Ga naar de inhoud

De Confrerie der V geslachten van Hoegaarden

Ontstaan

De confrerie ontstond in 1741 uit de testamentaire studiebeurs fundatie van Landdeken H. Peeters, ten voordele van de nakomelingen uit de geslachten S.Sweerts, H.Sweerts, C.Van Nerum, H.Hoebancx en H.Struys, allen afstammend uit de gemeenschappelijke voorouders Servatius Sweerts en Catharina Peeters (zuster van de landdeken) en behorend tot het stamhuis der Sweertsen. 

Blazoen

In hun blazoen voerden zij onderscheidelijk, merels, klaverbladen, lelies, zwaarden en een struisvogel. 

Grond eigenaars en rijke brouwers

Ook zij waren allen grote grondeigenaars en rijke brouwers die zonder tot de adel te behoren, als de meest vooraanstaande ingezetenen van hun dorp werden beschouwd. Hun doel was het bewind te Hoegaarden in eigen families te behouden en hun stempel drukken op de plaatselijke geschiedenis.

Wetshouders en notabelen

Zij zetelden als wethouders in de Regentie, deelden het schepenambt met de machtige en bevoorrechte brouwersgilde, waarin zij de scepter zwaaiden, be heersten de corporatie van herbergiers, taverniers en cabarethouders, hielden de teugels van het kerkgezag in handen, benoemden de kapitein van de Dorps wacht, duidden hun vertrouwersmannen aan in het Weldadigheidsbureel, contro leerden alle dorpsrekeningen, regelden het voogdijschap, benoemden de colla teurs van hun studiebeurs, regelden de ommegang van de vermaarde Pammprocessie en maakten overal wet.

Zij telden in hun rangen rijke brouwers, notarissen, pastoors, geneesheren enz. en hadden zich stellig voorgenomen om gedurende minstens 5 generaties te Hoegaarden, het politiek, burgelijk en geestelijk gezag te beheersen.

Gesloten kring

De V Geslachten van Hoegaarden leefden net zoals te Brussel in een gesloten kring en waren aan de strengs te voorwaarden onderworpen. Zij zweerden trouw aan het Bisschoppelijk gezag Van Luik, aan het Rooms-Katholiek geloof, aan de wetten van het Sweertshuis, waaruit zij waren ontstaan en aan de erfeniswet van de Confrerie.

Rond 1780 hadden de toonaangevende Geslachten zich tot 5 renderende familie gilden ontwikkeld, met name “de zwarte merel” (S Sweertsgeslacht) “‘t groen klaverblad” (H Sweerts geslacht), “de gulden lelie” (C Van Nerumgeslacht), Mit zilveren zwaard” (H. Hoebanxgeslacht) en ‘de zilveren struisvogel” (H Struysgeslacht).

Naar het voorbeeld van hun voorouders stelden zij hun eigen gildewetten op en bleven in Confrerieverband beheerd door de Hogere Sweertsraad.

Wellicht lieten zij zich inspireren door de Brusselse en Leuvensegeslachten en ook door “Le Patriciat de Liège” maar moesten in geen enkel opzicht voor deze onderdoen, want te Hoegaarden stelden zij een bijna dictatoriale macht en een onbetwistbaar gezag in. Zij hadden hun Hoofd- en Gildedekens, hun Keurheren hun eigen stamhuizen, archief, wapenboek en jaarkalender (jaartelling), hun gildebanieren, familierelieken en rangtekens, scepters, bekers en schrijnen.

Machtsgreep tegen de regenten

Zij kregen met dorpstwisten en onlusten af te rekenen terwijl de revolutionaire oppositie in 1789 zelfs een machtsgreep tegen de Regenten en Werhouders uit lokte. Bij de invoering van de nieuwe dekreten van de Franse Republiek werden de notabelen onttroond en de confrerie verboden.

Alsdan vormden de vijf familiegilden zich tot broederschappen om en gingen tot een samenzwering over, waarin de Sweertsen de hoofdrol speelden.

Na de besloten tijd werkten zij zich terug aan de macht, maar hun alleenheerschappij had veel van haar vroegere luister verloren, ofschoon zij in alle instellingen en nieuwe stichtingen hun vertegenwoordigers telden. Buiten nog enkele opflakkeringen leefde de Confrerie van in de helft van de XIXe eeuw wankelend verder, om ingevolge onderlinge veten rond 1870 uit te sterven. Alleen de Van Nerumgilde bleef bestaan, maar zou eveneens wegens familietwisten rond 1908 verdwijnen.

De heropstanding

In 1961 werd echter de heropstanding van de Gulden Lelie bewerkt, waaruit in 1965 het ‘t Nieuwhuys museum te Hoegaarden ontstond, die de wedergeboorte van de oude Confrerie beoogde.

Na tal van moeilijkheden werd deze in 1970 (met bekrachtiging in 1971) terug in het leven geroepen met ongeveer dezelfde doelstellingen als de Associatie der Brusselse Geslachten.

Zij hebben hun eigen tijdschrift “Familieschoon” houden afstammingstaten bij, kennen aan wettige nakomelingen genealogische attesten en wapendrachten toe en leven in gesloten kring hun eigen ritus verder.

Zij hebben hun hoofdraad voorgezeten door een Patriarch en hun eigen instellingen.

Zij kondigen beschermingswetten af en bevorderen via het Nieuwhuys-museum het kultureelleven te Hoegaarden, waardoor zij andermaal hun stempel drukken op de plaatselijke geschiedenis.

Hubert Van Nerum

© Vzw Hoegaards Erfgoed  

Print Friendly, PDF & Email