Ga naar de inhoud

Een dag door Hoegaarden met boer en brouwer.

Hoksem

Hoksem is een gehucht van Hoegaarden, gelegen op de Meenbeek of Molenbeek.

Deze beek voedt de molen van Hoksem en een kleine molen in Oorbeek. Ze mondt uit in de Gete te Tienen     [1]

Tegenwoordig telt Hoksem 280 zielen. Hoewel het verkeer op de nabijgelegen E5-autoweg wel enigzins storend is, blijft Hoksem toch een rustig dorp.

Rondom de kerk en langs een paar straten staan de hoeven en dorpswoningen.

De naam Hoksem komt van HOKKO-HEIM. Hokko zou een persoonsnaam zijn, een vleivorm van “Hugard” of “Hugo”.

De Sint Jan Evangelist kerk

De Sint-Janskerk, het oudste gebouw van Hoksem, ligt in het centrum tegenover de Molenbeek. Het is een pareltje van fijne gotische bouwkunst.

Geschiedenis van de kerk

In de 12de eeuw stond er op de huidige plaats een kapel, bestaande uit

  • een toren
  • een middenbeuk,
  • een halfrond koor
  • twee zijbeuken

Enkele delen van de toren bleven behouden.

In 1348, na de oprichting van het Kapittel werd de kapel vergroot. Het koor werd vergroot en links werd een sacristie bijgebouwd.

16e-17e Eeuw: De kerk werd nogmaals vergroot

  • De statige zijbeuken werden verbonden met de middenbeuk, door middel van Gotische bogen.
  • De muren van het koor werden verhoogd, hoger dan de Westertoren.
  • Het plafond werd met hout bezet, ingebouwd in het dak.
  • De daken werden vernieuwd.
  • Er kwam een nieuwe sacristie.

In 1958 werd de grote klok gerestaureerd door een gespecialiseerde firma uit Beieren. Deze klok dateert uit 1471.

Tussen 1967 en 1978 gebeurde de volledige restauratie die het interieur drastisch veranderde.

  • De nauwe deur werd in de linkervleugel (14e E) werd weer in gebruik genomen.
  • De middenbeuk kreeg een nieuw altaar.
  • De doopvont werd in de rechter zijbeuk geplaatst.
  • Een deel van de vloer werd vernieuwd. 

Door deze werken werd in het koor de blauwe steen, daterend uit de 14e eeuw blootgelegd.

Kunstpatrimonium

Bouwmaterialen :

  • “Overlaars kwartsiet” -Westertoren
  • “Witte Gobertangesteen”-Altaar en muren
  • “Witte steen uit Hoksem”-Kasseien buiten de kerk

De witte steen is afkomstig van de heuvels tussen Hoksem en Houtem.

  • Op de toren: hen + haan (?)
  • Gotische bogen tussen de zijbeuken en de middenbeuk
  • Fijne glasramen in de kleine vensters
  • Onder de Westertoren bevindt zich de grafsteen van kanunnik Floris (+ 1411)
  • een gepolychromeerd, laat gotisch madonnabeeld
  • tabernakel
  • een Sint-Jansbeeld (± 1400)
  • Een gekleed bisschopsbeeld (Heilige Lambertus)
  • 3 klokken daterend uit 1472 (datum vermeld in Romeinse cijfers), 1632 en 1647
    De klok van 1472 heeft als opschrift :
    Jan is mijnen name
    Mijn gheluit sij Gode bequame
    Als men mij horen sal
    Sal vole God genɛhen over al
    Gemaect in ‘t jaar MCCCCLXXII

Jan van Hoksem (1278-1348)

“Joannes Hocsemius” was de belangrijkste inwoner en tevens de geleerdste van Hoksem.
Hij werd geboren te Hoksem in 1278.
De naam van zijn ouders bleef onbekend, maar toch mag men veronderstellen dat ze here boeren waren, of dat ze behoorden tot de lagere adel.

“Een Renerus de Hocsem treffen we aan als notaris van Hendrik I, Hertog van Brabant tussen de jaren 1200 en 1227. Vervolgens is er een Jan van Hoksem, die in 1248 gronden afkoopt van de bisschop van Luik. Walter van Hoksem schenkt 19 bunders te Hoksem gelegen, aan de abdij van Heilissem” [2] 

Hij studeerde eerst te Leuven en vervolgens aan de Universiteiten van Parijs en Orleans, waar hij promoveerde tot Dokter in de Rechten.

Hij vertoefde een tijdje aan het pauselijk Hof van Avignon en werd scholaster [3] van de kathedraal van Luik en bekwam nog tal van andere beneficies.

Hij schreef verscheidene hooggeleerde boeken over Wijsbegeerte. Zijn belangrijkste werk is de “Geste Pontifi cum Leodiensium” = de geschiedenis van de Luikse Bisschoppen (zeer objektief ondanks zijn verbondenheid en met nauwkeurige vermelding van zijn bronnen).

Hoksem was zijn buitenverblijf, waar hij zijn drukke stedelijke bezigheden kon vergeten.

Hij stierf op 2 oktober 1348 en werd begraven in de Sint Lambertuskathedraal te Luik.

In zijn laatste levensjaren dacht hij er aan, Hoksem, zijn geliefde geboorteplaats, met een collegiale kerk en een kapittel te verrijken en er zijn geheel fortuin aan na te laten.

Het kapittel te Hoksem 

De oprichting

Hoksem was een kapelanij, afhankelijk van de collegiale moederkerk van Hoegaarden. Daarom moest Jan van Hoxem eerst de toelating ontvangen van Geerard von Virneburg, de toenmalige Proost van het Hoegaardse Kapittel, welke hij verkreeg op 13 mei 1344.

Op 20 mei dikteert hij zijn eerste testament, bepalend dat hij te Hoksem een kapittel wil oprichten, bestaande uit 8 kanunikken, waar later nog 2 zouden aan toegevoegd worden. Zijn neef, Florentius de Palude (Vandebroeck) stelt hij aan als eerste deken.

Het reglement van het kapittel :

  • 8 kanunnikken:
  • 6 verkozen door de gemeenschap
  • 2 aangesteld door hemzelf (Florent Vandebroeck en diens broer Jan de Palude)
  • 3 woningen worden ter beschikking gesteld van de kanunnikken
  • de kanunnikken moeten na 6 maand priester gewijd worden en aan éénzelfde Kerk gebonden blijven[4]
  • Ze moeten in Hoksem blijven wonen. [5]

Het onverwacht overlijden van neef Florentius, de toekomstige kapitteldeken, stuurt nu al zijn plannen in de war.
In 1347 maakt hij dan een nieuw testament. Jan de Palude zou zijn broer vervangen, maar niet als deken ; de deken zal door de andere reeds aangestelde kanunniken worden gekozen.
Een jaar nadien, in oktober 1348, sterft Jan van Hoksem. Zijn testament wordt uitgevoerd en het kapittel treedt in funktie.

Anekdote: “1678: een belangrijke datum voor Hoksem”
In 1678 verschijnt er een zekere Walterius van Beethoven, neef van de bekende Ludwig van Beethoven. In geschriften over het leven van de familie Beethoven werd nooit iets teruggevonden over deze Walterius. Maar hij was kanunnik te Hoksem.

Verval

In het begin kan het Kapittel van Hoksem wel enigzins gebloeid hebben, maar vrij spoedig geraakte het in verval. 

De inkomsten van de nagelaten goederen bleken weldra ontoereikend om een fatsoenlijk onderhoud van de kanunniken te verzekeren. Dit kwam vooral door het slechte beheer der kapittelgoederen; veel goederen waren door vererving en ongekontroleerde pachtgeving, soms door schuldige nalatigheid der kanunniken verloren gegaan.

Tevens liet de tucht en het gedrag der heren veel te wensen over. Aanvankelijk was het kapittel een instelling die op voortreffelijke wijze de Goddelijke eredienst opluisterde en aantrekkelijk maakte voor het volk, voor het dagelijks zingen van het koorofficie en het voortdurend gebed in de parochie verzekerde.

Maar na verloop van tijd, verslapte de ijver en de godsvrucht en bijgevolg de discipline.

De kanunniken waren voornamelijk Duitsers, benoemd door de Luikse prinsbisschop. Ze bleven niet langer in Hoksem wonen, maar trokken naar Luik of zochten elders een hoofdverdienste. Ze meenden dat het volstond een kapelaan aan te stellen om in hun plaats het koorofficie te zingen.

Die kapelanen werden slecht betaald, maar als ze dan 3 of 4 kanunniken samen konden vervangen was het al beter.

Uit het kerkbezoek van de pauselijke nuntius : Antonius Albergate (1618) blijkt dat het kapittel zeer arm was geworden. Een poging om de kapittels van Hoegaarden en Hoxem te verenigen mislukte, evenals de aanvraag van 2 kanunniken in 1633 om hun residentie naar Sint-Truiden te verplaatsen.

Toen op het einde van de 18e eeuw de Franse Revolutie alle middeleeuwse instellingen afschafte, bleef er niet veel meer van het Kapittel van Hoxem over.

Gekende kanunniken te Hoxem
  • 1543 Henricus ab Aggere, kanunnik-deken te Hoksem
  • 1559 Emilius Vranckx, kanunnik
  • 1626: Gulielmus Van Ex, kanunnik
  • 1671 Jaspar Godefridus de Symborck, kanunnik
  • 1633-1652 : Andries Bormans, kanunnik-deken te Hoksem en
    pastoor te Oorbeek
  • 1679 Lambertus Bormans, kanunnik-deken, gestorven 12.12.1679
  • 1685 : L’Armurier

[6]

Bibliografie

“Geschiedenis van Hoegaarden” J. Van der Velpen (1981) “Wandelen in Hoegaarden, Meldert en Hoksem” (folder)
Toeristische Federatie van Brabant 1980
“Kursus” Gidsenclub Alpaidis Hoegaarden
“Voordracht over Hoksem” op 27.10.80 in het gemeentehuis
van Hoegaarden
Katalogus “Bewoningsgeschiedenis van Hoegaarden” Millenium-tentoonstelling 1981

Met speciale dank aan Z.E.H. J. HOMANS, pastoor te Hoksem voor zijn enthousiaste medewerking.

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed  Uitgave ‘t Nieuwhuysmuseum-nr58-jaargang-4-1994

Print Friendly, PDF & Email