Ga naar de inhoud

100 jaar broederschool te Hoegaarden

Bij wijze van inleiding

De regering die in juni 1878 aantrad telde voor het eerst in de Belgische geschiedenis een minister van onderwijs, tot dan was de minister van binnenlandse zaken bevoegd voor onderwijs materies. 

Wat de lagere school betreft werd de wet van 1842 vervangen door die van 1871. Ook nu weer werd de leerplicht niet ingevoerd, maar wel kreeg de anticlericale regering een grotere macht en was het een oorlogsverklaring aan de vrije scholen. 

De regering bepaalde het minimum aantal scholen per gemeente en ze kon er een bewaarschool of een volwassenschool aan toevoegen. Vrije scholen mochten in geen geval door de gemeenten aangenomen worden. 

Het godsdienstonderwijs werd uit het lesrooster van de lagere school geschrapt. Godsdienstonderricht kon in de gemeente school alleen nog als vrij vak voor of na de lesuren onderwe zen worden. 

Positief aan deze wet was dat men voortaan om les te geven in een gemeentelijke lagere school een diploma van een normaal school moest hebben, zij het dan van een officiële normaal school. 

Ook het lesprogramma werd uitgebreid met vakken als aardrijks kunde, Belgische geschiedenis, vormleer, begrippen van natuur wetenschap, tekenen, gymnastiek, zang en naaldwerk (voor de meisjes).

Het eerste algemeen leerplan voor het lager onderwijs ver scheen trouwens in 1880. 

Deze schoolwet was het begin van een hevige schoolstrijd. Op 30 januari 1879 bevoorbeeld lieten de bisschoppen een herderlijke brief voorlezen in de kerken met als titel: “Van scholen zonder God en van schoolmeesters zonder geloof, bevrijd ons, Heer”. De bisschoppen organiseerden de boycot van de openbare gemeentescholen. 

Op ouders en leerkrachten werd druk uitgeoefend om hun kinderen niet naar de gemeentelijke lagere scholen te sturen of om ontslag te nemen uit hun functie in die scholen. Deze schoolstrijd deed het aantal leerlingen in de gemeentelijke lagere scholen teruglopen en anderzijds werd een heel net van vrije katholieke opgebouwd. 

Dit alles wel te verstaan in een periode dat er nog altijd geen leerplicht was in België en kinderen vooral de school bezochten in de wintermaanden omdat er dan weinig te doen was op het land en ze toch meer onder de voeten van de volwassenen liepen.

Deze schoolstrijd heeft geleid tot de val van het bewuste ministerie en tot een derde organieke wet op het lager onderwijs, na die 1842 en 1879, de wet Jacobs van 20 september 1884. De gemeenten mochten opnieuw vrije scholen aannemen en deze konden toelagen ontvangen van de gemeente voor het armenonderwijs.

De definitieve opgang van het katholieke onderwijs kwam er met de wet van 15 september 1895. De toelagen van de weldadig heidsbureaus (nu OCMW’s) werden vanaf nu over de gemeentelijke , de aangenomen en de aanneembare vrije scholen verdeeld, in evenredigheid met het aantal kinderen dat recht had op koste loos onderwijs. 

Liberale gemeentebesturen weigerden stelselmatig de vrije scholen aan te nemen. In dat geval kregen ze natuurlijk geen gemeentelijke toelagen. De kosteloosheid van het hele lager onderwijs kwam er bij de wet van 19 mei 1914, de zogenaamde wet Schollaert. In datzelfde jaar 1914 werd ook de wet op de leerplicht aangenomen, waardoor alle kinderen tussen 6 en 14 jaar leerplichtig werden. 

Het uitbreken van de eerste wereldoorlog begin augustus 1914 verhinderde echter dat het schooljaar op een serene manier kon beginnen. Verdere oorlogsomstandigheden en de Duitse bezetting maakten dat de wet op de leerplicht pas in 1919 algemeen van toepassing werd.

Naar de school gaan, lager onderwijs volgen, was niet evident. Niet alleen ontbraken er, ondanks de wetgeving, nogal wat scholen om aan alle kinderen onderwijs te kunnen verschaffen, het was ook niet vanzelfsprekend dat boerengezinnen hun kinderen naar de school stuurden wanneer zij op het land of de boerderij konden ingezet worden. Al of niet tot eigen profijt hadden de geestelijkheid, de werkgevers (het patronaat) en later ook de beginnende vakbonden een onderwijssysteem ontwikkeld. 

Volwassenonderwijs, onderwijs voor jongeren, zondagsscholen en patronaten waren er vormen van. De katholieke zondagsscholen bleven eind 19e eeuw en begin 20e eeuw bestaan met de godsdienstige vorming als centraal thema. De volwassenen scholen, die vooral door de gemeenten werden georganiseerd, gingen zich in de jaren 1880 sneller aanpassen aan de veranderde sociale situatie. 

Omdat in de katholieke zondagsscholen de godsdienstige vorming tot in het begin van de 20e eeuw centraal stond, heeft de clerus, om de arbeidende jongeren te blijven aantrekken, ook gelegenheid tot ontspanning gecreeërd waarbij de zondagsschool aansloot. Zo ontstonden de patronaten die zich sedert de jaren 1870 ontwikkelden. 

In de volwassenscholen en naderhand ook in de zondagsscholen en patronaten werden spaar-, zieken- en pensioenkassen besproken en matigheidsbonden opgericht. (Zie bijlage 6) Ook in Hoegaarden bestond er een matigheidsbond een speciale stand. 

Wie meer wil vernemen over de Hoegaardse matigheidsbond zie de nummers van Alpaidis 103 en 104., of de uitgave van de Heem kundigekring ‘t Nieuwhuys “Dr. Smeesters Joseph een merkwaar dig man”. En ook in de patronaten ging men in het begin van de 20e eeuw aandacht besteden aan de sociale kwestie.

De vrije jongensschool te Hoegaarden

De directeur van het klooster Mariadal is op Nieuwjaar 1900 begonnen met een aparte vrije katholieke school voor jongens te Hoegaarden.

Z.E.H. P.J. Van Van Stappen had daarvoor beroep gedaan schoolmeesters en de zusters hadden op drie lokalen ter beschikking gesteld in Mariadal.

Al vanaf de eerste schoolmaand bleek dat de onderwijzers hun taak niet erg gewetensvol opnamen en twee van de drie werden vervangen door twee broeders van Scheut.

Begin juni 1900 worden in het klooster en scholencomplex van de zusters twee onderwijzers, broeders van Scheut, een broeder kok en een gediplomeerde lekenonderwijzer in dienst genomen. Met het oog op een herstructuering en personeel, richtte directeur Van Stappen zich tot de algemene aanvulling van het overste van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Oostakker om in eerste instantie het personeel te komen aanvullen en om dan zo vlug mogelijk, de pas opgerichte school over te nemen. Men wou vanaf 1 oktober 1900 een hernieuwde start realiseren te Hoegaarden van het vrije katholieke onderwijs voor jongens, zowel voor de kinderen uit het dorp als voor die van de omgeving, zoals van Outgaarden.

Dit schrijven, dat niet de eerste smeekbede aan de congregatie van Oostakker was, werd door de Hoofdraad van de broeders op de wekelijkse zitting van 22 september 1900 gunstig onthaald en men begon met schikkingen te treffen om Hoegaarden voldoening te schenken.

Aan kardinaal P.L. Goossens, aartsbisschop waaronder Hoegaarden kerkelijk valt, van Mechelen, werd door de broeders toelating gevraagd om een school te openen te Hoegaarden. Deze brief aan het aartsbisdom van 4 juli 1900 werd binnen de week positief beantwoord, zodat de Congregatie van Oostakker zich al op 19 juli 1900 tot de paus richtte met hetzelfde verzoek, te Hoegaarden een school openen om de jeugd te onderwijzen.

De Congregatie van de broeders van Oostakker hangt kerkrechtelijk af van Rome, vandaar de vraag aan de paus om een nieuwe school te starten.

Een en ander was uiteraard al een tijdje ter studie geweest. De hoofdraad van de broeders had op 7 juli 1900 al beslist om vier broeders naar Tienen te sturen om daar onderpastoor Sas bij te staan in zijn schoolwerk. Er werd uitdrukkelijk een verband gelegd met Hoegaarden door er op te wijzen dat het herbemannen van de twee scholen de broeders van Tienen Hoegaarden maar één uur van mekaar zouden bijhuizen zijn. De andere bijhuizen [1] van de broeders van Oostakker lagen en alles behalve dicht bij Hoegaarden zoals op te maken valt uit de lijst van broeders die te Hoegaarden dienst hebben gedaan. (zie bijlage 2)

Terwijl men wachttte op de toestemming van Rome werden de onderhandelingen met directeur Van Stappen en pastoor Van Gucht verder gezet. Hoegaarden vraagt voor zijn onderwijs drie gediplomeerde broeders

De orde staat er voor het eerste jaar twee toe. Op 24 augustus komt de toelating van Rome, waardoor het openen van de school te Hoegaarden, door de broeders van oostakker, in orde is.

Begin september vraagt de pastoor van Hoegaarden vijf broeders om naar Hoegaarden te komen, waaronder één broeder om een Franse klas in te richten. 

Het opgestelde contract wordt begin september door de Hoofd raad van de Congregatie aangenomen met twee wijzigingen: de broeders willen niet 900 maar 1000 frank per broeder en per jaar betaald worden en het artikel over de huismeubelen moet worden weggelaten. 

Uiteindelijk wordt op 21 september 1900 het contract definitief, de broeders krijgen elk 900 fr. en Z.E.H. Van Stappen zorgt voor de huismeubels. De broeders eisen wel dat de lokalen van vier klassen in orde zijn vooraleer zij naar Hoegaarden komen.

In afwachting dat hun school gebouwd is gaan de broeders onderwijs geven in vier klassen van het klooster die al gebruikt waren om de vrije school van Van Stappen onder te brengen. Het was immers Z.E.H. Van Stappen, directeur van de Zusters van de Vereniging met het H. Hart, kortweg Mariadal, die met een vrije katholieke school was begonnen op Nieuwjaar 1900. 

Daarvoor had hij in het klooster vier klassen ter beschikking gekregen van de zusters. Bij de overname van de school door de parochie Hoegaarden hadden de zusters er geen rekening mee gehouden dat in afwach ting van de bouw van de vrije jongensschool in het dorp te Hoegaarden, de lokalen voorlopig verder ter beschikking moes ten blijven voor het jongensonderwijs. 

Na enige strubbelingen stonden de zusters de lokalen terug af, zodat op 1 Oktober 1900 de vrije jongensschool opnieuw haar deuren kon openen op dezelfde plaats. 

Aan de broeders werd duidelijk gemaakt door de Hoofdraad van de Congregatie van Oostakker dat ze de kinderen niet mochten slaan. De oversten waren er zich van bewust dat er nogal wat broeders waren die daar een gewoonte van maakten en zij vrees den vervolgingen ten nadele van de Congregatie.

De broeders van Onze Lieve Vrouw van Oostakker te Hoegaarden

van 1 oktober 1900 tot 23 juli 1920

De lessen begonnen op 1 oktober 1900 met 80 leerlingen, een ontgoocheling voor pastoor Van Gucht van Hoegaarden. Hij was bij zijn parochianen persoonlijk leerlingen gaan ronselen en i.p.v. de meer dan 100 kinderen die sinds januari 1900 de vrije school de lessen volgden in Mariadal, was het aantal met één vijfde afgenomen.

Een tweede ontgoocheling was de tegenwerking vanwege de Hoegaardse gemeenteraad en vooral vanwege de burgemeester en de hoofdonderwijzer van de gemeenteschool.

Broeder Robertus werd overste van het Hoegaards convent, benoemd op 14 september 1900 en hij bleef tot 6 november van hetzelfde jaar in die functie, waarna hij naar het bijhuis te Ledeberg vertrok. 

Er was geen eigen schoolgebouw, maar ook geen eigen conventhuis te Hoegaarden voor de broeders. 

Toegekomen op 28 september 1900 met de trein vanuit Tienen, namen de broeders voor ruim een half jaar hun intrek in de Pastorijstraat, in het huis van de familie Stockmans dat aan het oud kerkhof grenst. De enige vertegenwoordiger van de inrichtende macht van de vrije Hoegaardse jongensschool was Z.E.H. Van Stappen. De parochiegeestelijkheid, met name pastoor Van Gucht, stond wel achter het initiatief, maar Van Stappen regelde alles en zorgde ook voor de nodige finaciële middelen.

Toen bij het einde van het schooljaar 1913 – 14 de broeders naast hun 900 fr. vergoeding ook de uitbetaling van de twee jaarlijkse verhoging van 50 fr. en de vergoeding voor bijzon dere getuigschriften of diploma’s, die door de Staat werden betaald, opeisten, richtten zij hun verzoekschrift aan pastoor Van Gucht, om het artikel 5 van het reglement in die zin aan te passen. Deze laatste antwoordde in zijn schrijven van 6 juli 1914 gericht aan broeder overste o.a. het volgende: “Gij kent immers genoeg de groote milddadigheid van den Z.E.H. pastoor van O.L.V. Van Hanswijk om er één enkel ogenblik aan te twijfelen. Het zijn immers zijn scholen en hij alleen maakt er het komiteit van uit”.

Z.E.H. Van Stappen was sinds 1902 uit Hoegaarden weg en tot pastoor benoemd te Mechelen in de 0.L.V. Van Hanswijkparochie. En inderdaad nam Van Stappen onmiddelijk de voorwaarden aan die door de broeders waren gesteld.

Het contract dat de congregatie van de broeders afsloot in verband met hun opdracht te Hoegaarden werd door Z.E.H. Van Stappen en door de pastoor van Hoegaarden aangenomen en ondertekend. 

De broeders engageren zich tot het verstrekken van onderwijs aan de mannelijke jeugd van Hoegaarden (art.1) en tot het geven van een christelijke opvoeding (art.10). Daarvoor zullen de broeders de parochiegeestelijkheid helpen in de zondagsschool, het patronaatswerk en andere gelijkvormige initiatieven. 

De broeders engageren zich tot het verstrekken van onderwijs aan de mannelijke jeugd van Hoegaarden (art.1) en tot het geven van een christelijke opvoeding (art.10). Daarvoor zullen de broeders de parochiegeestelijkheid helpen in de zondagsschool, het patronaatswerk en andere gelijkvormige initiatieven. 

De Congregatie staat er borg voor dat de helft van de onder wijzers gediplomeerden van de normaalschool zijn ( art.11) In ruil ontvangt elke broeder van het convent 900 fr. per jaar (art. 5) en zorgt men voor alle materiële noden en voorzienig heden (art. 7). 

Beide parijen kunnen het contract mits een termijn van 6 maanden in acht te nemen (art. 12) en de algemenen overste kan een broeder vervangen naar eigen goeddunken (art. 8). Alle inkomsten, toelagen van staat en gemeente, schoolgeld en opbrengst van verkoop van schoolboeken, zijn voor de Hoegaard se contractanten (art. 7). 

Het onderwijs wordt aangepast aan het officiële schoolprogram ma, vereist om door staat en gemeente erkend te worden (art. 2). Van Stappen of afgevaardigde en Van Gucht hebben vrije toegang tot de school en beslissen over de toelating of weg zending van leerlingen (art. 9). De tekst van dit contract laten we in de eerste bijlage vol gen, het is een kopij van het exemplaar dat bij de broeder overste van het convent te Hoegaarden in bewaring was.

Broeder Robertus, overste te Hoegaarden en begon met de school op 1 oktober 1900 legde zijn functie neer op 6 november al en wordt opgevolgd door br. Evaristus die dus de tweede overste wordt te Hoegaarden.

De andere broeders die te Hoegaarden verbleven Daniël, vicaris, br. Celestinus kok, br. Bavo die de kleine waren: br. klas deed, br. Albanus van de tweede klas, br. Evaristus zal de franse klas overnemen van br. Albanus en br. Daniël blijft in de hoogste vlaamse klas.

Begin januari 1901 zal br. Evaristus de vlag doorgeven aan br. Eugenius, in de wereld Gustave Brasseur ( Marche 4 aug. 1857).
Op dat moment is er nog geen eigen school noch een huis voor de broeders. De broeders hebben elke week een conferentie, die doorgaat in het huis van directeur Van Stappen in het klooster.

Op Goede vrijdag 5 april 1901 hebben de broeders in intrek genomen in het huis dat ongeveer voor hun in orde was gebracht.

Daarvoor is een grote schuur omgevormd tot woonst in de Tiensestraat. Recht over die grote woonst, een beetje gotisch van stijl en stallingen voor 15 paarden. Op de gevel stond te lezen: “Café Julien, Ecurie pour 15 chevaux”.

Het huis werd ingezegend op Paasdag 7 april opm 11 uur door pastoor Van Gucht vergezeld van directeur P. Van Stappen en E.H De Bie, professor aan het seminarie te Mechelen.

Het woonhuis was toen ongeveer klaar, maar de klaslokalen nog niet. Die voorgebouwen “Caf” Julien” enz. waren afgebroken, zodat het nieuwe woonhuis de indruk gaf van in de wel bijna puinen te staan. Pastoor Van Gucht maakte de vergelijking met de verwoesting van Jeruzalem. Het was zeker een bevreemd zicht die vijf pastoors (ook de twee Hoegaardse onderpastoors waren aanwezig) en zoveel broeders op de puinen van een oud café te zien staan.

een gerieflijke over die schuur stond

De volgende stap was de viering van de inwijding van de nieuwe schoolgebouwen, op dinsdag 15 oktober 1901.

Al in de vooravond waren de komende feestelijkheden, aangekon digd met kanongebulder. En nog vroeger, dagen van tevoren al hadden leerlingen van het kloosterpensionaat en de broeders passende jaarschriften geschilderd.

Er hingen er uiteindelijk 12 in de met wimpels en vaandels versierde school en 15 andere op triomfbogen in de straten van het dorp.

Op maandagavond was ook de kardinaal Goossens, aartsbisschop van Mechelen, toegekomen en de Eeerwaarde Vader Generaal van de broeders van Oostakker, br. Hilarius.

In de weekbladen van het kanton Tienen was de plechtigheid aangekondigd.

Niet iedereen was gelukkig met deze gang van zaken.

De liberalen waren woedend en dreigden ermee de versiering ‘s nachts inbrand te steken. Daarom hielden Alphonse Debroeck en Gorgon Van Rickstal heel de nacht de wacht. Maar alles bleef rustig.

Aan debroeders was door de oversten ook uitdrukkelijk gevraagd om niets te verbruiken in de huizen van de gemeente. De dinsdagmorgen was iedereen vroeg te been.

De stoet werd om 7 uur gevormd en geopend door alle leerlingen van de school die een blauw en witkleurig stuk rond de arm droegen (de kleuren van Maria). De kardinaal en de geestelijkheid sloten de rij. 

Der stoet trok door het dorp naar de kerk waar mis werd opgedragen door pastoor Van Gucht, met pontificale assistentie van de kardinaal.

De leerlingen van Mariadal verzorgden de zang en het orgel werd bespeeld door de heer Morren van Tienen.

In stoet ging men dan terug naar de nieuwe school. Achteraan reden nu 6 gendarmen van Tienen, gevraagd om de orde te hand haven en tegenstaanders af te schrikken, en in het midden van de stoet droeg men het grote kruisbeeld op een praalbed. 

De lokalen werden ingezegend en daarna mocht iedereen plaats nemen in de grote zaal beneden. Toespraken werden gehouden en de ere-genodigden: de kardinaal, de geestellijkheid en de stichter (sponser) van de school de heer Brichard werden in geestelijkheid en de deze eerbetuigingen betrokken.

De feestelijkheden werden besloten met aan de school die wijselijk om 8 uur gedoofd werd om vechtpar een groet verlichting tijen en onenigheden te voorkomen.

Een maand later, op zondag 16 november 1901 greep de volgende plechtigheid plaats. E.H. Van Stappen had van de moeder van een leerling vab Mariadal een groot 0.L. Vrouwbeeld gekregen om in de grot in de tuin van de broeders te plaatsen. Stoets gewijze werd het beeld door de zingende congreganisten naar de hof in de grot gedragen, het werd gezegend door E.H. Stappen.

Als herinnering kregen de aanwezigen een rozenkrans.

Ondertussen ging het schoolleven verder. In de loop maand oktober 1901 werd ook beslist br. Honoré te vervangen van de omdat hij de kinderen niet meer meester is. Dat was ook niet verwonderlijk, de man zag niet veel meer en had een klas van 60 leerlingen.

En terwijl br. Philibertus, als vierde overste, de leiding van het Hoegaards convent overnam op de scheiding van 1901 naar 1902 wou ook de heer Brichard zijn werk afmaken door het geven van een ijzeren beeld, overtrokken met aluminium om geplaatst te worden boven de ingang van de school. Dit feest ging door op zondag 10 september 1902 met een stoet vanuit Mariadal, geopend door de fanfare van Hoegaarden.

Het huis van de broeders werd ondertussen gerieflijker ingericht en aangevuld met een kapel waarvan de kruisweg op 29 juni 1902 werd gewijd.

De slaapzaal van de broeders werd onder de pannen geinstaleerd en de vroegere slaapkamer omgevormd tot een studieplaats. Het aantal leerlingen verdubbelde tot 160 op 31 dec. 1902.

 

Het jaar 1902 betekende ook een doorbraak in de volwassenvor ming. De Matigheidsbond St Gorgoniusgilde werd in de lokalen van de school gesticht. Begonnen met een twintigtal leden, waren er in augustus 1904 al meer dan honderd ingeschreven.

 

De leden doen elk jaar een uitstap. In 1902 gingen zij naar Namen, Dinant, Waulsort, in 1904 naar Antwerpen. In de schoot van de St. Gorgoniusgilde werd een toneelafdeling opgericht “Deugd en Vreugd” onder de kenspreuk “Willen is Kunnen”. Zij gaven tot augustus 1904 vier voorstellingen. 

Op tweede kerstdag 1902 met “In ‘t jaar één der Socialisten en Dieven in huis “.

Op halfvasten 1903 met “Een jonge held en Drij koppen en één beul” In december 1903 met “De Koning komt en Een schoolmeester onder ‘t Schrikbewind”. op halfvasten 1904 met “Duive Pieter – Livinus – Slimbroeck en De Pauzelijke Zouaaf”.

De patronage werd opgericht in 1903 en telde 70 leden. of de school nu bloeide dank zij de volwassenen- en jeugdwerk is niet zo direct uit te maken. Wel is het zo dat met het stijgen van het aantal leerlingen ook de schoolprestaties in het oog begonnen te vallen. 

In 1901 behaalde de leerlingen in de Hoegaardse school vier diploma’s in de interscholenwedstrijd van de broeders. Dit getal verdubbelde in 1902 om in 1903 tot 11 te stijgen, in 1904 tot 14 en tot 17 in 1905 (op 22 mededingers)

Zeker de Matigheidsbond en de toneelgroep zijn het levenswerk geweest van Dr. Smeesters met als rechterhand br. Nonnatus, sinds 1901 te Hoegaarden en op 18 september 1906 tot overste aangesteld.

Broeder Nonnatus, Arthus Arens geboren St. Niklaas 14/9/1877, trad als aspirant in het klooster in begin 1892 en legde zijn eeuwige geloften af in 1899. 

Het tienjarig verblijf te Hoegaarden van br. Nonnatus werd op 8 januari 1911 heel bijzonder gevierd. 

Om drie uur werd volksvertegenwoordiger Poullet van Leuven, met muziek plechtig afgehaald aan het station. Hij werd samen met de natabelen in de gemeente ontvangen in de studiezaal van de broeders en er werd een publiek avondfeest gegeven voor een eivolle zaal. In de feestzitting werden redevoeringen uitge sproken door pastoor Van Gucht voor de Matigheidsbond, door Jules Evrard voor de toneelbond, door René Vandenbosch voor de congregatie, door Henri Bourgnignon voor het patronaat, door Dr. Smeesters als vriens en medewerker en door de Algemene Overste van Oostakker.

Op 30 juni 1912 werd het tienjarig bestaan van de toneelbond gevierd met een groot feestmaal. Op 10 september 1912 wordt br. Nonnatus als overste opgevolgd door br. Philibertus.

De school kende hoogte- en laagtepunten. In 1905 was er grote beroering rond een zedendilect. Zonderlinge geruchten begonnen te lopen in begin april over de eerbaarheid van br. Vedastus. Hij werd beschuldigd van aanslagen tegen de eerbaarheid op 8 kinderen van de school, allen uit Outgaarden. 

Het parket met de onderzoeksrechter kwam op 20 april naar de school en nauwkeurige plannen werden getekend van de klas van br. Vedastus en van de traphal.

Op 22 april ging br. Vedastus die in Oostakker was, zich te Leuven melden en werd aangehouden.

Het proces had plaats op 11,12,18 en werd verdedigd door Mr. Cappuyns van Tienen. Beschuldigd van 83 feiten vervielen er 52.

Br. Vedastus werd voor 31 feiten veroordeeld, elk van den of tot 15,5 jaar gevangenis, onkosten van het proces en 10 jaar ontzetting uit zijn burgerrechten.

Mrs. Begeren en Lefebure verdedigden hem voor het Hof van Beroep te Brussel. De straf werd teruggebracht tot 5 jaar plus de gerechtskosten.

De broeders van Hoegaarden en heel wat Hoegaardiers waren vast overtuigd van de onschuld van br. Vedastus.

Een hoogtepunt voor het onderwijs van de godsdienstwedstrijd. Remi Coenen, leerling van de school , haalde 100 op 100. Dit was de eerste maal dat zo werd behaald in het kanton Tienen.

Op 2 augustus 1914 werd de oorlog verklaard tussen Duitsland en België. De Duitse troepen werden een tiental dagen tegen gehouden te Luik, veroverden dan de stad en rukten op richting Brussel. Hoegaarden lag op de strijdlijn en alle voorbereidingen werden getroffen om hier in de omtrek de slag te leveren.

De broeders gingen zich bij het gemeentebestuur aangeven als brancadiers, maar werden niet aanvaard voor de dienst. Hierop hebben zij hun convent te Hoegaarden verlaten en zijn ze naar Oostakker getrokken.

Alleen br.Gustaaf is teruggekeerd en heeft ongeveer vijf weken verbleven bij de pastoor van Meldert, de overige broeders zijn naar Holland getrokken.

De school te Hoegaarden kon dus ook voorlopig niet geopend worden. Op aandringen van de schoolopziener en bij het zien van het verlies van kinderen begon de school op 1 december met twee klassen.

Br. Gustaaf werd geholpen door oudleerlingen.

Op 15 januari 1915 kwamen ook br. Paulus en br. Anastatius naar Hoegaarden, zodat er terug de normale drie klassen waren. Pas in januari 1916 kwam te Oostakker de eerste brief toe uit het huis Hoegaarden sedert de oorlog was uitgebroken.

Er stond in dat het relatief goed ging te Hoegaarden en dat het alleen moeilijk was om aan eten te geraken.

1919-1920 was het laatste schooljaar te Hoegaarden. De broeders melden de stopzetting van hun werk door gebrek aan gediplomeerden, de brief uit het archief van de broeders van Oostakker gericht aan het schoolcomité van Hoegaarden staat bijlage 6.

In juli 1907 had E.H. Van Stappen de school en de bijgebouwen willen afstaan aan de broeders, maar aangezien M. Brichard grote sommen had gegeven voor het bouwen van de school was zijn handtekening nodig.

Een week later meldde E.H. Van Stappen dat alles bleef zoals het was, het eigendom zou op zijn erfgenamen overgaan.

Bijlagen A

Bijlage 1
Contract Congregatie Broeders O.L. Vrouw van Lourdes te Oostak ker een de EE.HH. Van stappen en Van Gucht over de oprichting van de vrije jongensschool te Hoegaarden ( september 1900 )

Bijlage 2
Mutaties van het convent te Hoegaarden ( 1900 – 1920 )

Bijlage 3
Chronologische lijst van de oversten en vicarissen te Hoegaarden.

Bijlage 4
Foto aan de grot in de tuin van de broeders achter de school. met van links naar rechts br. Fabianus Peeters, br. Eugenius Brasseur, br. Nannatus Arens, br. Rufinus Libbrecht, br. Faber Van Dorpe.

Bijlage 5
Enkele cijfers uit het calendaruim van de Broeders van 0.L. Vrouw van Lourdes te Oostakker.

Bijlage 6
Brief van de broeders van Oostakker aan het schoolcomité te Hoegaarden ( 23/07/1920)

Bijlagen B

Enkele cijfers uit het Calendarium van de broeders van 0.L. Vrouw van Lourdes te Oostakker.

Leerlingen dagschool1651301501009795105
Patronaatsleden1081209813713767
Leden Matigheidsbond12312414314396
Leden Toneelbond4234373139
Lijfrentekasleden17239241206196243
Spaarkasleden 4054575762
Leden studiekring 2929
Congregatie O.L.V. van VII Weeën 724641979760
Congregatie van de H. Vincentius a Paulo 242736303024
Comiteit van de goede drukpers 331916   
Schoolcomité 17141425

 

Bronnen en citaten[+]

© Vzw Hoegaards Erfgoed 

Print Friendly, PDF & Email