het water reikte op sommige plaatsen tot op 2 meter hoogte en in allerijl moesten de mensen naar hun bovenkamers en zolders vluchten. Verschillende dagen bleef het water op deze hoogte en moesten de levensmiddelen met bootjes en vlotten aangebracht worden.

Grote Gete, grondgebied Lummen: wandelpad met tourniquet (omstreeks 1975)(foto rb)

De Gete had ook een zekere aantrekkingskracht op oud en jong. De ouderen gingen er in ‘t geniep vissen, verliefde paartjes wandelden langs de waterkant, wijl sommige Hoegaardiers die te fel in ‘t glas hadden gekeken, door een koud bad in de Gete terug nuchter werden. De sportieve jonge mannen lieten er hun kunde zien en sprongen in het water om er een ingeworpen geldstuk uit te halen, wijl de grote wielerwedstrijd van 1899 door een algemene valpartij in de Gete besloten werd.

De Gete is een stuk van Hoegaarden en heeft dan ook meegeholpen aan wat Hoegaarden nu is.

© Vzw Hoegaards Erfgoed

Print Friendly, PDF & Email